Storing Alfa Romeo Giulia 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2017, Model line: Giulia, Model: Alfa Romeo Giulia 2017Pages: 232, PDF Size: 3.89 MB
Page 64 of 232

Gele symbolen
Symbool Wat betekent dat?
STORING ENGINE IMMOBILIZER-SYSTEEM/ INBRAAKPOGING
Storing Engine Immobilizer-systeem
Het symbool gaat branden om een storing van de Engine Immobilizer-systeem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Inbraakpoging
Het symbool gaat branden wanneer de startinrichting in de stand AAN wordt gezet, om een mogelijke inbraakpoging die
gedetecteerd is door het alarmsysteem aan te geven.
Elektronische sleutel niet herkend
Dit symbool wordt ingeschakeld wanneer de motor wordt gestart en de elektronische sleutel niet wordt herkend door het
systeem.
Storing alarmsysteem
Dit symbool verschijnt om een storing van het alarmsysteem aan te geven.
KANS OP GLAD WEGDEK
Het symbool gaat branden wanneer de buitentemperatuur tot of onder de 3 °C is gedaald.
MOTOROLIE IS VERSLECHTERD
(indien aanwezig)
Het symbool wordt slechts korte tijd weergegeven.
BELANGRIJK Na de eerste melding zal, bij elke start van de motor, het symbool blijven knipperen zoals hiervoor is beschreven
totdat de olie wordt ververst.
Het knipperen van het symbool moet niet als een storing in het voertuig worden beschouwd, maar wil de bestuurder erop wijzen
dat de motorolie z.s.m. dient te worden ververst. De verslechtering van de motorolie kwaliteit wordt versneld als het voertuig
veel gebruikt wordt voor korte ritten, waardoor de bedrijfstemperatuur van de motor niet bereikt kan worden.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
19)
BELANGRIJK
19)Wanneer het symbool gaat branden, moet de verslechterde motorolie zo spoedig mogelijk, en in elk geval binnen 500 km nadat het symbool
voor het eerst ging branden, ververst worden. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige beschadiging van de motor en de garantie
ongeldig maken. Wanneer dit symbool gaat branden, betekent dit niet dat het oliepeil in de motor te laag is; u hoeft dus geen motorolie toe te
voegen als het lampje begint te knipperen.
62
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 65 of 232

Symbool Wat betekent dat?
VOORGLOEIBOUGIES (Dieselversies)
Het waarschuwingslampje gaat branden indien het startsysteem naar de stand ON wordt gezet, het symbool gaat aan en weer uit
als de voorgloeibougies de vereiste temperatuur hebben bereikt. De motor kan worden gestart zodra het lampje gedoofd is.
BELANGRIJK Bij gemiddelde of hoge buitentemperatuur licht het lampje kortstondig op.
STORING VOORGLOEIBOUGIES (Dieselversies)
Het waarschuwingslampje knippert om aan te geven dat er een storing in het voorgloeisysteem is.
Neem in dit geval zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING MOTOROLIEDRUKSENSOR
Als dit lampje gaat branden, dan duidt dit op een storing van de motoroliedruksensor.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING SENSOR MOTOROLIEPEIL
Als dit lampje gaat branden, dan duidt dit op een storing van het motoroliepeil.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING FORWARD COLLISION WARNING (FCW)
Het symbool gaat branden als er een storing van het Forward Collision Warning-systeem is.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
START & STOP EVO SYSTEEMSTORING
Het symbool licht op om een storing aan te geven in het Start & Stop Evo-systeem.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
STORING REGENSENSOR
Het symbool gaat branden als er een storing van automatische ruitenwisser is.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING SCHEMERSENSOR
Het symbool gaat branden als er een storing van de automatische dimlichthoogteregeling is.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING BLIND SPOT MONITORING-SYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van een storing van het Blind Spot Monitoring-systeem.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING BRANDSTOFNIVEAUSENSOR
Het symbool gaat branden als de brandstofniveausensor een storing heeft
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
63
Page 66 of 232

Symbool Wat betekent dat?
STORING BUITENVERLICHTING
Het symbool gaat branden om een storing in een van de volgende verlichting aan te geven: dagverlichting (DRL's) / parkeerlichten
/ richtingaanwijzers aanhanger (indien aanwezig) / verlichting aanhanger (indien aanwezig); stadslichten / richtingaanwijzers /
mistlamp / achteruitrijlicht / remlichten / kentekenplaatverlichting.
De storing kan veroorzaakt zijn door een doorgebrande lamp, zekering, of een onderbroken elektrische verbinding.
Vervang de lamp of de betrokken zekering. Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING KEYLESS START-SYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van een storing van het Keyless Start-systeem.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING AFSLUITER VAN DE BRANDSTOFTOEVOER
Het symbool gaat branden in geval van een storing van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
STORING LANE DEPARTURE WARNING-SYSTEEM (LDW)
Het symbool gaat branden als er zich een storing van het Lane Departure Warning-systeem voordoet.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
SLIJTAGE OP REMBLOKKEN
Gaat branden wanneer de remblokken hun slijtagegrens hebben bereikt.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK Gebruik altijd originele of gelijkwaardige onderdelen omdat het Integrated Brake System (IBS) storingen kan
detecteren.
STORING AUTOMATISCHE INSCHAKELING GROOTLICHT (Automatic High Beam)
(indien aanwezig)
Het symbool gaat branden om een storing van de automatische inschakeling van het grootlicht aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
INWERKINGTREDING BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM
Het symbool gaat branden in geval van de activering van de afsluiter van de brandstoftoevoer.
Zie, om het brandstofafsluitsysteem weer in te schakelen, de beschrijving in het deel "Brandstofafsluitsysteem" in het hoofdstuk
"Noodgevallen". Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk als de brandstoftoevoer nog niet hersteld kan worden.
STORING PARKEERSENSOREN
Gaat branden wanneer het systeem is uitgevallen of niet beschikbaar is.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
64
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 67 of 232

Symbool Wat betekent dat?
STORING REGELEENHEID LICHTEN AANHANGER
Het symbool gaat branden om de storing van de regeleenheid, die de verlichting van de aanhanger regelt weer te geven.
Controleer of de stekker van de lichten van de aanhanger correct is aangesloten. Als bij de volgende start van de motor de storing
blijft aanhouden, wend u dan zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
STORING AUDIOSYSTEEM
Het symbool gaat branden om een storing van het audiosysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
KOPPELINGSPEDAAL
(indien aanwezig)
Gaat branden om de bestuurder erop te wijzen dat deze het koppelingspedaal moet intrappen om de motor te starten.
Het koppelingspedaal intrappen.
RUITENSPROEIERVLOEISTOFPEIL
Het wordt enkele seconden weergegeven om aan te geven dat het ruitensproeiervloeistofpeil van de voorruit en koplampen
sproeiers (indien aanwezig) laag is.
Vul de vloeistof bij: om dit te doen, raadpleeg het gedeelte "Peilcontrole" in het hoofdstuk "Onderhoud en verzorging". Gebruik
uitsluitend de vloeistoffen met de voorgeschreven eigenschappen aangeduid in "vloeistoffen en smeermiddelen" in het
hoofdstuk "Technische gegevens".
65
Page 68 of 232

Symbool Wat betekent dat?
WATER IN DIESELFILTER (Dieselversies)
Het symbool brandt constant tijdens het rijden om aan te geven dat er water in het dieselfilter is waargenomen.20)
REINIGING DPF (roetfilter) bezig (alleen dieselversies met DPF)
Dit symbool verschijnt wanneer de startinrichting in de stand AAN wordt gezet, dit moet enkele seconden later verdwijnen.
Het symbool gaat continu branden om te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het reinigen van de opgehoopte
vervuilende roetdeeltjes doormiddel van regeneratie.
Het symbool zal niet bij elke DPF-regeneratie gaan branden, maar alleen als de rijomstandigheden van dien aard zijn dat de
bestuurder hiervan op de hoogte zou moeten zijn.
Om het symbool te laten doven dient het voertuig tot aan het einde van het regeneratieproces in beweging te blijven. Een
regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten. De optimale omstandigheden om het regeneratieproces te voltooien worden
bereikt door de voertuigsnelheid op 60 km/h te houden met een motortoerental van 2000 tpm of meer.
Als dit symbool gaat branden, wijst dit niet op een storing en hoeft het voertuig dus niet naar een werkplaats te worden gebracht.
BELANGRIJK
20)Water in het brandstofcircuit kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor onregelmatig doen draaien. Als het symboolwordt
weergegeven, zo snel mogelijk contact opnemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem af te laten tappen. Als de bovengenoemde
aanwijzingen onmiddellijk voorkomen na het tanken, kan het zijn dat er tijdens het tanken water in de tank terecht is gekomen: zet de motor
onmiddellijk uit en neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Symbool Wat betekent dat?
OVERVERHITTING OLIE AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK
Het symbool gaat branden bij oververhitting van de versnellingsbak na bijzonder zwaar gebruik. In dit geval worden de
motorprestaties beperkt.
Wacht met het uitzetten van de motor of stationair tot het symbool verdwijnt.
STORING SPEED LIMITER-SYSTEEM
Tijdens het rijden gaat het symbool branden om een storing in het Speed Limiter-systeem te signaleren.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
TE LAAG PEIL MOTORKOELVLOEISTOF (indien aanwezig)
Als het symbool gaat branden, geeft dit een te laag motorkoelvloeistofpeil aan.
Bijvullen zoals beschreven in het hoofdstuk "Onderhoud en verzorging"
66
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 69 of 232

Symbool Wat betekent dat?
DOP BRANDSTOFTANK
(indien aanwezig)
Gaat branden als de brandstoftankdop open of niet goed afgesloten is.
Draai de benzinetankdop goed aan.
STORING ELEKTRISCHE PARKEERREM
Het inschakelen van het symbool, samen met een bericht op het beeldscherm, geeft een storing weer in het elektrische
parkeerremsysteem.
Deze storing kan de auto gedeeltelijk of compleet blokkeren omdat de parkeerrem ingeschakeld zou kunnen blijven, ook al zijn
deze automatisch of handmatig uitgeschakeld met de betreffende bedieningen. In deze omstandigheden kunt u de parkeerrem
uitschakelen volgens de nooduitschakelprocedure beschreven in het hoofdstuk "In een Noodgeval".
Als u nog in de auto kunt rijden (parkeerrem is niet ingeschakeld), rijd dan naar het dichtstbijzijnde Alfa Romeo Servicenetwerk en
denk eraan bij het uitvoeren van manoeuvres en bedieningen, dat de elektrische parkeerrem niet operationeel is.
30)
STORING ACTIVE CRUISE CONTROL-SYSTEEM
Als tijdens het rijden het waarschuwingslampje gaat branden, duidt dit op een storing in het Active Cruise Control-systeem.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
BELANGRIJK
30)Indien zich een storing voordoet bij hard remmen kunnen de achterwielen blokkeren en kan het voertuig gaan slippen.
Symbool Wat betekent dat?
ALGEMENE INDICATIE
Signaleert informatie en storingen.
De begeleidende berichten beschrijven de storing.
STORING VIERWIELAANDRIJVING
Dit symbool wordt ingeschakeld om een storing van het vierwielaandrijvingssysteem aan te geven.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing op te lossen.
STORING AFS-SYSTEEM
Het symbool verschijnt om storing in het systeem van automatische richtingverlichting aan te geven.
Laat het systeem onmiddellijk controleren door een Alfa Romeo Servicenetwerk.
67
Page 70 of 232

Symbool Wat betekent dat?
SLIJTAGE OP CCB REMSCHIJVEN (indien aanwezig)
Gaat branden wanneer de keramische remschijven hun slijtagegrens hebben bereikt.
Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
31)
STORING DYNAMISCHE RIJCONTROLESYSTEEM
Het inschakelen van het waarschuwingslampje geeft een storing aan in het dynamische rijcontrolesysteem.
STORING RUITENWISSERS
Signaleert een storing in de ruitenwissers.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
BELANGRIJK
31)Het wordt aanbevolen om alleen originele of gelijkwaardige, op de werkbank geteste vervangende remblokken te gebruiken, teneinde de
oorspronkelijke prestaties van het remsysteem te garanderen.
Symbool Wat betekent dat?
Inschakeling comfortabele vering (indien aanwezig)
Gaat branden wanneer de meest comfortabele vering wordt geactiveerd.
STORING SCHOKDEMPERS (ADC)
(indien aanwezig)
Als tijdens het rijden het symbool gaat branden, duidt dit op een storing in het ophangingssysteem.
Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de installatie te laten controleren.
68
KENNISMAKING MET HET INSTRUMENTENPANEEL
Page 74 of 232

ACTIEVE
VEILIGHEIDSSYSTEMEN
Het voertuig kan voorzien zijn van de
volgende actieve
veiligheidsvoorzieningen:
ABS (antiblokkering van de wielen);
DTC (Regeling aandrijflijn);
ESC (Electronic Stability Control)
(Elektronische Stabiliteitsregeling);
TC (Traction Control) (Tractieregeling);
PBA (Hydraulic Brake Assist)
(Hydraulische remondersteuning);
HSA (Hill Starting Assist)
(Ondersteuning bij wegrijden op een
helling);
AST (Alfa™ Steering Torque);
ATV (Alfa™ Active Torque Vectoring).
Zie de volgende pagina's voor de
beschrijving van de werking van deze
systemen.
ABS (Anti-lock Braking System)
Dit systeem, dat deel uitmaakt van het
remsysteem, voorkomt het blokkeren of
slippen van een of meerdere wielen op
alle soorten wegdek en ongeacht de
kracht van de remwerking, zodat het
voertuig ook tijdens paniekremmen
onder controle gehouden kan worden en
de remweg wordt geoptimaliseerd.Het systeem grijpt in tijdens het remmen
wanneer de wielen dreigen te blokkeren
tijdens paniekremmen of onder slechte
adhesiecondities, waarbij blokkering
vaker kan voorkomen.
Het systeem verhoogt tevens de
controleerbaarheid en stabiliteit van het
voertuig wanneer op oppervlakken met
verschillende grip voor de wielen aan
rechter- en linkerzijde of in bochten
wordt geremd.
Het geheel wordt aangevuld met het
EBD-systeem (Electronic Braking Force
Distribution) dat voor de verdeling van de
remkracht tussen de voor- en de
achterwielen zorgt.
Inwerkingtreding van het systeem
De ABS uitgerust op dit voertuig is
voorzien van de "Brake-by-wire"-functie
(Remsysteem - IBS). Wanneer dit
systeem wordt de rempedaalbesturing
gegeven door het intrappen van het
rempedaal niet hydraulisch maar
elektronisch overgebracht, daarom is de
lichte pulsatie die gevoeld kon worden op
het pedaal bij het traditionele systeem,
niet langer voelbaar.
32) 33) 34) 35) 36) 37)
DTC-SYSTEEM (Regeling aandrijflijn)(indien aanwezig)
Sommige versies van dit voertuig zijn
uitgerust met een vierwielaandrijving
(AWD), met automatische
activering/deactivering, die u een
optimale rijmanier geven voor ontelbare
rijcondities en wegoppervlakken. Het
systeem reduceert slippen van de banden
tot een minimum, herverdeelt
automatisch het koppel naar de voorste
en achterste wielen, waar nodig.
Om brandstofbesparing tot een
maximum te verhogen, gaat het voertuig
met AWD automatisch over op
achtervierwielaandrijving (RWD)
wanneer de weg en de
milieuomstandigheden zodanig zijn dat
de banden daardoor niet gaan slippen.
Wanneer de weg en de
milieuomstandigheden betere tractie
vereisen, gaat het voertuig automatisch
in de AWD-modus.
38)
De rijmodus, RWD of AWD, wordt
getoond op het
instrumentenpaneeldisplay.
BELANGRIJK Als het storingssymbool
van het systeem inschakelt na het
starten van de motor of tijdens het rijden,
betekent dit dat het AWD-systeem niet
goed werkt. Het waarschuwingsbericht
72
VEILIGHEID
Page 77 of 232

36)De capaciteiten van het ABS mogen
nooit op onverantwoorde en gevaarlijke
wijze worden uitgetest, waardoor de
persoonlijke veiligheid en die van anderen in
gevaar komt.
37)Voor een goede werking van het ABS
moeten de banden van alle wielen van
hetzelfde merk zijn, in perfecte conditie
verkeren en vooral van het voorgeschreven
type en maat zijn.
38)Er kan een korte vertraging zijn bij het
schuiven naar de AWD modus nadat er een
band geslipt is.
39)Wanneer een storingssymbool van het
DTC-systeem verschijnt, moet de bestuurder
zich bewust zijn van de andere rijreactie en
daarom snelheid minderen. Het symbool
waarschuwt de bestuurder niet in
gebieden te rijden waar vierwielaandrijving
vereist is en ook niet op met sneeuw bedekte
wegen.
40)Het ESC kan niet de door het wegdek
geboden grip boven de limieten van de
natuurkundige wetten laten toenemen.
41)Het ESC-systeem kan geen ongelukken
voorkomen, waaronder ongelukken wegens
overmatige snelheid in bochten, rijden op
wegdek met weinig grip of aquaplaning.
42)De capaciteiten van het ESC-systeem
mogen nooit op onverantwoorde en
gevaarlijke wijze worden uitgetest,
waardoor de persoonlijke veiligheid en die
van anderen in gevaar komt.
43)Voor de goede werking van het
ESC-systeem moeten de banden van alle
wielen van hetzelfde merk zijn, in perfecte
conditie verkeren en vooral van het
voorgeschreven type en maat zijn.44)Neem nooit onnodige risico's en risico's
waarvoor geen garantie is, ook al is het
voertuig voorzien van het ESC-systeem. Uw
rijstijl moet altijd aangepast zijn aan de
conditie van het wegdek, het zicht en het
verkeer. De bestuurder is in elk geval
verantwoordelijk voor een veilige rijstijl.
45)Voor de goede werking van het
TC-systeem moeten de banden van alle
wielen van hetzelfde merk zijn, in perfecte
conditie verkeren en vooral van het
voorgeschreven type en maat zijn.
46)Neem nooit onnodige risico's of risico's
die niet binnen de garantie vallen, ook al is
het voertuig voorzien van het TC-systeem.
Uw rijstijl moet altijd aangepast zijn aan de
conditie van het wegdek, het zicht en het
verkeer. De bestuurder is in elk geval
verantwoordelijk voor een veilige rijstijl.
47)Het TC-systeem kan niet de door het
wegdek geboden grip boven de limieten van
de natuurkundige wetten laten toenemen.
48)Het TC-systeem kan geen ongelukken
voorkomen, waaronder ongelukken wegens
overmatige snelheid in bochten, rijden op
wegdek met weinig grip of aquaplaning.
49)De capaciteiten van het TC mogen nooit
op onverantwoorde en gevaarlijke wijze
worden uitgetest, waardoor de persoonlijke
veiligheid en die van anderen in gevaar komt.
50)Het PBA-systeem kan niet de door het
wegdek geboden grip boven de limieten van
de natuurkundige wetten laten toenemen.
51)Het PBA-systeem kan geen ongelukken
voorkomen, waaronder ongelukken wegens
overmatige snelheid in bochten, rijden op
wegdek met weinig grip of aquaplaning.52)De capaciteiten van het PBA-systeem
mogen nooit op onverantwoorde en
gevaarlijke wijze worden uitgetest,
waardoor de veiligheid van de bestuurder, de
overige inzittenden van het voertuig en
andere weggebruikers in gevaar komt.
53)Het HSA-systeem is geen parkeerrem;
laat het voertuig dus nooit achter zonder de
elektrische parkeerrem te hebben
aangetrokken, de motor te hebben
uitgeschakeld en de eerste versnelling te
hebben ingeschakeld, zodat de geparkeerde
auto in veilige omstandigheden verkeert
(lees ook de paragraaf ‘Parkeren’ in het
hoofdstuk ‘Starten en rijden’).
54)Er kunnen situaties op kleine hellingen
(minder dan 8%) voorkomen waarin, bij
beladen voertuig, het Hill Start
Assist-systeem niet in werking treedt en de
auto zich iets naar achteren verplaatst,
waardoor het risico op een botsing met een
ander voertuig of voorwerp toeneemt. De
bestuurder is in elk geval verantwoordelijk
voor een veilige rijstijl.
55)Het AST-systeem is een hulp voor bij het
rijden en ontheft de bestuurder niet van de
verantwoordelijkheid om het voertuig te
besturen.
75
Page 78 of 232

RIJHULPSYSTEMEN
In het voertuig kunnen de volgende
rijhulpsystemen aanwezig zijn:
BSM (Blind Spot Monitoring);
FCW (Forward Collision Warning);
TPMS (Tyre Pressure Monitoring
System).
Zie de volgende pagina's voor de
beschrijving van de werking van deze
systemen.
BSM-SYSTEEM (Blind Spot
Monitoring)
Het BSM-systeem (Blind Spot
Monitoring) maakt gebruik van twee
radarsensoren, die zich in de
achterbumper bevinden (aan elke kant
een - zie fig. 67 ), om de aanwezigheid van
voertuigen (auto's, vrachtwagens,
motorfietsen, enz.) in de blinde hoeken
aan de achterkant van de auto te
detecteren.Het systeem waarschuwt de bestuurder
voor de aanwezigheid van voertuigen in
de detectiezone door het aangaan, aan de
betreffende zijde, van het
waarschuwingslampje op de
buitenspiegel fig. 68.
Wanneer de motor gestart wordt, gaat
het waarschuwingslampje branden om de
bestuurder te melden dat het systeem
ingeschakeld is.
Sensoren
56)
De sensoren worden ingeschakeld
wanneer willekeurig welke versnelling
vooruit wordt ingeschakeld bij een
snelheid hoger dan ongeveer 10 km/h, of
wanneer de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld.
De sensoren zijn tijdelijk gedeactiveerd
wanneer het voertuig stationair draait en
de P (Park) modus actief is.De detectiezone van het systeem dekt
ongeveer een rijbaan aan beide kanten
van het voertuig (ongeveer 3 meter).
Deze zone begint bij de buitenspiegel en
strekt zich over een lengte van ongeveer
6 meter uit naar de achterkant van het
voertuig.
Wanneer de sensoren actief zijn, bewaakt
het systeem de detectiezones aan beide
kanten van de auto en waarschuwt de
bestuurder voor eventuele aanwezigheid
van voertuigen in deze zones.
Tijdens het rijden bewaakt het systeem
de detectiezone vanuit drie verschillende
punten (zijkant, achter en voor) om te
controleren of er een melding naar de
bestuurder moet worden gezonden. Het
systeem kan de aanwezigheid van een
voertuig in een van deze drie zones
detecteren.
BELANGRIJK Het systeem geeft de
aanwezigheid van een niet-bewegend
voorwerp (bijv. vangrails, palen, muren,
enz.) niet aan. Onder sommige
omstandigheden kan het systeem echter
in werking treden bij aanwezigheid van
dergelijke voorwerpen. Dit is normaal en
duidt niet op een storing van het
systeem.
6706016S0001EM
6806016S0002EM
76
VEILIGHEID