ESP Peugeot Partner 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2013, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2013Pages: 236, PDF Size: 9.36 MB
Page 115 of 236

Brandstof
11 3
ONDERHOU
D
6
BRANDSTOF TANKEN
Te laag brandstofniveau
Tanken
Het tanken dient met afgezette motor
te geschieden.
- Open de brandstofvulklep.
- Steek de sleutel in het slot en draai
de sleutel een kwart omwenteling
om.
- Trek de tankdop uit de vulopening
en bevestig deze aan de haak aan
de binnenzijde van de vulklep.
Zorg ervoor dat tijdens het tanken,
als de brandstofvulklep geopend
is, niemand de schuifdeur
probeert te openen. Als het minimum
brandstofniveau is bereikt,
gaat dit lampje branden.
Er bevindt zich nog ongeveer 8 liter
in de tank. Tank bij de eerstvolgende
gelegenheid om een lege
brandstoftank te voorkomen.
Rijd de tank nooit helemaal leeg, dit
zou tot storingen in de emisseregeling
en/of het inspuitsysteem kunnen
leiden.
Brandstofkwaliteit voor
benzinemotoren
Op een sticker aan de binnenzijde van
het tankklepje staat de voorgeschreven
soort brandstof aangegeven.
Er moet minstens 5 liter bijgevuld
worden voordat de meter de nieuwe
hoeveelheid brandstof in de tank
correct aangeeft.
Bij het verwijderen van de tankdop kan
er enige zuiging ontstaan. Dit vacuüm
is normaal en komt door de afdichting
van het brandstofcircuit.
Laat het vulpistool bij het aftanken
van de auto nooit meer dan 3 keer
automatisch uitspringen. Indien dit wel
gebeurt, kunnen er storingen optreden.
De inhoud van de brandstoftank
bedraagt ca. 60 liter.
- Vergrendel na het tanken de vuldop
en sluit de vulklep.
Auto's met benzinemotoren kunnen
probleemloos rijden op biobrandstoffen
van het type E10 en E24 (deze
bevatten resp. 10% en 24% ethanol)
die voldoen aan de Europese
richtlijnen EN 228 en EN 15376.
Brandstoffen van het type E85 (deze
bevatten tot 85% ethanol) zijn
uitsluitend geschikt voor auto's die
speciaal bestemd zijn voor dit type
brandstof (BioFlex-auto's). De kwaliteit
van de ethanol moet voldoen aan de
Europese richtlijn EN 15293.
Auto's die kunnen rijden op
brandstoffen met een ethanolgehalte
tot 100% (type E100), worden alleen
verkocht in Brazilië.
Page 124 of 236

Sneeuwkettingen
122
SNEEUWKETTINGEN
Onder winterse omstandigheden
verbeteren sneeuwkettingen de tractie
en het remgedrag van de auto.
Uitsluitend de aangedreven wielen
mogen van sneeuwkettingen
worden voorzien. Een
noodreservewiel mag niet worden
voorzien van een sneeuwketting.
Houd u altijd aan de ter plekke
geldende regelgeving over het
gebruik van sneeuwkettingen en
de maximaal toegestane snelheid.
Montagetips
)
Als u onderweg sneeuwkettingen
moet monteren, zet de auto dan
langs de kant van de weg stil op
een vlakke ondergrond.
)
Trek de handrem aan en plaats
eventueel wielblokken voor of
achter de wielen om te voorkomen
dat de auto wegglijdt.
)
Monteer de sneeuwkettingen, volg
daarbij de aanwijzingen van de
fabrikant.
)
Rijd langzaam weg en rijd een
klein stukje met een snelheid van
maximaal 50 km/h.
)
Zet de auto stil en controleer of de
kettingen correct gespannen zijn.
Rijd niet met sneeuwkettingen
op een sneeuwvrij gemaakte
weg om schade aan de banden
en het wegdek te voorkomen. Het is
raadzaam voor vertrek het monteren
van de sneeuwkettingen te oefenen;
doe dit op een vlakke en droge
ondergrond. Als uw auto is voorzien
van lichtmetalen velgen, controleer dan
of de ketting en de bevestigingen de
velg niet raken.
Gebruik uitsluitend kettingen die
geschikt zijn voor het type velg van uw
auto:
Maat van de af
fabriek gemonteerde
banden
Maximale
afmeting van de
schakels
195/65 R15
9 mm
195/70 R15
205/65 R15
215/55 R16
215/50 R17
Neem voor meer informatie over
sneeuwkettingen contact op met
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Page 130 of 236

Zekering vervangen
128
De zekeringenkasten bevinden zich:
- in het onderste gedeelte van de
linkerzijde van het dashboard
(achter het deksel),
- in de motorruimte (vlakbij de accu).
Als uw auto is voorzien van
een trekhaak of aansluitingen
voor carrosserie- en plancher
cabine-ombouw wordt een extra
zekeringenkast gemonteerd rechts
achter de scheidingswand.
In de tabellen staan alleen de
nummers van de zekeringen vermeld
die de gebruiker met behulp van de
tang die zich achter het opbergvakje
in de rechterzijde van het dashboard
bevindt, kan vervangen. Raadpleeg
voor alle andere werkzaamheden
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Vervangen van een zekering
Vervang een defecte zekering altijd
door een zekering met dezelfde
stroomsterkte.
PEUGEOT is niet aansprakelijk voor
kosten van herstel van uw auto of
storingen die worden veroorzaakt door
het monteren van extra accessoires
die niet door het PEUGEOT-netwerk
aanbevolen en geleverd worden en
niet volgens de voorschriften zijn
gemonteerd. Dit geldt met name voor
apparatuur met een gezamenlijk
stroomverbruik van meer dan
10 milliampère. Informatie voor monteurs:
raadpleeg via het netwerk de
schema's van de "Methoden" voor
volledige informatie over de zekeringen
en relais. Voordat een zekering wordt vervangen,
moet eerst de oorzaak van de storing
opgespoord en verholpen zijn.
- Gebruik de tang.
Page 144 of 236

9.2
URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje eneen geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS is verstuurd *
.
Het
groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de
verbinding tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Bi
j het aanzetten van het contact, gaat het groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt op een goede werking van hetsysteem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraaggeannuleerd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.
Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvra
gen van hulp bij het stranden van de auto.
Een
gesproken bericht bevestigt dat de oproep is
verstuurd ** .
WERKING VAN HET SYSTEEM Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproepgeannuleerd. Het groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd
met een gesproken bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale PEUGE
OT CONNECT SOS lokaliseert onmiddellijk uwauto, neemt in uw landstaal contact met u op ** en roept indien nodig de
hulp in van de bevoegde hulpdiensten ** . In landen waar de alarmcentrale
niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweigerd,
wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (11 2), zonder lokalisatie.
Wanneer de elektronische eenheid airba
gs een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van
de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
*
Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppunt kuntopvragen, en de technische beperkingen van het systeem.
**
Afhankelijk van de geografische dekking van PEUGEOT CONNECT SOS en
PEUGEOT CONNECT ASSISTA NCE en van de officiële landstaal die door deeigenaar van de auto is gekozen.
De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van beschikbare diensten van
PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt opvragen of op www.peugeot.nl bekijken.
Het oranje lampje knippert: er is een storingin het systeem.
Het oran
je lampje blijft branden: denoodbatterij moet vervangen worden.
Raadplee
g in beide gevallen het
PEUGEOT-netwerk.
Wanneer u uw auto buiten het PEU
GEOT-netwerk hebt gekocht, raden
wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten controleren en eventueel configureren. In een meertalig land kunt u het systeem laten configureren in de officiële landstaal van uw voorkeur.
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten vanPEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
Page 147 of 236

9.5
01
Selecteren:
- vori
ge/volgende radiozender (automatisch).
- vori
ge/volgende nummer van een CD of mediaspeler.
- linker o
f rechter gedeelte van het scherm als er een menu wordt weergegeven.
Link
s/rechts voor de functie " De kaart verplaatsen".
Huidi
ge bewerkingafbreken, terug naar
vorige map.
Lang indrukken: terug naar vorige weergave.
Lan
g indrukken: resetten
van het systeem.
To e
gang tot het menu "Telefoon" en
weergave van delaatste gesprekken
of inkomend gesprek
accepteren. To e
gang tot het menu " Configuratie".
Lang indrukken:
toegang tot het GPS-bereik en dedemo-modus.
To e
gang tot het menu "VerkeersinformatieTMC " en weergave
van de actuele
verkeersinformatie.
Selecteren:
- vori
ge/volgende item in een lijst of een menu.
- vori
ge/volgende mediabestand.
- vori
ge/volgende radiofrequentie (stap voor stap).
- vori
ge/volgende MP3-bestand.
Omhoog/omlaag voor de functie " De kaart verplaatsen".
BASISFUNCTIES
Page 152 of 236

9.10
05
""""""""gggggNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNavigatieNi tiNi tiNi tiNi tiNi i""""""""
Selecteer " Opties
" in het navigatiemenu en vervolgens" Laatste bestemmingen wissen" en bevestig uw keuze om de laatste bestemmingen te wissen. Selecteer " Ja" en bevestig uw keuze.
Het is niet mogelijk om één enkele bestemming te wissen.
Wissel tussen het menu en de lijst (links/rechts).
NAVIGATIE
Naar het menu "NAVIGATIE"
Druk op NAV.
of
Raadplee
g het PEUGEOT-
netwerk om updates voor de kaartgegevens te
verkrijgen.
Druk kort op het uiteinde vande lichtschakelaar om de laatste gesproken instructie te herhalen.
Page 163 of 236

9.21
05NAVIGATIE
Druk op NAVvoor het menu "Navigatie".
GESPROKEN NAVIGATIEBERICHTEN INSTELLEN
Selecteer " Opties
" en bevestig uw keuze.
VOLUMEREGELING/UITSCHAKELEN
Selecteer " Instellen gesproken
berichten" en bevestig uw keuze.
Selecteer de volumeweer
gave en
bevestig uw keuze.
Selecteer "Uitschakelen
" om de gesproken instructies uit teschakelen.
Selecteer " OK"
en bevestig uw keuze.
Stel het gewenste volume in en bevestig uw keuze.
Het instellen van het volume is mogelijk door de volumeknop te
bedienen ti
jdens de weergave van een route-aanwijzing.
Het volume van de instructies kunt u ook instellen via het menu " SETUP" / " Spraaksynthese".
Page 166 of 236

9.24
06VERKEERSINFORMATIE
INSTELLEN VAN DE FILTERS EN DE WEERGAVE VAN TMC-BERICHTEN
Een TMC-bericht (Trafic Message Channel) is informatie met betrekking tot het verkeer en het weer die in real time wordt ontvangen en
doorgestuurd naar de bestuurder in de vorm van gesproken berichten en visuele waarschuwingen op de navigatiekaart.
Het navi
gatiesysteem kan in dat geval een alternatieve route voorstellen.
Druk o
p TRAFFICvoor weergave van
het menu "Verkeersinformatie TMC".
Selecteer de functie "Geografisch
filter"
en bevestig uw keuze. Het s
ysteem biedt de keuze:
-
"Bewaar alle berichten :",
of
- " Bewaar de berichten
:
"
●
" Rondom de aut
o", (bevestig
de opgegeven kilometers om
dit te wijzigen en de afstand te
kiezen),
●"O
p de route".
Bevestig met "OK" om de wijzigingen op
te slaan.
Wij adviseren:
- een
filter op de route en
-
een filter rondom de auto van:
-
20 km in de stad,
- 50 km op de snelwe
g.
Page 169 of 236

9.27
07 TELEFONEREN
Naar het menu "TELEFOON"
"""""""ee ooTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTelefoonTl fTl fTl fTl ff"""""""
Wissel tussen het menu en de lijst (links/rechts).
of
Druk op PHONE.
Selecteer een nummer in de lijst en bevestig uw keuze met" OK
" om een gesprek te starten.
Als u verbinding met een andere telefoon maakt, wordt
de lijst met de laatste gesprekken gewist.
Geen verbinding met een telefoon.
Verbinding met een telefoon.
Binnenkomend gesprek.
Uitgaand gesprek.
Bezig metsynchroniseren van adresboek.
Communicatie met telefoon bezig.
In de bovenbalk wordt steedsaangegeven
Page 175 of 236

9.33
07TELEFONEREN
LAATSTE NUMMERS BELLEN
Druk o
p TEL, selecteer " Lijstgesprekken" en bevestig uw keuze,
Selecteer het
gewenste nummer en
bevestig uw keuze.
Druk 2 keer o
p PHONE
, selecteer en bevestig"Telefoonfuncties
" en dan " De gesprekkenlijst wissen" als u
de lijst met de laatste gesprekken wilt wissen.
EEN GESPREK BEËINDIGEN
Druk op PHONE
en selecteer "OK " om een gesprek te beëindigen.
U kunt ook de toets TEL
even ingedrukt
houden.
U kunt ook 2 keer kort achter elkaar o
pde toets TEL op het stuur drukken.
U kunt ook de toets MODE
indrukken tot
het telefoonscherm verschijnt.
Druk op PHONE
voor een overzicht vande laatste gesprekken.
of
Druk vervolgens op "OK
" v
oor het contextmenu, selecteer " Verbreken
" en bevestig uw keuze om het gesprek te
beëindigen.