display Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 36 of 328

34
Controle tijdens het rijden
Dimmer dashboardverlichting
U kunt de lichtsterkte van de verlichting vanhet dashboard en het touchscreen handmatig aanpassen aan het licht van de omgeving.
Tw e e k n oppen
Druk, als de verlichting brandt, op de knop Bom de dashboardverlichting en de sfeerverlichting sterker te laten branden of op de knop Aom de verlichting te dimmen.
Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte
is bereikt.

Een knop
Actief)
Druk op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te variëren, )
laat de knop los zodra de gewenstelichtsterkte is bereikt.
Niet actief
De dashboardverlichtin
g kan niet worden
ingesteld als de verlichting van de auto isuitgeschakeld of, bij auto's met dagrijverlichting,
in de dagstand staat.

To u c h s c r e e n
)Druk op MENU
om het "HOOFDMENU"
weer te geven en selecteer vervolgens "Instellingen".)Selecteer "Systeemconfiguratie"
enver volgens "Lichtsterkte"
. )Druk op "Display uitschakelen"
. Het
touchscreen wordt volledig uitgeschakeld.
Druk nogmaals op het touchscreen (opeen willekeurig gedeelte) om het in te schakelen.

Page 37 of 328

1
35
Controle tijdens het rijden
Onderhoudsindicator
De afstand tot de eerstvolgendebeurt is meer dan 3000 km
Als het contact wordt aangezet, verschijnt er
geen onderhoudsinformatie op het display.
De onderhoudsindicator
geeft aan hoeveel
kilometer u nog ver wijderd bent van deeerstvolgende onderhoudscontrole volgens hetonderhoudsschema van de fabrikant.
Deze afstand wordt berekend vanaf de laatste nulstelling van de onderhoudsindicator op basis
van twee parameters:


- het aantal afgelegde kilometers,

- de verstreken tijd sinds de laatste
onderhoudscontrole.

De afstand tot de eerstvolgendebeurt is 1000 tot 3000 km

Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende
7 seconden de onderhoudssleutel branden. De kilometerteller geeft de resterende kilometers totde eerstvolgende onderhoudscontrole aan.Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende
onderhoudscontrole bedraagt 2800 km.
Als het contact wordt aan
gezet, geeft het display gedurende 7 seconden het volgende aan:
7
seconden na het aanzetten van het contact
verdwijnt de sleutel
; de teller geeft weer dekilometerstand en de stand van de dagteller aan.


De afstand tot de eerstvolgende
beurt is minder dan 1000 km
Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudscontrole bedraagt 900 km.

Als het contact wordt aangezet, geeft het displaygedurende 7 seconden het volgende aan:
7
seconden na het aanzetten van het contact
treedt de kilometerteller weer in werking en
blijft de sleutel branden
om aan te geven dat er binnenkort onderhoudswerkzaamheden
uitgevoerd moeten worden.

Page 38 of 328

36
Controle tijdens het rijden
De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden
Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 7 seconden de sleutel knipperenom aan tegeven dat de onderhoudswerkzaamheden zo
spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld:u hebt de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudsbeurt met 300 km overschreden.
Als het contact wordt aangezet, geeft het displaygedurende 7 seconden het volgende aan:

De factor tijd kan worden meegewogen bij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder.

De sleutel kan ook gaan branden als hetinter val van twee jaar is overschreden.

Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto enwacht minimaal 5 minuten. Het op 0zetten van de onderhoudsindicator zalanders niet worden opgeslagen.
Op 0 zetten van deonderhoudsindicator

De onderhoudsindicator moet na elkeonderhoudsbeurt op 0 gezet worden.
Voer dit als volgt uit:)
zet het contact af,)
druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt,)
zet het contact aan; de kilometerteller
begint terug te tellen,)
laat de knop los als het display "=0"
aangeeft; de sleutel verdwijnt.

Opnieuw weergeven van de
onderhoudsinformatie
U kunt op elk moment de onderhoudsinformatie
weergeven. )Druk op de knop voor nulstelling van dedagteller.
De onderhoudsinformatie wordt enkeleseconden weergegeven en verdwijnt
ver volgens weer.
7
seconden na het aanzetten van het contact
treedt de kilometerteller weer in werking enblijft de sleutel branden.

Page 39 of 328

1
37
Controle tijdens het rijden
Motorolieniveaumeter
Te w e i n ig olie
Als het motorolieniveau te laag is, gaat het symbool " OIL" knipperen of wordt een melding op hetLLinstrumentenpaneel weergegeven.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat
het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld
om te voor
komen dat ernstige motorschade ontstaat.


Storing motorolieniveaumeter
Als de motorolieniveaumeter defect is, gaat het symbool "OIL_ _" knipperen of wordt _een melding op het instrumentenpaneel
weergegeven. Raadpleeg het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Oliepeilstok

Raadpleeg het hoofdstuk "Controles" voor
de plaats van de peilstok en het bijvullen van
motorolie voor het motortype van uw auto.
2 merktekens op de peilstok:
Op het display wordt in het gedeelte A
detotale kilometerstand en in het gedeelte B
dedagteller weergegeven.
Druk, als de da
gteller wordt weergegeven,enkele seconden op de knop.


Kilometerteller

Nulstellin
g dagteller
De motorolieniveaumeter geeft aan of het
motorolieniveau in orde is.
Bij het aanzetten van het contact wordt eerst
de onderhoudsindicator weer
gegeven en
ver volgens gedurende enkele seconden het
motorolieniveau.
Een controle van het olieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.


-
A= maxi; het olieniveaumag nooit boven dit niveau
uitkomen, -B= mini; als het olieniveauniet boven het niveau B
uitkomt, moet het voor de motor van uw auto
voorgeschreven typemotorolie worden bijgevuld
via de vuldop.
Olieniveau correct

Page 40 of 328

38
Controle tijdens het rijden
De boordcomputer geeft actuele
informatie over het rijden (actieradius,
brandstofverbruik...).
Boordcomputer
Display van het instrumentenpaneel



Weergave van de informatie
)
Druk op de toets op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaaromrachtereenvolgens de verschillende functies
weer te geven.


- A
ctuele informatie:



actieradius,


actueel brandstofverbruik,


de teller van hetStop & Start-systeem.



-
Traject "1":



gemiddelde snelheid,


gemiddeld brandstofverbruik,


de afgelegde afstand,
voor het eerste traject.





- Tr a
ject "2":



gemiddelde snelheid,


gemiddeld brandstofverbruik,


de afgelegde afstand,
voor het tweede traject.


Page 44 of 328

42
Controle tijdens het rijden
Stop & Start-teller
(minuten/seconden of uren/minuten)

Als uw auto is uitgerust met Stop & Start,
registreert een teller hoelang de STOP-stand
t
ijdens een traject is geactiveerd.
De teller wordt, elke keer als u het contact met
de sleutel aanzet, weer op nul
gezet.


Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als tijdens het rijden de streepjes continu worden weergegeven.
Deze functie wordt alleen weergegevenbij snelheden vanaf 30 km/h.
Deze waarde kan variëren door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het momentelebrandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.
Enkele definities (boordcomputer)

Actieradius
(km of miles)
De actieradius geeft aan
hoeveel kilometer u nog metde resterende hoeveelheidbrandstof kunt rijden, berekend
op basis van het gemiddelde
verbruik over de laatste
afgelegde kilometers.

Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt,
verschijnen streepjes op het display. Na het
tanken van minimaal 5 liter brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven als deze meer dan 100 km bedraagt.
Momenteel verbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
Dit is het gemiddelde brandstofverbruik over de laatsteseconden.
Gemiddeld verbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
Dit is het gemiddelde verbruik
sinds de laatste nulstelling van de
boordcomputer.
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph)
Dit is de gemiddelde snelheid sinds de laatste nulstelling van de
boordcomputer (contact aan).
Afgelegde afstand
(km of miles)
Deze afstand wordt berekendsinds de laatste nulstelling van
de boordcomputer.

Page 45 of 328

1
43
Controle tijdens het rijden
Instrumentenpaneel met LCD-display
) Druk deze toets in om achtereenvolgens de
volgende parameters weer te geven:


- uren,

- minuten,

- tijdsaanduiding in 12 of 24 uur.


















Datum en tijd instellen

Druk op MENU
om het "HOOFDMENU
" weer
te geven en selecteer "Instellingen
".
Selecteer " Datum Tijd".
Selecteer de datum of ti
jd die wordtweergegeven, gebruik het toetsenbord om de instellingen te wijzigen en selecteer "Bevestigen".
Touchscreen
Selecteer " Systeemconfiguratie".

Page 49 of 328

47
2
Toegang tot de auto
Elektronische startblokkering
In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code beschikt. Om te kunnen starten, moet bij het aanzetten van het contactde code van de sleutel worden herkend door destartblokkering.
Deze elektronische startblokkering blokkeert
het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo hetstarten van de motor bij een inbraak.

Inklappen van de sleutel
)Druk op deze knop om de sleutel in teklappen.
)Druk op het symbooltje van het
gesloten hangslot om de eerder
vergrendelde auto te lokaliseren
op een parkeerplaats.
Lokaliseren van de auto
De plafonniers gaan branden en de richtingaanwijzers knipperen gedurende enkeleseconden.
Follow me
home-verlichtin
g
Met de afstandsbediening
Houd deze toets ingedrukt om
de follow me home-verlichtin
g teactiveren (inschakelen van het parkeerlicht, het dimlicht en de
kentekenplaatverlichting).
Door de toets een tweede keer in te drukken
terwijl de verlichting nog brandt, wordt de follow
me home-verlichting weer uitgeschakeld.
Diefstalbeveiliging
Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje
in combinatie met een geluidssignaal en
een melding op het display.
De auto kan dan niet gestart worden. Raadpleegzo snel mogelijk het PEUGEOT- net wer k .

Wanneer u deze knop niet indrukt bij het inklappen van de sleutel, kan het mechanisme beschadigd raken.
Bewaar zorgvuldig de sticker die u bijde aflevering van uw auto samen met de sleutels is overhandigd.

Page 50 of 328

48
Toegang tot de auto
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
)Druk op de knop.De por tieren en de bagageruimte worden ver-
of ontgrendeld.

Het rijden met vergrendelde portieren kan bij een noodgeval de toegang tot de auto voor de hulpdiensten belemmeren.

Als één van de portieren is geopend of niet goed is gesloten, werkt de centralevergrendeling niet.
Bij vergrendeling / supervergrendeling van buitenaf
Als de auto van buitenaf is vergrendeld of als de supervergrendeling van buitenaf is ingeschakeld, is de knop buiten werking. )Tr e k d e p o r t i e r h a n dgreep aan debinnenzijde naar u toe om de auto teontgrendelen.)Als de supervergrendelingis ingeschakeld moet de afstandsbediening of de sleutel worden gebruikt om de auto teontgrendelen.


Automatische centrale vergrendeling van de portieren

De por tieren kunnen tijdens het rijden
automatisch worden vergrendeld (bij eensnelheid hoger dan 10 km/h).
Om deze functie in of uit te schakelen (standaard is deze ingeschakeld):
)druk op de knop tot een geluidssignaal
klinkt en/of een melding op het displaywordt weergegeven.

Page 51 of 328

49
2
Toegang tot de auto
Noodbediening
vergrendelen en ontgrendelen in het geval vaneen storing in de centrale vergrendeling of van de accu.


Bestuurdersportier

Steek de sleutel in het slot om het por tier te
vergrendelen of ontgrendelen.


Overige portieren
)Controleer bij de achterportieren of de
kinderbeveiliging is uitgeschakeld.)Ver wijder met de sleutel het zwar te afdekkapje op de zijkant van het portier. )Steek de sleutel zonder te forceren in de
opening en duw vervolgens, zonder te draaien, de nok het portier in.)Ver wijder de sleutel en plaats het
afdekkapje terug.



Batterij ver vangen

Batterij ref.: CR1620 / 3 V.
Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevattenmetalen die schadelijk zijn voor het milieu.
Lever lege batterijen in bij een speciaal verzamelpunt.
Storing afstandsbediening
Synchroniseren
)
Zet het contact af. )
Zet de sleutel in de stand 2 (Contact)
. )
Druk zo snel mogelijk gedurende enkele seconden op de vergrendelknop (gesloten
hangslot) van de afstandsbediening. ) Zet het contact af en ver wijder de sleutel uithet contactslot.
De afstandsbediening werkt nu weer. N
a het losnemen en weer aansluiten van de accukabels, het ver vangen van de batterij
van de afstandsbediening of een storing in de afstandsbediening kan de auto niet meer met
de afstandsbediening ontgrendeld, vergrendeld
en gelokaliseerd worden. ) Ontgrendel of vergrendel de auto eerst metde sleutel in het slot.
)
Synchroniseer vervolgens de
afstandsbediening.
Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk als de storing niet is verholpen.

Als de batterij van de
afstandsbediening leeg is, wordt ugewaarschuwd door dit lampje ophet dashboard, een geluidssignaal,en een melding op het display.
) Wip het deksel los door een kleine schroevendraaier in de uitsparing testeken. )
Til de deksel op.)
Ver wijder de lege batterij.)
Plaats de nieuwe batterij in de juiste
richting. ) Klik het deksel vast.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 ... 70 next >