service FIAT FREEMONT 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2012, Model line: FREEMONT, Model: FIAT FREEMONT 2012Pages: 356, PDF Size: 8.41 MB
Page 190 of 356

WAARSCHUWING!
Wanneer u een airbag-
waarschuwingslampje op uw instrumen-
tenpaneel of het bericht "SERVICE ACTIVE
HOOD" (ONDERHOUD ACTIEVE MOTOR-
KAP) op het EVIC negeert , kan dat betekenen
dat de actieve motorkap de voetgangersbescher-
ming niet verhoogt .Als het lampje niet gaat bran-
den wanneer u de contactsleutel omdraait en
blijft branden nadat u de auto hebt gestart of
gaat branden tijdens het rijden, dient u contact
op te nemen met uw erkende dealer.
Wijzigingen aan delen van het actieve motor-
kapsysteem kunnen tot gevolg hebben dat het
systeem bij een aanrijding niet functioneert .
Breng geen wijzigingen in de onderdelen of be-
drading aan. Breng geen wijzigingen aan in de
voorbumper of de carrosseriestructuur en mon-
teer geen los verkrijgbare voorbumpers of kap-pen.
Het is gevaarlijk zelf onderdelen van het ac-
tieve motorkapsysteem te repareren.Waarschuw
iedereen die aan uw auto werkt dat de auto is
uitgerust met een actief motorkapsysteem.
(Vervolgd)(Vervolgd)
Probeer geen enkel onderdeel van het actieve
motorkapsysteem te wijzigen. De actieve motor-
kap kan per ongeluk omhoog schieten of moge-
lijk niet goed meer werken als deze is gewijzigd.
Breng de auto naar een erkende dealer voor
reparaties aan de motorkap.
Bestuurders moeten zich bewust zijn van voet-
gangers. Let altijd op voetgangers, dieren, andere
voertuigen en obstakels. U bent verantwoordelijk
voor de veiligheid en dient uw aandacht voortdu-
rend bij de omgeving te houden.Anders bestaat er
een risico op ernstig of dodelijk letsel.
GEAVANCEERD
AUTOGORDELWAARSCHUWINGSSYSTEEM
(BELTALERT
®)
BeltAlert
®
is een voorziening die de bestuurder en
voorpassagier (voor bepaalde uitvoeringen/markten
met BeltAlert
®
voor de voorpassagier) eraan herin-
nert de veiligheidsgordel vast te gespen. Deze voorzie-
ning is altijd actief wanneer het contact is ingeschakeld.
Als de autogordel van de bestuurder of voorpassagier
niet is vastgegespt, gaat het waarschuwingslampje voor
de veiligheidsgordels branden totdat beide gordels
vóór zijn vastgegespt. Het BeltAlert
®-systeem wordt
geactiveerd binnen 60 seconden nadat de auto een
184
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 208 of 356

Kniebescherming (voor bepaalde
uitvoeringen/markten)
De kniebescherming helpt de knieën van de bestuurder
en de voorpassagier te beschermen en hen correct te
laten zitten bij het eventueel opblazen van de geavan-
ceerde airbags voorin.
In combinatie met de autogordels, gordelspanners en
kniebescherming geven de geavanceerde frontairbags
extra bescherming aan de bestuurder en voorpassagier.
Ook de zijairbags zorgen in combinatie met de auto-
gordels voor een betere bescherming van de inzitten-den.
Hier volgen enkele eenvoudige adviezen om het risico
op letsel door een opgeblazen airbag te verminderen:
Kinderen van 12 jaar en jonger moeten altijd goed
vastgegespt op de achterbank zitten.
WAARSCHUWING!
Kinderen mogen nooit in achterwaarts
geplaatste kinderzitjes worden vervoerd
op de voorstoel van auto's met een geavanceerde
frontairbag aan passagierszijde. Bij het opblazen
kan de airbag ernstig en zelfs dodelijk letsel aan
kinderen in die zitpositie toebrengen.
Kinderen die niet groot genoeg zijn om de autogordel
op de juiste wijze te dragen (zie het hoofdstuk Kinder-
zitjes) moeten veilig op de achterbank worden ver- voerd in een kinderzitje of op een zitverhoger met de
veiligheidsgordels. Oudere kinderen die geen kinder-
zitje of vast te gespen zitverhoger gebruiken, horen op
de achterbank te zitten en de autogordel om te gespen.
Sta nooit toe dat kinderen de schoudergordel onder de
arm door dragen of achter de rug langs laten lopen.
Lees de instructies bij het baby- of kinderzitje, zodat u
zeker weet dat u het zitje goed gebruikt.
Alle inzittenden moeten te allen tijde hun driepuntsvei-
ligheidsgordel op de juiste wijze dragen.
Schuif de stoelen van bestuurder en voorpassagier zo
ver naar achteren als praktisch mogelijk is, zodat de
geavanceerde frontairbags ruimte hebben om te kun-
nen worden opgeblazen.
Zit daarom niet tegen het portier of het raam geleund.
Als de auto zijairbags heeft, worden die tijdens een
aanrijding krachtig opgeblazen in de ruimte tussen uzelf
en het portier.
Indien het airbagsysteem in deze auto veranderd moet
worden om gebruik door een invalide mogelijk te
maken, neem dan contact op met klantenservice. De
telefoonnummers worden vermeld in het hoofdstuk
"Als u gebruik wilt maken van klantenservice".
202
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 218 of 356

geblazen wordt. Bezoek uw erkende servicedealer als
het ontdooimechanisme niet werkt.
Veiligheidsinformatie over vloermatten
Plaats uitsluitend vloermatten die overeenkomen met
de afmetingen van het voetengedeelte van uw auto. U
mag alleen vloermatten gebruiken die het gebied
rondom de pedalen vrijlaten en stevig vastliggen, zodat
de matten niet kunnen verschuiven, de baan van de
pedalen kunnen belemmeren of de veilige werking van
uw auto op een andere manier kunnen verstoren.
WAARSCHUWING!
Als de pedalen niet vrij kunnen bewegen,
kunt u de controle over de auto verlie-
zen, waardoor gevaar voor ernstig letsel ont-
staat .
Controleer altijd of de vloermatten op de juiste
wijze zijn vastgemaakt aan de bevestigingspun-
ten voor de matten.
Plaats nooit vloermatten of andere vloerbe-
dekkingen die u niet op de juiste wijze kunt
vastmaken en voorkom te allen tijde dat de mat-
ten verschuiven, de baan van de pedalen belem-
meren of de controle over de auto verstoren.
(Vervolgd)(Vervolgd)
Plaats nooit vloermatten of andere vloerbe-
dekkingen over reeds aanwezige vloermatten.
Extra vloermatten en andere vloerbedekkingen
verkleinen de ruimte voor de pedalen en belem-
meren de baan van de pedalen.
Controleer regelmatig of de matten nog cor-
rect zijn bevestigd. Matten die zijn verwijderd om
te worden gereinigd, moeten altijd op de juiste
wijze opnieuw worden geplaatst en vastge-
maakt .
Voorkom te allen tijde dat er tijdens het rijden
voorwerpen kunnen vallen in het voetengedeelte
van de bestuurder. Deze voorwerpen kunnen be-
klemd raken onder het rem- en gaspedaal, waar-
door u de controle over de auto verliest .
Bevestigingspunten moeten, indien nodig, op
de juiste wijze worden aangebracht als deze niet
af fabriek aanwezig zijn.
Als de vloermatten niet op de juiste wijze worden
geplaatst of bevestigd, kunnen de banen van het
rem- en gaspedaal worden belemmerd, waardoor
u de controle over de auto verliest .
212
UW AUTOVEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 268 of 356

hefboomwerking. Trek de wielmoeren in stervolg-
orde aan totdat iedere moer twee keer aangetrok-
ken is. Het correcte aanhaalmoment voor de moe-
ren is 130 Nm. Als u twijfelt of de moeren goed zijn
vastgezet, laat dit dan bij uw erkende dealer of
servicecenter controleren met een momentsleutel.
10. Laat de krik weer zakken tot de sluitstand.
WAARSCHUWING!
Een losse krik of wiel kan bij een nood-
stop of ongeval naar voren schieten en
zo de inzittenden ernstig letsel toebrengen. Berg
de krik en het reservewiel altijd op de daartoe
bestemde plaatsen op. Laat de leeggelopen
(lekke) band onmiddellijk repareren of vervan-
gen.
11. Leg de lege (lekke) band in de laadruimte. De
lekke band niet wegbergen op de plaats van
de reserveband. Laat de lege (lekke) band zo
snel mogelijk repareren of vervangen.
12. Breng de in elkaar gezette krikhendel aan over de lieraandrijfmoer om de lierkabel en houder op te
bergen. Draai de in elkaar gezette krikhendel naar
rechts tot u het liermechanisme drie keer hoort
klikken. Te strak aandraaien is onmogelijk.
13. Berg de krikhendel en krik op.
14. Controleer de bandenspanning zo spoedig moge- lijk. De bandenspanning zo nodig aanpassen. WIEL MONTEREN
Auto's uitgerust met wieldoppen
1. Monteer het wiel op de as.
2. Breng om het monteren van stalen wielen met
wieldoppen gemakkelijker te maken twee wielmoe-
ren aan op de tapeinden die zich aan beide zijden van
het ventiel bevinden. Breng de wielmoeren aan met
het conusvormige uiteinde van de moer in de rich-
ting van het wiel. Haal de wielmoeren licht aan.
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door de
op de krik uitgeoefende kracht ver-
schuift , mogen de wielmoeren pas definitief wor-
den vastgezet als de auto weer vast op de grond
staat . Als aan deze waarschuwing geen gehoor
wordt gegeven, kan persoonlijk letsel het gevolgzijn.
(afb. 162)
3. Zet de ventieluitsparing in de wieldop in lijn met het ventiel op het wiel. Breng de wieldop met de hand
aan en klik de dop over de twee wielmoeren. Ge-
bruik nooit een hamer of buitensporige kracht om
de wieldop aan te brengen.
4. Breng de resterende wielmoeren aan met het co- nusvormige uiteinde van de moer in de richting van
het wiel. Haal de wielmoeren licht aan.
262
UW AUTO
VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 269 of 356

WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door de
op de krik uitgeoefende kracht ver-
schuift , mogen de wielmoeren pas definitief wor-
den vastgezet als de auto weer vast op de grond
staat . Als aan deze waarschuwing geen gehoor
wordt gegeven, kan persoonlijk letsel het gevolgzijn.
5. Laat de auto zakkeen op de grond door de slinger linksom te draaien. 6. Zet de wielmoeren stevig vast. Duw de moersleutel
aan het einde van de hendel omlaag voor meer
hefboomwerking. Trek de wielmoeren in stervolg-
orde aan totdat iedere moer twee keer aangetrok-
ken is. Het correcte aanhaalmoment voor de moe-
ren is 130 Nm. Als u twijfelt of de moeren goed zijn
vastgezet, laat dit dan bij uw erkende dealer of
servicecenter controleren met een momentsleutel.
7. Controleer na 40 km het aanhaalmoment van de wielmoeren met een momentsleutel om ervoor te
zorgen dat alle moeren goed tegen het wiel
aanliggen.
Auto's zonder wieldoppen
1. Monteer het wiel op de as.
2. Breng de resterende wielmoeren aan met het co- nusvormige uiteinde van de moer in de richting van
het wiel. Haal de wielmoeren licht aan.
WAARSCHUWING!
Om te voorkomen dat de auto door de
op de krik uitgeoefende kracht ver-
schuift , mogen de wielmoeren pas definitief wor-
den vastgezet als de auto weer vast op de grond
staat . Als aan deze waarschuwing geen gehoor
wordt gegeven, kan persoonlijk letsel het gevolgzijn.
3. Laat de auto zakkeen op de grond door de slinger linksom te draaien.
(afb. 162) Wieldop of wielmoersierdop
1 — Ventiel 4 — Wieldop
2 — Ventieluitsparing 5 — Tapeinde
3 — Wielmoer
263
UW AUTO VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 270 of 356

4. Zet de wielmoeren stevig vast. Duw de moersleutelaan het einde van de hendel omlaag voor meer
hefboomwerking. Trek de wielmoeren in stervolg-
orde aan totdat iedere moer twee keer aangetrok-
ken is. Het correcte aanhaalmoment voor de moe-
ren is 130 Nm. Als u twijfelt of de moeren goed zijn
vastgezet, laat dit dan bij uw erkende dealer of
servicecenter controleren met een momentsleutel.
5. Controleer na 40 km het aanhaalmoment van de wielmoeren met een momentsleutel om ervoor te
zorgen dat alle moeren goed tegen het wiel
aanliggen. TIREFIT-SET (voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Klein gaatjes (tot 6 mm) in het loopvlak van de band
kunnen worden gedicht met TIREFIT. Voorwerpen als
spijkers en schroeven moet u niet uit de band verwij-
deren. TIREFIT kan worden gebruikt bij een buitentem-
peratuur tot ongeveer 20°C.
Deze set zorgt voor een tijdelijke afdichting, waardoor
u nog maximaal 160 km kunt rijden met een maximum-
snelheid van 88 km/u.
TIREFIT-opbergvak
De TIREFIT-set bevindt zich in de kofferbak. (afb. 163)
(afb. 163)
Plaats van TIREFIT
264
UW AUTO
VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 276 of 356

(E) Na het rijden:
Parkeer op een veilige plaats. Lees eerst "(A) Wanneer
u stopt om TIREFIT aan te brengen" voordat u verder
gaat.
1. Draai de functieregelknop (5) in de stand luchtfunc-tie.
2. Maak de stekker los en steek de stekker in de 12 Volt-aansluiting van de auto.
3. Maak de luchtpompslang (7) (zwart) los en schroef de fitting aan het uiteinde van de slang (7) op het
ventiel.
4. Controleer de bandenspanning met behulp van de manometer (3).
Als de bandenspanning lager is dan 1,3 bar , is de
schade aan de band te groot. Probeer niet door te
rijden. Schakel hulp in.
Als de bandenspanning 1,3 bar of hoger is:
1. Druk op de aan/uit-knop (4) om TIREFIT in te schakelen en vul de band totdat de bandenspanning
is bereikt die op de band en op het etiket met
informatie over belasting in de portieropening aan
de bestuurderszijde is vermeld.
OPMERKING: Druk, als de band een te hoge span-
ning heeft, op de knop voor leeglopen om de banden-
spanning te verlagen tot de voorgeschreven banden-
spanning voordat u verder gaat. 2. Koppel de TIREFIT-set los van het ventiel, breng de
dop weer aan op het ventiel en verwijder de stekker
uit de 12 Volt-aansluiting.
3. Berg de TIREFIT-set terug op de juiste plaats in het voertuig.
4. Laat de band bij de eerste gelegenheid repareren of vervangen door een erkende dealer of een banden-
servicebedrijf.
5. Laat de fles met afdichtingsmiddel (1) en de afdich- tingsslang (6) zo snel mogelijk vervangen door uw
erkende dealer. Zie "(F) Fles met afdichtingsmiddel
en slang vervangen".
OPMERKING: Als u de band laat repareren, laat de
erkende dealer of het garagebedrijf dan weten dat de
band is afgedicht met de TIREFIT-set.
(F) Fles met afdichtingsmiddel en slang
vervangen:
1. Maak de afdichtingsslang (6) (doorzichtig) los.
2. Zoek de ronde knop voor het losmaken van de fles in het verzonken gedeelte onder de fles.
3. Druk op de knop voor het losmaken van de fles met afdichtingsmiddel. De fles met afdichtingsmiddel (1)
springt omhoog. Verwijder de fles en voer deze
volgens de voorschriften af.
4. De TIREFIT-houder reinigen van eventuele resten afdichtingsmiddel.
270
UW AUTO
VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD
Page 304 of 356

Het ideale tijdstip voor een controle van het motor-
oliepeil is ongeveer vijf minuten nadat een volledig
opgewarmde motor is uitgezet. Controleer het oliepeil
niet voordat u de motor start, als de auto een nacht
niet gebruikt is. Het oliepeil controleren als de motor
koud is, geeft een verkeerd resultaat.
Het controleren van de olie als de auto op vlakke
ondergrond staat en alleen als de motor warm is, zal
het meetresultaat van het oliepeil nauwkeuriger ma-
ken. Houd het oliepeil tussen de markeringen op de
peilstok. De peilstok is gemarkeerd met een kruisarce-
ring met het woord SAFE (veilig) of een deel met
kruisarcering met de woorden MIN aan de ondergrens
en MAX aan de bovengrens. Bijvullen met één liter olie
als het oliepeil aan de ondergrens staat brengt het peil
terug naar de bovengrens van de markering.
Niet te veel olie bijvullen.Als er teveel olie
wordt bijgevuld, komt er lucht in de olie,
wat kan leiden tot verlies van de oliedruk
en toename van de olietemperatuur. Dat kan
leiden tot motorschade. Let ook op dat u de
olievuldop vervangt en goed vastdraait nadat u
olie hebt toegevoegd.
Oliepeil controleren – Dieselmotor
Om een optimale smering van de motor te waarbor-
gen, moet het juiste motoroliepeil gehandhaafd blijven. Controleer het oliepeil daarom regelmatig, bijvoor-
beeld bij elke tankstop.
Het ideale tijdstip voor een controle van het motor-
oliepeil is ca. 5 minuten nadat u een bedrijfswarme
motor hebt afgezet, of ‘s ochtends voordat u de motor
de eerste keer start.
Controleer het oliepeil als de auto op een vlakke
ondergrond staat. Zo krijgt u een meer nauwkeurige
meting. Het oliepeil moet gehandhaafd blijven tussen
de MIN en MAX merktekens op de peilstok. Het
bijvoegen van 1 liter olie als de olie tot aan het MIN-
merkteken reikt, heeft tot gevolg dat de olie tot aan het
MAX-teken reikt bij deze motoren.
Motorolie verversen – Benzinemotor
Raadpleeg "Onderhoudsschema" voor de juiste
onderhoudsintervallen.
Motorolie verversen – Dieselmotor
Raadpleeg "Onderhoudsschema" voor de juiste
onderhoudsintervallen.
Viscositeit motorolie – 3,6L benzinemotor
SAE 5W-30-motorolie wordt aanbevolen voor alle ge-
bruikstemperaturen. Deze motorolie vergemakkelijkt
het starten bij lage temperaturen en vermindert het
brandstofverbruik.
Op de motorolievuldop wordt tevens de aanbevolen
viscositeit van de motorolie voor uw auto aangegeven.
Zie "Motorruimte" in "Service en onderhoud" voor
298
UW AUTO
VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 338 of 356

WANNEER HET VOERTUIG HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR HEEFT BEREIKT
FIAT spant zich al vele jaren in voor de bescherming van het milieu door voortdurend de productieprocessen te verbeteren
en producten te vervaardigen die het milieu steeds minder belasten.
FIAT wil zijn klanten de best mogelijke service geven bij het naleven van de milieuwetgeving en het voldoen aan de Europese
richtlijn 2000/53/EC inzake voertuigen aan het einde van de levensduur. Daarom biedt FIAT klanten de mogelijkheid de
auto* aan het einde van de levensduur bij FIAT in te leveren zonder bijkomende kosten.
De Europese richtlijn bepaalt dat wanneer het voertuig overgedragen wordt, de laatste houder of eigenaar geen kosten
hoeft te betalen omdat de marktwaarde nul of lager is.
In alle landen van de Europese Unie werden tot 1 januari 2007 alleen voertuigen zonder kosten ingenomen die waren
geregistreerd na 1 juli 2002. Sinds 1 januari 2007 is de inname gratis voor alle voertuigen, onafhankelijk van het jaar van
registratie, zolang het voertuig nog beschikt over de basisonderdelen (met name de motor en de carrosserie) en geen
additionele vervuiling heeft.
Als uw auto aan het einde van de levensduur is en u wilt hem zonder extra kosten inleveren, gaat u naar een FIAT-dealer
of een door FIAT erkend inzamelings- en sloopbedrijf.
Deze bedrijven zijn zorgvuldig geselecteerd op de hoge kwaliteit van de service bij het inzamelen, behandelen en
terugwinnen en hergebruiken van ongebruikte auto's met inachtneming van het milieu.
Meer informatie over deze inzamelings- en sloopbedrijven kunt u krijgen bij een FIAT-dealer of een FIAT-
bedrijfswagendealer, door te bellen met het gratis telefoonnummer 00800 3428 0000 of op de website van FIAT.
(*) Voertuig geschikt voor het vervoer van maximaal negen personen en een totaal toegelaten gewicht van 3,5t332
Page 346 of 356

Koplampschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Koplampverstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Langzaam-rijdenfunctie (instrumentenverlichting
overdag) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Licentie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Make-upspiegeltje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Mistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80,248,273
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271,272
Parkeerlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Reserve . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Richtingaanwijzer . . . . . . . . . . . . 80,213,248,272,275
Service Engine Soon (storingslampje) . . . . . . . . . 247
Service, achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272,275
Storingslampje (motorcontrole) . . . . . . . . . . . . . 247
Tractiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Waarschuwing (Beschrijving
instrumentenpaneel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
Waarschuwing aan koplampen . . . . . . . . . . . . . . . 79
Waarschuwing brandstofniveau . . . . . . . . . . . . . 7,23
Waarschuwing lekke band . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
Waarschuwing lichten aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Waarschuwing rembekrachtiging . . . . . . . . . . . . 128
Waarschuwing remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Waarschuwing veiligheidsgordel . . . . . . . . . . . . . 250
Zekeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Zijknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Lampjes vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271,272
Lampjes, vervanging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213,271
Lane Change Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
LATCH-systeem (Onderste bevestigingspunten
en -banden voor kinderzitjes) . . . . . . . . . . . . . . . . 193 Lekke band vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
Lekken, vloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
Levensduur van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . 323
Ligtoestand stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56,59
Loodvrije benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 326
Luchtfilter, motor (luchtreinigingsfilter motor) . . . . . 299
Make-upspiegeltjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Maximaal voertuiggewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
Maximale asbelasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
Meters
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Snelheidsmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Temperatuur koelvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Toerenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Methanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 326
Methanolbrandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 326
Mini-Trip Computer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Mistlamp bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273,274
Mistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80,248,273,274
Mobiele telefoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
Motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214,296 Aanbevelingen voor inrijden . . . . . . . . . . . . . . . 214
Bediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Brandstofvereisten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 326
Chassisnummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
Interval olieverversing . . . . . . . . . . . . . . . . . 25,298
Keuze van de motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 329
Koeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
Koelvloeistof (antivries) . . . . . . . . . . . . . . . 306,330
Luchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
Motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
Olie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297,329,330
340
UW AUTO
VEILIGHEIDCORRECT
GEBRUIK VAN
DE AUTOWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGENNOODGEVALLENONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD