audio TOYOTA RAV4 PLUG-IN HYBRID 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: RAV4 PLUG-IN HYBRID, Model: TOYOTA RAV4 PLUG-IN HYBRID 2022Pages: 610, PDF Size: 139.2 MB
Page 160 of 610

Afhankelijk van de situatie wordt
bepaalde informatie mogelijk
automatisch weergegeven.
Icoon Weergave
Weergave rij-informatie
(→blz. 157)
Weergave informatie onder-
steunend systeem
(→blz. 161)
Aan audiosysteem gekop-
pelde weergave (→blz. 161)
Weergave rij-informatie
(→blz. 162)
Weergave instellingen
(→blz. 163)
Weergave waarschuwings-
melding (→blz. 166)
Weergave rij-informatie
Hiermee kunt u de verbruiksgegevens op
verschillende manieren weergeven.
Energieverbruik/brandstofverbruik
De weergave is in de EV-modus of AUTO
EV-/HV-modus anders dan in de
HV-modus.
EV-modus of AUTO EV-/HV-modus
AActieradius elektrisch rijden
Geeft de actieradius voor elektrisch
rijden weer bij de resterende lading
van het batterijpakket
(tractiebatterij). (→Blz. 87)
BActieradius
Geeft de actieradius weer met de
resterende hoeveelheid brandstof.
(→Blz. 161)
CGemiddeld energieverbruik
Geeft het gemiddelde
energieverbruik weer sinds de functie
is gereset of het gemiddelde
energieverbruik sinds starten.
*1, 2, 3
Het gemiddelde energieverbruik dat
wordt geselecteerd via “Power
Consumption” (energieverbruik) op
het scherm
wordt weergegeven.
(→Blz. 163)
DActueel energieverbruik
Geeft het actuele energieverbruik
weer.
*1Gebruik het weergegeven
energieverbruik slechts ter referentie.
*2Het gemiddelde energieverbruik sinds
het resetten van de functie kan worden
gereset door
ingedrukt te houden.
*3Het gemiddelde energieverbruik sinds
starten wordt telkens wanneer het
hybridesysteem wordt uitgeschakeld
gereset.
3.1 Instrumentenpaneel
158
Page 163 of 610

Elektriciteitsverbruik
Als de eenheid is ingesteld op “km/h”:
Het elektriciteitsverbruik is het verbruik
van elektrische energie tijdens elektrisch
rijden en is vergelijkbaar met het
brandstofverbruik van auto's met een
benzinemotor. Voor deze auto wordt de
verbruikte elektriciteit per 100 km
(“kWh/100 km”) weergegeven als
elektriciteitsverbruik op elk scherm.
Als de eenheid is ingesteld op MPH
(indien van toepassing): Het
elektriciteitsverbruik is het verbruik van
elektrische energie tijdens elektrisch
rijden en is vergelijkbaar met het
brandstofverbruik van auto's met een
benzinemotor. Voor deze auto wordt de
gereden afstand per kWh (“miles/kWh”)
weergegeven als elektriciteitsverbruik op
elk scherm.
Actieradius elektrisch rijden
• Als het airconditioningsysteem in
werking is, wordt
weergegeven
naast de actieradius voor elektrisch
rijden en wordt de actieradius voor
elektrisch rijden met ingeschakelde
airconditioning weergegeven.
• De actieradius voor elektrisch rijden
kan kleiner worden, zelfs als er niet
wordt gereden, door energieverbruik
door het systeem.
• Zie “Actieradius elektrisch rijden”
voor meer informatie (→blz. 87)
Actieradius
• Deze afstand wordt berekend op basis
van het gemiddelde
brandstofverbruik. Hierdoor kan de
werkelijke afstand die nog kan worden
gereden, afwijken van de
weergegeven afstand.
• Als er een kleine hoeveelheid
brandstof wordt getankt, wordt de
weergave mogelijk niet bijgewerkt.
Zet bij het tanken het contact UIT. Als
brandstof wordt getankt terwijl het
contact niet UIT staat, wordt de
weergave mogelijk niet bijgewerkt.• Wanneer “Refuel” (tanken) wordt
weergegeven, kunnen de resterende
hoeveelheid brandstof en de afstand
die met de resterende brandstof kan
worden gereden niet worden
berekend. Ga direct tanken.
Begeleiding milieubewust bedienen
gaspedaal/“Eco Score” werkt niet
wanneer
In de volgende gevallen werkt
begeleiding milieubewust bedienen
gaspedaal/“Eco Score” niet:
• De hybridesysteemindicator werkt
niet.
• Er wordt met de auto gereden terwijl
de Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik is
ingeschakeld.
Weergave informatie ondersteunend
systeem
Weergave informatie ondersteunend
systeem
Hiermee kan de werkingsstatus van de
volgende systemen worden
weergegeven:
• LTA (Lane Tracing Assist)
*(→blz. 289)
• Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik
*(→blz. 302)
• Cruise control*(→blz. 313)
• Snelheidsbegrenzer*(→blz. 315)*Indien aanwezig
Aan navigatiesysteem gekoppelde
weergave (indien aanwezig)
Hiermee kan de volgende aan het
navigatiesysteem gekoppelde informatie
worden weergegeven.
• Routebegeleiding
• Kompasdisplay
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave
Hiermee kunt u een audiobron of
nummer selecteren op het display.
3.1 Instrumentenpaneel
161
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes
Page 167 of 610

Hiermee kunt u de volgende zaken
instellen.
– Systeeminstellingen
Hiermee kan de functie elektrisch
bedienbare achterklep worden in-
of uitgeschakeld.
– “Hands Free” (handsfree)
*
Hiermee kunt u de handsfree
elektrisch bedienbare achterklep in-
of uitschakelen.
– “Opening Adjustment” (inst.
opening)
Selecteer de positie openen
wanneer de elektrisch bedienbare
achterklep geheel is geopend.
– “Volume”
Hiermee kunt u het volume instellen
van de zoemer die klinkt wanneer de
elektrisch bedienbare achterklep in
werking is.
*Auto's met handsfree elektrisch
bedienbare achterklep
• TPWS (bandenspanningswaarschu-
wingssysteem) (→blz. 425)
– “Setting Pressure” (inst. spanning)
Hiermee kan het bandenspannings-
waarschuwingssysteem worden
geïnitialiseerd.
– “Identifying Each Wheel & Position”
(elk wiel en positie identificeren)
Hiermee kunt u de
identificatiecodes van de
bandenspanningssensoren
registreren in het bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem.
– “Setting Unit” (instel. eenheid)
Hiermee kunnen de weergegeven
meeteenheden worden gewijzigd.
• “Rear Seat Reminder” (herinnering
achterbank AAN/UIT) (→blz. 184)
Hiermee kunt u de
herinneringsfunctie voor de
achterstoel in- of uitschakelen.
Instellingen
• “Language” (taal)
Hiermee kunt u de taal op het
multi-informatiedisplay wijzigen.
• “Units” (eenheden)Hiermee kunnen de weergegeven
meeteenheden worden gewijzigd.
• “Meter Type” (type meter)
Hiermee kunt u de weergave van de
snelheidsmeter wijzigen.
•
(EV-controlelampje) (→blz. 76)
Hiermee kunt u de werking van het
EV-controlelampje in- of
uitschakelen.
•
(Instellingen weergave
rij-informatie)
Hiermee kunt u de volgende zaken
instellen.
– “Hybrid System” (hybridesysteem)
Hiermee kunt u de begeleiding
milieubewust bedienen gaspedaal
in- en uitschakelen (→blz. 159).
– “Fuel Economy” (brandstofverbruik)
Hiermee kunt u de weergave van
het brandstofverbruik wijzigen
(→blz. 158).
– “Power Consumption”
(stroomverbruik)
Hiermee kunt u de weergave van
het energieverbruik wijzigen
(→blz. 158).
•
(Audio-instellingen)
Hiermee kunt u het scherm
in- of
uitschakelen.
•
(Instellingen weergave
voertuiginformatie)
– “Display Contents” (inhoud display)
Hiermee kunt u de volgende zaken
instellen.
“Energy monitor” (energiemonitor):
Hiermee kunt u de energiemonitor
in- of uitschakelen (→blz. 171)
AWD:
Hiermee kunt u de weergave van
het AWD-systeem in- of
uitschakelen (→blz. 162).
– “Drive Info Type” (rij-info type)
Hiermee kunt u de weergave van
het rij-informatietype wijzigen
tussen de rit en het totaal.
(→Blz. 162).
– “Drive Info Items” (items rij-info)
Hiermee kunt u de items instellen
3.1 Instrumentenpaneel
165
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes
Page 168 of 610

op het bovenste en onderste deel
van het rij-informatiescherm.
Hierbij kunt u kiezen uit drie items:
gemiddelde rijsnelheid, afstand en
totale tijd.
• “Closing Display” (eindscherm)
Hiermee kunt u de weergegeven
onderwerpen instellen wanneer het
contact UIT staat.
• “Pop-Up Display” (pop-updisplay)
(indien aanwezig)
Hiermee kunt u de volgende
pop-updisplays in- of uitschakelen.
Deze displays kunnen in bepaalde
situaties verschijnen.
– Display van de
kruispuntenbegeleiding van het aan
het navigatiesysteem gekoppelde
systeem (indien aanwezig)
– Display van binnenkomende
oproepen van het handsfree-
systeem (indien aanwezig)
– Bediening audio
– Bediening volume
– Spraakbediening (indien aanwezig)
• “Calender” (kalender)
Hiermee kunt u de kalender instellen.
Dit kan alleen worden ingesteld als
GPS-kalibratie van de klok is
uitgeschakeld in de instellingen van
het multimediasysteem.
• “MID OFF” (MID uit)
Er wordt een leeg scherm
weergegeven
• “Default Settings” (standaardinst.)
Hiermee kunnen de instellingen van
de weergave van het
instrumentenpaneel worden gereset.
Onderbreking van de weergave van de
instellingen
• In de volgende situaties wordt de
bediening van het instellingendisplay
tijdelijk uitgeschakeld.
– Wanneer er een
waarschuwingsmelding op het
multi-informatiedisplay verschijnt.
– Wanneer de auto begint te rijden• Instellingen voor functies waarmee de
auto niet is uitgerust, worden niet
weergegeven.
• Als een functie is uitgeschakeld,
kunnen de instellingen voor de
desbetreffende functie niet worden
geselecteerd.
WAARSCHUWING!
Waarschuwing bij het instellen van
het display
Zorg dat de auto geparkeerd staat op
een plaats met voldoende ventilatie,
aangezien het hybridesysteem tijdens
het instellen van het display moet
draaien. In een afgesloten ruimte, zoals
een garage, kunnen uitlaatgassen die
het schadelijke koolmonoxide (CO)
bevatten, zich ophopen en in de auto
terechtkomen. Dit kan leiden tot de
dood of zeer schadelijk zijn voor de
gezondheid.
OPMERKING
Tijdens het instellen van het display
Zorg ervoor dat het hybridesysteem
draait tijdens het instellen van het
display om te voorkomen dat de
12V-accu leeg raakt.
Weergave waarschuwingsmelding
Hiermee kunnen
waarschuwingsmeldingen en te nemen
maatregelen worden weergegeven als
een storing wordt gesignaleerd.
(→Blz. 474)
Comfortvoorzieningen
(suggestiefunctie)
Hiermee worden suggesties voor de
bestuurder weergegeven in de
onderstaande situaties. U kunt een
reactie op de weergegeven suggestie
selecteren met behulp van de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel.
3.1 Instrumentenpaneel
166
Page 171 of 610

Inschakelen/uitschakelen van het
head-up display
Druk op
om het head-up display in of
uit te schakelen.
Wijzigen van de instellingen van het
head-up display
Houd
ingedrukt om het instelscherm
weer te geven en de volgende
instellingen te wijzigen:
• Helderheid en verticale positie van
het head-up display
Hiermee kunnen de helderheid en de
verticale positie van het head-up
display worden ingesteld.
• Informatie op het display
Hiermee kunt u de weergave wijzigen
tussen de onderwerpen:
– Geen inhoud
– Hybridesysteemindicator
– Toerenteller
Hiermee kan de weergave van de
volgende onderwerpen worden in-
of uitgeschakeld:
– Routebegeleiding naar de
bestemming (indien van
toepassing)
– Weergave informatie
ondersteunend systeem
– Kompas (indien aanwezig)
– Status bediening audiosysteem
• Hoek display
Hiermee kan de hoek van het head-up
display worden ingesteld.
Inschakelen/uitschakelen van het
head-up display
Als het head-up display is uitgeschakeld,
blijft het uitgeschakeld als het contact
UIT en vervolgens weer AAN wordt gezet.
Helderheid display
De helderheid van het head-up display
kan worden ingesteld via het scherm
op het multi-informatiedisplay.
Bovendien wordt de helderheid
automatisch aangepast aan de
lichtsterkte van de omgeving.
WAARSCHUWING!
Waarschuwing met betrekking tot
het instellen van het head-up display
Als het hybridesysteem in werking is
tijdens het wijzigen van de
display-instellingen, dient de auto te
worden geparkeerd op een plaats met
voldoende ventilatie. In een afgesloten
ruimte, zoals een garage, kunnen
uitlaatgassen die het schadelijke
koolmonoxide (CO) bevatten, zich
ophopen en in de auto terechtkomen.
Dit kan leiden tot de dood of zeer
schadelijk zijn voor de gezondheid.
OPMERKING
Bij het wijzigen van de instellingen van
het head-up display
Zorg ervoor dat het hybridesysteem
tijdens het instellen van het head-up
display draait, om te voorkomen dat de
12V-accu ontladen raakt.
Informatie ondersteunend systeem/aan
navigatiesysteem gekoppelde
displayzone (indien aanwezig)
Weergave informatie ondersteunend
systeem
Hiermee wordt de status van de volgende
systemen weergegeven:
• LTA (Lane Tracing Assist) (indien
aanwezig) (→blz. 289)
• Dynamic Radar Cruise Control met
volledig snelheidsbereik (indien
aanwezig) (→blz. 302)
Er wordt dezelfde informatie
weergegeven als op het
instrumentenpaneel. Zie de beschrijving
van de desbetreffende systemen voor
meer informatie.
3.1 Instrumentenpaneel
169
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes
Page 172 of 610

Aan navigatiesysteem gekoppelde
displayzone (indien aanwezig)
De volgende gegevens van het
navigatiesysteem worden weergegeven:
• Straatnaam
• Routebegeleiding naar bestemming
• Kompas
Pop-updisplay
Pop-updisplays voor de onderstaande
systemen worden indien nodig
weergegeven:
Ondersteunende systemen
Geeft een waarschuwing/melding/tip of
de bedrijfsstatus van een relevant
systeem weer.
• PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
(indien aanwezig) (→blz. 281)
• Brake Override-systeem (→blz. 233)
• Wegrijregeling (→blz. 233)
• Parking Support Brake-functie (voor
stilstaande objecten) (indien
aanwezig) (→blz. 351)
Er wordt dezelfde informatie
weergegeven als op het multi-
informatiedisplay. Zie de beschrijving
van de desbetreffende systemen voor
meer informatie.
Icoon
/
De volgende aan het multi-
informatiedisplay gekoppelde iconen
kunnen worden weergegeven:
: Centrale waarschuwingsicoon
Wordt weergegeven als op het
multi-informatiedisplay een
waarschuwingsmelding wordt
weergegeven.
: Informatie-icoon
Wordt weergegeven als op het
multi-informatiedisplay een
pop-updisplay met een suggestie/tip
wordt weergegeven.Waarschuwingsmelding
Sommige waarschuwingsmeldingen
worden indien nodig weergegeven,
overeenkomstig bepaalde voorwaarden.
Er wordt dezelfde informatie
weergegeven als op het multi-
informatiedisplay. Zie de beschrijving van
de desbetreffende systemen voor meer
informatie.
Status bediening audiosysteem
Wordt weergegeven wanneer de
bedieningstoetsen voor het
audiosysteem op het stuurwiel worden
bediend.
Status handsfree-systeem (indien
aanwezig)
Wordt weergegeven als het
handsfree-systeem wordt bediend.
Weergave buitentemperatuur
Weergegeven als het contact AAN staat
of als het controlelampje lage
buitentemperatuur knippert.
Wanneer er een pop-updisplay wordt
weergegeven
Wanneer er een pop-updisplay wordt
weergegeven, wordt het actuele display
mogelijk niet langer weergegeven. In dat
geval keert het display terug zodra het
pop-updisplay is verdwenen.
Weergave buitentemperatuur
• Wanneer de omgevingstemperatuur
ongeveer 3°C of lager is, gaat
gedurende ongeveer 10 seconden
knipperen en dooft de weergave van
de buitentemperatuur.
• Onder de volgende omstandigheden
wordt mogelijk niet de juiste
buitentemperatuur weergegeven of
duurt het langer voordat de weergave
wordt gewijzigd:
– Wanneer de auto stilstaat (inclusief
wanneer “Mijn ruimte-modus”
wordt gebruikt) of met lage
snelheid rijdt (lager dan 20 km/h)
3.1 Instrumentenpaneel
170
Page 173 of 610

– Wanneer de buitentemperatuur
plotseling verandert (bijvoorbeeld
bij het in- of uitrijden van een
garage of tunnel)
• Wanneer -- of E wordt weergegeven,
zit er mogelijk een storing in het
systeem. Laat de auto nakijken door
een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Hybridesysteemindicator/toerenteller
De informatie op het display die wordt
geselecteerd via “HUD Driving Support”
(rijondersteuning HUD) op het scherm
wordt weergegeven. (→Blz. 169)
Hybridesysteemindicator
ALaadgebied
BHybride eco-gebied
CEco-gebied
DPower-gebied
Er wordt dezelfde informatie
weergegeven als op het
multi-informatiedisplay
(hybridesysteemindicator).
Zie blz. 154 voor meer informatie.
Toerenteller
Geeft het motortoerental aan in
omwentelingen per minuut.
3.1.5 Energiemonitor/
verbruiksscherm
U kunt de status van uw auto zien op het
multi-informatiedisplay en op het scherm
van het audiosysteem
*(indien aanwezig).
*Navigatiesysteem of multimediasysteem
Systeemonderdelen
AScherm audiosysteem (indien
aanwezig)
BMulti-informatiedisplay
CBedieningstoetsen
instrumentenpaneel (→blz. 157)
Energiemonitor
De energiemonitor kan worden gebruikt
om de rijstatus van de auto, de
bedrijfsstatus van het hybridesysteem en
de energieregeneratiestatus te
controleren.
Weergave
Multi-informatiedisplay
Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel op het stuurwiel,
selecteer
en druk vervolgens opofom de energiemonitor weer te
geven.
Scherm audiosysteem (zonder
navigatiefunctie)
1. Druk op de toets MENU.
2. Selecteer “Info” op het scherm
“Menu”.
3.1 Instrumentenpaneel
171
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes
Page 174 of 610

Als een ander scherm dan
“Energiemonitor” wordt
weergegeven, selecteert u “Energie”.
Scherm audiosysteem (met
navigatiefunctie)
1. Druk op de toets MENU.
2. Selecteer “Info” op het scherm
“Menu”.
3. Selecteer ECO op het scherm
“Informatie”.
Als een ander scherm dan
“Energiemonitor” wordt
weergegeven, selecteert u “Energie”.
Het display aflezen
De pijlen verschijnen overeenkomstig de
energiestroom. Wanneer er geen
energiestroom is, worden er geen pijlen
weergegeven.
De kleur van de pijlen wijzigt als volgt:
Groen: Als het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt geregenereerd of
opgeladen.
Geel: Als het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt gebruikt.
Rood: Als de benzinemotor wordt
gebruikt.
Multi-informatiedisplay
In de afbeelding worden alle pijlen ter
illustratie weergegeven. De
daadwerkelijke weergave is afhankelijk
van de omstandigheden.
ABenzinemotor
BBatterijpakket (tractiebatterij)
CBanden voor
DBanden achter
Scherm audiosysteem (behalve tijdens
laden)
In de afbeelding worden alle pijlen ter
illustratie weergegeven. De
daadwerkelijke weergave is afhankelijk
van de omstandigheden.
ABenzinemotor
BElektromotor voor (tractiemotor)
CBatterijpakket (tractiebatterij)
DElektromotor achter (tractiemotor)
EBanden voor
FBanden achter
Scherm audiosysteem (tijdens laden)
In de afbeelding worden alle pijlen ter
illustratie weergegeven. De
daadwerkelijke weergave is afhankelijk
van de omstandigheden.
ABenzinemotor
BElektromotor voor (tractiemotor)
CAirconditioningsysteem in werking*
DLaadstekker
3.1 Instrumentenpaneel
172
Page 175 of 610

EAccessoireaansluiting*(220 V AC)
FBatterijpakket (tractiebatterij)
*De iconen worden weergegeven als het
airconditioningsysteem in werking is
en/of de accessoireaansluiting wordt
gebruikt.
Scherm audiosysteem (beginscherm)
In de afbeelding worden alle pijlen ter
illustratie weergegeven. De
daadwerkelijke weergave is afhankelijk
van de omstandigheden.
ABenzinemotor
BBatterijpakket (tractiebatterij)
CWiel
Kleur van het batterijpakket
(tractiebatterij) op het display
Het is groen wanneer het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt opgeladen en geel
wanneer het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt gebruikt.
Waarschuwing ladingstoestand
batterijpakket (tractiebatterij)
• De zoemer klinkt met tussenpozen als
het batterijpakket (tractiebatterij)
ongeladen blijft als de selectiehendel
in stand N staat of als de resterende
lading onder een vastgesteld niveau
daalt. Als de ladingstoestand nog
verder daalt, klinkt de zoemer continu.• Volg de aanwijzingen die worden
weergegeven op het scherm om het
probleem te verhelpen als er een
waarschuwingsmelding wordt
weergegeven op het multi-
informatiedisplay en er een zoemer
klinkt.
Kleur van de benzinemotor op het
scherm van het audiosysteem
Hij is blauw wanneer de motor
warmdraait en wordt rood wanneer het
warmdraaien is voltooid.
Het vermogen van het hybridesysteem
wordt mogelijk beperkt wanneer de
benzinemotor blauw wordt
weergegeven.
Verbruik
Weergave
Audiosysteem zonder navigatiefunctie
1. Druk op de toets MENU.
2. Selecteer “Info” op het scherm
“Menu”.
3. Selecteer “Ritinformatie” of
“Geschiedenis”
Audiosysteem met navigatiefunctie
1. Druk op de toets MENU.
2. Selecteer “Info” op het scherm
“Menu”.
3. Selecteer ECO op het scherm
“Informatie”.
4. Selecteer “Ritinformatie” of
“Geschiedenis”
3.1 Instrumentenpaneel
173
3
Voertuigstatusinformatie en controlelampjes
Page 182 of 610

OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de
sleutel
• Laat de sleutels niet vallen, stel ze niet
bloot aan sterke schokken en buig ze
niet.
• Stel de sleutels niet langdurig bloot
aan hoge temperaturen.
• Voorkom dat de sleutels nat worden
en reinig ze niet in een ultrasoon
reinigingsbad of iets dergelijks.
• Bevestig geen metaalhoudende of
magnetische voorwerpen aan de
sleutels en houd de sleutels uit de
buurt van dergelijke voorwerpen.
• Haal de sleutels niet uit elkaar.
• Plak geen stickers o.i.d. op het
oppervlak van de elektronische
sleutel.
• Houd de sleutels uit de buurt van
apparaten die magnetische velden
opwekken, bijvoorbeeld
televisietoestellen, audiosystemen en
inductiekookplaten.
• Houd de sleutels uit de buurt van
medische apparatuur, zoals
laagfrequente therapeutische
apparatuur en medische apparatuur
waarbij gebruik wordt gemaakt van
microgolven, en zorg ervoor dat u pas
medische zorg krijgt als u geen
sleutels bij u draagt.
De elektronische sleutel bij u dragen
Houd de elektronische sleutel altijd ten
minste 10 cm uit de buurt van
ingeschakelde elektrische apparaten.
Radiogolven die worden uitgezonden
door elektrische apparaten die zich
minder dan 10 cm van de elektronische
sleutel vandaan bevinden, kunnen de
correcte werking van de sleutel
hinderen.
In geval van storingen in het Smart
entry-systeem met startknop of
andere problemen met de sleutel
→Blz. 500
OPMERKING(Vervolgd)
Wanneer u een elektronische sleutel
verliest
→Blz. 499
Afstandsbediening
De elektronische sleutels zijn voorzien
van de volgende afstandsbediening:
AVergrendelen van alle portieren
(→blz. 182)
BSluiten van de zijruiten*1en het
panoramadak*1, 2(→blz. 182)
COntgrendelen van alle portieren
(→blz. 182)
DOpenen van de zijruiten*1en het
panoramadak*1, 2(→blz. 182)
EOpenen en sluiten van de elektrisch
bedienbare achterklep*2(→blz. 190)
FBediening van de op afstand
bedienbare airconditioning
(→blz. 380)
*1Deze instellingen moeten aan de
persoonlijke voorkeur worden aangepast
door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
*2Indien aanwezig
4.1 Informatie over sleutels
180