ESP Hyundai Santa Fe 2005 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2005, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2005Pages: 244, PDF Size: 10.07 MB
Page 127 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
WAARSCHUWING:
o De Santa Fe met tweewielaandrijving is niet bedoeld voor gebruik in terrein. De Santa Fe metvierwielaandrijving is hoofdzakelijk ontworpen voor gebruik op de weg. Kortstondiggebruik van de auto op onverharde wegen en lichte terreinritten zijn toegestaan. DeSanta Fe met vierwielaandrijving is niet ontworpen voor zwaar gebruik in het terrein. Het nietaanhouden van deze voorschriften kan tot ernstig letsel leiden.
o Terreinauto's hebben een grotere kans op ongevallen dan anderetypen auto's.
o Terreinauto's hebben een grotere bodemvrijheid en een anderespoorbreedte, waardoor ze geschikt zijn voor vele toepassingen in het terrein. Doorde specifieke kenmerken hebben ze een hoger zwaartepunt dan normale auto's. Een voordeel van een grotere bodemvrijheid is eenbetere uitzicht om op de omstandigheden te anticiperen. Ze zijn niet ontworpen om metdezelfde snelheid een bocht te nemen als conventionele auto's met 2-wielaandrijving, evenalslaag gebouwde sportauto's niet geschikt zijn om in het terrein te rijden. Voorkom indien mogelijkscherpe bochten en abrupte manoeuvres. Evenals bij andere auto's van dit type kan door eenonjuist gebruik de macht over het stuur verloren gaan en kan de auto over de kop slaan.
o Bij een ongeval heeft een
inzittende die geenveiligheidsgordel gebruikt duidelijk meer kans op ernstig letsel dan iemand die wel eenveiligheidsgordel gebruikt.
o Uw auto is uitgerust met banden
die zijn ontworpen voor een veilig weggedrag en goede bestuurbaarheid. Geen velgen en banden gebruiken die anders zijn dan de velgen en banden die origineelop uw auto zijn gemonteerd.!Montage van onjuiste banden op uw auto kan het weggedrag nadelig beïnvloeden, waardoor u de controle over de auto kuntverliezen en zelfs over de kop kunt slaan, met ernstig letsel tot gevolg. Let er bij het vervangen van banden op, dat alle vier de wielen het zelfde formaat, type, profiel,merk en draagvermogen hebben. Als u toch banden en/of velgen op uw auto monteert die nietdoor Hyundai zijn aanbevolen, ga dan hiermee niet de openbare weg op.
Page 128 of 244

2- 4 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT De motor starten
o Zet bij een handgeschakelde versnellingsbak de versnellingshan- del in neutraal en druk het koppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische transmissie de keuzehandel in destand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra de motor aanslaat. Bedien destartmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat (Automatische transmissie).
!WAARSCHUWING: (Aleen Dieselmotor)
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffendecontrolelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
C020A01O-GXTALVORENS DE MOTOR TE STARTEN Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke
banden, olie- of koelvloeistofle- kkage of andere tekenen vanmogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en de buitens-piegels en controleer of ze schoonzijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge- gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn.
Page 131 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 7
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal
(handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat degloeibougies op temperatuur worden gebracht. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
!
Page 137 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 13
OMHOOG (+) : Druk de handel
eenmaal naar voren om één versnelling opte schakelen.
OMLAAG (-) : Trek de handel
eenmaal naar achteren om één versnelling terug teschakelen.
OVERSLAAN : Beweeg de handel
snel achterelkaartweemaal voor- of achteruit; hierdoor wordt één versnellingovergeslagen en. d.w.z. 1e naar 3e of 3e naar 1e. LET OP:
o Het opschakelen geschiedt in de sportstand niet automatisch. Debestuurder moet opschakelen inovereenstemming met de heersende omstandigheden en moet voorkomen dat hetmotortoerental in het rode gebied komt.
o Door de keuzehandel snel achterelkaar tweemaal naarachteren (-) te bewegen, kan één versnelling worden overgeslagen,d.w.z. 3e naar 1e, 4e naar 2e. Omdat door abrupt afremmen op de motor de grip verloren kangaan, moet voorzichtig en in overeenstemming met de snelheid wordenteruggeschakeld.
! N.B.:
o In de sportstand kunnen alleen de vier vooruitversnellingen worden geselecteerd. Omachteruit te rijden of te parkeren moet de keuzehandel in de stand "R" respectievelijk "P" wordengeplaatst.
o In de sportstand wordt bij afnemende snelheid automatisch teruggeschakeld. Zodra de auto stilstaat wordt de 1e versnellingautomatisch ingeschakeld.
o Om het vereiste prestatieniveau
van de auto en de veiligheid tewaarborgen, zorgt het systeem ervoor dat bij het bedienen van de keuzehandel bepaaldeschakelingen niet worden uitgevoerd.
o Om op een glad wegdek weg te rijden moet het keuzehandel in de richting + (OMHOOG) wordengedrukt. Hierdoor schakelt de transmissie over naar de 2e versnelling waardoor op een gladwegdek soepeler kan worden weggereden. Om terug te schakelen naar de 1e versnellingmoet de handel in de richting -(OMLAAG) worden gedrukt.
Page 138 of 244

2- 14 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C090N03O-AXT Een goede rijstijl
o Plaats bij ingedrukt gaspedaal de keuzehandel vanuit een rijstandnooit in stand "P" of "N".
o Plaats de keuzehandel nooit in stand "P" wanneer de wagen rijdt.
o Zorg er voor dat de wagen stil staat voordat stand "R" wordtingeschakeld.
o Zet de keuzehandel nooit in stand "N" tijdens het bergafwaarts rijden. Dit is uiterst gevaarlijk. Laat dekeuzehandel altijd in een rijstand staan.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Hierdoor kunnen de remmente warm worden waardoor zij niet meer optimaal functioneren. Neembij het bergafwaarts rijden tijdig gas terug en schakel een lagere versnelling in. Hierdoor remt dewagen op de motor af waardoor de rijsnelheid wordt verminderd.
o Neem gas terug voordat u een lagere versnelling inschakelt. Anders is het mogelijk dat de lagereversnelling niet in aangrijping komt.
C090I02L-GXT
!
LET OP:
o Schakel alleen naar de stand "R" en "P" als de auto volledig stilstaat.
o Met ingedrukt rempedaal de motor niet met een hoog toerentallaten draaien als de achteruit- ofeen vooruitversnelling is ingeschakeld.
C090H01L-GXTN.B.:
o Voor een soepele en veilige
werking, moet bij het inschakelen van een voor- of achteruitversnelling vanuit de stand "Neutral" of "Park", hetrempedaal worden ingedrukt.
o Het contact moet zijn aangezet
en het rempedaal ingedrukt omde keuzehandel vanuit de stand "P" (Park) naar een van de andere standen te kunnen schakelen.
o Het is altijd mogelijk om vanuit
de stand "R", "N" of "D", naar destand "P" te schakelen. Om schade aan de transmissie te vo orkomen moet de auto hierbijstilstaan. o Houd het rempedaal altijd
ingedrukt als van stand "P" of "N" naar "R" of "D" wordt geschakeld.
o Gebruik stand "P" (Park) niet in
plaats van de parkeerrem. Bediende parkeerrem, zet de transmissie in de stand "P" (P ark) en zet het contact af voordat de auto, ook
voor korte tijd, wordt verlaten. Laat de auto met draaiende mo- tor niet onbeheerd achter.
o Bij het vanuit stilstand accelereren op een steile hellingkan de auto de neiging hebbenom achteruit te rollen. Door de selectiehendel in stand 2 (tweede versnelling) te zetten terwijl desportstand is ingeschakeld, voorkomt u dat de auto achteruit gaat rollen.
o Controleer regelmatig het vloeistofpeil in de automatischetransmissie en vul zonodig vloeistof bij.
Page 146 of 244

2- 22 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
ZC140A1-AX OPMERKINGEN MET BETREKKING TOT DE REMMEN
WAARSCHUWING:
Plaats geen voorwerpen op de hoedenplank achter de achterbank.Bij een aanrijding of plotseling afremmen kunnen dergelijke voorwerpen naar voren schuivenwaardoor de wagen wordt beschadigd of inzittenden verwondingen kunnen oplopen.
o Controleer voor het wegrijden of de handrem is vrij gezet en de controlelamp voor de handrem niet brandt.
o Bij het rijden in de regen of door
water en nadat de wagen isgewassen, kunnen de remmen nat worden. Natte remmen zijn gevaarlijk! Natte remmen hebbeneen langere remweg tot gevolg en de wagen kan naar één kant trekken. Rij voorzichtig als uvermoedt dat de remmen nat zijn. Wanneer de wagen niet normaal remt, zijn de remmen waarschijnlijk nat en zal er meer druk op het rempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagen weernormaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uw Hyundaidealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet in neutraal als u bergafwaarts rijdt. Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, remde wagen af en schakel vervolgens naar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijndoordat de remmen hierdoor te heetkunnen worden en niet meer optimaal functioneren.
o Als u een lekke band krijgt, druk dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeftverminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan van de weg af en breng hem totstilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissie
LET OP:
o Start de motor nooit met de keuzehendel in de vooruit- ofachteruitstand terwijl één van de achterwielen is opgekrikt en hetandere wiel op de grond staat; hierdoor kan de auto van de krik schieten.
o Gebruik alleen de aanbevolen olie voor LSD in de achteras. Ziepagina 9-4 voor de aanbevolen oliespecificaties.
!
Page 147 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 23
laat hem dan niet "kruipen". Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen totstilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handrem aan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatischetransmissie) of in de eerste of achteruit versnelling (handgeschakelde versnellingsbak).Als u de wagen op een helling parkeert, draai dan de voorwielen in een zodanige stand dat de wagenniet kan wegrollen. Leg zonodig blokken voor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans isaanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeftopgehoopt of als de remmen nat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dantijdelijk op de handrem en zet de versnellingshandel in neutraal resp. bij automatische transmissie instand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij. en neemt de slijtage aan deze componenten ook toe. Bovendien kan het remvoeringmateriaal te heetworden waardoor de remmen niet meer optimaal functioneren.
o Houd de bandenspanning op de voorgeschreven waarde. Een te hoge of een te lage bandenspanningheeft onnodige bandenslijtage tot gevolg. Controleer de bandenspanning tenminste éénmaalper maand.
o De wielen moeten goed zijn uitgelijnd. Het raken vanstoepranden of het te snel rijden over een ongelijkmatig wegdek kan tot gevolg hebben dat de wielenniet meer correct zijn uitgelijnd. Dit kan o.a. een snellere bandenslijtage tot gevolg hebben evenals eenhoger brandstofverbruik.
o Houd uw wagen in een goede conditie. Onderhoud uw wagen voor een gunstig brandstofverbruik en lagere onderhoudskosten; zie hetonderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Als uw wagen in zware omstandigheden wordt gebruikt, danis frequenter onderhoud vereist (zie hoofdstuk 5 voor bijzonderheden).
ZC150A1-AXECONOMISCH RIJDEN Als u onderstaande richtlijnen opvolgt
maakt u het meest economische gebruik van uw wagen mogelijk:
o Rijd gelijkmatig. Vermijd snel
accelereren. Geef gelijkmatig gas tot de gewenste snelheid is bereikt en houd deze snelheid zoveel mogelijk constant. Vermijd snelaccelereren tussen verkeerslichten. Pas uw snelheid aan de rest van het verkeer aan zodat u niet onnodighoeft te schakelen. Vermijd zoveel mogelijk druk verkeer. Houd een veilige afstand tot andere voertuigenzodat u niet onnodig hoeft te remmen. Hierdoor vermindert u tevens slijtage aan het remsysteem.
o Vermijd hoge snelheden. Hoe
sneller u rijdt, hoe meer brandstofwordt verbruikt. Het rijden met gelijkmatige snelheden, vooral op autosnelwegen, is één van demeest effectieve manieren om het brandstofverbruik te verlagen.
o Laat uw voet niet op het rem-of koppelingpedaal rusten. Hierdoorkan het brandstofverbruik toenemen
Page 149 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 25
ZC170D1-AX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de
accukabels zoals beschreven in hoofdstuk 6. De staat van de accu kan worden gecontroleerd door uw Hyundai dealer. ZC170C1-AX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is
gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van hetkoelsysteem tegengaat, uw waterpomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet wordenbijgevuld overeenkomstig het onderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistofcontroleren m.b.t. het vriespunt. ZC170E1-AX Gebruik zonodig "winterolie" Voor sommige klimaten is het aan te
bevelen bij koud weer een "winterolie" met lagere viscositeit te gebruiken. Zie hoofdstuk 9 voor de aanbevolenoliesoorten. Raadpleeg in geval van twijfel uw Hyundai dealer.
ZC170F1-AX Bougies en ontstekingssysteem controleren Controleer de bougies zoals beschreven in hoofdstuk 6 en vervang ze zonodig. Controleer tevens de bedrading en de componenten van het ontstekingssysteem. Vervangbeschadigde onderdelen. ZC170G1-AX Sloten tegen bevriezing beschermen Om het bevriezen van de sloten te voorkomen zijn speciale producten bij uw dealer verkrijgbaar. Ook als een slot bevroren is, kan dit metdoeltreffende middelen worden ontdooid. Soms is het mogelijk een bevroren slot te ontdooien door desleutel te verwarmen. N.B.: Het temperatuurgebied waarin de sleutel voor de startblokkering kan worden gebruikt, bedraagt -40°C tot80°C. Als de sleutel van de startblokkering tot boven 80 °C wordt verwarmd om een bevrorenslot te openen, kan de transponder in de sleutelkop worden beschadigd.
Page 166 of 244

IN GEVAL VAN PECH 3- 11
D080A01O-GXT ALS UW AUTO MOET WORDEN GESLEEPT Als uw auto moet worden gesleept, laat dit dan doen door uw Hyundai dealer of door een gespecialiseerde autosleepdienst. Zo voorkomt u datuw auto beschadigd raakt tijdens het slepen. Bovendien zijn professionele sleepdiensten op de hoogte van deplaatselijke regels ten aanzien van slepen. In ieder geval is het belangrijk dat u deze informatie overhandigt aande chauffeur van de sleepwagen, om schade aan uw auto te voorkomen. Er moet een systeem metveiligheidskettingen worden gebruikt, en alle plaatselijke wetten moeten in acht worden genomen. Het verdient aanbeveling dat uw auto wordt gesleept met een wiellift en verrijdbare plateaus of op een auto-ambulance met alle wielen van de grond.
!
LET OP:
o Uw auto kan beschadigd raken als hij onjuist wordt gesleept!
o Controleer of de transmissie in neutraal staat.
o Als de motor niet start, ontgrendel dan het stuurslot door de sleutel in het contactslot in de stand "ACC" te zetten.
D080B01O-GXT Het slepen van een tweewielaangedreven auto
HSM4027
Uw auto kan worden gesleept met een sleepwagen met wiellepel (1), (2)of een auto-ambulance (3). 1)
2)
3)
Wielplatform
Page 171 of 244

4- 2 CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
ZE020A1-AX CORROSIE VOORKOMEN Door toepassing van de meest geavanceerde technologie bij het ontwerp en construeren ter bestrijding van corrosie, produceert Hyundaiwagens van hoogstaande kwaliteit. Bij de bescherming tegen corrosie op den lange duur is het echter vanbelang dat de eigenaar hier aan meewerkt. ZE020B1-AX Oorzaken van corrosie De meest voorkomende oorzaken van corrosie zijn:
o Pekel, modder en vocht dat zich
aan de onderzijde van de wagen verzamelt.
o Beschadigingen aan de lak of coat-
ing door steenslag, grind, krassen of deuken die het onbeschermde metaal blootstellen aan corrosie. ZE020C1-AX Risicogebieden Bescherming tegen corrosie is vooral
belangrijk wanneer u in een gebied woont waar uw wagen regelmatig wordt blootgesteld aan corrosieve invloeden.De meest voorkomende oorzaken van versnelde corrosie zijn pekel, chemische stoffen, zeelucht enindustriële vervuiling. Ook hoge temperaturen kunnen de
oorzaak van corrosie zijn als dedesbetreffende delen van decarrosserie niet goed worden geventileerd, waardoor het vocht zicht kan verzamelen. Om genoemderedenen is het van groot belang dat uw wagen schoon is en vrij van modder of ander vuil. Dit geldt nietalleen voor het zichtbare gedeelte, maar vooral voor de onderzijde van de wagen.
ZE020D1-AX Vocht Bij vocht bestaat de grootste kans op
corrosie. Bijvoorbeeld, in een omgeving met
een hoge vochtigheidsgraad. Vooral bij temperaturen vlak onder het vriespunt, is de kans op corrosie groot. Onder deze omstandigheden blijvende corrosieve materialen over een langere periode aanwezig, doordat het vocht slechts langzaam verdampt.Ook modder is vaak de oorzaak van corrosie, doordat het slechts langzaam droogt, waardoor vocht lang met decarrosserie in aanraking blijft. ZE030B1-AX Houd uw wagen schoon De beste manier om corrosie tegen te
gaan is uw wagen schoon te houden en vrij van corrosieve materialen. Hierbij is de wagenonderzijde van groot belang. ZE030A1-AX CORROSIE VOORKOMEN Corrosievorming kan worden
voorkomen door op het volgende te letten: