OPEL ASTRA K 2016.5 Handleiding Infotainment (in Dutch)
Manufacturer: OPEL, Model Year: 2016.5, Model line: ASTRA K, Model: OPEL ASTRA K 2016.5Pages: 175, PDF Size: 3.02 MB
Page 151 of 175

Radio151Let op
Overschrijdt het aantal opgeslagen
favorieten het aantal favorieten dat
in het instellingenmenu is ingesteld, dan worden extra opgeslagen favorā
ieten niet gewist, maar worden deze niet weergegeven. U kunt ze heracā
tiveren door het aantal weer te geā ven favorieten te verhogen.
Radio Data System (RDS) RDS is een dienst van FM-zenders
die het vinden van de gewenste zenā
der en een storingsvrije ontvangst
aanzienlijk verbetert.
Voordelen van RDS ā Op het display verschijnt de proā grammanaam van de zender in
plaats van de frequentie.
ā Bij het zoeken naar zenders stemt het infotainmentsysteemalleen af op RDS-zenders.ā Het infotainmentsysteem stemt altijd af op de zendfrequentie van
de ingestelde zender met de
beste ontvangst via AF (alternaā
tieve frequentie).
ā Afhankelijk van de ontvangen zender geeft het infotainmentā
systeem radioteksten weer met
bijv. informatie over het actuele
programma.
RDS-instellingen
Activeer de radiofunctie en selecteer
vervolgens de FM-golfband om de RDS-instellingsopties te configureāren. Druk op MENU om het FM-golfā
band weer te geven.
RDS
Zet RDS op AAN of UIT .
Let op
Als f RDS is ingesteld op UIT, zijn de
RDS-functies niet beschikbaar.
Verkeersinformatie
Verkeersinformatiezenders zijn RDS-
zenders die verkeersinformatie uitā
zenden. Als verkeersinformatie is ināgeschakeld, wordt de momenteel acā
tieve functie voor de duur van het verā keersbericht onderbroken.
Activeer of deactiveer
Verkeersinformatie (TP) .
Als de verkeersinformatie geactiā
veerd is, verschijnt [TP] op de bovenā
ste regel van alle menu's. Als de acā
tuele zender geen verkeersinformaā
tiezender is, wordt [ ] weergegeven en
wordt er automatisch naar de volā
gende verkeersinformatiezender geā
zocht. Zodra er een verkeersinformaā
tiezender wordt gevonden, licht [TP]
op. Wordt er geen verkeersinformaā
tiezender gevonden, dan blijft [ ] op
het scherm staan.
Als er een verkeersbericht op de beā
treffende verkeersinformatiezender
wordt uitgezonden, verschijnt er een
bericht.
Annuleer het alarm om de melding te
onderbreken en naar de laatst geacā
tiveerde functie te gaan.
Regio
Soms zenden RDS-zenders regioā
naal verschillende programma's op
verschillende frequenties uit.
Page 152 of 175

152RadioZet Regio op AAN of UIT .
Als de regio-instelling ingeschakeld
is, worden er zo nodig andere freā
quenties met dezelfde regionale proā gramma's geselecteerd.
Is de regio-instelling uitgeschakeld,
worden alternatieve frequenties voor
de zenders geselecteerd zonder reā
kening te houden met regionale proā
gramma's.
Digital Audio Broadcasting
DAB zendt radiozenders digitaal uit.
Voordelen van DAB ā DAB-zenders worden aangeduid met de programmanaam i.p.v.
met de zendfrequentie.
ā Met DAB kunnen verschillende programma's (diensten) op deā
zelfde frequentie worden uitgeā
zonden (ensemble).
ā Naast hoogwaardige diensten voor digitale audio is DAB ook in
staat om programmagerelaā
teerde gegevens en een veelheidaan andere dataservices uit te
zenden, inclusief reis - en verā
keersinformatie.
ā Zolang een bepaalde DAB-ontā vanger een signaal van een zenā
der op kan vangen (ook al is het
signaal erg zwak), is de geluidsā
weergave gewaarborgd.
ā Bij een slechte ontvangst wordt het volume automatisch lager geā
zet om onaangename geluiden te
voorkomen.
Als het DAB-signaal te zwak is om door de radio te worden opā
gevangen, wordt de weergave
geheel onderbroken. Dit proā
bleem kan worden vermeden
door in het DAB-optiemenu DAB-
naar-DAB-verbinding en/of DAB
naar FM koppelen te activeren
(zie onderstaand).
ā Interferentie door zenders op naā
burige frequenties (een verā
schijnsel dat typisch is voor AM-
en FM-ontvangst) doet zich bij
DAB niet voor.
ā Als het DAB-signaal door natuurā
lijke obstakels of door gebouwen wordt weerkaatst, verbetert dit deontvangstkwaliteit van DAB, terā
wijl AM- en FM-ontvangst in die
gevallen juist aanmerkelijk verā
zwakt.
ā Na het inschakelen van DAB-ontā
vangst blijft de FM-tuner van het
infotainmentsysteem op de achā
tergrond actief en zoekt dan conā
tinu naar de FM-zenders met de
beste ontvangst. Als TP 3 151
geactiveerd is, worden er verā
keersberichten doorgegeven van de FM-zender die de beste ontā
vangst heeft. Deactiveer TP als
DAB-ontvangst niet door FM-verā
keersberichten moet worden onā
derbroken.
DAB-instellingen
Activeer de radiofunctie en kies verā
volgens de DAB-golfband om de
DAB-instellingsopties te configureā
ren. Druk op MENU om de DAB-golfā
band weer te geven.
DAB-meldingen
Naast hun muziekprogramma's zenā
den veel DAB-zenders ook diverse
categorieĆ«n berichten uit. Als u somā mige of alle categorieĆ«n activeert,
Page 153 of 175

Radio153wordt de momenteel ontvangen DAB-
service bij een bericht uit deze cateā
gorieƫn onderbroken.
Selecteer DAB-berichten om de DAB-
categorielijst weer te geven.
Kies de gewenste categorieƫn. De
geselecteerde categorieĆ«n zijn geā
markeerd met 9.
Let op
DAB-berichten kunnen alleen ontā vangen worden als de DAB-
golfband geactiveerd is.
DAB naar DAB koppeling
Als deze functie geactiveerd is, schaā
kelt het systeem over op dezelfde serā
vice van een ander DAB-ensemble
(indien beschikbaar) als het DAB-sigā naal te zwak is om door de radio te
worden opgevangen.
Zet DAB-naar-DAB-verbinding op
AAN of UIT .
DAB naar FM koppeling
Als deze functie geactiveerd is, schaā
kelt het systeem over op eenzelfde
FM-zender van de actieve DAB-serāvice (indien beschikbaar) als het
DAB-signaal te zwak is om door de
radio te worden opgevangen.
Zet DAB-naar-FM-verbinding op
AAN of UIT .
L- Band
Is L Band geactiveerd, dan ontvangt
het infotainmentsysteem een extra
frequentiebereik (1452 - 1492 MHz).
Zet L-band op AAN of UIT .
Intellitext
Met de functie Intellitext kunt u extra
informatie zoals berichten, financiĆ«le informatie, sport, nieuws, enz. ontā
vangen.
Selecteer ƩƩn van de categorieƫn en
kies een specifieke optie uit de lijst om gedetailleerde informatie weer te geā
ven.
Page 154 of 175

154Externe apparatenExterne apparatenAlgemene informatie..................154
Audio afspelen ........................... 156Algemene informatie
De AUX- en USB-aansluiting voor exā terne apparaten bevindt zich op de
middenconsole.
Aan de achterkant van de middenā
console bevinden zich twee USB-
aansluitingen die speciaal zijn beā stemd voor oplaadapparaten.
Let op
Houd de aansluitingen altijd schoon en droog.
AUX-ingang
U kunt bijvoorbeeld een iPod, smartā
phone of een ander extern apparaat
op de AUX-ingang aansluiten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het randā
apparaat via de luidsprekers van het
infotainmentsysteem verzonden.
Het volume en de geluidsinstellingen kunnen via het infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere beā dieningsfuncties werken via het randā
apparaat zelf.Het infotainmentsysteem kan de muā
ziekbestanden afspelen die op exā
terne apparaten staan, bijv. op een
iPod of smartphone.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Gebruik de volgende kabel om het
externe apparaat op de AUX-ingang
van het infotainmentsysteem aan te sluiten:
3-polig voor audiobron.
Ontkoppel het AUX-apparaat door
een andere functie te selecteren en
vervolgens het AUX-apparaat te verā
wijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het afā
spelen niet los. Hierdoor kan het
toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een MP3-
speler, USB-opslagstation, iPod of
smartphone aansluiten.
Page 155 of 175

Externe apparaten155Eenmaal aangesloten op de USB-
poort, werken de bovengenoemde
apparaten via de toetsen en menu's
van het infotainmentsysteem.
Let op
Niet alle modellen mp3-spelers,
USB-drives, iPods of smartphones
worden door het infotainmentsysā
teem ondersteund.
Het infotainmentsysteem kan muā ziekbestanden op USB-opslagmedia
of iPod/iPhone-producties afspelen.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Sluit het USB-apparaat of IPod aan
op de USB-poort. Gebruik voor de
iPod de juiste aansluitkabel.
Let op
Bij het verbinden van een niet-leesā
baar USB-apparaat of een iPod verā
schijnt er een bijbehorende foutmelā ding en schakelt het Infotainmentāsysteem automatisch terug naar de
vorige functie.
Ontkoppel het USB-apparaat of de
IPod door een andere functie te seā
lecteren en daarna het USB-opslagā
medium te verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het afā
spelen niet los. Hierdoor kan het
toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
MTP-apparaatinstellingen
In het instellingenmenu kunt u aanā vullende instellingen aanpassen voor apparaten die via het MTP zijn aanā
gesloten.
Druk in een actieve audiobron op
MENU , blader door de lijst en selecā
teer Indstillinger (Settings) . Selecteer
Telefoonverbinding (alleen MTP) .
Als u wilt dat het apparaat alleen via
de USB-poort wordt opgeladen, moet u Alleen opladen activeren. Als u naar
de USB-audiobron omschakelt terwijl deze instelling is geactiveerd, wordt u
gewaarschuwd met een oplaadbeā
richt.
Als u muziekbestanden wilt afspelen
die op het apparaat zijn opgeslagen,
moet u Alleen mappen met muziek
scannen of Alle mappen scannen acā
tiveren.
Bluetooth
Bluetooth-compatibele audiobronnen
(bijv. mobiele telefoons voor muziek,
mp3-spelers met Bluetooth enz.) die
de Bluetooth-muziekprofielen A2DP
en AVRCP ondersteunen, werken
draadloos op het infotainmentsysā
teem.
Het infotainmentsysteem kan de muā
ziekbestanden afspelen die op Blueā
tooth-apparaten staan, zoals een
iPod of smartphone.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-verbinding 3 160.
Bluetooth-apparatenlijst
Activeer de Bluetooth-audiobron,
druk op MENU en selecteer vervolā
gens Bluetooth-apparaten beheren
om naar de Bluetooth-apparatenlijst
te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-apparatenlijst
3 160.
Page 156 of 175

156Externe apparatenBestandsindelingenEr wordt alleen apparatuur onderā
steund die volgens FAT32, NTFS of
HFS+ zijn geformatteerd.
Let op
Sommige bestanden worden welā
licht niet goed afgespeeld. Dit kan
worden veroorzaakt door een ander
opnameformaat of de staat van het
bestand.
Bestanden van online-winkels met digitaal rechtenbeheer (DRM) kunā
nen niet worden afgespeeld.
De afspeelbare audiobestandsindeā lingen zijn MP3, WMA, AAC en AIF.
Bij het afspelen van een bestand met
ID3 tag-informatie kan het infotainā
mentsysteem informatie weergeven,
bijv. over de titel van de track en de
artiest.
Audio afspelen Weergave starten
Aansluiten van het apparaat 3 154.
Druk herhaaldelijk op MEDIA om de
gewenste mediabron te selecteren.Voorbeeld: USB-bron.
Let op
De onderstaande bedieningsfuncā
ties zijn niet beschikbaar voor AUX-
apparaten.
Functietoetsen
Naar het vorige of volgende bestand
gaan
Druk op t of v om het vorige of
volgende nummer af te spelen.
Als, zodra het nummer wordt afgeā
speeld, binnen 5 seconden op t
wordt gedrukt, gaat het systeem naar het begin van het huidige nummer.
Snel vooruit of achteruit gaan
Houd t of v ingedrukt om snel
voor- of achteruit te spoelen.
Afspeelvolgorde
Druk in het desbetreffende audiobron
op MENU en blader door de lijst naar
Willekeurige volgorde .
Stel Willekeurige volgorde in op
AAN om de nummers op het apparaat
in willekeurige volgorde af te spelen.
Stel Willekeurige volgorde in op UIT
om de nummers in de normale volgā
orde af te spelen.
Bladeren naar een nummer Afhankelijk van het apparaat kunt u
naar nummers bladeren in de cateā
gorieƫn en subcategorieƫn van een
mappenstructuur.
Let op
Om deze functie te kunnen gebruiā
ken, moet de indexering voltooid
zijn.
Categorieƫn
Druk in de betreffende audiobron op
MENU en selecteer vervolgens
Bladeren om naar een nummer te blaā
deren.
Navigeer door de mappenstructuur
en kies het gewenste nummer.
Page 157 of 175

Externe apparaten157Mappen
Druk op MENU en selecteer vervolā
gens Mapweergave om naar een
nummer te bladeren. De folderstrucā
tuur op het betreffende apparaat
wordt weergegeven.
Navigeer door de mappenstructuur
en kies het gewenste nummer.
Page 158 of 175

158SpraakherkenningSpraakherkenningAlgemene informatie..................158
Gebruik ...................................... 158Algemene informatie
Via de spraakdoorschakel-toepasā sing van het infotainmentsysteem
hebt u toegang tot de spraakherkenā
ningscommando's op uw smartā
phone. Zie de gebruikershandleiding
van uw smartphone om te controleren of uw smartphone deze functie onā
dersteunt.
Om de spraakdoorschakel-toepasā
sing te kunnen gebruiken, moet de
smartphone op het infotainmentsysā
teem zijn aangesloten via een USB-
kabel 3 154 of via Bluetooth 3 160.
Gebruik
Spraakherkenning activeren Houd PHONE op het bedieningspaā
neel of 7w op het stuurwiel ingedrukt
om een spraakherkenningssessie te
starten. Er verschijnt een spraakbeā
sturingsbericht op het scherm.
Na de pieptoon kunt u direct een comā mando geven. Raadpleeg voor inforā
matie over ondersteunde commanā
do's de gebruiksaanwijzing van uw
smartphone.Volume van gesproken vragen
aanpassen
Draai aan m op het bedieningspaneel
of druk op + / - rechts op het stuurwiel
om het volume van de gesproken inā
structies hoger of lager te zetten.
Spraakherkenning deactiveren
Druk op xn op het stuurwiel. Het
spraakbesturingsbericht verdwijnt, de
spraakherkenningssessie wordt beā
eindigd.
Page 159 of 175

Telefoon159TelefoonAlgemene aanwijzingen.............159
Bluetooth-verbinding ..................160
Noodoproep ............................... 161
Bediening ................................... 162
Tekstberichten ........................... 164
Mobiele telefoons en
CB-zendapparatuur ..................164Algemene aanwijzingen
De telefoonportal biedt u de mogelijkā heid om via een microfoon en de luidā
sprekers van de auto telefoongeā
sprekken te voeren en met het infoā
tainmentsysteem van de auto de beā
langrijkste functies van de mobiele teā
lefoon te bedienen. Om het telefoonā
portaal te kunnen gebruiken, moet de mobiele telefoon via Bluetooth met
het infotainmentsysteem verbonden
zijn.
Niet alle functies van de telefoon worā den door elke mobiele telefoon onā
dersteund. Welke telefoonfuncties
bruikbaar zijn, hangt af van de desā
betreffende mobiele telefoon en van
de netwerkprovider. Verdere informaā
tie hierover vindt u in de gebruikersā
handleiding van uw mobiele telefoon.
U kunt hierover ook informatie vragen bij uw netwerkprovider.Belangrijke informatie voor de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Mobiele telefoons hebben invloed
op uw omgeving. Daarom zijn er
veiligheidsvoorschriften en richtlijā
nen opgesteld. Alvorens gebruik
te maken van de telefoonfunctie
dient u op de hoogte te zijn van de desbetreffende richtlijnen.
9 Waarschuwing
Het gebruik van de telefoon in
handsfree-modus tijdens het rijā
den kan gevaarlijk zijn doordat uw concentratie afneemt tijdens het
telefoneren. Parkeer uw auto
voordat u de telefoon in handsā
free-modus gebruikt. Volg de beā
palingen van het land waarin u
zich bevindt.
Volg de voorschriften die in somā
mige gebieden gelden op en zet
uw mobiele telefoon uit als mobiel
Page 160 of 175

160Telefoontelefoneren verboden is, als demobiele telefoon interferentie verā
oorzaakt of als er zich gevaarlijke
situaties kunnen voordoen.
Bluetooth
Het telefoonportal is gecertificeerd door de Bluetooth Special Interest
Group (SIG).
Meer informatie over de specificatie
vindt u op internet op
http://www.bluetooth.com.
Bluetooth-verbinding Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. mobiele telefoons, iPod/iPhone-
modellen of andere apparaten.
Voor het maken van een Bluetooth-
verbinding met het infotainmentsysā
teem moet de Bluetooth-functie van
het Bluetooth-apparaat geactiveerd
zijn. Voor nadere informatie verwijzen
wij u naar de gebruiksaanwijzing van
het Bluetooth-apparaat.
Via de telefoonportal worden Blueā
tooth-apparaten met het infotainā
mentsysteem gekoppeld (uitwisselen
van pincode tussen Bluetooth-appaā
raat en infotainmentsysteem) en verā
bonden.
Een apparaat koppelen
Opmerkingen ā Aan het systeem kunnen maxiā maal vijf apparaten worden geā
koppeld.
ā Er kan slechts ƩƩn gekoppeld apā
paraat tegelijk met het infotainā
mentsysteem worden verbonā
den.
ā Koppelen is in de regel slechts ƩƩn keer noodzakelijk, tenzij het
apparaat van de lijst met gekopā pelde apparaten wordt gewist.
Als het apparaat eerder verbonā
den was, brengt het infotainmentā
systeem de verbinding automaā tisch tot stand.
ā Bij gebruik van Bluetooth wordt de accu van het apparaat aanā
zienlijk belast. Sluit het apparaat
daarom aan op een USB-poort,
zodat het wordt opgeladen.Het eerste apparaat koppelen
1. Druk op PHONE en selecteer verā
volgens Koppelen .
Op het infotainmentsysteem verā
schijnt er een melding met de
naam en de pincode van het infoā tainmentsysteem.
2. Activeer het zoekproces in het te koppelen Bluetooth-apparaat.
3. Koppeling bevestigen: ā Als SSP (secure simple paiā ring) wordt ondersteund:
Vergelijk de pincode (indien
vereist) en bevestig de melā
dingen op het infotainmentā
systeem en het Bluetooth-
apparaat.
ā Als SSP (secure simple paiā ring) niet wordt ondersteund:
Voer de pincode van het Inā
fotainmentsysteem op het Bluetooth-apparaat in en beā
vestig uw invoer.