ABS MAZDA MODEL MX-5 RF 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 312 of 663

4–152
Tijdens het rijden
Bandenspanningcontrolesysteem
*Bepaalde modellen.
Bandenspanningcontrolesysteem (Voertuig met
conventionele banden)
*
Het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) controleert de bandenspanning van alle
vier banden. Als de bandenspanning van één of meerdere banden te laag is, waarschuwt
het systeem de bestuurder door middel van het waarschuwingslampje van het
bandenspanningcontrolesysteem in de instrumentengroep en een pieptoon. Het systeem
controleert de bandenspanning indirect op basis van de gegevens die door de ABS
wielsnelheidssensors worden verzonden.
Om het systeem correct te kunnen laten werken, dient het systeem met de voorgeschreven
bandenspanning (waarde op bandenspanningslabel) geïnitialiseerd te worden. Volg de
procedure en voer de initialisatie uit.
Zie Initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem op pagina 4-155 .
Het waarschuwingslampje gaat knipperen als het systeem defect is.
Zie Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampjes op pagina 4-46 .
ABS wielsnelheidssensor


Page 323 of 663

4–163
Tijdens het rijden
Parkeersensorsysteem
OPMERKING
  Breng geen accessoires aan binnen het detectiebereik van de sensoren. Dit kan de
werking van het systeem hinderen.
  Afhankelijk van de soort hindernis en de omgevingscondities, kan het detectiebereik
van een sensor verminderd worden, of bestaat de kans dat de sensoren de hindernissen
niet kunnen opsporen.
  Het is mogelijk dat het systeem onder de volgende omstandigheden niet normaal
werkt:
 


 Wanneer zich modder, ijs of sneeuw aan het sensorgedeelte heeft vastgehecht
(wanneer dit wordt verwijderd, werkt het systeem weer normaal).
 


 Wanneer het sensorgedeelte is bevroren (wanneer het ijs ontdooid is, werkt het
systeem weer normaal).
 


 Wanneer de sensor met een hand wordt afgedekt.



 Wanneer de sensor aan een krachtige schok is blootgesteld.



 Wanneer de auto buitengewoon scheef staat.



 Onder buitengewoon hete of koude weersomstandigheden.



 Wanneer er met de auto over oneffenheden, op hellingen of op onverharde of met
gras bedekte wegen wordt gereden.
 


 Alles dat in de buurt van de auto ultrageluid voortbrengt, zoals de claxon van
een andere auto, het motorgeluid van een motor¿ ets, het luchtremgeluid van een
vrachtwagen of de sensoren van een andere auto.
 


 Wanneer met de auto bij zware regenval wordt gereden of bij rijomstandigheden die
opspattend water veroorzaken.
 


 Wanneer een in de handel verkrijgbare staafantenne of een antenne voor
zendapparatuur in de auto is geïnstalleerd.
 


 Wanneer de auto in de richting gaat van een hoge of vierkante stoeprand.



 Wanneer de hindernis zich te dicht bij de sensor bevindt. 

 Hindernissen onder de bumper worden mogelijk niet opgespoord. Hindernissen
die lager zijn dan de bumper of smal zijn worden mogelijk in eerste instantie wel
opgespoord maar worden naarmate de auto de hindernis dichter nadert niet meer
opgespoord.
  Het is mogelijk dat de volgende soorten hindernissen niet opgespoord worden:




 Dunne voorwerpen zoals kabel of touw



 Materialen die geluidsgolven gemakkelijk absorberen zoals katoen of sneeuw



 Hoekvormige voorwerpen



 Bijzonder lange voorwerpen, en die welke breed zijn aan de bovenzijde



 Kleine, korte voorwerpen 

 Laat het systeem altijd inspecteren door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur als de bumpers een schok of stoot hebben gekregen, ook bij
een klein ongeluk. Als de sensoren een afwijking hebben, kunnen ze hindernissen niet
opsporen.


Page 520 of 663

6–56
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
18 A/C MAG 7,5 A Airconditioning
19 AT PUMP
H/L HI 20 A Transmissiebesturingssysteem
*
20 AT 15 A Transmissiebesturingssysteem *
21 D LOCK 25 A Centrale portiervergrendeling
22 H/L RH 20 A Koplamp (Rechts)
23
ENG
B2 7,5 A Motorbesturingssysteem
24 TAIL 20 A Lampen van achterlichten, kentekenplaatverlichting,
positielampen
25 DRL 15 A —
26 ROOM 25 A Plafondlamp
27 FOG 15 A —
28 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier
*
29 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achter *
30 HORN 15 A Claxon
31 H/L LH 20 A Koplamp (Links)
32 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
33 HAZARD 15 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers
34 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
35
ENG
B3 5 A —
36 WIPER 20 A Voorruitenwissers
37
CABIN
B 50 A Voor beveiliging van diverse circuits
38 — — —
39 — — —
40 ABS/DSC M 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
41 EVVT
A/R PUMP 20 A Motorbesturingssysteem
42 EVPS 30 A Rembesturingssysteem
43 FAN1 30 A Koelventilator
44 FAN2 40 A —
45 ENG.MAIN 40 A Motorbesturingssysteem
46 EPS 60 A Stuurbekrachtigingsysteem
47 DEFOG 30 A Achterruitverwarming
48 IG2 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
49 INJECTOR 30 A Motorbesturingssysteem
50 HEATER 40 A Airconditioning
51 — — —
52 — — —


Page 573 of 663

7–35
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
Signaal Waarschuwing
Waarschuwing van elektronisch
remkrachtverdelingssysteem
Als de stuureenheid van het elektronisch remkrachtverdelingssysteem
vaststelt dat bepaalde onderdelen niet goed functioneren, is het
mogelijk dat de stuureenheid het remwaarschuwingslampje en het ABS
waarschuwingslampje tegelijkertijd laat branden. Er is vermoedelijk een
probleem in het elektronisch remkrachtverdelingssysteem.
WAARSCHUWING
Rijd niet wanneer zowel het ABS waarschuwingslampje als het
remwaarschuwingslampje beide branden. Laat de auto naar een
deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
slepen om de remmen zo spoedig mogelijk te laten inspecteren:
Rijden terwijl het ABS waarschuwingslampje en
remwaarschuwingslampje tegelijkertijd branden is gevaarlijk.
Wanneer beide lampjes branden, kunnen de achterwielen tijdens een
noodstop sneller gaan blokkeren dan onder normale omstandigheden.
Laadsysteemwaarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampje
Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, geeft dit een
storing aan in de dynamo of in het laadsysteem.
Rijd naar de kant van de weg en breng de auto op een veilige plaats tot
stilstand. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur.
OPGELET
Wanneer het waarschuwingslampje van het laadsysteem brandt, niet met
de auto doorrijden omdat de motor plotseling zou kunnen stoppen.


Page 577 of 663

7–39
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing
Waarschuwingslampje van anti-
blokkeer remsysteem (ABS) Wanneer het ABS waarschuwingslampje van het ABS systeem tijdens het
rijden blijft branden, geeft dit aan dat de ABS besturingseenheid een defect
in het systeem vastgesteld heeft. In dat geval zal het remsysteem op dezelfde
wijze werken als bij een auto zonder ABS.
Als dit gebeurt, dient u zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur te raadplegen.
OPMERKING
Wanneer de motor met behulp van een hulpaccu gestart wordt,
is het toerental ongelijkmatig en is het mogelijk dat het ABS
waarschuwingslampje gaat branden. In dit geval is dit het gevolg van
een nagenoeg uitgeputte accu en duidt dit niet op een defect in het ABS
systeem.
Laad de accu.
Wanneer het ABS waarschuwingslampje brandt werkt het
rembekrachtigingsysteem niet.
Motorwaarschuwingslampje Als dit indicatielampje tijdens het rijden gaat branden, bestaat de kans dat er
een probleem met de auto is. Noteer de rijomstandigheden waarbij het lampje
begon te branden en raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur.
Het motorwaarschuwingslampje kan in de volgende gevallen gaan branden:
Wanneer er een probleem is met de elektrische installatie van de motor. Wanneer er een probleem is met het systeem van de uitlaatgasreiniging. Wanneer het niveau van de brandstof in de tank bijzonder laag is of wanneer
de tank nagenoeg leeg is.
De brandstoftankdop ontbreekt of is niet goed vastgedraaid.
Als het motorwaarschuwingslampje blijft branden of continu knippert, niet
met hoge snelheden rijden en zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur,
bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur raadplegen.
(Oranje)
i-stop waarschuwingslampje *
Wanneer het lampje brandt
De volgende gevallen kunnen duiden op een storing in het systeem. Laat
uw auto bij een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda
reparateur controleren.
Het lampje gaat niet branden wanneer het contact op ON wordt gezet. Het lampje blijft branden ook al is tijdens het draaien van de motor de i-stop
OFF schakelaar ingedrukt.
Wanneer het lampje knippert
Het lampje blijft knipperen als er een defect in het systeem is. Laat uw auto
bij een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
controleren.
(Oranje)
i-ELOOP indicatie/
waarschuwingslampje
*
De waarschuwingsindicatie/het waarschuwingslampje gaat branden als er een
defect is in het i-ELOOP systeem. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur.


Page 619 of 663

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.
Originele Mazda onderdelen en originele Mazda accessoires zijn speci¿ ek ontworpen voor
Mazda automobielen.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.


Page 652 of 663

10–2
Index
1
120 km/h waarschuwingszoemer ........ 7-58
A
Aanbevolen olie .................................. 6-18
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-5
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................. 4-112
Accu .................................................... 6-30
Inspectie van het niveau van het
accu-elektroliet .............................. 6-32
Laden ............................................. 6-33
Onderhoudspunt ............................ 6-32
Technische gegevens ....................... 9-4
Vernieuwen .................................... 6-33
Accu is uitgeput .................................. 7-22
Starten met een hulpaccu .............. 7-22
Achtermistlicht .................................... 4-77
Achterruitverwarming ......................... 4-85
Achterruit ...................................... 4-85
Spiegel ........................................... 4-86
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA).............................................. 4-129
Actieve motorkap
waarschuwingszoemer ........................ 7-55
Afmetingen ........................................... 9-6
Afsluitklep van brandstoftankdop
Wanneer de afsluitklep van de
brandstofvuldop niet kan worden
geopend ......................................... 7-28
Afstandbediende portiervergrendeling ... 3-4 Afstelbare snelheidsbegrenzer .......... 4-133
Activering/deactivering ............... 4-136
Afstelbare
snelheidsbegrenzerdisplay........... 4-134
Hoofdindicatielampje van afstelbare
snelheidsbegrenzer (oranje) ........ 4-135
Hoofdindicatie van afstelbare
snelheidsbegrenzer (wit) ............. 4-135
Indicatielampje van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-135
Instelindicatie van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-135
Instellen van het systeem ............ 4-138
Tijdelijk annuleren van het
systeem ........................................ 4-139
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ...................... 4-135
Airbagsystemen ................................... 2-39
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-33
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ....... 4-95
Anti-diefstal beveiligingssysteem ....... 3-61
Anti-wielspin regeling (TCS) ............. 4-96
TCS/DSC indicatielampje ............. 4-97
Asbak ................................................ 5-135
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-69
Audio-uit toets ............................... 5-70
Zoektoets ....................................... 5-69
Audio-installatie .................................. 5-15
Antenne ......................................... 5-15
Audiobedieningsschakelaar........... 5-68
Audioset [Type A (niet-
aanraakscherm)] ............................ 5-30
Audioset [Type B/Type C
(aanraakscherm)] ........................... 5-45
AUX/USB modus.......................... 5-70
Bedieningstips voor
audio-installatie ............................. 5-15


Page 662 of 663

The following information in Section 3, “Retractable Fastback Precautions” has
been added.
The added information is shaded.
Retractable Fastback Precautions
NOTE
To help prevent burglary or vandalism and to ensure that the passenger
compartment stays dry, close the roof and both windows securely and lock both
doors when leaving the vehicle.
1
Die folgenden Informationen im Abschnitt 3 “Vorsichtshinweise zum versenkbaren
Fastback” wurden hinzugefügt.
Die zusätzlichen Daten sind schattiert dargestellt.
Vorsichtshinweise zum versenkbaren Fastback
HINWEIS
Schließen Sie beim Verlassen des Fahrzeugs immer das Dach und die beiden
Fenster und verriegeln Sie beide Türen zum Schutz vor Diebstählen,
Vandalismus und Regen.
In Hoofdstuk 3, “Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van de inklapbare fastback” is
de volgende informatie toegevoegd.
De extra informatie wordt gearceerd aangegeven.
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van de inklapbare fastback
OPMERKING
Sluit het dak en beide ramen goed en vergrendel beide portieren wanneer u de
auto verlaat om inbraak en vandalisme te helpen voorkomen en om er voor te
zorgen dat het interieur in geval van een plotselinge regenbui niet nat wordt.

Page:   < prev 1-10 11-20