radio MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 312 of 759

xEen voertuig dat door de
parkeergarage rijdt of een
voetganger die op het trottoir
loopt in het gebied rondom uw
auto.
xNadat links- of rechtsaf is
afgeslagen, is er sprake van een
tegenligger.
xWanneer u een naderend voertuig
passeert.
xEen voertuig dat uw auto inhaalt
terwijl u stilstaat.
xUw auto bevindt zich in een
gebied waar krachtige radiogolven
of elektrische ruis kan optreden,
zoals in de buurt van een
televisietoren of energiecentrale.
xOnder de volgende omstandigheden
kan de voorste zijradarsensor geen
naderende voertuigen bespeuren of
kunnen deze moeilijk bespeurd
worden en werkt het systeem
mogelijk niet naar behoren.
xHet detectiegebied van de voorste
zijradarsensor wordt gehinderd
door een nabije muur of voertuig.
xDirect nadat het systeem in
werking is gesteld.
xOntvangststoring door een
radarsensor op een voertuig in de
buurt.
xHet naderende voertuig heeft één
van de volgende vormen.
a) De carrosserie van het voertuig
is extreem klein.
b) De hoogte van de auto is
buitengewoon klein of groot.
c) Een speciaal voertuigtype met
een vreemde vorm.
xEen voertuig dat plotseling van de
voorzijde of de zijkant het
detectiegebied binnenkomt.
xEen stilstaand voertuig dat
plotseling gaat rijden.
xMeerdere objecten bewegen
tegelijkertijd.
xTijdens het rijden onder slechte
weersomstandigheden, zoals
hevige regen, mist, sneeuw of
zandstormen.
xBij het rijden in scherpe bochten of
op hobbelige wegen.
xEr bevindt zich direct naast uw
auto een voorwerp dat de
radiogolven van de radar
weerkaatst, zoals een geparkeerd
voertuig, een vangrail of een muur.
xEen voertuig dat tijdens het afslaan
nadert (zoals op een rotonde)
xDe auto rijdt met een
buitengewoon lage snelheid.
xIn de volgende gevallen laat het
systeem de i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje branden en
wordt de werking van het systeem
stopgezet. Laat de auto zo spoedig
mogelijk door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) controleren als
de i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje blijft branden.
xEr heeft zich een probleem met het
systeem voorgedaan.
xDe voorste zijradarsensor
installatiepositie is sterk gewijzigd.
xEr heeft zich een grote hoeveelheid
sneeuw of ijs verzameld op de
voorbumper nabij een voorste
zijradarsensor.
xDe temperatuur in de buurt van de
radarsensoren is buitengewoon
hoog als gevolg van het langdurig
rijden op hellingen tijdens de
zomer.
xDe accuspanning is afgenomen.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-142

Page 313 of 759

xDe voorste zijradarsensor van het
Vooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA) is onderhevig aan de
betreffende radiogolfbepalingen
van het land waarin met de auto
wordt gereden. Wanneer het
systeem in het buitenland wordt
gebruikt, dan kan het zijn dat het
systeem moet worden
uitgeschakeld.
Zie Voorste zijradarsensor op
pagina 4-248.
▼Buiten werking stellen van
vooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA)
Het vooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA) kan buiten werking worden
gesteld.
x(Als alleen het
vooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA) wordt uitgeschakeld)
Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
x(Als het
vooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA) wordt uitgeschakeld door de
i-ACTIVSENSE schakelaar te
bedienen)
Zie i-ACTIVSENSE schakelaar op
pagina 4-112.
OPMERKING
Als het contact uit wordt gezet terwijl u
het systeem met de i-ACTIVSENSE
schakelaar heeft geannuleerd, wordt
het systeem de volgende keer dat het
contact op ON wordt gezet,
automatisch ingeschakeld. Als het
systeem echter wordt geannuleerd via
de gebruikersinstellingen, dan wordt
het systeem niet automatisch
ingeschakeld.
Rear Cross Traffic Alert
(RCTA)
*
▼Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA)
Het achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) is bedoeld om de bestuurder
tijdens het achteruitrijden te assisteren
bij het controleren van het gebied aan
de linker- en rechterachterzijde van uw
auto door de bestuurder te
waarschuwen voor de aanwezigheid
van voertuigen die vanaf de achterzijde
naderen.
Het achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) bespeurt voertuigen die tijdens
het achteruitrijden uit een
parkeerruimte vanaf de linkerachter-,
rechterachter- en achterzijde van uw
auto naderen en waarschuwt de
bestuurder voor mogelijk gevaar met
behulp van de dodehoekmonitor
(BSM) waarschuwingsindicatielampjes
en de waarschuwingszoemer.
1. Uw auto
2. Detectiegebieden
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.4-143

Page 315 of 759

OPMERKING
xHet systeem kan onder de volgende
omstandigheden worden
geactiveerd, zelfs wanneer er geen
voertuig nadert:
xEr bevindt zich direct naast uw
auto een voorwerp dat de
radiogolven van de radar
weerkaatst, zoals een geparkeerd
voertuig, een vangrail of een muur.
xEen voertuig dat van linksachter of
rechtsachter nadert, remt af.
xEen voertuig dat van linksachter of
rechtsachter nadert, slaat recht
voor uw auto rechtsaf of linksaf.
xEen voertuig dat uw auto inhaalt
terwijl u stilstaat.
xUw auto bevindt zich in een
gebied waar krachtige radiogolven
of elektrische ruis kan optreden,
zoals in de buurt van een
televisietoren of energiecentrale.
xIn de volgende gevallen gaat de
i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje branden en
wordt de werking van het systeem
stopgezet. Laat de auto zo spoedig
mogelijk door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) controleren als
de i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje blijft branden.
xEr heeft zich een probleem in het
systeem voorgedaan, inclusief de
dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingsindicatielampjes.
xEr is een grote afwijking ontstaan in
de montagepositie van een
achterste zijradarsensor.
xEr heeft zich een grote hoeveelheid
sneeuw of ijs verzameld op de
achterbumper nabij een achterste
zijradarsensor.
xRijden gedurende langere
perioden op met sneeuw bedekte
wegen.
xDe temperatuur in de buurt van de
radarsensoren is buitengewoon
hoog als gevolg van het langdurig
rijden op hellingen tijdens de
zomer.
xDe accuspanning is afgenomen.xOnder de volgende omstandigheden
kan de achterste zijradarsensor geen
naderende voertuigen bespeuren of
kunnen deze moeilijk bespeurd
worden en werkt het systeem
mogelijk niet naar behoren.
xDe rijsnelheid bij het
achteruitrijden is ongeveer 15
km/h of hoger.
xHet detectiegebied van de
achterste zijradarsensor wordt
gehinderd door een nabije muur of
geparkeerd voertuig. (Rijd
achteruit tot een plaats waar het
detectiegebied van de radarsensor
niet meer gehinderd wordt.)
1. Uw auto

Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-145

Page 316 of 759

xEr nadert een voertuig direct vanaf
de achterzijde van uw auto.
1. Uw auto

xDe auto staat op een helling
geparkeerd.
1. Uw auto

xDirect nadat het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) in werking is gesteld via de
gebruikersinstellingen.
xOntvangststoring door een
radarsensor op een voertuig dat
dichtbij is geparkeerd.
xIn de volgende gevallen kan het
moeilijk zijn de dodehoekmonitor
(BSM)
waarschuwingsindicatielampjes die
op de portierspiegels zijn
aangebracht te zien branden/
knipperen.
xDe portierspiegels zijn bedekt met
sneeuw of ijs.
xWanneer de voorportierruit
beslagen is of bedekt is met
sneeuw, ijs of modder.
xSchakel het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) uit wanneer u een aanhanger
trekt of wanneer u hulpuitrusting
zoals een fietsdrager aan de
achterzijde van de auto hebt
geïnstalleerd. Anders zullen de
radiogolven die door de radar
worden uitgezonden geblokkeerd
raken waardoor het systeem niet
meer normaal zal functioneren.
xDe achterste zijradarsensor van het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) is onderhevig aan de
betreffende radiogolfbepalingen van
het land waarin met de auto wordt
gereden. Wanneer het systeem in het
buitenland wordt gebruikt, dan kan
het zijn dat het systeem moet
worden uitgeschakeld.
Zie Achterste zijradarsensor op
pagina 4-249.
xWanneer een originele Mazda
trekhaak wordt gebruikt, dan wordt
het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) automatisch uitgeschakeld.
▼Buiten werking stellen van
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA)
Het achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) kan buiten werking worden
gesteld.
x(Als alleen het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) wordt uitgeschakeld)
Zie de sectie Instellingen in het
Mazda Connect instructieboekje.
x(Als het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) wordt uitgeschakeld door de
i-ACTIVSENSE schakelaar te
bedienen)
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-146

Page 377 of 759

xEen voertuig dat uit de
tegengestelde richting nadert op
een steile helling.
1. Uw auto

xDirect nadat het SBS-RC systeem
in werking is gesteld via de
gebruikersinstellingen.
xOntvangststoring door een
radarsensor op een voertuig dat
dichtbij is geparkeerd.
xSchakel het SBS-RC systeem uit
wanneer u een aanhanger trekt of
wanneer u hulpuitrusting zoals een
fietsdrager aan de achterzijde van de
auto hebt geïnstalleerd. Anders
zullen de radiogolven die door de
radar worden uitgezonden
geblokkeerd raken waardoor het
systeem niet meer normaal zal
functioneren.
xIn de volgende gevallen is het
mogelijk dat een achterste radar en
achtercamera iets abusievelijk als
een doelobstakel bespeuren, wat tot
gevolg kan hebben dat het SBS-RC
systeem in werking treedt.
xHangende gordijnen, poortpalen,
zoals bij tolpoorten en
spoorwegovergangen.
xBij het rijden nabij objecten zoals
gebladerte, geluidswanden,
voertuigen, muren en hekken langs
wegen.
xBij het offroad rijden op plaatsen
met gras en hooi.
xBij het rijden door lage poorten,
smalle poorten, autowasinstallaties
en tunnels.
xEr wordt een aanhanger getrokken.xEen heldere lichtbron, zoals
zonlicht, valt op de achtercamera.
xDe omgeving is donker.x(Handgeschakelde versnellingsbak)
Als de auto door de werking van het
SBS-RC systeem tot stilstand wordt
gebracht en het koppelingspedaal
niet wordt ingetrapt, stopt de motor.
xWanneer het systeem in werking is,
wordt de gebruiker op de hoogte
gesteld door de
multi-informatiedisplay.
xWanneer het SBS-RC systeem rem in
werking is, klinkt met tussenpozen
de botsingwaarschuwingszoemer.
xAls de auto door de werking van het
SBS-RC systeem tot stilstand is
gebracht en het rempedaal niet
wordt ingetrapt, getoond in meter
“Noodremwerking geactiveerd. Trap
rempedaal in om stil te blijven
staan”, wordt het SBS-RC systeem
rem na ongeveer 2 seconden
automatisch vrijgezet.
xWanneer een originele Mazda
trekhaak wordt gebruikt, dan wordt
het SBS-RC systeem automatisch
uitgeschakeld.
▼Waarschuwing voor botsing
Wanneer er een kans bestaat op een
botsing , is onafgebroken het
botsingswaarschuwingsgeluid
hoorbaar en wordt een waarschuwing
getoond op de Active Driving Display
en de multi-informatiedisplay.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-207

Page 415 of 759

xAls er duidelijk barsten of
beschadiging als gevolg van
bijvoorbeeld steenslag op de
voorruit zichtbaar zijn, de voorruit
altijd laten vervangen. Raadpleeg
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) voor vervanging.
xDe vooruitrijcamera (FSC) herkent
voetgangers wanneer aan alle
onderstaande voorwaarden is
voldaan:
xDe lengte van een voetganger is
ongeveer 1 tot 2 meter.
xContouren, zoals die van het
hoofd, beide schouders of benen
kunnen worden bepaald.
xIn de volgende gevallen bestaat de
kans dat de vooruitrijcamera (FSC)
doelobjecten niet correct kan
bespeuren:
xEr lopen meerdere voetgangers of
groepen van personen.
xEen voetganger bevindt zich nabij
een afzonderlijk object.
xEen voetganger is gehurkt, zit of
ligt.
xEen voetganger springt plotseling
de weg op, vlak voor de auto.
xEen voetganger opent een paraplu,
of draagt een groot stuk bagage of
grotere voorwerpen.
xEen voetganger bevindt zich op
een donkere plek, zoals bij avond,
of is moeilijk te onderscheiden van
de achtergrond doordat zijn
kleding overeenkomt met de kleur
van de achtergrond.
Voorste radarsensor*
▼Voorste radarsensor
Uw auto is uitgerust met een voorste
radarsensor.
De volgende systemen maken
eveneens gebruik van de voorste
radarsensor.
xDistance & Speed Alert (DSA)xMazda Radar Cruise Control
(MRCC)
xMazda Radar Cruise Control met
Stop & Go-functie (MRCC met Stop
& Go-functie)
xCruising & Traffic Support (CTS)xSmart Brake Support (SBS)
De voorste radarsensor zendt
radiogolven uit die op hun beurt
weerkaatst worden door een
voorliggend voertuig of een obstakel.
De voorste radarsensor is gemonteerd
achter het voorembleem.
1. Voorste radarsensor

Als “Veiligheids- en bestuurdershulp-
systemen tijdelijk uitgeschakeld.
Voorste radar is bedekt. Rijd
voorzichtig.” wordt getoond op de
multi-informatiedisplay van de
instrumentengroep, het gedeelte
rondom de voorste radarsensor
reinigen.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.4-245

Page 416 of 759

OPGELET
Neem voor de juiste werking van elk
van de systemen de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
¾Breng geen stickers aan (inclusief
doorzichtige stickers) op de
buitenkant van de radiateurgrille en
het voorembleem in en rondom de
voorste radarsensor en vervang de
radiateurgrille en het voorembleem
niet door een product dat geen
origineel product is dat bestemd is
voor gebruik met de voorste
radarsensor.
¾De voorste radarsensor omvat een
functie voor het bespeuren van
verontreiniging van de voorzijde van
de radarsensor en het informeren
van de bestuurder. Echter afhankelijk
van de omstandigheden kan de
detectie van de verontreiniging enige
tijd duren en bestaat de kans dat
plastic zakken, ijs of sneeuw niet
bespeurd worden. In dit geval is het
mogelijk dat het systeem niet correct
functioneert. Houd de voorste
radarsensor dus altijd schoon.
¾Installeer geen grillebeschermplaat.
¾Als het voorste gedeelte van de auto
bij een botsing beschadigd is
geraakt, bestaat de kans dat de
voorste radarsensor uit zijn positie is
verschoven. Zet het systeem
onmiddellijk stop en laat de auto
altijd door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) inspecteren.
¾Gebruik de voorbumper niet om
tegen andere voertuigen of obstakels
te duwen, zoals bij het wegrijden uit
een parkeerruimte. Anders bestaat
de kans dat tegen de voorste
radarsensor wordt gestoten en dat
de positie ervan gaat afwijken.
¾De voorste radarsensor niet
verwijderen, demonteren of
wijzigen.
¾Neem voor reparaties, vervangen van
onderdelen of spuitwerk rondom de
voorste radarsensor contact op met
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur).
¾Geen wijzigingen aan de vering
aanbrengen. Als er wijzigingen aan
de vering worden aangebracht, kan
dit de hoogte van de auto
veranderen en bestaat de kans dat
de voorste radarsensor het
voorliggende voertuig of een
obstakel niet correct kan bespeuren.
OPMERKING
xOnder de volgende omstandigheden
bestaat de kans dat de voorste
radarsensor voorliggende voertuigen
of obstakels niet correct kan
bespeuren en dat de systemen niet
normaal functioneren.
xDe radiogolven worden door de
achterzijde van een voorliggend
voertuig niet effectief weerkaatst,
zoals bij een ongeladen aanhanger
of een auto met een laadbak die
door een canvaszeil is afgedekt,
voertuigen met een achterklep van
hard plastic en voertuigen met
ronde vormen.
xVoorliggende voertuigen die laag
zijn met dus een kleiner gebied
voor het weerkaatsen van
radiogolven.
xHet uitzicht wordt verminderd als
gevolg van het opspatten van
water, sneeuw of zand van de
banden van een voorliggend
voertuig op uw voorruit.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-246

Page 417 of 759

xWanneer de bagageruimte
beladen is met zware voorwerpen
of de achterpassagierszittingen
bezet zijn.
xIJs, sneeuw of verontreiniging op
de voorzijde van het voorembleem
aanwezig is.
xTijdens slechte
weersomstandigheden, zoals
regen, sneeuw of zandstormen.
xBij het rijden in de buurt van
installaties of voorwerpen die
krachtige radiogolven uitzenden.
xOnder de volgende omstandigheden
is het mogelijk dat de voorste
radarsensor voorliggende voertuigen
of obstakels niet kan bespeuren.
xHet begin en het einde van een
bocht.
xContinu bochtige wegen.xWegen met smalle rijstroken als
gevolg van wegwerkzaamheden of
afgesloten rijstroken.
xHet voorliggende voertuig komt in
de dode hoek van de radarsensor.
xHet voorliggende voertuig rijdt
abnormaal als gevolg van een
ongeluk of schade.
xWegen met herhaalde op- en
aflopende hellingen.
xRijden op slechte wegen of
onverharde wegen.
xDe afstand tussen uw auto en het
voorliggende voertuig is
buitengewoon kort.
xEen voertuig komt plotseling
dichtbij zoals bij het snijden in uw
rijstrook.
xGebruik om onjuiste werking van het
systeem te voorkomen banden van
dezelfde voorgeschreven maat,
fabrikant, merk en profiel op alle vier
wielen. Bovendien geen banden met
duidelijk zichtbaar verschillende
slijtagepatronen of
bandenspanningen op dezelfde auto
gebruiken (inclusief het
noodreservewiel).
xAls de accucapaciteit zwak is,
bestaat de kans dat het systeem niet
correct functioneert.
xBij het rijden op wegen met weinig
verkeer en weinig voorliggende
voertuigen of obstakels voor de
voorste radarsensor om te
bespeuren, bestaat de kans dat
“Veiligheids- en bestuurdershulp-
systemen tijdelijk uitgeschakeld.
Voorste radar is bedekt. Rijd
voorzichtig.” tijdelijk wordt getoond.
Dit duidt echter niet op een
probleem.
xDe radarsensoren zijn onderhevig
aan de betreffende
radiogolfbepalingen van het land
waarin met de auto wordt gereden.
Als de auto in het buitenland wordt
gebruikt, is er mogelijk goedkeuring
vereist van het land waarin met de
auto wordt gereden.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-247

Page 418 of 759

Voorste zijradarsensor*
▼Voorste zijradarsensor
Uw auto is uitgerust met een voorste
zijradarsensor. De volgende systemen
maken eveneens gebruik van de
voorste zijradarsensor.
xVooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA)
De voorste zijradarsensor detecteren
de radiogolven die door de
radarsensoren worden uitgezonden en
op hun beurt weerkaatst worden door
een voertuig dat aan de voorzijde voor
nadert of door een obstakel.
1. Voorste zijradarsensor

De voorste zijradarsensoren zijn
geïnstalleerd in de voorbumper, één
aan elke kant.
Houd het oppervlak van de
voorbumper in de buurt van de voorste
zijradarsensoren altijd schoon zodat de
sensoren normaal kunnen
functioneren. Breng ook geen
voorwerpen zoals stickers aan.
Zie Verzorging van de carrosserie op
pagina 6-60.
OPGELET
Als de voorbumper aan een zware
schok wordt blootgesteld, is het
mogelijk dat het systeem niet meer
normaal functioneert. Zet het systeem
onmiddellijk stop en laat de auto door
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) inspecteren.
OPMERKING
xHet detectievermogen van de
voorste zijradarsensor is beperkt. In
de volgende gevallen bestaat de kans
dat het detectievermogen is
verminderd en dat het systeem niet
normaal functioneert.
xDe voorbumper in de buurt van de
voorste zijradarsensor is vervormd
geraakt.
xSneeuw, ijs of modder heeft zich
vastgezet op de voorste
zijradarsensor op de voorbumper.
xBij slechte weersomstandigheden,
zoals regen, sneeuw en mist.
xOnder de volgende omstandigheden
kan de voorste zijradarsensor geen
doelobjecten bespeuren of kunnen
deze moeilijk bespeurd worden.
xKleine motorfietsen, fietsen,
voetgangers, dieren, winkelwagens
en stilstaande objecten op of langs
de weg.
xVoertuigen met vormen die
radargolven niet goed
weerkaatsen, zoals lege opleggers
met een lage voertuighoogte en
sportauto's.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-248*Bepaalde modellen.

Page 419 of 759

xBij het verlaten van de fabriek is bij
alle voertuigen de richting van de
voorste zijradarsensor afgesteld voor
een voertuig in beladen toestand,
zodat de voorste zijradarsensor
naderende voertuigen correct
kunnen bespeuren. Laat de auto
door een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) laten inspecteren
als de richting van de voorste
zijradarsensor om een bepaalde
reden is afgeweken.
xRaadpleeg een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) voor reparatie of
vervanging van de voorste
zijradarsensor, of bumperreparaties,
lakherstellingen en vervanging van
onderdelen in de buurt van de
radarsensoren.
xDe radarsensoren zijn onderhevig
aan de betreffende
radiogolfbepalingen van het land
waarin met de auto wordt gereden.
Als de auto in het buitenland wordt
gebruikt, is er mogelijk goedkeuring
vereist van het land waarin met de
auto wordt gereden.
Achterste zijradarsensor*
▼Achterste zijradarsensor
Uw auto is uitgerust met een achterste
zijradarsensor. De volgende systemen
maken eveneens gebruik van de
achterste zijradarsensor.
xDodehoekmonitor (BSM)xAchteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA)
xSmart Brake Support [Rear Crossing]
(SBS-RC)
De achterste zijradarsensoren zendt
radiogolven uit en detecteert
radarsensoren die worden weerkaatst
worden door een voertuig dat van
achteren nadert of door een obstakel.
1. Achterste zijradarsensor

De achterste zijradarsensoren zijn
geïnstalleerd in de achterbumper, één
aan elke kant.
Houd het oppervlak van de
achterbumper in de buurt van de
achterste zijradarsensoren altijd
schoon zodat de sensoren normaal
kunnen functioneren. Breng ook geen
voorwerpen zoals stickers aan.
Zie Verzorging van de carrosserie op
pagina 6-60.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.4-249

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 next >