sensor Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 420 of 540

6-21
Wat te doen in een noodgeval
6
EUROPA
•Voer geen wijzigingen door
aan de auto; deze kunnen de
TPMS-functie beïnvloeden.
•Universele wielen zijn niet
voorzien van een TPMS-
sensor.
Voor uw veiligheid adviseren
we u vervangende onderdelen
te gebruiken die zijn geleverd
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
•Als u universele wielen onder
uw auto monteert, moet u
TPMS-sensoren gebruiken die
goedgekeurd zijn door een
HYUNDAI-dealer. Als uw auto
niet voorzien is van TPMS-
sensoren of als het TPMS niet
goed werkt, kunt u problemen
krijgen bij de APK.
❈Alle gedurende de
onderstaande periode op de
EUROPESE markt verkochte
auto's moeten zijn voorzien
van het TPMS. - Nieuw model auto:vanaf 1 november 2012
- Bestaand model auto: vanaf 1 november 2014
(op basis van
voertuigregistraties)WAARSCHUWING
Page 436 of 540

6-37
Wat te doen in een noodgeval
6
- De bandenspanning verhogen:Zet de schakelaar op de
compressor in stand I. Schakel
de compressor even uit om dehuidige bandenspanning-sinstelling te controleren.
- De bandenspanning verlagen: Druk knop (8) op de compressorin.
Gebruik de compressor niet
langer dan 10 minuten, omdat het
apparaat anders oververhit raakt
en beschadigd kan raken. Informatie
De manometer kan een hogere waarde
dan de werkelijke waarde aangeven
als de compressor draait. Om de juiste
waarde te kunnen aflezen, moet de
compressor worden uitgeschakeld. Informatie
Draai bij het plaatsen van de
gerepareerde band met velg op de
auto de wielmoeren aan met 11 - 13
kgm (79 - 94 lbf.ft).
i
i
AANWIJZING
De bandenspanning moet ten
minste 220 kPa (32 psi) zijn. Rijd
niet verder als dat niet het geval
is. Roep in dat geval hulp in.
WAARSCHUWING
Rijd opnieuw een stukje als de
band niet op spanning blijft.
Volg de aanwijzigen in 'Het
dichtmiddel verdelen'. Herhaaldan de stappen 1 tot en met 4.
Het IMS kan mogelijk niet
gebruikt worden bij
bandbeschadigingen groter dan
ongeveer 4 mm.
We adviseren u contact op te nemen met een officiële
HYUNDAI-dealer als de band
niet gerepareerd kan worden
met de Tire Mobility Kit.
OPMERKING
Bandenspanningssensor
(indien uitgerust met TPMS)
Het afdichtingsmiddel op de bandenspanningssensor en
velg moet worden verwijderdwanneer de band door een
nieuw exemplaar wordt
vervangen en de bandenspan-ningssensoren moeten door
een officiële HYUNDAI-dealer
worden gecontroleerd.
OPMERKING
Page 443 of 540

6-44
Wat te doen in een noodgeval
2. Sluit slang (3) van de compressoraan op het ventiel van de band.
3. Steek de aansluiting van de compressor in de 12V-aansluiting
van de auto.
4. Breng de band op de aanbevolen spanning.
Schakel het contact in en ga dan
als volgt te werk.
- De bandenspanning verhogen: Schakel de compressor uit.
Schakel de compressor even uitom de huidige bandenspanning
-
sinstelling te controleren.
- De bandenspanning verlagen: Druk knop (9) op de compressor in.
Gebruik de compressor niet
langer dan 10 minuten, omdat het
apparaat anders oververhit raakt
en beschadigd kan raken. Informatie
De manometer kan een hogere waarde
dan de werkelijke waarde aangeven
als de compressor draait. Om de juiste
waarde te kunnen aflezen, moet de
compressor worden uitgescha-keld.
Informatie
Draai bij het plaatsen van de
gerepareerde band met velg op de
auto de wielmoeren aan met 11 - 13
kgm (79 - 94 lbf.ft).
i
i
AANWIJZING
De bandenspanning moet ten
minste 220 kPa (32 psi) zijn. Rijd
niet verder als dat niet het geval
is. Roep in dat geval hulp in.
WAARSCHUWING
Rijd opnieuw een stukje als de
band niet op spanning blijft.
Volg de aanwijzigen in 'Het
dichtmiddel verdelen'. Herhaaldan de stappen 1 tot en met 4.
Het IMS kan mogelijk niet
gebruikt worden bij
bandbeschadigingen groter dan
ongeveer 4 mm.
We adviseren u contact op te nemen met een officiële
HYUNDAI-dealer als de band
niet gerepareerd kan worden
met de Tire Mobility Kit.
OPMERKING
Bandenspanningssensor
(indien uitgerust met TPMS)
Het afdichtingsmiddel op de bandenspanningssensor en
velg moet worden verwijderdwanneer de band door een
nieuw exemplaar wordt
vervangen en de bandenspan-ningssensoren moeten door
een officiële HYUNDAI-dealer
worden gecontroleerd.
OPMERKING
Page 445 of 540

6-46
Wat te doen in een noodgeval
Slepen in noodgevallen zonder dollies:
1. Zet het contact in stand ACC.
2. Zet de selectiehendel in stand N(neutraal).
3. Ontgrendel de parkeerrem.
Afneembare trekhaak
1. Open de achterklep en verwijder het sleepoog uit de gereedschapsset. 2. Verwijder het afdekkapje in de
bumper door op het onderste deel
van het kapje te drukken.
3. Plaats het sleepoog door het rechtsom te draaien totdat het
volledig vastzit.
4. Verwijder het sleepoog na gebruik en plaats het afdekkapje.
Als de selectiehendel niet in
stand N wordt gezet, kan dit
inwendige schade in de
transmissie tot gevolg hebben.
OPMERKING
Zet het contact in de stand OFF
of ACC wanneer de auto
gesleept wordt als de auto
voorzien is van zij- en gordijnai
bags.
De zij- en gordijnairbags
kunnen worden geactiveerdwanneer het contact in de stand
ON staat en de koprolsensor de
situatie interpreteert als over de
kop slaan.
WAARSCHUWING
OOS067023
OOS067041
■ Voor
■ Achter
Page 491 of 540

7
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
P/OUTLET2POWER
OUTLET
220ARelaiskast interieur (relais 12V-aansluiting)
INT. VERLICHTING7,5AVerlichting dashboardkastje, make-upverlichting links/rechts, interieurverlichting,
verlichting dakconsole, draadloze-laderunit, consoleschakelaar bestuurder
(met draadloze-laderunit), bagageruimteverlichting
RESERVESpare7,5AReserve
Inbraakalarm10AICM-relaiskast (relais claxon alarmsysteem)
GEHEUGENMEMORY10AModule klimaatregeling, head-up display, instrumentenpaneel, BCM,
relaiskast interieur (relais inklappen/uitklappen buitenspiegels), regensensor
RESERVESpare20AReserve
AMPAMP30AISG DC-DC-converter, AMP
MODULE6MODULE
67,5AISG DC-DC-converter, AMP
MDPS17,5AMDPS-unit
MODULE1MODULE
17,5AActive Air Flap, consoleschakelaar bestuurder (zonder draadloze-laderunit),
schakelaar alarmknipperlichten, diagnosestekker
MODULE7MODULE77,5AModule voorstoelventilatiesysteem, module voorstoelverwarming
A/BAG INDIND7,5AInstrumentenpaneel, module klimaatregeling
7-43
Page 498 of 540

7-50
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
magneetklep dampafvoer, magneetklep RCV, oliedrukregelklep #1 - #2
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)
IGN COILIGN COIL20ABobine #1-#4
ECU3E315AECM
A/CON10ARelaiskast PCB (relais A/CON)
ECU5E510AECM
SENSOR4S415AVacu
Page 499 of 540

7-51
7
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Zekeringkast motorruimte
■ Kappa 1.0 T-GDI
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
RCV-magneetklep, magneetklep dampafvoer, oliedrukregelklep #1 - #3
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)
Page 500 of 540

7-52
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
IGN COILIGN COIL20ABobine #1- #3
ECU3E315AECM
A/CON10ARelaiskast PCB (relais A/CON)
ECU5E510AECM
SENSOR4S415A-
ABS3310AMultifunctionele servicestekker, ESC-module
TCM2T215A-
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Page 517 of 540

7-69
7
Onderhoud
• Reinig kunststof onderdelen enlichting niet met chemische
oplosmiddelen of sterke
reinigingsmiddelen, om
beschadiging ervan te
voorkomen.Wassen met een hogedrukreiniger
• Houd bij het gebruik van eenhogedrukreiniger voldoende afstand
tot de auto. Wanneer u onvoldoende
afstand houdt of de druk te hoog is,
kunnen onderdelen van de
beschadigd raken of kan er water in
de auto komen.
• Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de camera, de sensoren of
de omgeving ervan. Schokken door
waterstralen uit de hogedrukreiniger
kunnen ervoor zorgen dat het
apparaat niet goed werkt.
• Houd de spuitmond uit de buurt van stofhoezen (rubberen of kunststof
afdekkapjes) of stekkers, aangezien
deze beschadigd kunnen raken
wanneer deze in aanraking komen
met waterstralen uit de
hogedrukreiniger. • Water in de motorruimte,
inclusief water onder hoge druk,
kan storingen veroorzaken in de
elektrische circuits.
• Zorg ervoor dat water en andere vloeistoffen nooit in contact
komen met elektrische/
elektronische com-ponenten in
de auto omdat ze dan
beschadigd kunnen raken.
AANWIJZING
Natte remmen
Test na het wassen de remmen
van uw auto bij lage snelheid
om te controleren of de remwer-
king door binnengedrongen
water beïnvloed is. Droog deremmen door het rempedaal bij
lage snelheid licht in te trappenwanneer de remprestaties
verminderd zijn.
WAARSCHUWING
OOS077051