ABS Alfa Romeo 147 2011 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2011, Model line: 147, Model: Alfa Romeo 147 2011Pages: 283, PDF Size: 5.86 MB
Page 87 of 283

WEGWIJS IN UW AUTO
85
CRUISE-CONTROL
(indien aanwezig)
(groen)
Het lampje gaat branden als de draai-
knop van de cruise-control in stand ON
staat.
GROOTLICHT
(blauw)
Het lampje gaat branden als de buiten-
verlichting of het dimlicht wordt ingescha-
keld.
KANS OP GLADHEID
Op enkele uitvoeringen verschijnen een
bericht en het symbool
√op het display
om de bestuurder te waarschuwen voor
gladheid, en er klinkt een geluidssignaal
als de buitentemperatuur gelijk is aan of
lager wordt dan 3° C. Het geluidssignaal klinkt ongeveer 2
seconden terwijl het bericht ongeveer 10
seconden wordt weergegeven. Hierna blijft
alleen het symbool weergegeven, totdat de
temperatuur boven 6°C komt of de motor
wordt uitgezet.
Als tijdens het rijden, na de waarschuwing
voor gladheid, de temperatuur boven 6°C
komt, verdwijnt het symbool
√. Als de tem-
peratuur opnieuw 3°C bereikt, verschijnt
er een nieuw bericht (met knipperende bui-
tentemperatuur) en het symbool
√, en
klinkt er een geluidssignaal.
DEFECTE CONTROLE-/WAAR-
SCHUWINGSLAMPJES
Op enkele uitvoeringen verschijnt op het
display een bericht als er een storing is in
een van de volgende lampjes: ABS-lamp-
je, EBD-lampje, ASR-lampje, VDC-lampje.
STORING MOTOROLIENIVEAU-
SENSOR
Op enkele uitvoeringen verschijnt op het
display een bericht als er een storing is in
de motorolie niveausensor.
SNELHEIDSLIMIET
OVERSCHREDEN
Op enkele uitvoeringen verschijnen een
bericht en symbool op het display en
klinkt er een geluidssignaal, als de inge-
stelde snelheidslimiet wordt overschreden
(zie de paragraaf “Instelbaar multifunctio-
neel display”).
AUTONOMIE (Trip Computer)
Op enkele uitvoeringen verschijnen een
bericht en symbool op het display als de
actieradius kleiner is dan 50 km.
GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUD
Op enkele uitvoeringen verschijnt een
bericht op het display, vanaf 2.000 km
voordat de werkzaamheden van het
Geprogrammeerde Onderhoud moeten
worden uitgevoerd.
Dit bericht wordt iedere 200 km een
bepaalde tijd weergeven als de contact-
sleutel in stand MARwordt gedraaid.
Ü
1
√
058-085 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 12:15 Pagina 85
Page 142 of 283

WEGWIJS IN UW AUTO
140
ABS
De auto is uitgerust met een antiblokkeer-
systeem (ABS). Het systeem voorkomt dat
de wielen blokkeren, waardoor de beschik-
bare grip optimaal wordt benut en de auto
ook tijdens een noodstop bestuurbaar en
stabiel blijft. Als het ABS in werking is getre-
den, merkt de bestuurder dit aan een trilling
in het rempedaal, die gepaard gaat met
enig geluid.
Dit betekent niet dat het remsysteem
niet goed werkt, maar geeft aan dat het
ABS in werking treedt. Het geeft ook aan
dat de grip op de weg verminderd is. Het
is daarom noodzakelijk uw snelheid aan
te passen aan de conditie van de weg.
Het ABS is een aanvulling op het con-
ventionele remsysteem; bij een storing
schakelt het ABS zichzelf automatisch uit,
waarna alleen het conventionele remsys-
teem werkt. Als bij een storing niet meer
op het antiblokkeersysteem kan worden
gerekend, zal de remcapaciteit van de
auto absoluut niet minder zijn.
Als u niet eerder in een auto met ABS
hebt gereden, raden wij u aan het sys-
teem eerst een paar keer uit te proberen
op een glad wegdek. Verlies hierbij de vei-
ligheid niet uit het oog en houdt u aan de
wetgeving van het land waarin u zich
bevindt. Bovendien raden wij u aan de vol-
gende aanwijzingen aandachtig te lezen.
Het ABS benut zo goed
mogelijk de beschikbare
grip, maar kan deze niet verhogen. Daarom moet op gladde wegge-deelten altijd voorzichtig wordengereden en mogen er geen onnodi-ge risico’s worden genomen.
ATTENTIE
Als het ABS in werkingtreedt, betekent dit dat
de grip van de banden op het wegdek gering is: u dient uwsnelheid te verlagen en aan tepassen aan de beschikbare grip.
ATTENTIE
Bij een storing gaat hetwaarschuwingslampje
>
op het instrumentenpaneel bran-den. Rijd met aangepaste snel-heid naar een Alfa Romeo-dealeren laat het systeem volledigrepareren.
ATTENTIE
Als het ABS in werkingtreedt, merkt u dat aan
een trilling in het rempedaal. Verlaag de remdruk niet maarhoud het rempedaal juist goedingedrukt; op deze manier hebt u,afhankelijk van de conditie vanhet wegdek, de kortste remweg.
ATTENTIEHet voordeel van het ABS ten opzichte
van het traditionele remsysteem is dat de
auto optimaal bestuurbaar blijft, doordat
het blokkeren van de wielen wordt voorko-
men, ook bij een noodstop en in omstan-
digheden waarbij de grip op het wegdek
beperkt is.
Het gebruik van het ABS leidt niet altijd
tot een kortere remweg: als bijv. ijs of verse
sneeuw op de weg ligt, kan de remweg
langer zijn. Voor het beste gebruik van het
antiblokkeersysteem is het raadzaam de
volgende aanwijzingen op te volgen. Wees voorzichtig bij het remmen in
bochten, ook als de auto is voorzien van
ABS.
Het allerbelangrijkste advies is echter het
volgende:
Als u deze aanwijzingen opvolgt, zult u
onder alle omstandigheden de remmen
het beste benutten.
110-185 Alfa147 Q2 NL 05-06-2008 15:33 Pagina 140
Page 143 of 283

WEGWIJS IN UW AUTO
BELANGRIJKOp auto’s die met ABS zijn
uitgerust, mogen uitsluitend door de fabriek
voorgeschreven velgen, banden en remblok-
ken gemonteerd worden.
Het systeem wordt gecompleteerd met een
elektronische remdrukverdeling EBD
(Electronic Brake Distributor), die via de rege-
leenheid en de sensoren van het ABS de pres-
taties van het remsysteem verhoogt. BELANGRIJK
Het kan voorkomen dat
bij een lege accu tijdens het starten de
lampjes
>en xgaan branden. Ze
doven echter als de motor is gestart. Dit is
geen storing, maar geeft slechts aan dat
het ABS tijdens het starten niet is inge-
schakeld. Als de lampjes doven, dan geeft
dit aan dat het systeem normaal werkt.
Als het noodreservewiel
is gemonteerd, is het ABS
uitgeschakeld en brandt lampje
>op het instrumentenpaneel.
ATTENTIE
De auto is uitgerust met elektronisch remdrukver-
deling (EBD). Als bij een draaiende motor tegelijkertijd de waarschu-wingslampjes
>enxgaan bran-
den, dan is er een storing in het EBD-systeem; in dat geval kunnenbij hard remmen de achterwielenvroegtijdig blokkeren waardoorde auto kan gaan slippen. Rijdzeer voorzichtig naar de dichtstbij-zijnde Alfa Romeo-dealer om hetsysteem te laten controleren.
ATTENTIE
Als bij een draaiendemotor alleen het waar-
schuwingslampje
>gaat branden,
dan is er een storing in het ABS. In dat geval werkt het conventioneleremsysteem op de normale manier,terwijl geen gebruik wordtgemaakt van het antiblokkeersys-teem. Onder deze omstandighedenkan ook de werking van het EBD-systeem verminderen. Ook in ditgeval raden wij u aan onmiddellijken zeer voorzichtig naar dedichtstbijzijnde Alfa Romeo-dealerte rijden om het systeem te latencontroleren.
ATTENTIE
Als het waarschuwings-
lampje
xvoor te laag
remvloeistofniveau gaat branden, stop dan onmiddellijk de auto enneem contact op met de AlfaRomeo-dealer. Als er vloeistoflekt uit het hydraulische systeem,wordt de werking van zowel hetconventionele remsysteem als hetABS in gevaar gebracht.
ATTENTIE
141
110-185 Alfa147 Q2 NL 05-06-2008 15:33 Pagina 141
Page 144 of 283

WEGWIJS IN UW AUTO
142
VDC-SYSTEEM
(Vehicle Dynamics Control)
(optional voor bepaalde uitvoe-
ringen/markten)Dit systeem bewaakt de stabiliteit van
de auto als de wielen hun grip verliezen,
waardoor de auto beter op koers blijft.
De werking van het VDC-systeem is uiter-
mate nuttig als de grip op het wegdek wis-
selt.
INSCHAKELING VAN
HET VDC-SYSTEEM
Het VDC-systeem wordt automatisch
ingeschakeld als de motor wordt gestart
en kan niet worden uitgeschakeld.
ACTIVERING VAN
HET VDC-SYSTEEM
Als het VDC-systeem in werking treedt,
gaat lampje
áop het instrumentenpaneel
knipperen, om de bestuurder er op te wij-
zen dat de auto de stabiliteit en de grip
dreigt te verliezen.
De prestaties van het
VDC-systeem mogen de
bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorderisico’s te nemen. De rijstijl moetaltijd zijn aangepast aan hetwegdek, het zicht en het verkeer.De verantwoordelijkheid voor deverkeersveiligheid ligt altijd enoveral bij de bestuurder van deauto.
ATTENTIE
Als na gebruik van hetnoodreservewiel het nor-
male wiel weer is gemonteerd, dan moet een gevarieerd traject vancirca 30 km (20 minuten) wordenafgelegd of circa 15 km (10 minu-ten) op de snelweg worden gere-den, zodat de software van deABS/ASR-regeleenheid de matenvan het “normale” wiel kan her-kennen; gedurende deze tijd kande auto tijdens het remmen in lich-te mate naar een kant trekken enhet ASR-lampje (indien aanwezig)branden. Het verdient aanbevelingdit traject met verhoogde voor-zichtigheid af te leggen en zomogelijk krachtig remmen te ver-mijden. Bij auto’s met ASR moetdit traject worden afgelegd waar-bij de ASR met de betreffendeknop is uitgeschakeld.
ATTENTIE
BEHALVE BIJ UITVOERINGEN
MET VDC-SYSTEEM
110-185 Alfa147 Q2 NL 05-06-2008 15:33 Pagina 142
Page 196 of 283

CORRECT GEBRUIK VAN DE AUTO
194
Het ABS waarmee de
auto kan zijn uitgerust,
werkt niet op het remsysteem
van de aanhanger. Wees daarom
extra voorzichtig op gladde
wegen.
AT T ENTIE
Voer in geen geval modi-
ficaties aan het remsys-
teem van de auto uit. Het rem-
systeem van de aanhanger moet
geheel onafhankelijk van het
hydraulisch remsysteem van de
auto worden bediend.
AT T ENTIE
Om er zeker van te zijn dat u het maxi-
mum toelaatbaar aanhangergewicht niet
overschrijdt (aangegeven op de typegoed-
keuring), moet u er rekening mee houden
dat het maximum betrekking heeft op het
totale gewicht van de aanhangwagen of
caravan, inclusief accessoires en bagage.
Houdt u aan de snelheidsbeperkingen
die voor auto’s met aanhanger gelden. U
mag in geen geval harder rijden dan 100
km/h.TREKHAAK MONTEREN
De trekhaak moet door gespecialiseerd
personeel aan de carrosserie worden
bevestigd waarbij de richtlijnen die hierna
zijn opgenomen, moeten worden aange-
houden. Deze richtlijnen worden eventu-
eel aangevuld door extra informatie van
de fabrikant van de trekhaak.
De te installeren trekhaak moet voldoen
aan de huidige EU-normen 94/20 en
daarop volgende wijzigingen.
Voor iedere uitvoering moet een trek-
haak worden gebruikt die geschikt is voor
het maximale aanhangergewicht van de
auto waarop de trekhaak wordt bevestigd.
Voor de elektrische aansluiting moet een
gestandaardiseerde stekker worden
gebruikt die kan worden bevestigd op de
daarvoor bestemde steun op de trekhaak.
Voor de elektrische aansluiting moet een
7- of 13-polige 12VDC stekkerverbinding
(CUNA/UNI- en ISO/DIN-normen) wor-
den gebruikt, waarbij eventuele aanwij-
zingen van de fabrikant van de auto
en/of van fabrikant van de trekhaak moe-
ten worden opgevolgd.
186-196 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:00 Pagina 194
Page 202 of 283

NOODGEVALLEN
200
der dan 80 km/h rijden.
Op het noodreservewiel
is een sticker aangebracht waar-
op de belangrijkste aanwijzingen
en de beperkingen staan vermeld
met betrekking tot het gebruik
van het reservewiel. Deze sticker
mag absoluut niet worden ver-
wijderd of afgedekt. Op de stic-
ker staan de volgende aanwijzin-
gen in vier talen vermeld:
A TTENTIE! ALLEEN VOOR TIJDE-
LIJK GEBRUIK! MAXIMAAL 80
km/h! VERVANG ZO SNEL
MOGELIJK DOOR EEN NORMAAL
WIEL. BEDEK DEZE AANWIJZIN-
GEN NIET.
Op het noodreservewiel mag
nooit een wieldeksel worden
gemonteerd. Bij een gemonteerd
noodreservewiel veranderen de
rij-eigenschappen van de auto.
V ermijd met vol gas optrekken,
bruusk remmen en hoge snelhe-
den in de bochten.
AT TENTIE
Het noodreservewiel heeft
een levensduur van maxi-
maal 3000 km. Na deze afstand
moet de band van het noodreserve-
wiel vervangen worden door een
nieuwe band van hetzelfde type.
Monteer nooit een normale band op
de velg van het noodreservewiel.
Laat het verwisselde wiel zo snel
mogelijk repareren en monteren. Ge-
bruik nooit twee of meer noodreser-
vewielen. Smeer de schroefdraad
van de wielbouten niet met vet in
voordat u ze monteert: de bouten
kunnen loslopen. De krik dient uit-
sluitend voor het verwisselen van
een wiel van de auto waarbij de
krik geleverd is of voor auto’s van
hetzelfde model. Gebruik de krik
niet voor het opkrikken van ande-
re auto’s. En beslist nooit voor het
uitvoeren van werkzaamheden on-
der de auto. Als de krik niet juist
geplaatst wordt, kan de opgekrik-
te auto van de krik vallen. Op een
sticker op de krik is het maximum
hefvermogen aangegeven; de krik
mag nooit voor een zwaardere last
worden gebruikt.
A TTENTIE
Het noodreservewiel is niet
geschikt voor de montage
van sneeuwkettingen. Als u een
lekke voorband (aangedreven wiel)
hebt en er moet met sneeuwket-
tingen worden gereden, dan moet
u een wiel van de achteras afha-
len en daarvoor in de plaats het re-
servewiel monteren. Zo hebt u op
de vooras twee normale wielen
waarop uw sneeuwkettingen kunt
monteren.
Maak het ventiel absoluut niet
open.
Plaats geen enkel stuk gereed-
schap tussen velg en band.
Controleer regelmatig en herstel,
indien nodig, de spanning van de
banden en van het reservewiel en
houdt u daarbij aan de waarden die
beschreven staan in het hoofdstuk
“Technische gegevens”.
A TTENTIE
197-233 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:09 Pagina 200
Page 205 of 283

NOODGEVALLEN
203
Voor uitvoeringen met lichtmeta-
len velgen:
– Draai de centreerpen ( A-fig. 9) in
één van de boutgaten in de wielnaaf.
– Plaats het wiel op de pen en draai met
de bijgeleverde sleutel de vier bouten aan;
de bouten kunnen makkelijker worden
aangebracht met het bijgeleverde verleng-
stuk (B).
– Draai de centreerpen ( A-fig. 9) los
en draai de laatste bout aan.
– Laat de auto zakken en verwijder de
krik.
– Draai met de bijgeleverde sleutel de
wielbouten vast in de volgorde die hier-
voor is aangegeven voor het noodreserve-
wiel in fig. 8.
Ter afsluiting:
– berg het noodreservewiel op in de
daarvoor bestemde ruimte in de bagage-
r uimte – druk de krik stevig in de houder om
rammelen tijdens het rijden te voorkomen
– berg het gebruikte gereedschap op in
de houder
– plaats de gereedschaphouder op het
noodreservewiel en draai de blokkeer-
schroef (A-fig. 3) vast
– plaats de afdekplaat in de bagage-
r uimte.
Behalve bij uitvoeringen met
VDC-systeem
fig. 7
A0A0155m
fig. 8
A0A0156m
fig. 9
A0A0157m
dan moet een gevarieerd
traject van circa 30 km (20
minuten) worden afgelegd of circa
15 km (10 minuten) op de snelweg
worden gereden, zodat de software
van de ABS/ASR-regeleenheid de
maten van het “normale” wiel kan
herkennen; gedurende deze tijd kan
de auto tijdens het remmen in lichte
mate naar een kant trekken en het
ASR-lampje (indien aanwezig)
branden. Het verdient aanbeveling
dit traject met verhoogde voorzich-
tigheid af te leggen en zo mogelijk
krachtig remmen te vermijden. Bij
auto’s met ASR moet dit traject
worden afgelegd waarbij de ASR
met de betreffende knop is uitge-
schakeld.
A TTENTIE
Als na gebruik van het
noodreservewiel het nor-
male wiel weer is gemonteerd,
AT T ENTIE
197-233 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:09 Pagina 203
Page 209 of 283

NOODGEVALLEN
207
– als u er niet in slaagt binnen 5 minu-
ten de bandenspanning op ten minste 1,5
bar te krijgen, koppel dan de compressor los
van het ventiel en de contactdoos en ver-
plaats vervolgens de auto ongeveer 10 me-
ter naar voren of naar achteren, zodat de
afdichtvloeistof in de band verdeeld wordt;
pomp de band vervolgens weer op;
– als u er ook dan niet in slaagt om, bin-
nen 5 minuten na inschakeling van de com-
pressor, de spanning op ten minste 1,8 bar
te brengen, mag niet verder worden gere-
den, omdat de band te erg beschadigd is en
de reparatieset de vereiste wegligging niet
kan garanderen; wendt u tot de Alfa Romeo-
dealer;
– als de band is opgepompt tot de juiste
waarde, vertrek dan onmiddellijk;
fig. 15
A0A1100m
fig. 16
A0A1039m
A TTENTIE– als een spanning van ten minste 1,8
bar wordt gemeten, herstel dan de correc-
te bandenspanning (met draaiende motor
en aangetrokken handrem) en rijdt ver-
der;
– rijd zeer voorzichtig naar de Alfa
Romeo-dealer.
Als de bandenspanning
onder 1,8 bar is gedaald,
mag niet verder worden gereden:
de snelle reparatieset Fix & Go
automatic kan de vereiste weg-
ligging niet garanderen omdat de
band te erg beschadigd is. Wendt
u tot de Alfa Romeo-dealer.
AT T E NTIE
Plaats de sticker op een
voor de bestuurder goed
zichtbare plaats om aan te geven
dat de band behandeld is met de
snelle bandenreparatieset. Rijd
voorzichtig vooral in bochten.
Rijd niet harder dan 80 km/h.
V ermijd bruusk accelereren en
remmen.
– stop na ongeveer 10 minuten en con-
troleer opnieuw de bandenspanning; ver-
geet niet de handrem aan te trek-
ken;
U moet absoluut aange-
ven dat de band is gere-
pareerd met de snelle bandenre-
paratieset. Overhandig de infor-
matiefolder aan het personeel dat
de band moet repareren die
behandeld is met de bandenrepa-
ratieset.
AT T ENTIE
197-233 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:09 Pagina 207
Page 210 of 283

NOODGEVALLEN
208fig. 17
A0A1101m
fig. 18
A0A1102m
fig. 19
A0A1103m
wordt de afdichtvloeistof niet in de band
gespoten.
PROCEDURE VOOR HET VER-
VANGEN VAN DE SPUITBUS
Ga als volgt te werk voor het vervangen
van de spuitbus:
– maak de koppeling A-fig. 19 en de
vulbuis Blos;
– draai de te vervangen spuitbus links-
om en trek de spuitbus omhoog;
– plaats de nieuwe spuitbus en draai de
spuitbus rechtsom;
– plaats de koppeling Aterug of sluit de
vulbuis Baan op de zitting.
U moet absoluut aange-
ven, aan iedereen die de
auto kan gebruiken, dat de band
is gerepareerd met de snelle
reparatieset. Overhandig de
informatiesticker aan het perso-
neel dat de reparatiewerkzaam-
heden uitvoert.
AT T E NTIEALLEEN VOOR HET CONTROLE-
REN EN HERSTELLEN VAN DE
SPANNING
De compressor kan ook worden gebruikt
voor het herstellen van de bandenspan-
ning. Maak de snelkoppeling A-fig. 17
los en verbind de koppeling direct met het
ventiel van de op te pompen band fig.
18; op deze manier wordt de spuitbus
niet met de compressor verbonden en
197-233 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:09 Pagina 208
Page 229 of 283

NOODGEVALLEN
227
Bewegingssensoren
VDC-sensor
Stuurhoeksensor
Diagnosestekker EOBD
Inbouwvoorbereiding mobiele telefoon
Voeding regeleenheid bestuurdersportier
Voeding regeleenheid passagiersportier
Ve rlichting bedieningsorganen
Verlichting bedieningsorganen klimaatregeling
Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel
Regeleenheid bestuurdersportier
ABS-regeleenheid
ABS-regeleenheid
Zekeringenkast op dashboard
Regeleenheid bagageruimte
Regeleenheid airbag
Regeleenheid motormanagementsysteem +30
Zekeringenkast motorruimte (benzine-uitvoeringen)
Regeleenheid dashboard
Regeleenheid eventuele aanhanger 15
7,5
7,5 15
15
20
20
7,5
7,5 10
10
15
7,5 50
50
15
7,5
7,5
125 70
10
F39
F42
F42
F39
F39
F47
F48
F49
F35
F37
F53
F39
F42
F04 (MAXI-FUSE)
F02 (MAXI-FUSE) F39
F50
F18
F70 (MEGA-FUSE) F71 (MAXI-FUSE) F36
49
49
49
49
49
49
49
49
49
49
49
49
49
50
50
49
49
50
51
51
49
VERBRUIKERS
FIGUURZEKERING AMPÈRE
197-233 Alfa147 Q2 NL 06-11-2006 14:09 Pagina 227