ABS Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2011Pages: 304, PDF Size: 33.4 MB
Page 282 of 304

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
41
BEVEILIGDE CIRCUITS
ABS/ESP regeleenheid, Multifunctionele diagnosestekker ABS/ESP regeleenheid, Multifunctionele diagnosestekker Zekering (PASS.STOEL RV, KOFFERDEKSEL, SIG.AANST. ACHTER, KANTEL, PEDAAL, BWS, JALOEZIE RA) Ruitverwarmingsrelais Aanjagerrelais Zekering (RUIT L, RUIT R) Startrelais, Start-/contactslot (IG2, START) Relais motormanagementregeleenheid, PCM, ECM Zekering (CONTACTSLOTSPOEL, MIST RA), Vermogensaansluiting Start-/contactslot (ACC, IG1) Gezekerde verbinding (ABS1, ABS2, ACHTERRUITVERW., AANJAGER) Claxonrelais Achterlichtrelais Regeleenheid motormanagementsysteem (Benzine) TCM (Diesel) Relais sirene diefstalbeveiliging, Relais portiervergrendeling Relais mistlampen voor Airco-relais Brandstofpomprelais Niet gebruikt Automaat inschakelrelais Remlichtschakelaar Relais gasontladingslampen Plafondlampje (Motor schuifdak) Koplampsproeierrelais Koplamprelais (grootlicht) Regeleenheid motormanagementsysteem, TCM, Dynamo Inspuitventiel, Airco-relais, Ventilatorrelais, Zuurstofsensor Luchtmassasensor, regeleenh. motormanagementsyteem, oliedrukregelklep, Klep variabel inlaatspruitstuk, Nokkenasstandsensor, EGR-actuator Zuurstofsensor, Brandstofpomprelais, PCM, VGT-actuator Remlichtschakelaar, Functieschakelaar automaat, Pulsgenerator, Snelheidssensor Bobine (Benzine), Condensor (Benzine) Regeleenheid motormanagementsysteem, ECM, Luchtmassasensor Koplamprelais (dimlicht) ABS/ESP regeleenheid, Multifunctionele diagnosestekker
BENAMING
ABS1 ABS2
I/P (B+)1 RR HTD
BLOWER P/WDW
IGN2
ECU RLY
I/P (B+)2 IGN1
ALT
1 2 3 4 5 6 7 8 9
1011 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 HORN
TAIL
ECU IG1
DRL
FR FOG
A/CON
F/PUMP
DIODE ATM
STOP
H/LP LO RH
S/ROOF
H/LP WASHER
H/LP HI
ECU (B+)
SNSR3 SNSR1 SNSR2
B/UP
IGN COIL
ECU (IG1) H/LP LO
ABS WAARDE
40A 20A 40A 40A 40A 40A 40A 30A 30A 30A
150A
15A 20A 10A 10A 15A 15A 10A 20A -
20A 15A 15A 15A 20A 20A 10A 10A 15A 15A 10A 20A 10A 20A 10A
Page 287 of 304

7EMISSIE REGELSYSTEEM
2
ZH010B1-AX
1. Carterventilatieysteem Het gesloten carterventilatiesysteem is ontworpen teneinde te voorkomen dat carterdampen in de atmosfeerterecht komen. Dit systeem zorgt er voor dat het carter via het luchtfilter wordt geventileerd. Deze verse luchtvermengt zich met de carterdampen waarna deze lucht via de positieve carterventilatieklep naar hetinlaatsysteem van de motor wordt teruggevoerd.Actief koolfilter Als de motor niet "Draait", ontstaat
brandstofdamp in de tank, die in het actief koolfilter geabsorbeerd en opgeslagen wordt. Als de motor"Draait", wordt de brandstofdamp opgeslagen in het actief koolfilter, afgezogen via de elektrisch bediendeklep.
Elektrisch bediende klep De elektrisch bediende klep wordt
"Gestuurd" door de Elektronische Bedieningseenheid; als de motorkoelvloeistoftemperatuur laag is,en tijdens stationair draaien van de motor is de klep gesloten, waardoor géén brandstofdamp in de inlaatbuisvan het luchtinlaatsysteem komt. Nadat de motortemperatuur op
bedrijfsniveau is gekomen, engedurende normaal rijden, wordt brandstofdamp door de geopende klep naar de luchtinlaatbuis afgevoerd.UITSTOOT BEHEERSSYSTEEM
ZH010A1-FX Uw Hyundai is uitgerust met een uitstoot beheerssysteem om te voorzien in alle eisen van de voor uwland van toepassing zijnde overheidseisen. Er zijn drie uitstoot beheerssystemen, ni.:
(1) Carterdamp beheerssysteem
(2) Brandstofdamp beheerssysteem
(3) Uitlaatgas beheerssysteem Om er zeker van te zijn dat dit regelsysteem optimaal blijft functioneren moet uw wagen overeenkomstig hetonderhoudsschema in deze handleiding door een Hyundai dealer worden onderhouden. ZH010C1-AX
2. Beheersingssysteem
Dampuitstoot
Het beheersingssysteem van de
dampuitstoot is ontworpen om te voorkomen dat brandstofdampen ontsnappen naar de buitenlucht.
Page 296 of 304

8INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
6RESERVEWIEL EN GEREEDSCHAP
I100A02NF-GXT Uw Hyundai wordt geleverd met het
volgende:
Reservewiel (1) Stang (2) Krik (3) Wielmoersleutel (4) Gereedschapvak (5) Schroevendraaier
7I100A01NF-1
WAARSCHUWING:
o Het rijden met versleten banden is gevaarlijk! Door versleten banden kan het optimale remvermogen verloren gaan, kunt u de macht over het stuurverliezen en wordt de grip op het wegdek verminderd. Gebruik geen diagonaalbanden.
o Als gebruik wordt gemaakt van andere dan de aanbevolen velgenen banden, dan kan dit ongewenste rij-eigenschappen tot gevolg hebben. Hierdoor kunnendodelijke of ernstige verwondingen en/of beschadigingen ontstaan.
o Banden verouderen na verloop van tijd, zelfs wanneer ze nietworden gebruikt.Het verdient aanbeveling ombanden bij normaal gebruik overhet algemeen na zes (6) jaar te vervangen, ongeacht de resterende profieldiepte.
!Warmte ten gevolge van het rijden in een warm klimaat of hetregelmatig met zware belading rijden kunnen het verouderingsproces versnellen.Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan resulteren in een kapotte band. Hierdoor kuntu de controle verliezen, waardoor een ongeluk met ernstig letsel of schade het gevolg kan zijn.
o Het ABS vergelijkt de snelheid
van de wielen. De bandenmaatheeft invloed op de snelheid van de wielen. Zorg er bij het vervangen van de banden voordat ze dezelfde maat hebben als de originele banden. Wanneer banden van een ander formaatworden gebruikt, werken het ABS (antiblokkeersysteem) en het ESP (voertuigstabiliteitsregeling)(indien gemonteerd) mogelijk niet goed meer.
Page 301 of 304

10INHOUD
2
A Aanbevolen bandenspanning ........................................ 8-2
Aansteker ................................................................... 1-89
Airbagsysteem ............................................................ 1-46
Asbak ......................................................................... 1-91
Accu controleren ......................................................... 6-25
Airconditioning .......................................................... 1 -128
Achteruitkijkspiegel ................................................... 1 -103
Algemene controles ...................................................... 6-4
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4
Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-10
Antenne .................................................................... 1 -138
Anti-blokkeersysteem (ABS) ....... ................................2-12
Audiosysteem ........................................................... 1 -138
Automatische snel heidsregeling ................................ 1 -118
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1 -125
B Bagagenet ................................................................ 1 -107
Banden ......................................................................... 8-2
Banden vervangen ........................................................ 8-5
Bediening verwarming en koeling ............................. 1-123
Bekerhouder ................................................................ 1-91Benzinemeter
.............................................................. 1-71
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-40
Bij verlies van sleutels ............................................... 3-13
Boordcomputer ............................................................ 1-74
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-2
Brillenvak .................................................................... 1-98
Buitenspiegel ............................................................ 1-100
Buitenspiegel verwatming ... ......................................1-101
C Centrale deurvergrendeling .......................................... 1-11
Claxon ...................................................................... 1-115
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
DDashboardkastje ......................................................... 1-99
Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-12
EEconomisch rijden ...................................................... 2-18
Elektrisch aanslui tpunt ............................................... 1-90
Elektrisch bediende ruiten .......................................... 1-17
Elektrisch verstelbare stoelen voor ............................1-22
Elektronische stabiliteitsregeling (ESP) ......................2-13