airbag OPEL CASCADA 2018.5 Gebruikershandleiding (in Dutch)
Page 125 of 275
Verlichting123Fout in adaptief rijlichtsysteemWanneer het systeem een storing in
het adaptief rijlichtsysteem herkent,
gaat het naar een vooraf ingestelde
positie om verblinding van tegenlig‐
gers te voorkomen. Indien dit niet
mogelijk is, zal de desbetreffende
koplamp automatisch worden uitge‐
schakeld. Eén koplamp zal in elk
geval blijven branden. U ziet een
waarschuwing op het Driver Informa‐ tion Centre.
Alarmknipperlichten
Om in te schakelen ¨ indrukken.
De alarmlichten worden automatisch
ingeschakeld wanneer de airbags bij
een ongeval in werking treden.
Richtingaanwijzershendel omhoog:rechter rich‐
tingaanwijzersig‐
naalhendel omlaag:linker richtingaan‐
wijzersignaal
Wanneer de hendel wordt verplaatst,
voelt u een weerstandspunt.
De richtingaanwijzer knippert onon‐
derbroken wanneer de hendel voorbij
het weerstandspunt wordt verplaatst.
Het knipperen stopt wanneer het
stuurwiel in tegengestelde richting
wordt gedraaid of wanneer de hendel met de hand wordt teruggezet in de
neutraalstand.
U kunt kortstondig knipperen door de
hendel net voor het weerstandspunt
vast te houden. De richtingaanwijzers
zullen dan knipperen totdat de hendel wordt losgelaten.
Druk kort op de hendel zonder het
weerstandspunt te passeren om drie
knippersignalen te geven.
Wanneer er een aanhangwagen is
aangekoppeld, knippert de richting‐
aanwijzer zes keer wanneer u de
hendel indrukt tot u een weerstand
voelt en u de hendel weer loslaat.
Page 127 of 275
Verlichting125Achteruitrijlichten
Het achteruitrijlicht gaat branden
wanneer het contact aanstaat en de auto in de achteruitversnelling staat.
Beslagen lampglazen De binnenkant van de lampenglazen
kan bij koud en vochtig weer, bij
hevige regen of na een wasbeurt
korte tijd beslaan. De condens
verdwijnt na korte tijd vanzelf, om dit
te versnellen de verlichting inschake‐
len.Binnenverlichting
Regelbare
instrumentenverlichting
Wanneer de rijverlichting aanstaat,
kunt u de lichtsterkte van de volgende lampen regelen:
● instrumentenverlichting
● sfeerverlichting
● plafondverlichting
● Info-Display
● verlichte schakelaars en bedie‐ ningselementen
Draai aan het kartelwiel A en houd dit
vast totdat de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Bij auto’s met een lichtsensor kan de
helderheid alleen worden aangepast
wanneer de rijverlichting aanstaat en
de lichtsensor nachtelijke omstandig‐
heden detecteert.
Binnenverlichting
De voorste en achterste interieurver‐
lichting worden bij het in- en uitstap‐
pen vanzelf ingeschakeld en doven
met enige vertraging.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Page 148 of 275
146Rijden en bediening30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te
beschermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags
worden geactiveerd, wordt de motor automatisch uitgeschakeld als het
voertuig binnen een bepaalde tijd tot
stilstand komt.
Uitlaatgassen9 Gevaar
Motoruitlaatgassen bevatten het
giftige en bovendien kleur- en
geurloze koolmonoxide dat bij
inademen levensgevaarlijk kan zijn.
Wanneer uitlaatgassen in de
passagiersruimte dringen, de
ruiten openen. Oorzaak van de
storing door een werkplaats laten
verhelpen.
Niet met een geopende achterklep
rijden, aangezien er dan uitlaat‐
gassen de passagiersruimte
binnen kunnen dringen.
Uitlaatfilter
Het uitlaatfilter is een partikelfilter
voor diesel- en benzinemotoren.
Automatische regeneratie
Het uitlaatfilter verwijdert schadelijke
roetdeeltjes uit de uitlaatgassen. Het
systeem heeft een zelfreinigende
functie die tijdens het rijden automa‐
tisch wordt geactiveerd, zonder dat
hier een bericht over verschijnt. Het
filter wordt geregenereerd door
achtergebleven roetdeeltjes perio‐
diek bij een hoge temperatuur te
verbranden. Dit proces vindt in
bepaalde rijomstandigheden automa‐ tisch plaats en kan tot 25 minuten
duren. Doorgaans neemt dit tussen
zeven en twaalf minuten in beslag.
Autostop is niet beschikbaar en het
brandstofverbruik ligt mogelijk hoger.
Enige geur- en rookontwikkeling
tijdens deze procedure is normaal.
Systeem moet worden gereinigd In bepaalde omstandigheden, zoals
bij korte ritten, kan het systeem zich‐
zelf niet automatisch reinigen.
Wanneer het filter gereinigd moet
worden, maar de recente rijomstan‐
digheden geen automatische reini‐
ging toelieten, wordt dit aangegeven
Page 215 of 275
Verzorging van de auto213Nr.Stroomkring19Elektrische ruitbediening voorin20Elektrische ruitbediening
achterin21Centrale elektrische eenheid,
achter22Grootlicht links (halogeen)23Koplampsproeiers24Rechter dimlicht (xenon)25Linker dimlicht (xenon)26Mistlampen27Verwarming dieselbrandstof28Start-stopsysteem29Elektrische handrem30ABS-pomp31–32Airbag33Adaptief rijlicht (AFL), automati‐
sche verlichting34Uitlaatgasrecirculatie35Elektrisch bediende ruiten,
regensensor, buitenspiegelNr.Stroomkring36Verwarming en ventilatie37–38Vacuümpomp39Regelmodule brandstofsysteem40Wis-/wasinstallatie voor41Grootlicht rechts (halogeen)42Koelventilator43Voorruitwissers44–45Koelventilator46–47Claxon48Koelventilator49Brandstofpomp50Koplamphoogteregeling, adap‐
tief rijlicht (AFL)51–52Hulpverwarming, dieselmotorNr.Stroomkring53Transmissieregelmodule,
motorregelmodule54Vacuümpomp, instrumenten‐
groep, verwarming, ventilatie en
airco
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Wanneer u de klep van de zekering‐
houder niet goed sluit, kunnen er
storingen optreden.
Page 217 of 275
Verzorging van de auto215Nr.Stroomkring15Airbag16Kofferdekselrelais17Airconditioningssysteem18Servicediagnose19Carrosserieregelmodule,
remlichten, achterlichten, interi‐
eurverlichting20–21Instrumentenpaneel22Ontstekingssysteem23Carrosserieregelmodule24Carrosserieregelmodule25–26Extra 12 V-aansluiting kofferbak
Zekeringenkast in
bagageruimte
De zekeringenkast zit links in de
bagageruimte achter een deksel.
Verwijder het deksel.
Toewijzingen van de zekeringen
Nr.Stroomkring1Regelmodule sofftop, elektri‐
sche rail rechts2–3Park Pilot4Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie5–6–7Elektrisch verstelbare stoel8Regelmodule sofftop9Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie10Systeem voor selectieve kataly‐
satorreductie11Aanhangermodule, banden‐
spanningscontrole en achteruit‐
kijkcamera12Regelmodule sofftop, achter‐
lichten13–14Achterbank elektrisch neerklap‐
baar
Page 267 of 275
Klantinformatie265De volgende informatie wordt,
bijvoorbeeld, opgeslagen:
● bedieningsstatus van systeem‐ componenten (bijv. vloeistofpeil,
bandenspanning, accustatus),
● ladingsgraad van de hoogspan‐ ningsaccu, geschatte actieradius(bij elektrische voertuigen),
● storingen en gebreken in belang‐
rijke systeemcomponenten (bijv. verlichting, remmen),
● systeemreacties in bepaalde rijs‐
ituaties (bijv. triggering van een
airbag, activering van de stabili‐ teitsregelingen),
● informatie over gebeurtenissen die tot schade aan de auto
hebben geleid.
In speciale gevallen (bijv. als de auto
een storing heeft gedetecteerd),
moeten mogelijk gegevens worden
opgeslagen die anders vluchtig van
aard zijn.
Wanneer u gebruikmaakt van dien‐
sten, zijn de bedieningsgegevens
samen met het chassisnummer uit te
lezen en indien nodig te gebruiken.
Personeel werkzaam binnen hetservicenetwerk (bijv. garages, fabri‐
kanten) of derde partijen (bijv. pech‐
hulpverleners) kunnen de gegevens
uitlezen aan de auto. Tot dergelijke
services worden gerekend reparatie‐ werkzaamheden, onderhoudsproce‐
dures, garantieafwikkeling en kwali‐
teitsborgingsmaatregelen.
Gegevens worden doorgaans uitge‐
lezen in de auto via de OBD-aanslui‐
ting (On-Board Diagnostics) zoals
wettelijk voorgeschreven. De uitgele‐
zen bedieningsgegevens documen‐
teren de technische conditie van de
auto of afzonderlijke componenten en helpen om storingen op te sporen, te
voldoen aan garantievoorwaarden en
de kwaliteit te verhogen. Deze gege‐ vens, in het bijzonder informatie over
de belasting van componenten, tech‐ nische gebeurtenissen, bedienings‐fouten en andere storingen, worden
samen met het chassisnummer door‐
gegeven aan de fabrikant, als dat
nodig mocht zijn. De fabrikant is
tevens onderworpen aan produc‐
taansprakelijkheid. De fabrikant heeft mogelijk ook bedieningsgegevens
van auto's nodig voor terugroepac‐
ties.Foutcodegeheugens in de auto zijn te
resetten door een servicebedrijf in het
kader van onderhoud of reparatie.
Comfort- en infotainmentfuncties Comfortinstellingen en persoonlijke
instellingen zijn in de auto op te slaan
en op ieder gewenst moment te wijzi‐ gen.
Afhankelijk van het desbetreffende
uitrustingsniveau, zijn dergelijke
gegevens:
● instellingen voor de positie van stoelen en stuurwiel,
● instelling van het chassis en de airconditioning,
● persoonlijke instellingen zoals die voor de binnenverlichting.
U kunt uw eigen gegevens invoeren
in de infotainmentfuncties van uw
auto bij het gebruik van bepaalde
functies.
Page 270 of 275
268TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............242, 247
Aanduidingen op banden ..........218
Aanhanger trekken ....................190
Aansteker .................................... 84
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 196
Accu ........................................... 201
Achterlichten .............................. 207
Achterruitverwarming ................... 35
Achteruitkijkcamera ...................178
Achteruitrijlichten .......................125
Actieve hoofdsteunen ...................47
Adaptief rijlicht (AFL) .........119, 205
Adaptive Forward Lighting ...........96
AdBlue .................................. 94, 148
Afmetingen auto ........................252
Afslagverlichting ......................... 119
Airbag deactiveren ....................... 64 Airbag-deactivering ...................... 91
Airbaglabel.................................... 59
Airbags, gordelspanners en rolbeugels.................................. 91
Airbagsysteem ............................. 59
Airconditioning ........................... 130
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 138
Alarmknipperlichten ...................123
Algemene informatie .................. 190Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 140
Andere auto slepen ...................236
Antiblokkeersysteem .................156
Antiblokkeersysteem (ABS) .........93
Armsteun ...................................... 54
Armsteun met opbergruimte ........72
Asbakken ..................................... 84
Autogegevens ............................ 247
Autokrik....................................... 216
Automatische dimfunctie .............31
Automatische verlichting ............ 116
Automatische versnellingsbak ...151
Automatisch vergrendelen ...........25
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 235
Auto stallen ................................. 196
Autostop ..................................... 142
B Bagageruimte ........................ 25, 73
Bandenreparatieset ...................224
Bandenspanning .......................221
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 94, 218
Bandenspanningswaarden ........254
Batterijspanning .........................105
Bedieningsorganen ......................79
Bekerhouders .............................. 71
Bekleding .................................... 239
Page 271 of 275
269Beladingsinformatie .....................77
Beslagen lampglazen ................125
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 163
Beveiliging van de auto ................27
Binnenspiegels ............................. 31
Binnenverlichting ...............125, 210
Blindehoeksysteem ....................177
BlueInjection ............................... 148
Bolle vorm .................................... 30
Boordgereedschap .....................216
Boordinformatie .........................103
Brandstof .................................... 185
Brandstofmeter ............................ 86
Brandstof voor benzinemotoren 185
Brandstof voor dieselmotoren ...187
Buitenspiegels .............................. 30
Buitentemperatuur .......................81
Buitenverlichting .........................115
C Car Pass ...................................... 21
Centrale vergrendeling ................22
Claxon ................................... 14, 80
Code ........................................... 103
Conformiteitsverklaring ...............255
Contactslotstanden ....................141
Controlelampjes...................... 85, 88
Controle over de auto ................140Controles.................................... 197
Cruise control ...................... 96, 163
D Dagrijlicht ................................... 119
Dagteller ...................................... 86
DEF ............................................ 148
Diefstalalarmsysteem ..................27
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 202
Dieseluitlaatvloeistof ...................148
Dimlicht of grootlicht ...................115
Driepuntsgordel ........................... 57
Driver Information Center .............97
E EHBO ........................................... 76
Elektrisch bediende ruiten ...........32
Elektrische aansluitingen .............84
Elektrische handrem .............92, 157
Elektrische stoelverstelling ..........52
Elektrische verstelling ..................30
Elektrisch systeem...................... 211
Elektronische rijprogramma's ....153
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....94
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 160
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............93Elektronisch
klimaatregelsysteem ..............132
Erkenning van software ..............260
Event Data Recorders (EDR) .....264
F
Frontaal airbagsysteem ...............62
Frontaanrijdingswaarschuwing ...166
G
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..263
Geluidssignalen .........................104
Gereedschap ............................. 216
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................76
Gloeilamp vervangen ................203
Gordelverklikker ........................... 91
Grootlicht ............................. 95, 117
Grootlichtassistentie .............96, 117
H Halogeenkoplampen .................203
Handgeschakelde versnellingsbak ......................155
Handmatige dimfunctie ................31
Handmatige modus ...................153
Handmatige stoelverstelling .........49
Handrem ............................. 156, 157
Handschoenenkastje ...................70
Page 274 of 275
272Versnellingsbakdisplay ..............151
Verstelbare luchtroosters ........... 137
Vertraagde uitschakeling stroom 141
Verwarmde spiegels ....................31
Verwarmd stuurwiel .....................79
Verwarming ................................. 55
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 129
Verwerking van sloopauto .........197
Verzorging .................................. 237
Verzorging exterieur ..................237
Verzorging interieur ...................239
Vloerafdekking bagageruimte ......75
Voertuiggewicht .........................251
Voertuigidentificatienummer ......245
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd ...............96
Voorruit ......................................... 32
Voorstoelen .................................. 48
Voorverwarming .......................... 94
W
Waarschuwingslichten ..................85
Werkzaamheden uitvoeren .......197
Wieldoppen ................................ 224
Wiel verwisselen ........................228
Windgeleider................................. 42 Winterbanden ............................ 217
Wis-/wasinstallatie .......................14Wis- en wasinstallatie voorruit .....80
Wisserblad vervangen ...............203
Z Zekeringen ................................. 211
Zekeringenkast in bagageruimte 215
Zekeringenkast in motorruimte ..212
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............214
Zonnekleppen .............................. 35
Zijdelings airbagsysteem .............63
Zijmarkeringslichten.................... 115
Zijrichtingaanwijzers ..................209