Weergave Peugeot Rifter 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Rifter, Model: Peugeot Rifter 2019Pages: 316, PDF Size: 9.71 MB
Page 170 of 316

168
Storing
Als er een storing optreedt bij het
inschakelen van de achteruitversnelling,
gaat op het instrumentenpaneel dit
lampje branden, in combinatie met
de weergave van een melding en een
geluidssignaal (kort piepsignaal).
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats om het
systeem te laten controleren.
Visiopark 1
Bij een draaiende motor kunnen met dit
systeem twee weergaven van de directe
omgeving van de auto worden weergegeven op
het touchscreen met behulp van één camera
a c h t e r.In het venster links kan de omgeving op
verschillende manieren worden weergegeven:
-
standaardweergave,
-
180°-weergave,
-
i
ngezoomd beeld
Standaard is de stand AUTO geactiveerd.
In deze stand kiest het systeem de beste
weergave (standaard of ingezoomd) afhankelijk
van de informatie die door de parkeerhulp
wordt doorgegeven.
U kunt tijdens het manoeuvreren op elk
gewenst moment de weergave wijzigen. De status van de functie wordt niet opgeslagen
bij het afzetten van het contact.
Werkingsprincipe
Het scherm wordt in twee vensters opgedeeld:
links wordt de omgeving weergegeven zoals
die door de camera('s) wordt geregistreerd
en rechts wordt een samengesteld beeld van
bovenaf van de directe omgeving van de auto
weergegeven.
De informatie van de parkeerhulpsensoren
wordt ook weergegeven op het beeld van
bovenaf van de auto.
Dit systeem registreert tijdens het
manoeuvreren bij lage snelheid met de camera
achter de omgeving van de auto.
Vanaf de bovenkant van uw auto wordt er,
in realtime en ter wijl de manoeuvre wordt
uitgevoerd, een beeld van de directe omgeving
gereconstrueerd (weergegeven tussen de
blauwe haakjes).
Deze weergave maakt het recht inparkeren
gemakkelijker en biedt de mogelijkheid de
obstakels in de buurt van de auto te zien.
Dit beeld verdwijnt automatisch als de auto
langere tijd stilstaat.
Dit systeem dient ter ondersteuning van
de bestuurder die zelf echter altijd attent
moet blijven.
Rijden
Page 171 of 316

169
Activeren
De functie wordt uitgeschakeld:
- Z odra een aanhanger wordt aangekoppeld of een
fietsendrager op de trekhaak wordt gemonteerd
(auto's met een trekhaak die volgens de
voorschriften van de fabrikant is gemonteerd).
-
A
ls de snelheid hoger wordt dan ongeveer
10
km/h.
-
A
ls de achterklep wordt geopend.
-
A
ls uit de achteruitversnelling wordt geschakeld
(het beeld wordt dan nog 7
seconden
weergegeven).
-
A
ls op het rode kruis in de linkerbovenhoek van
het het touchscreen wordt gedrukt.
Controleer regelmatig of de lens van de
camera schoon is.
Maak de achteruitrijcamera regelmatig
schoon met een zachte, droge doek.
Houd tijdens het wassen van de auto het
uiteinde van de hogedrukspuit op minimaal
30
centimeter van de camera's en sensoren.
Wanneer het submenu wordt weergegeven,
kunt u
een van de vier beeldopties kiezen: "Standaardbeeld".
"180°-beeld".
Het systeem wordt automatisch geactiveerd bij
het inschakelen van de achteruitversnelling, bij
een wagensnelheid lager dan 10
km/h.
Door op deze zone te drukken kunt u
op elk
gewenst moment de weergavemodus kiezen.
Stand AUTO
Standaardbeeld
Deze stand is standaard geactiveerd.
Wanneer een obstakel zich bevindt ter hoogte van
de rode lijn (minder dan 30
cm van de auto), wordt
dankzij de sensoren in de achterbumper automatisch
overgeschakeld van de weergave van de omgeving
achter de auto (standaard) naar de weergave van het
beeld van bovenaf (ingezoomd) van de auto.
Het gebied achter de auto wordt weergegeven
op het scherm.
De door de camera getoonde beelden
kunnen door het reliëf worden ver vormd.
Bij zonnig weer of onvoldoende
omgevingslicht kunnen er schaduwzones
ontstaan; het beeld is dan donkerder en
minder contrastrijk.
"Ingezoomd beeld".
"Stand AUTO".
6
Rijden
Page 172 of 316

170
Ingezoomde weergave
De camera registreert de omgeving tijdens het
manoeuvreren om een samengesteld beeld
van bovenaf van de achterzijde van de auto en
van zijn nabije omgeving te creëren zodat de
obstakels rondom de auto goed zichtbaar zijn.
Deze weergave is beschikbaar in de stand
AUTO of door deze te selecteren in het menu
voor het veranderen van de weergave.
Park Assist
Dit systeem biedt actieve parkeerhulp:
het detecteert een parkeerplek en stuurt
ver volgens in de desbetreffende richting om
op deze plek te parkeren ter wijl de bestuurder
de rijrichting controleert, schakelt, accelereert
en remt.
Om de bestuurder te ondersteunen
bij het controleren van de correcte
parkeermanoeuvres, schakelt het systeem
automatisch het display van de Visiopark 1 en
de parkeerhulp in.
Dit systeem is een parkeerhulpsysteem
dat echter nooit de alertheid van de
bestuurder kan vervangen.
De bestuurder moet altijd de controle over
de auto hebben. De bestuurder moet altijd
de omgeving van de auto controleren
alvorens een manoeuvre uit te voeren
en er voor zorgen dat er geen obstakels
worden geraakt.
De blauwe lijnen 1
geven de breedte van
de auto weer met uitgeklapte spiegels; ze
verplaatsen zich afhankelijk van de stand van
het stuurwiel.
De rode lijn 2
geeft een afstand van 30
cm
vanaf de bumper weer; de twee blauwe lijnen
3
en 4
een afstand van respectievelijk 1
en
2
m e t e r.
Deze weergave is beschikbaar in de stand
AUTO of door deze te selecteren in het menu
voor het veranderen van de weergave. De obstakels kunnen verder weg lijken
dan ze in werkelijkheid zijn.
Tijdens het manoeuvreren moet u
met de
buitenspiegels de zijkanten van de auto in
de gaten houden.
De parkeerhulp achter geeft bovendien
extra informatie over de omgeving van de
auto.
180°-weergave
Wanneer u achteruitrijdend een parkeerplaats
verlaat, kunt u dankzij de 180°-weergave
voertuigen, voetgangers of fietsers zien
aankomen.
Het is raadzaam deze weergave niet tijdens de
gehele manoeuvre te gebruiken.
De weergave heeft drie zones: links A , centraal B
en rechts C .
Deze weergave is alleen beschikbaar door deze te
selecteren in het menu voor het veranderen van de
weergave.
Het systeem voert metingen uit van
beschikbare parkeerplekken en berekent
de afstand tot de obstakels met behulp van
ultrasone sensoren ingebouwd in de voor- en
achterbumpers van de auto.
Rijden
Page 174 of 316

172
7
Wanneer het systeem een beschikbare
parkeerplek vindt, wordt er "OK" op de
parkeer weergave getoond in combinatie met
een geluidssignaal.
Voorbereiden op de manoeuvre
F Rijd heel langzaam tot het verzoek wordt weergegeven om de auto tot stilstand te
brengen: " Stop de auto " en het "STOP"-
teken in combinatie met een geluidssignaal. F
V
olg de instructies om de manoeuvre voor
te bereiden.
De start van de manoeuvre wordt aangeduid
door de weergave van deze pagina, met de
melding " Manoeuvre wordt uitgevoerd " in
combinatie met een geluidssignaal.
Achteruitrijden wordt aangegeven door de
volgende melding: " Laat het stuur wiel los en
rijd achteruit ".
Visiopark 1 en Park Assist worden automatisch
ingeschakeld, zodat u de directe omgeving van
de auto tijdens de manoeuvre in de gaten kunt
houden.
Tijdens het manoeuvreren
Het systeem neemt de besturing van de auto
over. Het geeft instructies over de rijrichting
bij het starten van het in- of uitrijden van een
parkeer vak (bij fileparkeren) of over alle uit te
voeren manoeuvres bij het haaks op de rijbaan
inparkeren.
De status van de manoeuvre wordt
aangegeven door deze symbolen:
De aanduidingen van de snelheidslimiet tijdens
de manoeuvres worden door deze symbolen
aangegeven:
Deze instructies worden weergegeven als een
symbool in combinatie met een melding:
"Rijd achteruit "
" Rijd vooruit "
Manoeuvre wordt uitgevoerd
(g r o e n).
Manoeuvre geannuleerd of
beëindigd (rood) (de pijlen geven
aan dat de bestuurder de controle
over de auto moet terugnemen).
7
km/h bij het inrijden van een
parkeerplek.
Als de auto is gestopt, verschijnt een
instructiepagina op het scherm.
Rijden
Page 175 of 316

173
5
Tijdens een manoeuvre draait het
stuur wiel snel rond: houd daarom het
stuur wiel niet tegen en steek niet uw
handen tussen de spaken van het
stuur wiel. Let op voor werpen die het
draaien van het stuur wiel kunnen hinderen
(wijde kleding, sjaal, das enz.) – Kans op
letsel!
De bestuurder moet zelf altijd het verkeer
in de gaten blijven houden, met name het
tegemoetkomend verkeer.
De bestuurder moet controleren dat geen
object of persoon de voortgang van de
auto kan belemmeren.
De beelden van de camera('s) op het
touchscreen kunnen door het reliëf
worden vervormd.
Bij zonnig weer of onvoldoende
omgevingslicht kunnen er schaduwzones
ontstaan; het beeld is dan donkerder en
minder contrastrijk.
De manoeuvre kan op ieder gewenst moment
definitief worden onderbroken, hetzij door
de bestuurder zelf of automatisch door het
systeem. Onderbreking door de bestuurder:
-
d
e controle over de auto terugnemen,
-
d
e richtingaanwijzers activeren aan de
tegenovergestelde zijde van die van de
manoeuvre,
- l osmaken van de veiligheidsgordel van de
bestuurder,
-
a
fzetten van het contact,
5
km/h bij het verlaten van een
parkeerplek.
Onderbreking door het systeem:
-
b
ij overschrijding van de snelheidslimiet:
7
km/h tijdens inparkeren en 5 km/h bij het
verlaten van de parkeerruimte,
-
a
ctivering van de antispinregeling op een
glad wegdek,
-
o
penen van een portier of de achterklep,
-
a
fslaan van de motor,
-
s
toring in het systeem,
-
n
a 10 manoeuvres om in te parkeren of een
parkeer vak te verlaten (fileparkeren) of na 7
manoeuvres om in te parkeren (haaks op de
rijbaan inparkeren).
Het onderbreken van de manoeuvre schakelt
automatisch de functie uit.
Het symbool van de manoeuvre wordt in het
rood weergegeven in combinatie met de melding
" Manoeuvre geannuleerd " op het touchscreen.
Een melding verzoekt de bestuurder om de
controle over de auto terug te nemen.
De functie wordt na een paar
seconden uitgeschakeld, dit
waarschuwingslampje gaat uit en
de functie keert terug naar de begin
weergave.
Einde van de inparkeer- of de
uitparkeermanoeuvre
De auto stopt zodra de manoeuvre is voltooid.
Het symbool van de manoeuvre wordt in
het rood weergegeven in combinatie met
de melding " Manoeuvre voltooid " op het
touchscreen.
De uitschakeling van de functie
wordt bevestigd door het doven van
dit lampje in combinatie met een
geluidssignaal.
Bij het inrijden van een parkeerplek is het
mogelijk dat de bestuurder de manoeuvre zelf
moet voltooien.
6
Rijden
Page 181 of 316

179
Brandstoftank
Inhoud van de tank:
- ongeveer 60
liter (benzine).
-
ongeveer 53
liter (diesel).
Openen van de
brandstofvulklep.
Indien uw auto is voorzien van het Stop
& Start-systeem, tank dan nooit wanneer
de motor zich in de STOP-stand bevindt;
zet in dat geval altijd het contact af met
de sleutel of met de knop "START/STOP"
bij een auto met het Keyless entry and
start-systeem.
Voor een juiste weergave van de
brandstofniveaumeter moet er minimaal 6
liter
brandstof worden getankt.
Bij het openen van de brandstofvulklep kan een
aanzuiggeluid van lucht hoorbaar zijn. Dit is
normaal en komt doordat de afdichting van het
brandstofcircuit een onderdruk veroorzaakt.
F
K
ies bij het tankstation de juiste brandstof
(deze staat vermeld op de sticker aan de
binnenzijde van de brandstofvulklep van uw
auto). F
A
ls uw auto is voorzien van een
conventionele sleutel, steek deze dan in de
vuldop en draai de sleutel linksom.
F
Z
et altijd eerst de motor af.
F
O
ntgrendel de auto als deze is voorzien van
het Keyless entry and start-systeem.
F
O
pen de brandstofvulklep. F
V
ul de brandstoftank. Laat het vulpistool
maximaal drie keer afslaan, aangezien er
anders storingen kunnen optreden.
F
P
laats de vuldop terug en sluit deze door de
dop rechtsom te draaien.
F
D
ruk de klep van de tankdop dicht (uw auto
moet ontgrendeld zijn).
F
D
raai de vuldop open en plaats deze op de
steun (aan de klep).
F
S
teek het vulpistool zo ver mogelijk in de
vulopening en druk hierbij de metalen klep
A in. Als de brandstofvulklep open is en u
wilt
de linker schuifdeur openen, dan zal een
mechanisme dit voorkomen.
U kunt de deur wel voor de helft openen.
Sluit de brandstofvulklep om de deur weer
te kunnen gebruiken.
Uw auto is voorzien van een katalysator die de
schadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen
vermindert.
7
Praktische informatie
Page 228 of 316

2
De eerste stappen
Indrukken: Aan/uit.
Draaien: volume regelen.
Kort indrukken: geluidsbron wijzigen
(radio, USB, AUX (indien draagbaar
apparaat is aangesloten, CD-speler,
audiostreaming).
Lang indrukken: het menu Telefoon
verschijnt (als een telefoon is
aangesloten).
Audio-instellingen wijzigen:
fader voor/achter, balans links/
rechts, lage/hoge tonen, loudness,
geluidssferen.
Inschakelen/uitschakelen
automatische volumeregeling
(gekoppeld aan rijsnelheid).
Radio:
Kort indrukken: zenderlijst
weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst
bewerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht
weergeven.
Lang indrukken:
sorteermogelijkheden weergeven.Selecteren van de weergave op het
scherm:
datum, audiofuncties,
boordcomputer, telefoon.
Bevestigen of weergave van het
contextmenu.
Toetsen 1-6.
Kort indrukken: voorkeuzezender
selecteren.
Lang indrukken: radiozender
opslaan.
Radio:
Automatisch stapsgewijs zoeken
naar een radiozender met een
lagere/hogere frequentie.
Media:
Selecteren van het vorige/volgende
nummer van de CD, USB, Streaming
audio.
Scrollen in een lijst.
Radio:
Handmatig stapsgewijs zoeken naar
een radiozender met een lagere/
hogere frequentie.
Selecteren van de vorige/volgende
MP3-afspeellijst.
Media:
Vorige/volgende bestandenlijst/
genre/artiest/afspeellijst van het
USB-apparaat selecteren.
Scrollen in een lijst.Huidige bewerking annuleren.
Eén niveau omhooggaan in een
structuur (menu of map).
Toegang tot het hoofdmenu.
TA-functie (verkeersinformatie) in- of
uitschakelen.
Lang indrukken: berichtensoort
selecteren.
Selecteren van het golfbereik FM/
DAB/AM.
Stuurkolomschakelaars
Bedieningsfuncties op het
stuurwiel – Type 1
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Bluetooth®-autoradio
Page 230 of 316

4
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Indrukken van de draaiknop:
bevestigen.
Menu's
Afhankelijk van de uitvoering."Multimedia ": Parameters media,
Radio-instellingen.
" Telefoon ": Bellen, Beheer
index, Instelling telefoon, Gespr.
beëindigen.
" Boordcomputer ".
" Onderhoud ": Diagnose, Logboek
waarschuwingen, …. "
Verbindingen ": Beheer van de
verbindingen, apparaten zoeken.
" Persoonlijke instelling –
configuratie ": Parameters van
de auto definiëren, Taalkeuze,
Configuratie beeldscherm, Keuze
van eenheden, Datum en tijd
instellen.
Druk op de toets " MENU".
Scrollen tussen de menu's.
Toegang tot een menu.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk herhaaldelijk op de toets
SOURCE om de radiofunctie te
selecteren.
Druk op deze toets om het golfbereik
te selecteren (FM/AM/DAB). Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Druk op een van de toetsen om
handmatig naar hogere/lagere
frequenties te zoeken.
Druk op deze toets voor een lijst
van de beschikbare zenders in het
gebied waar u
zich bevindt.
Druk langer dan 2 seconden
op de toets om deze lijst bij te
werken. Tijdens het bijwerken is de
geluidsweergave uitgeschakeld.
RDS
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Als de RDS-functie niet beschikbaar is,
worden de letters RDS doorgestreept
weergegeven op het display.
Bluetooth®-autoradio
Page 231 of 316

5
Als de RDS-functie is ingeschakeld,
zoekt de radio steeds naar de sterkste
frequentie van een zender, zodat u ernaar
kunt blijven luisteren. Onder bepaalde
omstandigheden zijn sommige RDS-
zenders echter niet in het hele land te
ontvangen doordat de zenders niet het
hele land dekken. Dit verklaart dat de
zender tijdens het rijden kan wegvallen.
Korte procedure
Druk in modus " Radio" op OK om de RDS-
functie direct in of uit te schakelen.
Lange procedure
Druk op de toets MENU .
Selecteer " Audiofuncties ".
Druk op OK.
Selecteer de functie " Voor keuze
FM-band ".
Druk op OK. Selecteer "
Frequentie volgen
(RDS) ".
Druk op OK , RDS verschijnt op het
scherm.
TA-berichten beluisteren
De TA-functie (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar de
verkeersinformatie. Voor een correcte
werking van deze functie is een goede
ontvangst van een radiozender nodig die
deze berichten uitzendt. Zodra er een bericht
wordt uitgezonden, wordt de geluidsbron die
op dat moment wordt weergegeven (Radio,
CD, …) automatisch onderbroken en wordt
de verkeersinformatie doorgegeven. Zodra
dit bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Wees voorzichtig met het verhogen van
het geluidsvolume tijdens het beluisteren
van verkeersinformatie. Als het systeem
terugkeert naar de oorspronkelijk geluidsbron
kan het geluidsvolume te hoog zijn.
Druk op TA om de weergave van
verkeersinformatie in- of uit te
schakelen.
Verkeersberichten ontvangen
via de functie INFO
De functie INFO geeft voorrang aan
verkeersberichten. Voor een correcte
werking van deze functie is een goede
ontvangst van een radiozender nodig
die deze berichten uitzendt. Zodra er
een bericht wordt uitgezonden, wordt de
geluidsbron die op dat moment wordt
weergegeven (Radio, CD, USB,…)
automatisch onderbroken en wordt het
verkeersbericht doorgegeven. Zodra dit
bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Houd deze toets lang ingedrukt voor
een overzicht van categorieën.
Selecteer één of meerdere
categorieën of maak een selectie
ongedaan.
Schakel de ontvangst van de
desbetreffende berichten in of uit.
Tekstberichten weergeven
Tekstberichten worden door een
radiozender tijdens het luisteren naar het
programma meegestuurd.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 232 of 316

6
Druk op "OK" zodra de
zendergegevens op het scherm
worden weergegeven om naar het
contextmenu te gaan.
Selecteer " Zenderinfo (TXT) " en
bevestig uw keuze met OK.
Digitale radio
(DAB, Digital Audio
Broadcasting)
Afhankelijk van de uitvoering
Als de "DAB"-zender waarop is
afgestemd, niet beschikbaar is in "FM", is
de optie "DAB FM" doorgestreept. Als u
in een andere regio komt, is het
raadzaam de lijst van voorkeuzezenders
bij te werken.
Weergave van de lijst van alle
radiozenders en alle "multiplexen"
(bundels).
Digitale radio
Dankzij de digitale radio kunt u genieten
v an een optimale geluidskwaliteit en van
extra categorieën informatie (TA INFO).
Via "multiplex /bundel" kunt u
kiezen uit
radiozenders die op alfabetische volgorde
zijn gerangschikt.
Wijzigen van het golfbereik (FM1,
F M 2 , D A B ,…)
1
Optieweergave: doorgestreept indien actief
maar niet beschikbaar.
2Weergave van de naam van de radiozender
waarop is afgestemd.
3Opgeslagen radiozender, toetsen 1 t/m 6.
Kort indrukken: voorkeuzezender selecteren.
Lang indrukken: opslaan van een
radiozender.
4Geef de naam weer van de gebruikte
"multiplex" ser vice, ook wel "bundel"
genoemd.
5Weergave van RadioText (TXT) van de
radiozender waarop is afgestemd.
6Geeft de kwaliteit van het signaal op de
beluisterde band weer.
Wijzigen van een zender binnen
dezelfde "multiplex/bundel".
Zoeken naar de vorige/volgende
"multiplex/bundel".
Lang indrukken: selecteren van
de gewenste categorie berichten
uit Transport, Actualiteiten,
Entertainment en Speciale Flash-
berichten (afhankelijk van de zender).
Druk op " OK" zodra de radiogegevens op
het scherm worden weergegeven om naar
het contextmenu te gaan.
(Zendervolgsysteem (RDS), Volgsysteem
digitale zender/FM, Zenderinfo (TXT),
Zenderinformatie,…)
Bluetooth®-autoradio