sensor Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 6 of 540

F6
Inleiding
AANWIJZING verwijst naar een
gevaarlijke situatie die, indien niet
vermeden, kan leiden tot schadeaan de auto.
Benzinemotor
Loodvrij
Voor optimale prestaties raden we u
aan loodvrije benzine te tanken met
een octaangetal van RON (Research
Octane Number) 95/AKI (Anti Knock
Index) 91 of hoger. U kunt ook
loodvrije benzine tanken met een
octaangetal van RON 91-94 / AKI 87-90, maar hierdoor nemen de
prestaties van de auto mogelijk
enigszins af. (Gebruik geen brandstof
die methanol bevat)
Bij gebruik van LOODVRIJE BENZINE zijn de prestatiesmaximaal en de uitlaatgassen het
schoonst en wordt vervuiling van debougies tegengegaan.
AANWIJZING
•Probeer de tank niet verder te vullen nadat het vulpistool
automatisch is afgeslagen.
•Controleer altijd of de
tankdop goed vastgedraaid is,
om morsen van brandstof in
geval van een aanrijding te
voorkomen.
WAARSCHUWING
GEBRUIK NOOIT LOODHOUDENDE BENZINE.Loodhoudende benzine is
schadelijk voor de katalysator
en de lambdasensor van het
motorregelsysteem en zal de
emissieregeling nadelig
beïnvloeden.
Voeg nooit andere dan de
voorgeschreven brandstofad-
ditieven toe aan debrandstoftank (we raden u aan
een officiële HYUNDAI-dealer te
raadplegen voor meer
informatie).
OPMERKING
OPMERKING verwijst naar een
gevaarlijke situatie die, indien
niet vermeden, licht tot
middelzwaar letsel tot gevolgkan hebben.
OPMERKING
VEREISTE BRANDSTOF
WAARSCHUWING verwijst naar
een gevaarlijke situatie die,
indien niet vermeden, ernstig
letsel tot gevolg kan hebben.
WAARSCHUWING

Page 46 of 540

2-30
Veiligheidssysteem van uw auto
Het veiligheidsgordelsysteem met
gordelspanner bestaat hoofdzakelijk
uit de volgende onderdelen. De
plaats hiervan wordt in
bovenstaande afbeelding
aangegeven:(1) Waarschuwingslampje AIRBAG
(2) Blokkeerautomaat met
gordelspanner
(3) Airbagmodule
(4) Blokkeerautomaat met gordelspanner achter
(indien van toepassing)
De sensor die de airbagmodule
activeert, is verbonden met de
veiligheidsgordels met
gordelspanner. Het waarschuwings-
lampje AIRBAG op het
instrumentenpaneel zal, nadat het
contact in stand ON is gezet,
ongeveer 6 seconden branden enmoet daarna uitgaan.
Als de gordelspanner niet goed
werkt, zal het waarschuwings-
lampje branden, ook al werkt de
airbag goed. Als het
waarschuwingslampje niet gaat
branden, blijft branden of tijdens het
rijden gaat branden, laat de
veiligheidsgordels met
gordelspanner en/of de
airbagmodule dan zo spoedig
mogelijk controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
AANWIJZING
Raak de onderdelen van het
gordelspannersysteem gedu-
rende enkele minuten nadat ze
geactiveerd zijn niet aan. Als de
veiligheidsgordel met
gordelspanner tijdens een
aanrijding geactiveerd wordt,
kan de gordelspanner heet
worden, waardoor u
brandwonden zou kunnenoplopen.
WAARSCHUWING
Het veiligheidsgordelsysteem
met gordelspanner kan
beschadigd raken door de
carrosserie aan de voorzijde
van de auto. Daarom adviserenwe u het systeem te latenrepareren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
OPMERKING
OLMB033040/Q
OPDE037069

Page 69 of 540

2-53
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Zijairbags (indien van toepassing) Beide voorstoelen van uw auto zijn
uitgerust met een zijairbag. Het doel
van de airbag is om de bestuurder en
de voorpassagier een aanvullende
bescherming te bieden naast de
bescherming die wordt geboden
door de veiligheidsgordel.
De zijairbags zijn ontworpen om
tijdens bepaalde aanrijdingen van
opzij geactiveerd te worden,
afhankelijk van de ernst, de hoek, de
snelheid en de plaats waarop de
auto wordt geraakt.
De zijairbags aan beide zijden van
de auto zijn zo ontworpen dat ze
worden geactiveerd wanneer door
een rollover-sensor wordt
waargenomen dat de auto over de
kop slaat (indien van toepassing).
De zijairbags zijn niet ontworpen om
bij alle aanrijdingen van opzij of
situaties waarbij de auto over de kop
kan slaan opgeblazen te worden. Om de kans op ernstig letsel
door een zich opblazende
zijairbag te beperken, moeten de
volgende voorzorgsmaatregelen
getroffen worden:
•Alle inzittenden moeten altijd
hun veiligheidsgordel dragen:
de gordel houdt de inzittende
zo goed mogelijk op zijnplaats.
•Laat passagiers niet met het
hoofd of andere delen van het
lichaam tegen het portier
leunen, hun armen uit het
raam steken of voorwerpen
tussen de portieren en dezitplaatsen steken.
•Houd het stuurwiel vast op 9
en 3 uur, zodat de kans opletsel aan uw armen en
handen tot een minimum
beperkt wordt.
•Gebruik geen stoelhoezen.
Deze kunnen de werking van
het systeem in negatieve zin
beïnvloeden.
WAARSCHUWING
OOS037040
OOS037041

Page 71 of 540

2-55
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Ze zijn ontworpen om bij bepaalde
aanrijdingen van opzij het hoofd van
de inzittenden op de zitplaatsen voor
en op de buitenste zitplaatsen achter
te beschermen.
De curtain airbags aan beide zijden
van de auto zijn zo ontworpen dat ze
worden geactiveerd wanneer door
een rollover-sensor wordt
waargenomen dat de auto over de
kop slaat (indien van toepassing). De gordijn airbags zijn niet
ontworpen om bij alle aanrijdingen
van opzij of situaties waarbij de auto
over de kop kan slaan opgeblazen te
worden.Hoe werkt het airbagsysteem?
De onderdelen van het aanvullend
veiligheidssysteem zijn: (1) Bestuurdersairbagmodule
(2) Voorpassagiersairbagmodule(3) Zijairbagmodules
(4) Curtain airbagmodules
(5) Blokkeerautomaat metgordelspanner achter
(indien van toepassing)
(6) Blokkeerautomaten met gordelspanners
(7) Waarschuwingslampje AIRBAG
•Plaats kinderzitjes op de juiste manier en zo ver
mogelijk van het portier
vandaan.
•Plaats geen voorwerpen op de
airbag. Bevestig ook geen
voorwerpen rond de
gedeelten waar de
geactiveerde airbags uit
komen, zoals het portier, de
zijruit, de voor- en achterstijlen de dakzijrail.
•Hang hier alleen kleding aan,
en zeker geen harde of
breekbare voorwerpen.
Anders kan bij een ongeval de
auto beschadigd raken of kan
persoonlijk letsel ontstaan.
•Laat passagiers niet met het
hoofd of andere delen van het
lichaam tegen het portier
leunen, hun armen uit het
raam steken of voorwerpen
tussen de portieren en dezitplaatsen steken.
•Open of repareer de curtain
airbags niet.
Om de kans op ernstig letsel
door een zich opblazende
curtain airbag te beperken,
moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen getroffen
worden:
•Alle inzittenden moeten altijd
hun veiligheidsgordel dragen:
de gordel houdt de inzittende
zo goed mogelijk op zijn plaats.
WAARSCHUWING
OOS037063L

Page 72 of 540

2-56
Veiligheidssysteem van uw auto
(8) Airbagmodule (SRSCM)/rollover-sensor
(9) Airbagsensoren voor (10) Zijairbagsensoren
(11) Druksensoren opzij(12) Controlelampje voorpassagiersairbag UIT
(alleen voorpassagiersairbag)
(13) ON/OFF-schakelaar voorpassagiersairbag
De SRSCM controleert constant alle
componenten van het systeem alshet contact in stand ON staat, om te
bepalen of een aanrijding zwaargenoeg is om de airbags of de
gordelspanners te activeren.Waarschuwingslampje
AIRBAG
Het waarschuwingslampje AIRBAG op het dashboard geeft het in de
afbeelding weergegeven symbool
voor de airbag weer. Het systeem
controleert het elektrische systeem
van de airbag op storingen. Het
branden van dit lampje duidt op een
mogelijk probleem met hetairbagsysteem, inclusief de
zijairbags en/of curtain airbags die
gebruikt worden om u bij het over de
kop slaan te beschermen (als de
auto is voorzien van een rollover-sensor).
Bij een storing in het aanvullend
veiligheidssysteem wordt de
airbag bij een ongeval mogelijk
niet correct opgeblazen. Hierdoorneemt de kans op ernstig letsel
toe.
Als een van de volgende
omstandigheden zich voordoet,
is er sprake van een storing in het
aanvullend veiligheidssysteem:
•Het lampje gaat niet ongeveer
zes seconden branden als het
contact in stand ON wordt
gezet.
•Het lampje gaat na ongeveer
zes seconden niet uit, maar
blijft branden.
•Het lampje gaat branden tijdens het rijden.
•Het lampje knippert als de motor draait.
We adviseren u het aanvullendveiligheidssysteem zo snel
mogelijk door een officiële
HYUNDAI-dealer te laten
controleren als een van deze
omstandigheden zich voordoet.
WAARSCHUWING

Page 73 of 540

2-57
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Tijdens een gemiddelde of zware
frontale aanrijding detecteren desensoren dat de auto snel
decelereert. Als deze deceleratie
groot genoeg is, zal de regelmodule
de airbags vóór activeren op hetjuiste tijdstip en met de benodigde
kracht. De airbags vóór bieden de
bestuurder en voorpassagier extra
bescherming bij frontale aanrijdingen
waarbij de veiligheidsgordels alleen
niet voldoende zijn. Indien nodig
bieden de zijairbags extra
bescherming bij een zijdelingse
aanrijding of het over de kop slaan
van de auto door het bovenlichaam
extra te ondersteunen.
• De airbags worden uitsluitendgeactiveerd (indien nodig
opgeblazen) als het contact instand ON staat.
• De airbags worden bij bepaalde aanrijdingen van voren of opzij
geactiveerd om de inzittenden te
beschermen tegen ernstig letsel. • Er is geen bepaalde snelheid
waarbij de airbags worden
geactiveerd. Of de airbags worden
geactiveerd, hangt voornamelijk af
van de kracht en de richting van de
aanrijding. Deze twee factorenbepalen of de sensoren een
elektronisch activeringssignaal
uitzenden.
• Of de airbags al dan niet worden opgeblazen, is afhankelijk van een
aantal factoren, zoals de
rijsnelheid, de hoek van de
aanrijding, de massa en de
stijfheid van de bij de aanrijding
betrokken auto's of objecten. Ook
andere factoren kunnen een rolspelen.
• De airbags vóór worden direct volledig opgeblazen, waarna ze
meteen weer leeglopen. Het is
vrijwel onmogelijk om tijdens een
ongeval waar te nemen dat de
airbags worden opgeblazen. Het is
aannemelijker dat u deleeggelopen airbags na de
aanrijding uit het stuurwiel of hetdashboard ziet hangen. • Naast het opblazen tijdens een
ernstige aanrijding van opzij
worden bij auto's met een rollover-sensor de zijairbags en/of de
curtain airbags opgeblazen als
deze sensor het over de kop slaan
van de auto detecteert.
Wanneer het over de kop slaan
van de auto wordt gedetecteerd,
zullen de curtain airbags altijd
langer opgeblazen blijven om
samen met de veiligheidsgordels
de kans te beperken dat de
inzittenden uit de auto wordengeslingerd (auto's met een
rollover-sensor).
• Om bescherming te bieden moeten de airbags snel worden
opgeblazen. De snelheid waarmee
een airbag wordt opgeblazen moet
zo hoog zijn om de airbag tussen
de inzittende en de onderdelen van
de auto op te kunnen blazen
voordat de inzittende in contact
komt met die onderdelen. De
snelheid waarmee de airbags
worden opgeblazen, beperkt de
kans op ernstig letsel en vormt
daarom een belangrijk deel van het
ontwerp van de airbags.

Page 77 of 540

2-61
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Waarom werd de airbag bij een
aanrijding niet geactiveerd?
Er zijn bepaalde soorten ongevallen
waarbij de airbag geen aanvullende
bescherming biedt. Voorbeelden
hiervoor zijn aanrijdingen van
achteren, tweede en volgende stoten
bij een kettingbotsing en
aanrijdingen bij lage snelheid.Schade aan de auto duidt op het
absorberen van botsingsenergie,maar het is geen indicator of een
airbag opgeblazen had moeten
worden.
Airbagsensoren
Beperk de kans op ernstig letsel
door een zich onverwacht
opblazende airbag:
•Let op dat u niet tegen plaatsen aanstoot waar de
airbags of airbagsensoren
zijn ingebouwd en voorkom
dat deze plaatsen door een
voorwerp worden geraakt.
•Voer geen reparaties uit aan
of in de buurt van de
airbagsensoren. Als de
inbouwpositie of -hoek van de
airbagsensoren wordt
gewijzigd, kan dit ertoe leiden
dat de airbags worden
geactiveerd in situaties
waarin dit niet nodig is, of dat
de airbags niet worden
geactiveerd in situatieswaarin het wel nodig is.
WAARSCHUWING
•Monteer geen
bumperbeschermers en
vervang de bumpers niet door
niet-originele onderdelen. Dit
kan een nadelige invloed
hebben op de bescherming bijeen aanrijding en de
prestaties van de airbags.
•Zet, als de auto moet worden
gesleept, het contact in stand
LOCK/OFF of ACC om te
voorkomen dat de airbag
onnodig wordt geactiveerd.
•Laat alle reparaties aan
airbags door een officiële
HYUNDAI-dealer uitvoeren.

Page 78 of 540

2-62
Veiligheidssysteem van uw auto
1. Airbagmodule
2. Airbagsensor voor
3. Druksensor opzij (voor)*
4. Zijairbagsensor (achter)*
* : indien van toepassing
OOS037044/OOS037045/OOS037046/OOS037047/OOS037077

Page 79 of 540

2-63
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Voorwaarden voor activeren airbags
Airbags vóór
De frontairbags zijn ontworpen om
bij frontale aanrijdingen te worden
opgeblazen, afhankelijk van de
ernst, de snelheid of de hoek
waaronder de aanrijding plaatsvindt.
Zijairbags en curtain airbags
De airbags opzij (zijairbags en
curtain airbags) worden geactiveerd
bij een aanrijding van opzij, waarbij
rekening wordt gehouden met de
kracht van de botsing, de botshoeken de zijdelingse snelheid. De bestuurders- en voorpassagiers
-
airbag zijn weliswaar ontworpen om
bij frontale aanrijdingen te worden
opgeblazen, ze kunnen ook bij
andere aanrijdingen, waarbij een
bepaalde vertraging in de
lengterichting wordt waargenomen
door de sensoren voor, worden
opgeblazen. De zijairbags en curtain
airbags zijn ontworpen voor
zijdelingse aanrijdingen, maar
kunnen ook bij andere aanrijdingen,
waarbij een bepaalde vertraging in
de dwarsrichting wordt
waargenomen door de sensoren
opzij, worden opgeblazen.
De zijairbags en curtain airbags zijn
zo ontworpen dat ze worden
opgeblazen wanneer door een
rollover-sensor wordt waargenomen
dat de auto over de kop slaat (indien
voorzien van een rollover-sensor).
De airbags kunnen ook worden
geactiveerd als de auto zware stoten
ondervindt bij het rijden op zeer
slechte wegen. Rijd daarom
voorzichtig op slechte wegen.
OOS037050
OOS037041
OOS037049

Page 81 of 540

2-65
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Bij een aanrijding op een helling of
onder een hoek kan de kracht van de
aanrijding de inzittenden in een
bepaalde richting verplaatsen, waar
de airbags geen extra bescherming
zouden bieden, een reden waaromde sensoren de airbags daarom ook
niet activeren.Net voor een aanrijding remmen
bestuurders vaak sterk af. Door zo
sterk af te remmen, zakt de voorzijde
van de auto in, waardoor deze
gemakkelijker onder een voertuig
met een grotere grondspeling zou
kunnen schieten. De airbags worden
in een dergelijke situaties soms niet
geactiveerd omdat de deceleratie die
door de sensoren gemeten wordt,
lager is dan de deceleratie die zou
worden gemeten als de auto niet
onder de voorligger zou schuiven.Als de auto over de kop slaat, bieden
de airbags vóór geen extra
bescherming. Ze worden dan ook
niet geactiveerd.
Informatie
• Auto's uitgerust met rollover-sensor De zijairbags en curtain airbags
kunnen worden geactiveerd als de
auto over de kop slaat, wanneer dit
door de rollover-sensor wordt
gedetecteerd.
• Auto's zonder rollover-sensor De zijairbags en/of curtain airbags,
indien aanwezig, kunnen worden
opgeblazen als de auto bij een
aanrijding van opzij over de kop
slaat.
i
OTL035069OTL035068OOS037055

Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 ... 60 next >