USB FIAT 500 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: 500, Model: FIAT 500 2018Pages: 224, PDF Size: 3.92 MB
Page 81 of 224

79
❒ Opties voertuig uit;
❒ Audio;
❒ Telefoon/ Bluetooth;
❒ Configur.SiriusXM
(voor bepaalde versies/markten);
❒ Configuratie Radio;
❒ Instellingen resetten;
❒ Persoonl. gegevens wissen.
Navigatie
(alleen Uconnect™ 5”
HD Nav LIVE)
Een route plannen
WAARSCHUWING In het belang van
de veiligheid en om afleiding tijdens het
rijden te beperken, kunt u het beste
altijd uw route plannen voordat u op
weg gaat.
Druk op de knop "Nav" om de kaart
voor navigatie weer te geven op het
display.
Ga als volgt te werk om een route te
plannen:
❒ tik op het scherm om het
Hoofdmenu te openen;
❒ Tik op “Navigeren naar”.
❒ Tik op “Adres”. U kunt de land- of
provincie-instelling wijzigen door de
vlag aan te raken voordat u een
stad selecteert.❒ Voer de naam of de postcode van
de plaats in. Tijdens het typen
worden plaatsen met vergelijkbare
namen in de lijst weergegeven.
❒ Voer de straatnaam in. TTijdens het
typen worden plaatsen met
vergelijkbare namen in de lijst
weergegeven.
Raak de gevraagde straat aan om
de bestemming te selecteren
wanneer deze in de lijst verschijnt.
❒ Voer het huisnummer in en raak
dan “Gereed” aan.
❒ Als de optie “Toon
locatievoorbeeld” in het menu
“Geavanceerde instellingen” actief
is, wordt uw positie op de kaart
aangegeven. Tik op “Selecteer” om
door te gaan of op “Terug” om een
ander adres in te voeren.
❒ Wanneer de nieuwe route wordt
weergegeven, tikt u op “Gereed”.
Voor nadere informatie over de
route tikt u op “Details”.
Als u uw route wilt wijzigen,
bijvoorbeeld als u via een bepaalde
locatie wilt reizen of een nieuwe
bestemming wilt selecteren, tik dan
op “Wijzig route”.
U wordt dan naar uw bestemming
geleid aan de hand van gesproken
instructies en aanwijzingen op het
scherm.OPMERKING: Het volume van het
navigatiesysteem kan alleen worden
aangepast tijdens de navigatie als er
gesproken aanwijzingen zijn
ingeschakeld.
De kaart updaten
De kaart kan op twee manieren
worden geüpdatet:
❒ Garantie meest recente kaarten: als
er een nieuwe kaart beschikbaar
komt binnen 90 dagen na het
eerste gebruik, kan deze eenmaal
gratis gedownload worden.
❒ Update van kaart: het is mogelijk
een nieuwe versie van de op het
systeem geïnstalleerde kaart aan te
schaffen.
Om de beschikbaarheid te controleren
of een kaart aan te schaffen, ervoor
zorgen dat u een USB-apparaat heeft
voorbereid en TomTom HOME op uw
computer heeft geïnstalleerd.
Page 82 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
80
Een USB-apparaat voorbereiden
Om de kaart te updaten moet u een
USB-apparaat gebruiken dat voldoet
aan de volgende vereisten.
❒ Idealiter moet het USB-apparaat
leeg zijn.
❒ Het USB-apparaat moet minstens
8 GB vrij geheugen hebben.
❒ Het USB-apparaat moet
gebruikmaken van een FAT-32
bestandssysteem.
❒ Het USB apparaat mag niet
vergrendeld zijn en het moet
mogelijk zijn er bestanden op op te
slaan.
OPMERKING Het is raadzaam een
memory stick te gebruiken, met het
gebruik van apparaten voor massa-
opslag, zoals mobiele telefoons of
multimedia players, wordt niet
aanbevolen.
Ga als volgt te werk om een USB-
apparaat voor te bereiden:
❒ selecteer “Navigatie-updates” in het
menu “Instellingen”.Gevraagd wordt of u een USB-
apparaat wilt voorbereiden voor het
downloaden van updates.
❒ Selecteer Ja.
❒ Sluit het USB-apparaat aan.
OPMERKING Als het systeem u blijft
vragen het USB-apparaat aan te
sluiten, controleren of het apparaat aan
de eerder aangegeven vereisten
voldoet, daarna opnieuw proberen.
Het systeem begint het USB-apparaat
voor te bereiden.
Wanneer het USB-apparaat klaar is,
wordt het volgende bericht
weergegeven.
Verwijder het USB-apparaat en sluit het
aan op de computer.
De nieuwe kaart kan nu gedownload
worden naar het USB-apparaat.TomTom HOME installatie
Ga als volgt te werk om TomTom
HOME te installeren en een
MyTomTom account aan te maken:
❒ Download en installeer de
toepassing TomTom HOME op de
computer.
Ga op de computer naar
tomtom.com/getstarted. Selecteer
“Download TomTom HOME” en
volg daarna de gegeven
aanwijzingen op.
❒ Sluit het voorbereide USB-apparaat
aan op de computer. TomTom
HOME wordt automatisch gestart.
❒ Selecteer “Meld aan” in de rechter
bovenhoek van TomTom HOME;
❒ Selecteer “Maak een account aan”
en voer de vereiste gegevens in om
een MyTomTom account aan te
maken. Een MyTomTom account is
vereist om updates van kaarten te
kunnen ontvangen.
Na het aanmaken van het account,
wordt u gevraagd of u het
Uconnect™ systeem wilt koppelen
aan uw account. Het voorbereide USB-
apparaat is uw Uconnect™ systeem.
Page 83 of 224

81
❒ Selecteer “Koppel
navigatiesysteem”, selecteer
vervolgens “Sluit”.
Er kan nu een kaart gedownload
worden naar het USB-apparaat.
Een kaart downloaden
Als er een update voor een kaart voor
het systeem beschikbaar is, dan is
deze opgenomen in de lijst van
beschikbare updates.
OPMERKING Als de meest recente
kaart al op het systeem is
geïnstalleerd, wordt de update niet
voorgesteld.
Selecteer de kaart die u wilt
downloaden, selecteer vervolgens
“Update en installeer”.
De kaart wordt gedownload en
gekopieerd naar uw USB-apparaat.
Selecteer “Gereed” wanneer het
proces voltooid is.
OPMERKING Koppel het USB-
apparaat niet los van de computer
tijdens het downloaden en kopiëren
van de kaart.
De kaart kan nu geïnstalleerd worden
op het systeem.De kaart installeren
Na het downloaden van een kaart op
uw USB-apparaat, kan deze
geïnstalleerd worden op uw systeem.
BELANGRIJK De kaartupdate MOET
worden uitgevoerd met draaiende
motor en kan langer dan 30 minuten
duren.
BELANGRIJK Koppel het USB-
apparaat niet los tijdens de installatie
van de kaart, anders wordt de
installatie onderbroken.
❒ Plaats het USB-apparaat met de
nieuwe kaart in het Uconnect™
systeem. Het systeem detecteert
een nieuwe kaart op het USB-
apparaat.
❒ Selecteer “Start”.
Houd het apparaat aangesloten.
Voordat de kaart geüpdatet wordt,
geeft het systeem aan dat dit proces
enkele minuten kan duren. Selecteer
“OK”.
OPMERKING Verwijder het USB-
apparaat niet en schakel de elektrische
voeding van het systeem niet uit
voordat de update voltooid is. Het
systeem kan niet worden gebruikt
totdat de update correct voltooid is.Start de systeemupdate opnieuw als
deze wordt onderbroken.
Zodra het updaten van de kaart
voltooid is, wordt het volgende bericht
weergegeven.
❒ Klik op “Sluit”.
De nieuwe kaart is nu op het systeem
beschikbaar.
Problemen oplossen
De volgende problemen kunnen zich
tijdens het updaten voordoen:
❒ De kaart op het USB-apparaat is
niet geldig. In dat geval de kaart
nogmaals op het USB-apparaat
downloaden, met behulp van
TomTom HOME.
Het kan noodzakelijk zijn het USB-
apparaat opnieuw voor te bereiden.
❒ De versie van de kaart op het USB-
apparaat is dezelfde of een eerdere
versie van de kaart die al op het
systeem aanwezig is. In dat geval
de kaart nogmaals op het USB-
apparaat downloaden, met behulp
van TomTom HOME.
Het kan noodzakelijk zijn het
USB-apparaat opnieuw voor te
bereiden.
Page 87 of 224

85
KnopFunctiesModus
Radio Toegang tot Radiomodus Kort indrukken
Media Bronselectie: USB, AUX (waar aanwezig), Bluetooth® Druk op grafische knop
Telefoon Toon Telefoongegevens Druk op grafische knop
Uconnect™ Toegang tot de systeemfuncties Druk op grafische knop
(Audio, Media, Telefoon, Radio, etc)
Nav (*) Toegang tot Navigatiefunctie Druk op grafische knop
Instellingen Toegang tot instellingenmenu Druk op grafische knop
Trip Toegang tot Trip menu Druk op grafische knop
(*) AlleenUconnect™7” HD Nav LIVE versies
OVERZICHTSTABEL DISPLAY-KNOPPEN
Page 90 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
88
Het systeem
in-/uitschakelen
Het systeem wordt in-/uitgeschakeld
door het indrukken van de g
toets/knop.
Draai de toets/knop respectievelijk
rechtsom/linksom om het radiovolume
te verhogen/verlagen. De elektronische
volumeregeling kan continu (360°) in
beide richtingen, zonder stopposities,
worden gedraaid.
Radiomodus
Nadat het gewenste radiostation is
gekozen, wordt de volgende informatie
op het display weergegeven:
Bovenaan: de lijst van opgeslagen
(voorkeuzes) radiostations wordt
weergegeven; het station dat
momenteel beluisterd wordt, is
gemarkeerd.
In het midden: weergave van de
naam van het huidige radiostation en
de toetsen om het vorige of het
volgende radiostation te selecteren.
Links: de knoppen “AM”, “FM” en
“DAB” om de gewenste
frequentieband te selecteren (knop is
herconfigureerbaar afhankelijk van de
geselecteerde band: AM, FM of DAB);Rechts: de volgende knoppen:
❒ “Info”: aanvullende informatie over
de beluisterde bron;
❒ “Kaart”: navigatie met
kaartweergave (alleen versies met
Uconnect™ 7” HD
Nav LIVE).
Onderaan: weergave van de volgende
toetsen:
❒ “Bladeren”: lijst van beschikbare
radiostations;
❒
÷/ ˜: selectie van het
volgende/vorige radiostation;
❒ “Afstemm.”: handmatige
afstemming op het radiostation;
❒ “Audio”: togang tot het
❒ “Audio-instellingen” scherm.
Audiomenu
Om toegang te krijgen tot het “Audio”
menu, op de toets “Audio” drukken
aan de onderkant van het display.
Via het menu “Audio” kunnen de
volgende regelingen worden gemaakt:
❒ “Balans & Fade” (om audiobalans
rechts/links en voor/achter te
regelen); ❒ “Equalizer” (waar aanwezig);
❒ “Snelheidsafh. volumeregeling”
(automatische,
snelheidsafhankelijke
volumeregeling);
❒ “Loudness” (waar aanwezig);
❒ "AUX Volume Offset" (waar
aanwezig) (uit in de radiomodus,
kan alleen worden geselecteerd als
de AUX-bron actief is);
❒ “AutoPlay-functie”;
❒ “Auto-On Radio”;
Media-modus
Druk op de knop Media om de
gewenste audiobron onder de
beschikbare bronnen te selecteren:
USB, Bluetooth®, AUX (waar
aanwezig).
BELANGRIJK Applicaties die gebruikt
worden op draagbare apparaten
kunnen mogelijk niet compatibel zijn
met het Uconnect™systeem.
Nadat de media-modus is
geselecteerd, wordt de volgende
informatie op het display weergegeven:
Page 91 of 224

89
In bovenste deel: informatie over het
nummer dat wordt afgespeeld en de
volgende grafische knoppen:
❒ “Herhalen”: het huidige nummer
opnieuw afspelen;
❒ “Shuffle”: de nummers in
willekeurige volgorde afspelen.
In het midden: informatie over het
nummer dat wordt afgespeeld.
Links: de volgende knoppen:
❒ Geselecteerd apparaat of
audiobron;
❒ “Bron selecteren”: de gewenste
audiobron selecteren.
Rechts: de volgende knoppen:
❒ “Info”: aanvullende informatie over
het nummer dat wordt afgespeeld;
❒ “Tracks”: een lijst met de
beschikbare tracks of nummers.
❒ “Kaart”: navigatie met
kaartweergave (alleen versies met
Uconnect™7” HD Nav LIVE).
Onderaan: informatie over het
nummer dat wordt afgespeeld en de
volgende grafische knoppen:Actief apparaat of audiobron;
❒
÷/ ˜: vorig/volgend nummer
selecteren;
❒
II: het afgespeelde nummer
pauzeren;
❒ “Audio”: toegang tot het scherm
“Audio-instellingen”.
Nummer selecteren
Met de “Tracks”-functie kunt u een
venster openen met de lijst van
nummers die afgespeeld worden.
De beschikbare keuzes hangen af van
het apparaat dat aangesloten is.
Bij een USB-apparaat kunt u
bijvoorbeeld de SCROLL TUNE knop
gebruiken om door de lijst beschikbare
artiesten, genres en albums te
bladeren, afhankelijk van de informatie
die aanwezig is op de nummers met
behulp van de toets/knop
SCROLL TUNE.
OPMERKING Deze knop kan voor
bepaalde Apple®-apparaten
uitgeschakeld zijn.
Draai aan de toets/knop om de
gewenste categorie te kiezen en druk
er vervolgens op om de keuze te
bevestigen.OPMERKING De toets "Tracks" staat
geen enkele handeling op het AUX-
apparaat toe (waar aanwezig).
OPMERKING De indexeringstijd van
een USB-apparaat kan variëren op
basis van het ingebrachte medium (in
sommige gevallen kan dit enkele
minuten duren).
Bluetooth® BRON
Deze functie wordt geactiveerd door
een Bluetooth®-apparaat met
muziekstukken aan het systeem te
koppelen.
EEN Bluetooth®
AUDIOAPPARAAT
KOPPELEN
Ga als volgt te werk om een
Bluetooth®audioapparaat te
koppelen:
❒ schakel de functie Bluetooth®in
op het apparaat;
❒ druk op de knop “Media” op het
display;
❒ druk op de knop “Bron selecteren”;
❒ selecteer de mediabron
Bluetooth®;
❒ druk op de grafische knop “Toestel
toev.”;
Page 92 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
90
❒ zoek naarUconnect™op het
Bluetooth®audio-apparaat
(tijdens de koppelingsfase verschijnt
op het scherm de voortgang van
het proces);
❒ voer, als het audioapparaat hierom
vraagt, de PIN-code in die wordt
getoond op het display van het
systeem of bevestig de op het
apparaat getoonde PIN;
❒ wanneer de koppelingsprocedure
met succes is voltooid, wordt de
gebruiker gevraagd “Deze uw
favoriet maken”?. Als “Ja” wordt
geselecteerd als antwoord op de
vraag, wordt het Bluetooth®
apparaat geregistreerd als favoriet
(het apparaat zal voorrang hebben
op de andere toestellen die later
gekoppeld zijn). Als "Nee" wordt
geselecteerd, wordt de prioriteit op
basis van de volgorde van
verbinding bepaald. Het laatst
verbonden apparaat heeft de
hoogste prioriteit;
❒ een audioapparaat kan ook
gekoppeld worden door te drukken
op “Telefoon” grafische knop op het
display en door het selecteren van
“Instellingen” of door in het
“Instellingen”-menu
“Telefoon/Bluetooth®” te
selecteren.BELANGRIJK als de Bluetooth®
verbinding tussen telefoon en systeem
verloren is gegaan, raadpleeg dan het
handboek van de mobiele telefoon.
OPMERKING: De radio kan het
nummer dat wordt gespeeld
veranderen door het wijzigen van het
naam-apparaat in de
Bluetoothinstellingen van de telefoon
(waar voorzien), als het apparaat is
aangesloten via USB na de
bluetoothverbinding.
USB BRON
Om de USB-modus te activeren, moet
het betreffende apparaat worden
gestoken in de USB-poort die zich op
de tunnelconsole bevindt.
Als een USB apparaat bij
ingeschakeld systeem wordt
ingebracht, zullen de nummers die op
het apparaat aanwezig zijn afgespeeld
worden.
AUX-BRON
(waar aanwezig)
Om de AUX-modus in te schakelen,
een geschikt apparaat aansluiten op
de AUX-aansluiting in het voertuig.
Als een apparaat wordt ingebracht met een
AUX-stekker, dan begint het systeem de
aangesloten AUX-bron af te spelen als
deze niet al aan het afspelen is.
Stel het volume in met de toets/knop
gop het voorpaneel of met de
volume-instelkop op het aangesloten
apparaat.
De functie "AUX Volume Offset" (waar
aanwezig) kan alleen worden
geselecteerd in de radiomodus als de
AUX-bron actief is.
BELANGRIJKDe functies van het
apparaat dat aangesloten is op het
AUX-stopcontact worden rechtstreeks
geregeld door het apparaat zelf; het is
niet mogelijk om nummer/map/playlist
te veranderen of start/einde/pauze te
bedienen met de bedieningstoetsen op
het voorpaneel of die op het stuurwiel.
Laat de kabel van uw draagbare speler
niet in de AUX-aansluiting zitten om
mogelijk geruis van de luidsprekers te
voorkomen.
TELEFOONMODUS
ACTIVERING TELEFOONMODUS
Druk op de knop “Telefoon” op het
display om de telefoonmodus in te
schakelen.
OPMERKING Als u de lijst met mobiele
telefoons en ondersteunde functies wilt
te raadplegen, gaat u naar de website
www.DriveUconnect.eu
Page 95 of 224

93
SIRI EYES FREE
(alleen beschikbaar bij iPhone 4S en
hoger en compatibele iOS)
Nadat u het voor Siri ingeschakelde
apparaat heeft gekoppeld aan
Uconnect™ de
}knop op het stuurwiel
ingedrukt houden en dan loslaten.
Na een dubbele piep, kunt u
gebruikmaken van Siri, om naar muziek
te luisteren, oproepen te doen,
tekstberichten te lezen en meer.
Uconnect™ LIVE-
SERVICES
Druk op de knop Uconnect™ om
toegang te krijgen tot de apps van
Uconnect™ LIVE.
De beschikbare services hangen af van
de configuratie van de auto en de
markt.
Om de services van Uconnect™ LIVE
te gebruiken, moet u de Uconnect™
LIVE-app downloaden van Google
Play of de Apple Store en registreren
met gebruik van de app of op
www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u de Uconnect™ LIVEApp
hebt gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en
de autoradio uitvoeren, zoals
beschreven in het hoofdstuk “Mobieletelefoon koppelen” om toegang te
krijgen tot de Uconnect™ LIVE
services in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™ LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services
kunt gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®koppeling uitvoeren,
daarna de activeringsprocedure
voltooien door de aanwijzingen op te
volgen die verschijnen in de
Uconnect™ LIVEapp.
Instelling van Uconnect™ LIVE
services die kunnen worden
beheerd via de radio
In het radiomenu Uconnect™ LIVE
kan het onderdeel
“SettInstellingenings” worden geopend
door op het pictogram te drukken.
In deze sectie kan de gebruiker de
systeemopties controleren en naar
eigen voorkeur wijzigen.
Systeemupdates
Als een update voor het Uconnect™
LIVEsysteem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™ LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt u hiervan op de
hoogte gebracht via een bericht op het
radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het
voertuig
De eco:Drive™ en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot de Uconnect™ LIVE
services mogelijk is. Als het
navigatiesysteem in de autoradio wordt
geïnstalleerd, dan wordt bij toegang tot
de Uconnect™ LIVE services het
gebruik van de “Live” services
geactiveerd.
eco:Drive™
Met de eco:Drive™ applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden
weergeven, zodat u uw rijstijl kunt
verbeteren voor wat betreft
brandstofverbruik en uitstoot.
Daarnaast kunnen de gegevens
worden opgeslagen op een USB-
flashdrive en kan een gegevensanalyse
worden gemaakt op uw pc dankzij de
eco:Drive™ desktopapplicatie,
beschikbaar op
www.DriveUconnect.eu.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de
volgende parameters controleren:
acceleratie, deceleratie, schakelen,
snelheid
Page 96 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
94
eco:Drive™ display
Druk op de toets eco:Drive™ om van
deze functie gebruik te maken.
Er wordt een scherm weergegeven op
de radio met de 4 indexen:
Acceleratie, deceleratie, snelheid en
schakelen. Deze indexen zijn grijs
totdat het systeem genoeg gegevens
heeft om de rijstijl te analyseren.
Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren
aan: donkergroen (zeer goed),
lichtgroen, geel, oranje en rood (zeer
slecht).
Na langdurige stilstand toont het
display de gemiddelde van de indexen
tot dat moment (de “Gemiddelde
index”), waarna de indexen in realtime
opnieuw kleuren zodra het voertuig
opnieuw gestart wordt.
Opnemen en overzetten van
reisgegevens
De reisgegevens worden opgeslagen
in het systeemgeheugen en
overgebracht door middel van een
geschikt geconfigureerde USB-
geheugenstick of via de app
Uconnect™ LIVE. Op die manier kunt u de geschiedenis
van de verzamelde gegevens, met een
volledige analyse van de
routegegevens en van uw rijstijl,
weergeven.
Ga voor meer informatie naar
www.DriveUconnect.eu.
my:Car
Met my:Car kunt u de “gezondheid”
van uw voertuig bewaken.
my:Car kan storingen in realtime
detecteren en de gebruiker informeren
wanneer het onderhoudsinterval
verlopen is. Druk op de knop “my:Car”
om van deze toepassing gebruik te
maken.
Op het display verschijnt een scherm
met de “care:Index” sectie, waarin alle
gedetailleerde informatie over de status
van het voertuig wordt getoond. Druk
op de knop
“Actieve waarschuwingen” om de
informatie (indien aanwezig) over de
storingen van het voertuig te tonen die
het branden van een
waarschuwingslampje tot gevolg
hadden.Apple CarPlay en
Android Auto
(voor bepaalde versies/markten)
Met de applicaties Apple CarPlay en
Android Auto kunt u uw smartphone
veilig en intuïtief in de auto gebruiken.
U kunt deze gebruiken door gewoon
een compatibele smartphone op de
USB-aansluiting aan te sluiten, waarna
de content van de telefoon
automatisch op het display van het
Uconnect™-systeem verschijnt.
Informatie over de compatibiliteit van
uw smartphone is te vinden op de
volgende websites:
https://www.android.com/intl/it_it/auto/
en http://www.apple.com/it/ios/carplay/.
Als de smartphone correct via de USB-
aansluiting met de auto is verbonden, zal
het symbool van Apple CarPlay of
Android Auto getoond worden in plaats
van de knop in het hoofdmenu.
Android Auto – app-configuratie
Download eerst de applicatie Android
Auto op uw smartphone vanuit de
Google Play Store.
De applicatie is compatibel met
Android 5.0 (Lollipop) en latere versies.
Page 97 of 224

95
Om Android Auto te kunnen
gebruiken, moet de smartphone via
een USB-kabel met de auto zijn
verbonden.
Bij de eerste verbinding die tot stand
wordt gebracht, moet u de
instellingsprocedure op de smartphone
doorlopen. Deze procedure kan alleen
worden uitgevoerd als de auto
stilstaat.
Apple CarPlay – app-configuratie
Apple CarPlay is compatibel met de
iPhone 5 of recentere modellen en het
besturingssysteem iOS 7.1 of nieuwere
versies hiervan.
Voordat Apple CarPlay kan worden
gebruikt, moet Siri worden
ingeschakeld via Instellingen
Algemeen Siri op de smartphone.
Om Apple CarPlay te kunnen
gebruiken, moet de smartphone via
een USB-kabel met de auto zijn
verbonden.
OPMERKING Voor de activering van
Apple CarPlay/Android Auto of
sommige functies kan het nodig zijn
handelingen op de smartphone uit te
voeren. Voltooi indien nodig de stap op
uw apparaat (smartphone).Interactie
Na de instellingsprocedure zal de
applicatie automatisch op het
Uconnect™-systeem draaien als uw
smartphone met de USB-aansluiting in
de auto is verbonden.
U kunt Apple CarPlay en Android Auto
bedienen met de bedieningstoetsen op
het stuur (de knop
}) lang indrukken),
met de (draai)knop SCROLL TUNE om
te selecteren en te bevestigen of met
het touchscreen van het Uconnect™-
systeem.
Navigatie
Met Apple CarPlay en Android Auto
kan de gebruiker ervoor kiezen het
navigatiesysteem op zijn smartphone
te gebruiken.
Als de modus "Nav" van het systeem
al is ingeschakeld, zal een
waarschuwingspop-up op het display
van het Uconnect™-systeem
verschijnen als een apparaat op de
auto wordt aangesloten waarop een
navigatiesessie wordt uitgevoerd.
De pop-up biedt de gebruiker de
mogelijkheid te kiezen tussen de
systeemnavigatie en navigatie met de
smartphone.
De gebruiker kan zijn keuze altijd
wijzigen door het gewenste
navigatiesysteem te openen en een
nieuwe bestemming te kiezen.Setting “AutoShow
smartphonedisplay bij verbinding”
Via de Uconnect™-
systeeminstellingen kan de gebruiker
ervoor kiezen het scherm van de
smartphone weer te geven op het
display van het Uconnect™-systeem,
zodra de smartphone via de
USB-aansluiting wordt aangesloten.
Als deze functie is ingesteld, zal de
applicatie Apple CarPlay of Android
Auto, telkens als via USB een
verbinding wordt gemaakt,
automatisch op het radioscherm
worden gedraaid.
De optie "AutoShow
smartphonedisplay bij verbinding"
is te vinden in het "Display"-submenu.
Standaard is deze functie
ingeschakeld.
OPMERKINGEN
❒ Bluetooth®is uitgeschakeld als
Apple CarPlay wordt gebruikt
❒ Bluetooth®blijft ingeschakeld als
Android Auto wordt gebruikt
❒ De dataverbinding hangt af van het
abonnement voor de smartphone.
❒ Deze informatie kan aan wijzigingen
onderhevig zijn afhankelijk van het
besturingssysteem van de
smartphone.