Waarschuwings lampje MAZDA MODEL CX-5 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2015, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2015Pages: 805, PDF Size: 8.95 MB
Page 138 of 805

OPMERKING
lAls de accu uitgeput raakt terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem in
staat van paraatheid is, zal de sirene
geactiveerd worden en zullen de
waarschuwingsknipperlichtengaan
knipperen wanneer de accu geladen
of vervangen wordt.
lWanneer de sirene klinkt en de
waarschuwingsknipperlichtenknipperen
kan de achterklep niet worden
geopend.
qIn staat van paraatheid brengen
van het systeem
1. De ramen en het schuifdakígoed
sluiten.
OPMERKING
Ook als een raam of het schuifdakíis
open blijven staan, kan het systeem in
staat van paraatheid gebracht worden,
echter zelfs het gedeeltelijk open laten
staan van de ramen en het schuifdak
í
kan een uitnodiging zijn tot diefstal, en
wind die in de auto blaast zou het alarm
kunnen activeren.
De functie van de inbraaksensor kan
ook geannuleerd worden.
Zie Annuleren van de inbraaksensor op
pagina 3-57.
2. Druk de startdrukknop uit.
3. Zorg er voor dat de motorkap, de
portieren en de achterklep gesloten
zijn.4. Druk op de vergrendeltoets op de
zender.
De
waarschuwingsknipperlichtenzullen
eenmaal knipperen.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
Druk op een verzoekschakelaar.
Het veiligheidsindikatielampje in het
instrumentenpaneel gaat gedurende 20
seconden tweemaal per seconde
knipperen.
Zie Waarschuwings/indikatielampjes
op pagina 4-38.
5. Na 20 seconden is het systeem volledig
in staat van paraatheid.
OPMERKING
lHet anti-diefstal beveiligingssysteem
kan ook in staat van paraatheid
gebracht worden door het activeren
van de automatische
hervergrendelfunctie terwijl alle
portieren, de achterklep en de
motorkap gesloten zijn.
Zie Zender op pagina 3-5.
3-56
Alvorens te gaan rijden
íBepaalde modellen.
Beveiligingssysteem
Page 142 of 805

lHet contact op ON zetten zonder de
startdrukknop te gebruiken.
Als het systeem opnieuw in werking
wordt gesteld, zal de verlichting en de
claxon geactiveerd worden totdat het
bestuurdersportier of de achterklep met de
zender ontgrendeld wordt.
(Met geavanceerde sleutel)
De verlichting en de claxon kunnen ook
buiten werking gesteld worden door het
indrukken van de verzoekschakelaar op
een portier.
OPMERKING
lAls de accu uitgeput raakt terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem in
staat van paraatheid is, zal de claxon
geactiveerd worden en zullen de
waarschuwingsknipperlichtengaan
knipperen wanneer de accu geladen
of vervangen wordt.
lWanneer de claxon klinkt en de
waarschuwingsknipperlichtenknipperen
kan de achterklep niet worden
geopend.
qIn staat van paraatheid brengen
van het systeem
1. De ramen en het schuifdakígoed
sluiten.
2. Druk de startdrukknop uit.
3. Zorg er voor dat de motorkap, de
portieren en de achterklep gesloten
zijn.4. Druk op de vergrendeltoets op de
zender of vergrendel het
bestuurdersportier vanaf de buitenzijde
met de hulpsleutel.
De
waarschuwingsknipperlichtenzullen
eenmaal knipperen.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
Druk op een verzoekschakelaar.
Het veiligheidsindikatielampje in het
instrumentenpaneel gaat gedurende 20
seconden tweemaal per seconde
knipperen.
Zie Waarschuwings/indikatielampjes
op pagina 4-38.
5. Na 20 seconden is het systeem volledig
in staat van paraatheid.
OPMERKING
lHet anti-diefstal beveiligingssysteem
kan ook in staat van paraatheid
gebracht worden door het activeren
van de automatische
hervergrendelfunctie terwijl alle
portieren, de achterklep en de
motorkap gesloten zijn.
Zie Zender op pagina 3-5.
3-60
Alvorens te gaan rijden
íBepaalde modellen.
Beveiligingssysteem
Page 165 of 805

4Tijdens het rijden
Informatie betreffende veilig rijden en stoppen
Motor start/stop ....................................... 4-2
Contactschakelaar ............................... 4-2
Starten van de motor ........................... 4-4
Stopzetten van de motor .................... 4-12
i-stop
í.............................................. 4-14
Instrumentengroep en display .............. 4-24
Meters en tellers ................................ 4-24
Waarschuwings/indikatielampjes ...... 4-38
Transmissie ............................................ 4-77
Bediening van de handgeschakelde
versnellingsbak ................................. 4-77
Bedieningsorganen van de automatische
transmissie ........................................ 4-80
Schakelaars en regelaars ....................... 4-91
Lichtschakelaar ................................. 4-91
Voormistlichten
í.............................. 4-98
Achtermistlichtí............................... 4-99
Richtingaanwijzers en signalen voor
rijbaanverandering .......................... 4-101
Voorruitenwissers en ruitensproeier .... 4-103
Achterruitenwisser en ruitensproeier .... 4-107
Koplampsproeierí.......................... 4-108
Achterruitverwarming ..................... 4-109
Claxon ............................................. 4-110
Waarschuwingsknipperlichten ......... 4-111
Remmen ................................................ 4-112
Remsysteem .................................... 4-112
Noodstopsignaalsysteem ................. 4-117
Hellingwegrijsysteem (HLA) .......... 4-118
ABS/TCS/DSC ..................................... 4-120
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ... 4-120
Anti-wielspin regeling (TCS) .......... 4-121
Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) ... 4-123
i-ELOOPí........................................... 4-124Brandstofverbruikmonitor ................. 4-127
Drive-selectie
í..................................... 4-133
4WD ...................................................... 4-135
Stuurbekrachtiging ............................. 4-137
i-ACTIVSENSE
í................................ 4-138
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem (AFS)í... 4-141
Koplampregelsysteem (HBC)í...... 4-142
Adaptieve LED koplampení.......... 4-145
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)í.... 4-149
Dodehoekmonitorsysteem (BSM)í... 4-155
Afstandherkenninghulpsysteem (DRSS)í... 4-162
Vermoeidheidswaarschuwingí....... 4-166
Achteruitrijwaarschuwingssysteem (RCTA)í... 4-169
Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeemí... 4-174
Rijstrookassistentí......................... 4-185
Afstelbare snelheidsbegrenzerí...... 4-195
Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)í... 4-199
Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)í.... 4-205
Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)í.... 4-211
Vooruitrijcamera (FSC)í................ 4-214
Radarsensor (Voor)í...................... 4-217
Lasersensor (Voor)í....................... 4-220
Radarsensoren (Achter)í................ 4-223
Ultrasonische sensor (Achter)í...... 4-225
Kruissnelheidsregelaar
í..................... 4-226
Bandenspanningcontrolesysteem ....... 4-232
Dieseldeeltjesfilter ................................ 4-237
Achteruitkijkmonitor
í....................... 4-238
Parkeersensorsysteem
í...................... 4-255
4-1íBepaalde modellen.
Page 167 of 805

WAARSCHUWING
Alvorens de bestuurdersstoel te
verlaten, altijd het contact uitzetten, de
handrem aantrekken en er op letten
dat de keuzehendel in stand P staat
(automatische transmissie) of in de
1ste of R versnelling gezet is
(handgeschakelde versnellingsbak):
Het verlaten van de bestuurdersstoel
zonder het contact uit te zetten, de
handrem aan te trekken en de
keuzehendel in stand P te zetten
(automatische transmissie) of in de
1ste of R versnelling te zetten
(handgeschakelde versnellingsbak), is
gevaarlijk. De kans bestaat dat de auto
onvoorzien in beweging komt en een
ongeluk veroorzaakt.
Ook als het uw bedoeling is om de
auto slechts voor een kort ogenblik
achter te laten, is het belangrijk het
contact uit te zetten, aangezien
bepaalde beveiligingssystemen van uw
auto niet geactiveerd zijn en de accu
uitgeput kan raken wanneer u het
contact in een andere stand laat staan.
OPMERKING
(Vergrendeld stuurwiel)
Als het startdrukknopindikatielampje
(groen) knippert en de pieptoon klinkt,
geeft dit aan dat het stuurwiel niet
ontgrendeld is (bij voertuigen met type
A meter, worden de berichten getoond
in de instrumentengroep). Om het
stuurwiel te ontgrendelen, dit naar links
en naar rechts bewegen terwijl u op de
startdrukknop drukt.ACC (Accessoire)
Bepaalde elektrische accessoires
functioneren en het indikatielampje
(oranje) gaat branden.
Daarnaast wordt bij modellen uitgerust
met de stuurkolomvergrendelfunctie het
stuurwiel ontgrendeld.
OPMERKING
Het afstandbediende
portiervergrendelingssysteem
functioneert niet wanneer de
startdrukknop op ACC is gezet en de
portieren zullen niet vergrendelen/
ontgrendelen, ook niet als deze met de
hand vergrendeld zijn.
ON
Dit is de normale stand waarbij de motor
draait nadat deze gestart is. Het
indikatielampje (oranje) gaat uit. (Het
indikatielampje (oranje) gaat branden
wanneer het contact op ON gezet wordt
en de motor niet draait.)
Bepaalde indikatie-/
waarschuwingslampjes dienen
gecontroleerd te worden alvorens de
motor gestart wordt (pagina 4-38).
OPMERKING
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5)
Wanneer de startdrukknop op ON wordt
gedrukt, is het werkingsgeluid van de
brandstofpompmotor in de nabijheid
van de brandstoftank hoorbaar. Dit
duidt echter niet op een afwijking.
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-3
Page 170 of 805

OPGELET
Als het KEY waarschuwingslampje
(rood) brandt of het
startdrukknopindikatielampje (oranje)
knippert, kan dit duiden op een
probleem in het motorstartsysteem en
dat de motor niet gestart kan worden of
dat het contact niet op ACC of ON
gezet kan worden (bij voertuigen met
type A meter (pagina 4-38), worden de
berichten getoond in de
instrumentengroep). Laat uw auto zo
spoedig mogelijk door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur inspecteren.
OPMERKING
lIn de volgende gevallen gaat na het
indrukken van de startdrukknop het
KEY waarschuwingslampje (rood)
knipperen om de bestuurder te
informeren dat de startdrukknop niet
op ACC gezet kan worden als deze
vanuit uit wordt ingedrukt (bij
voertuigen met type A meter (pagina
4-38), worden de berichten getoond
in de instrumentengroep).
lDe sleutelbatterij is uitgeput.lDe sleutel bevindt zich buiten het
werkingsbereik.
lDe sleutel bevindt zich op
plaatsen waar het moeilijk is voor
het systeem het signaal te
ontvangen (pagina 3-9).
lEr bevindt zich een sleutel van
een andere fabrikant in het
werkingsbereik die op de sleutel
lijkt.
OPMERKING
l(Methode van geforceerd starten
van de motor)
Als het KEY waarschuwingslampje
(rood) brandt of het
startdrukknopindikatielampje
(oranje) knippert, kan dit aangeven
dat de motor niet met gebruik van de
normale startmethode gestart kan
worden (bij voertuigen met type A
meter, worden de berichten getoond
in de instrumentengroep). Laat uw
auto zo spoedig mogelijk door een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur
inspecteren. In dit geval kan de
motor geforceerd gestart worden.
Houd de startdrukknop ingedrukt
totdat de motor start. Voor het starten
van de motor zijn overige procedures
zoals het aanwezig zijn van de
sleutel in de cabine en het intrappen
van het koppelingspedaal
(handgeschakelde versnellingsbak)
of het rempedaal (automatische
transmissie) vereist.
lWanneer de motor geforceerd gestart
wordt, blijft het KEY
waarschuwingslampje (rood) (indien
voorzien) branden en blijft het
startdrukknopindikatielampje
(oranje) knipperen.
l(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de
neutraalstand (N) staat, branden het
KEY indikatielampje (groen) (indien
voorzien) en het
startdrukknopindikatielampje (groen)
niet.
4-6
Tijdens het rijden
Motor start/stop
Page 175 of 805

OPMERKING
lVoer voor het overschakelen van de
stand van het contact zonder de
motor te starten de volgende
handelingen uit nadat het
startdrukknopindikatielampje (groen)
is gaan branden.
1. Laat het rempedaal (automatische
transmissie) of het
koppelingspedaal
(handgeschakelde
versnellingsbak) los.
2. Druk de startdrukknop in om over
te schakelen naar de contactstand.
Het contact schakelt over in de
volgorde van ACC, ON en uit
telkens wanneer de startdrukknop
wordt ingedrukt. Voor het
opnieuw overschakelen naar de
contactstand, de procedure vanaf
het begin uitvoeren.
qNoodbediening voor het starten
van de motor
Als het KEY waarschuwingslampje (rood)
brandt of het
startdrukknopindikatielampje (oranje)
knippert, kan dit aangeven dat de motor
niet met gebruik van de normale
startmethode gestart kan worden (bij
voertuigen met type A meter, worden de
berichten getoond in de
instrumentengroep). Laat uw auto zo
spoedig mogelijk door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur inspecteren. In dit geval
kan de motor geforceerd gestart worden.
Houd de startdrukknop ingedrukt totdat
de motor start. Voor het starten van de
motor zijn overige procedures zoals het
aanwezig zijn van de sleutel in de cabine
en het intrappen van het koppelingspedaal
(handgeschakelde versnellingsbak) of het
rempedaal (automatische transmissie)
vereist.
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-11
Page 179 of 805

Automatische transmissie
1. De motor stopt wanneer tijdens het rijden het rempedaal wordt ingetrapt (behalve tijdens
het rijden in de stand R of M, blokkeermodus voor tweede versnelling) en de auto tot
stilstand is gebracht.
2. De motor herstart automatisch wanneer het rempedaal wordt losgelaten met de
keuzehendel in de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede versnelling).
3. Als de keuzehendel in de stand N of P staat, herstart de motor niet wanneer het
rempedaal wordt losgelaten. De motor herstart wanneer het rempedaal nogmaals wordt
ingetrapt of de keuzehendel naar de stand D, M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) of stand R wordt verplaatst. (Houd met het oog op de veiligheid wanneer de
motor gestopt is tijdens het verplaatsen van de keuzehendel altijd het rempedaal
ingetrapt.)
Bedieningsvoorwaarden
Wanneer het systeem functioneert
In de volgende gevallen wordt de motor gestopt en gaat het i-stop indikatielampje (groen)
branden.
l(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5)
Wanneer de motor is warmgedraaid.
l(SKYACTIV-D 2.2)
lWanneer de motor niet koud is.lHet leren van de hoeveelheid brandstofinspuiting dat periodiek en automatisch wordt
uitgevoerd, vindt niet plaats.
lDe motor is gestart en er is gedurende een bepaalde periode met de auto gereden.
lDe motor wordt gestart met de motorkap gesloten.
lDe accu is in goede toestand.
lAlle portieren, de achterklep en de motorkap zijn gesloten.
lDe veiligheidsgordel van de bestuurder is vastgemaakt.
lDe airconditioning wordt niet gebruikt met de luchtstroomfunctie in de stand(A/C
ON).
l(Automatische airconditioning)
lDe temperatuurinstelknop voor de airconditioning is ingesteld op een andere stand
dan maximale koeling (A/C ON) of maximale verwarming.
lDe interieurtemperatuur van de auto en de temperatuur die voor de airconditioning is
ingesteld is nagenoeg hetzelfde.
lHet i-stop waarschuwingslampje (oranje) brandt niet/knippert niet.
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-15
Page 184 of 805

qi-stop OFF schakelaar
Door de schakelaar in te drukken totdat
een zoemer klinkt, wordt de i-stop functie
uitgeschakeld en gaat het i-stop
waarschuwingslampje (oranje) in de
instrumentengroep branden. Door de
schakelaar nogmaals in te drukken totdat
de zoemer klinkt, wordt de i-stop functie
ingeschakeld en gaat het i-stop
waarschuwingslampje (oranje) uit.
OPMERKING
Als de motor wordt stopgezet terwijl de
i-stop functie is uitgeschakeld, wordt de
i-stop functie weer operationeel zodra
de motor de eerstvolgende keer gestart
wordt.
4-20
Tijdens het rijden
Motor start/stop
Page 187 of 805

qi-stop waarschuwingslampje, zoemer
Als er zich een defect in het systeem voordoet of bij waarschuwingen met betrekking tot
het gebruik van het systeem, wordt de bestuurder op de hoogte gesteld door de
waarschuwingszoemer en het waarschuwingslampje in de instrumentengroep.
Waarschuwingslampje/zoemer Controle
Wanneer de i-stop functie in werking is klinkt de
waarschuwingszoemer en gaan het i-stop
waarschuwingslampje (oranje) en de overige
waarschuwingslampjes branden.(Handgeschakelde versnellingsbak)
Wanneer de versnellingshendel in een andere stand dan
neutraal staat, de veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de stand D of M
(niet in blokkeermodus voor tweede versnelling) staat,
de veiligheidsgordel van de bestuurder wordt
losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend.
Als dit het geval is, zal de motor om veiligheidsredenen
niet automatisch opnieuw gestart worden. Start de motor
met behulp van de normale methode.
Het i-stop waarschuwingslampje (oranje) knippert.Er is mogelijk een of ander defect in het i-stop systeem.
Laat uw auto zo spoedig mogelijk door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur
inspecteren.
Wanneer de i-stop functie in werking is, knippert het
i-stop indikatielampje (groen) tweemaal per seconde.(Handgeschakelde versnellingsbak)
Controleer of de keuzehendel in de neutraalstand staat.
(Europees model)
Wanneer de i-stop functie in werking is, klinkt de
waarschuwingspieptoon en knippert het i-stop
indikatielampje (groen) tweemaal per seconde.
Controleer of het bestuurdersportier gesloten is.
(Behalve Europees model)
Terwijl de i-stop functie in werking is, klinkt de
waarschuwingspieptoon en brandt het i-stop
indikatielampje (groen).
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-23
Page 191 of 805

qBrandstofmeter
De brandstofmeter geeft bij benadering de
in de brandstoftank resterende
hoeveelheid brandstof aan wanneer het
contact op ON wordt gezet. Het wordt
aanbevolen de tank voor meer dan 1/4
gevuld te houden.
Type A
Vo l
Leeg 1/4 Vol
Type B
Vo l
Leeg 1/4 Vol
Als het waarschuwingslampje voor laag
brandstofpeil gaat branden of het
brandstofpeil erg laag is, de tank zo
spoedig mogelijk bijvullen.
Zie Waarschuwings/indikatielampjes op
pagina 4-38.
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-27