ABS Alfa Romeo 156 2000 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2000, Model line: 156, Model: Alfa Romeo 156 2000Pages: 291, PDF Size: 3.73 MB
Page 139 of 291

138
–Controleer voordat u vertrekt of de
wisserbladen niet vast aan de voorruit
zijn gevroren.
–V erwijder eventuele sneeuw van het
luchttoevoerrooster aan de onderzijde van
de voorruit.
– Blijf niet te lang met een draaiende
motor in diepe sneeuw stilstaan: door de
sneeuw kan de koolmonoxide van het uit-
laatgas in het interieur dringen.
– Zorg dat de remmen en banden in
perfecte conditie zijn.
–C ontroleer of het reservoir van de rui-
ten-/koplampsproeiers voldoende anti-
vries en kalkoplosser bevat.
– Rem bij voorkeur op de motor af en
vermijd bruusk remmen.
– In de winter kan op schijnbaar droge
wegen toch ijs liggen. Let daarom vooral
goed op de delen van de weg die door de
aanwezigheid van bomen of rotsen weinig
zon krijgen, waardoor ijs kan blijven liggen.
BELANGRIJK Rijd om beschadiging
van de banden te voorkomen, met ge-
monteerde sneeuwkettingen geen lange
stukken op sneeuwvrije wegen.In extre-
me gevallen moet u zeer langzaam rijden
en de sneeuwkettingen verwijderen zodra
dat mogelijk is.REMMEN
De remmen zijn van essentieel belang
voor de rijveiligheid en dienen dus altijd
perfect te functioneren.
Voor een correct gebruik, een perfecte
werking en een minimale slijtage van het
remsysteem, raden wij u aan de volgende
aanwijzingen op te volgen:
– Laat tijdens het rijden de voet niet on-
nodig op het rempedaal rusten.
– Controleer of de slag van het rempe-
daal niet door een vloermat of een ander
voorwerp wordt belemmerd.
– Controleer regelmatig de werking van
het remsysteem en in ieder geval voor
een lange rit.
– Controleer op het instrumentenpaneel
of het lampje voor te laag remvloeistofni-
veau en aangetrokken handrem
xgoed
werkt: Als het lampje
xtijdens het rijden
gaat branden en blijft branden, controleer
dan of de handrem niet is aangetrokken.
Als de handrem niet is aangetrokken,
moet de auto onmiddellijk worden gestopt
en het niveau van de remvloeistof worden
gecontroleerd; als het niveau onvoldoende
is, moet vloeistof worden bijgevuld. Als het
controlelampje
dgaat branden bij het
IN DE BERGEN RIJDEN
Het rijden in de bergen vereist extra
aandacht. Hierna volgen enkele tips voor
het rijden in de bergen:
– Controleer voordat u vertrekt de vloei-
stofniveaus (motorolie,remvloeistof, koel-
vloeistof) en de conditie van de banden.
– Rem zoveel mogelijk op de motor af
en rijd in een lage versnelling bergaf-
waarts. Daarmee voorkomt u dat de rem-
men oververhit raken.
– Rijd nooit naar beneden met afgezet-
te motor of met de versnellingspook in de
vrij-stand, en absoluut nooit met uitgeno-
men contactsleutel.
– Rijd met een matige snelheid, en ver-
mijd het “afsnijden” van bochten.
– Denk eraan dat bergopwaarts inhalen
veel langzamer gaat en dat de weg daar-
om langer vrij moet zijn. Als u wordt inge-
haald terwijl u bergopwaarts rijdt, geef de
passerende auto dan de ruimte.
IN DE WINTER RIJDEN
Als de temperatuur onder 0 °C daalt of
bij sneeuw of ijzel raden wij u het volgen-
de aan:
Page 140 of 291

139
intrappen van het rempedaal, dan zijn de
remblokken versleten tot de minimum toe-
gestane dikte. Laat de remblokken zo snel
mogelijk door de Alfa Romeo-dealer ver-
vangen.Omdat de auto is uitgerust met een slij-
tage-indicator voor de remblokken voor
moet u, als de remblokken worden ver-
vangen, ook de remblokken achter laten
controleren. De JTD-uitvoeringen beschik-
ken alleen over een slijtagesensor op de
rem linksvoor.
– Remvloeistof is hygroscopisch (rem-
vloeistof trekt water aan); vervang de
remvloeistof iedere twee jaar, onafhanke-
lijk van het aantal afgelegde kilometers,
om beschadiging ven het remsysteem te
voorkomen.
REMBEKRACHTIGER
De auto is uitgerust met een rembe-
krachtiger die alleen werkt bij een draai-
ende motor. Bij stilstaande motor moet
daarom meer kracht worden uitgeoefend
op het rempedaal om de gewenste rem-
vertraging te bereiken.
ANTI-BLOKKEERSYSTEEM
(ABS)
De auto is uitgerust met anti-blokkeer-
systeem (ABS) met elektronische rem-
drukverdeling (EBD). Wij raden u aan
met het volgende rekening te houden:
– Tijdens het remmen kunnen lichte trillin-
gen in het rempedaal worden gevoeld. Dit
betekent dat het ABS in werking is getreden.
– De prestaties van het systeem vergro-
ten in principe de actieve veiligheid, maar
mogen de bestuurder er niet toe verleiden
onnodige en onverantwoorde risico’s te
nemen. – De rijstijl moet altijd zijn aangepast
aan de weersomstandigheden, het zicht
en het verkeer.
– De maximale remvertraging blijft ui-
teraard altijd afhankelijk van de grip van
de banden op het wegdek. Bij sneeuw of
ijs is de grip vanzelfsprekend veel minder,
waardoor de remweg, ook met ABS, aan-
zienlijk langer zal zijn.
Let op bij de montage
van spoilers, lichtmeta-
len velgen en niet stan-
daard wieldoppen: ze kunnen de
ventilatie van de remmen ver-
minderen en daarmee hun doel-
matigheid tijdens krachtig en
veelvuldig remmen; bijvoorbeeld
tijdens een steile afdaling.
W ater, sneeuw en
strooizout op wegen
kunnen zich afzetten op
de remschijven waardoor de ge-
wenste remvertraging iets later
wordt bereikt.
De auto is uitgerust
met een elektronische
remdrukverdeling (EBD).
Als bij een draaiende motor tege-
lijkertijd de waarschuwingslamp-
jes
>en xgaan branden, dan
is er een storing in het EBD-sys-
teem; in dat geval kunnen bij
hard remmen de achterwielen
vroegtijdig blokkeren waardoor
de auto kan gaan slippen. Rijd
zeer voorzichtig naar de dichtst-
bijzijnde Alfa Romeo-dealer om
het systeem te laten controleren.
Page 141 of 291

140
STUURBEKRACHTIGING
De hydraulische stuurbekrachtiging
werkt alleen bij een draaiende motor. Bij
stilstaande motor moet daarom meer
kracht worden uitgeoefend op het stuur-
wiel.
De stuurinrichting is een mechanisch
systeem dat grote invloed heeft op de rij-
veiligheid. Daarom moet de auto bij een
vermoedelijke storing worden stilgezet
en onmiddellijk contact worden opgeno-
men met de Alfa Romeo-dealer.
WISSERBLADEN
C ontroleer regelmatig de ruitenwisser-
bladen. Versleten of vuile wisserbladen
kunnen het zicht aanzienlijk verminderen.
Reinig de ruiten regelmatig door ze te
ontdoen van vuil, vet- en teeraanslag. Op
deze wijze wordt de levensduur van de
wisserbladen aanzienlijk verlengd. Voor-
dat u de ruitenwissers inschakelt, moet
eventuele sneeuw of ijs op de ruit worden
verwijderd.
W anneer de temperatuur onder 0°C is
gedaald, moet, voordat u de ruitenwis-
sers inschakelt, gecontroleerd worden of
er geen ijs tussen wisserblad en ruit zit:
Maak de wissers zonodig vrij met een an-
ti-vriesmiddel.
Schakel de ruitenwissers niet in op
een droge ruit.
Houdt u bij het vervan-
gen van de wisserbla-
den aan de bijgeleverde
instructies en aan hetgeen staat
beschreven in het hoofdstuk “On-
derhoud van de auto” in dit in-
structieboekje.
Het ABS ontheft de
bestuurder niet van de
verplichting voorzich-
tig te rijden, vooral op gladde,
besneeuwde of natte wegen.
Als bij een draaiende
motor alleen het waar-
schuwingslampje
>
gaat branden, dan is er een sto-
ring in het ABS-systeem. In dat
geval werkt het conventionele
remsysteem op de normale ma-
nier, terwijl geen gebruik wordt
gemaakt van het anti-blokkeer-
systeem. Onder deze omstandig-
heden kan ook de werking van
het EBD-systeem verminderen.
Ook in dit geval raden wij u aan
onmiddellijk en zeer voorzichtig
naar de dichtstbijzijnde Alfa
Romeo-dealer te rijden, om het
systeem te laten controleren.
Houd bij een draaiende
motor het stuurwiel
niet langer dan 15 op-
eenvolgende seconden tegen de
aanslag gedraaid: er ontstaat
een bepaald geluid en er kan
schade ontstaan aan het sys-
teem.
RUITEN
Plak geen stickers of andere plaatjes op
de ruiten: ze kunnen uzelf en andere
weggebruikers afleiden en het zicht be-
lemmeren.
Page 149 of 291

148
In ieder geval mag het verticale gewicht
op de trekhaak de waarde niet overschrij-
den die vermeld is in het hoofdstuk
“Technische gegevens”.
Controleer bij het aankoppelen van een
aanhangwagen of caravan of de waarden
van het aanhangergewicht (vermeld op
de typegoedkeuring) en het maximum
toegestane aanhangergewicht (vermeld
op een sticker op de trekhaak), hoger of
gelijk zijn aan die van het totale gewicht
en de belasting op de trekkogel.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
EN SUGGESTIES
Hierna volgen enkele aanwijzingen voor
het rijden met een aanhanger:
– Monteer speciale en/of extra achter-
uitkijkspiegels, waarmee u voldoet aan
de geldende verkeerswetgeving.
– Let erop dat het klimvermogen van
de auto bij het trekken van een aanhan-
ger of caravan wordt beperkt.
– Schakel een lage versnelling in tij-
dens het afdalen om te voorkomen dat u
constant moet remmen.
– Houdt u aan de snelheidsbeperkingen
die voor auto’s met aanhanger gelden. U
mag in geen geval harder rijden dan 100
km/h.
AUTO LANGERE TIJD
STALLEN
T ref de volgende maatregelen als de au-
to langere tijd niet wordt gebruikt:
– Zet de auto in een overdekte, droge en
zo mogelijk goed geventileerde ruimte.
– Schakel een versnelling in.
– Zorg ervoor dat de handrem is aange-
trokken.
– Maak de gespoten delen schoon en
behandel ze met een siliconenwas.
– Smeer de wisserrubbers van de rui-
tenwissers en achterruitwisser in met talk-
poeder en laat ze los van de ruit staan.
– Zet de ruiten een klein stukje open.
– Dek de auto af met een stoffen of
een ademende kunststof hoes. Gebruik
geen dichte plastic hoes, omdat het in
en op de auto aanwezige vocht dan niet
kan verdampen.
– Breng de bandenspanning 0,5 bar bo-
ven de normaal voorgeschreven spanning
en controleer deze regelmatig. Laat de
banden, zo mogelijk, op houten blokken
steunen.
V
oer in geen geval mo-
dificaties aan het hydrau-
lische remsysteem van
de auto uit.
Het ABS waarmee de
auto is uitgerust, werkt
niet op het remsysteem
van de aanhanger. W ees daarom extra voorzichtig
op gladde wegen.
Page 151 of 291

150
EXTRA ACCESSOIRES
RADIOZENDAPPARATUUR
EN MOBIELE TELEFOON
Mobiele telefoons en andere radiozend-
apparaten (bijvoorbeeld 27 mc) mogen
alleen in de auto worden gebruikt als een
aparte antenne aan de buitenkant van de
auto wordt gemonteerd.
SUGGESTIES VOOR
NUTTIGE ACCESSOIRES
Onafhankelijk van de wettelijk verplich-
tingen, raden wij u aan het volgende aan
boord te hebben ( fig. 3):
– verbandtrommel met niet alcoholi-
sche, desinfecterende deppers, steriele
gaascompressen, verbandgaas, pleisters,
enz.,
– een zaklamp;
– een schaar met afgeronde punten,
– werkhandschoenen.
De afgebeelde en beschreven voorwer-
pen zijn opgenomen in het Alfa Romeo
Lineaccessori-programma.
Door het gebruik van
een mobiele telefoon,
een 27 mc-zender of ge-
lijksoortige apparaten in de auto
(zonder buitenantenne) ontstaan
elektromagnetische velden die, als
ze worden versterkt door de re-
flectie in het interieur, niet alleen
schadelijk voor de gezondheid van
de inzittenden kunnen zijn, maar
ook storingen in de elektrische
systemen van de auto (zoals de
regeleenheid van het motorma-
nagementsysteem, de regeleen-
heid van het ABS/EBD enz.) kun-
nen veroorzaken. Hierdoor wordt
de veiligheid in gevaar gebracht. Bovendien wordt de zend- en
ontvangstkwaliteit aanzienlijk
beperkt door de isolerende eigen-
schappen van de carrosserie.
P4U00140
fig. 3
Page 154 of 291

153
Krik de auto uitsluitend
aan de zijkant op. De auto
mag absoluut niet worden
opgekrikt door de hefarm van de
garagekrik onder de aluminium tra-
verse van de achterwielophanging
te plaatsen.
Het reservewiel is niet
geschikt voor de montage
van sneeuwkettingen. Als
u een lekke voorband (aangedreven
wiel) hebt en er moet met sneeuw-
kettingen worden gereden dan
moet u een wiel van de achteras
afhalen en daarvoor in de plaats
het noodreservewiel monteren.Zo
hebt u op de vooras twee normale
wielen waarop uw sneeuwkettin-
gen kunt monteren.
Maak het ventiel absoluut niet
open.
Plaats geen enkel stuk gereed-
schap tussen velg en band.
Controleer regelmatig de spanning
van de banden en van het reserve-
wiel en houdt u daarbij aan de
waarden die beschreven staan in het
hoofdstuk “Technische gegevens”.
WIEL VERWISSELEN
De richtlijnen geven aan dat:
– De krik 2,100 kg moet wegen.
– De krik geen afstelwerkzaamheden mag
vereisen.
– De krik bij beschadiging vervangen
moet worden door een krik van hetzelfde
type.
– Buiten de slinger geen enkel ander
gereedschap op de krik gemonteerd mag
worden.
Op het reservewiel is een oranje sticker
aangebracht waarop de belangrijkste aan-
wijzingen en de beperkingen staan ver-
meld met betrekking tot het gebruik van
het reservewiel. Op de sticker staan de volgende aanwij-
zingen in vier talen vermeld:
A TTENTIE! Alleen tijdelijk ge-
bruiken, 80 km/h max!
Ver vang zo snel mogelijk door
een normaal wiel.
Bedek deze aanwijzing niet.
Ga voor het verwisselen van het wiel als
volgt te werk:
– Stop de auto op een plaats waar het
verkeer niet in gevaar wordt gebracht en in
alle veiligheid het wiel kan worden verwis-
seld. Zet de auto zo mogelijk op een vlak-
ke en stevige ondergrond.
–T rek de handrem aan.
– Schakel de eerste versnelling of de
achteruit in.
– Til de bekleding in de bagageruimte
op.
Op een sticker op de krik
is het maximum hefver-
mogen aangegeven; de
krik mag nooit voor een zwaarde-
re last worden gebruikt.Deze sticker mag ab-
soluut niet worden ver-
wijderd of afgedekt.
Op het reservewiel mag nooit
een wieldeksel worden gemon-
teerd.
Page 174 of 291

173
(*) Componenten en amperage afhankelijk van uitvoering/markt. Bij twijfel en\
vooral bij het vervangen van de zekeringen voor de veiligheidssystemen (Airbag, ABS,enz.) verdient het aanbeveling de Alfa Romeo dealer te raadplegen, die \
bovendien de oorzaak voor het doorbranden van de zekering kan vaststellen.
Systeem/Componenten Zekering Ampèrage Plaats
Afstandsbediening13 10A fig. 50
Verlichting bedieningsorganen 3 10A fig. 52
Opendak 6 25A fig. 52
Stoelverwarming8 30A fig. 52
Airbagsysteem(2)* (10A)* fig. 52
ABS 9 50A fig. 49
(10)* (10A)* fig. 52
Alfa Romeo CODE startblokkering 12 7,5A fig. 52
Klimaatregeling 9 15A fig. 50
Elektroventilateur van
motorkoelsysteem:
Eerste snelheid
– T.SPARK uitvoeringen met verwarming 6 40A fig. 49
– T.SPARK uitvoeringen met airco 6 50A fig. 49
– JTD-uitvoeringen 6 60A fig. 49
– 2.5 V6 24V-uitvoeringen 6 40A fig. 49
T weede snelheid
– T.SPARK uitvoeringen met airco 7 30A fig. 49
– JTD-uitvoeringen 7 40A fig. 49
– 2.5 V6 24V-uitvoeringen 7 30A fig. 49
Aanjager van klimaatregeling 4 40A fig. 49
Systeem/Componenten Zekering Ampèrage Plaats
Elektronische inspuiting/ - 12 7,5A fig.
52
ontsteking 13 15A fig. 52
14 15A fig. 52
530A fig.
49
V oorgloeibougies en brandstofvoorverwarming
op brandstoffilter (alleen dieseluitvoeringen 8 70A fig.
49
Brandstofvoorverwarming
(alleen JTD-uitvoeringen) – 25Afig. 55
Tijdens starten uitgeschakelde verbruikers 1 7,5A fig. 52
Verbruikers met permanente voeding
ook bij uitgenomen sleutel 11 7,5A fig. 52
V erbruikers met voeding bij
contactsleutel op MAR 2 30A fig.
49
Alle overige systemen en elektrische 1 80A fig. 49
componenten3 70A fig.
49
Extra verwarming
(alleen dieseluitvoeringen) 10 70A fig. 49
Selespeed versnellingsbak 7 30A fig. 49
(Uitvoering 2.0 T. SPARK)8 20A fig.
49
Automatische versnellingsbak 7 40A fig. 49
(Uitvoering 2.5 V6 24V)8 20A fig.
49
Page 205 of 291

204
Let op dat u bij het los-
draaien van dop (B) niet
de stekkers losmaakt.
V oorkom contact tussen de vloei-
stof en de lak. Als vloeistof
wordt gemorst, moet de lak on-
middellijk met water worden af-
gespoeld.
Het symbool πop het
reservoir geeft aan dat
synthetische remvloei-
stof en geen minerale vloeistof
moet worden gebruikt. Het ge-
bruik van vloeistoffen met andere
specificaties moet absoluut wor-
den vermeden, omdat de rubbers
in het remsysteem door deze
vloeistoffen kunnen worden be-
schadigd.
De rem- en koppelings-
vloeistof is giftig en
zeer corrosief. Als per
ongeluk remvloeistof wordt ge-
morst, moet de lak onmiddellijk
worden gewassen met water en
zeep en daarna met veel water
worden afgespoeld. Bij inslikken
dient onmiddellijk een arts te
worden geraadpleegd.Controleer of het vloeistofniveau nog
op het maximum niveau staat. Gebruik
voor het bijvullen of de periodieke ver-
versing (iedere twee jaar) het voorge-
schreven product uit de tabel “Specifi-
caties van de smeermiddelen en vloei-
stoffen” in het hoofdstuk “Technische
gegevens”.
Controleer regelmatig de werking van het
waarschuwingslampje op het instrumen-
tenpaneel: als u op de dop (B ) van het re-
servoir (A ) (met de contactsleutel in stand
MAR) drukt, moet het waarschuwings-
lampje
xgaan branden.
P4U00228
fig. 28
Page 215 of 291

214
BOUGIES
Indien de motor onregelmatig loopt,
laat dan de bougies uitsluitend door de
Alfa Romeo-dealer controleren.
WISSERBLADEN(fig.43)
Maak de wisserbladen regelmatig
schoon en controleer de conditie. Vervang
de wisserbladen als het rubber vervormd
of versleten is: –
Til de wisserarm van de voorruit en
plaats het wisserblad onder een hoek van
90° ten opzichte van de arm.
–Dr uk op lip (B ) van de veerklem en
verwijder het wisserblad van arm ( A).
– Als de veerklem uit het gebogen uit-
einde van de arm verwijderd is, moet het
wisserblad via de opening uit de wisser-
arm worden verwijderd.
– Plaats de nieuwe wisserarm, waarbij
het gebogen uiteinde van de wisserarm
( A ) door de opening moet worden ge-
stoken.
– Til het wisserblad omhoog zodat lip
(B) van de veerklem geblokkeerd wordt
in het gebogen uiteinde van de wisser-
arm.
– Duw de arm van de ruitenwisser om-
laag.
P4U00240
fig. 43
Als aan boord van de
auto extra systemen
moeten worden geïnstal-
leerd, moet goed op de juiste aan-
sluitingen worden gelet. Niet cor-
recte elektrische verbindingen
kunnen gevaarlijk zijn, vooral voor
de elementaire elektronische sys-
temen (ontsteking, inspuiting,
ABS.). Een niet correcte installatie
van een autoradio, diefstalalarm,
mobiele telefoon, enz. kan tot
storingen in de elektronische
regeleenheden leiden en de garan-
tie in gevaar brengen. Wendt u
voor deze werkzaamheden tot de
Alfa Romeo-dealer. Het stroom-
verbruik van na aankoop van de
auto gemonteerde accessoires
mag niet hoger zijn dan
20 mA (bij stilstaande motor).
De bougies moeten bij
de kilometerstanden
worden vervangen die
in het onderhoudsschema zijn
aangegeven. Gebruik uitsluitend
bougies van het voorgeschreven
type (zie tabel “Brandstofsys-
teem-ontsteking” in het hoofd-
stuk “Technische gegevens”):
Bougies met een afwijkende
warmtegraad kunnen motorsto-
ringen veroorzaken.
Page 219 of 291

218
Gebruik nooit alcohol
of benzine om het glas
van het instrumenten-
paneel schoon te maken.
Bewaar nooit spuit-
bussen in de auto. Ont-
ploffingsgevaar. Spuit-
bussen mogen niet worden bloot-
gesteld aan temperaturen boven
50 °C. In de zomer kan de tem-
peratuur in het interieur ver bo-
ven deze waarde oplopen.
STOELEN EN STOFFEN
BEKLEDING REINIGEN
–V erwijder stof met een zachte bor-
stel.
–V erwijder vetvlekken met een spe-
ciaal daarvoor bestemd product. Volg de
bijgeleverde instructies nauwgezet op.
–V oor een nog grondigere reiniging
kunnen de stoelen met een vochtige
spons en een oplossing van neutrale zeep
worden afgenomen. Houdt u aan de voor-
geschreven mengverhouding.
MET LEER BEKLEDE STOELEN
SCHOONMAKEN
–V erwijder droog vuil met een zeem-
leer of een iets vochtige doek, zonder
hard te drukken
– Dep een vochtige vlek of vet met
een droge en absorberende doek en wrijf
daarbij niet. Behandel de plek vervolgens
met een doek of zeem bevochtigd met
water en een neutrale zeep.
Als de vlek nog niet verwijderd is, be-
handel de vlek dan met een speciaal
schoonmaakmiddel, waarbij de instructies
op de verpakking strikt moeten worden
opgevolgd. Gebruik nooit alcohol
of producten op basis
van alcohol.
Gebruik nooit ont-
vlambare producten zo-
als petroleum of was-
benzine. De elektrostatische la-
ding die tijdens het reinigen door
wrijving, kan brand veroorza-
ken.
KUNSTSTOF INTERIEURDELEN
Ver wijder, indien nodig, stof, vuil, enz.
van de koplamp- en achterlichtglazen
(en/of van de richtingaanwijzers op het
voorspatbord) m.b.v een zachte spons en
een oplossing van water en neutrale
zeep. Gebruik nooit chemische oplosmiddelen
en/of aardolieproducten, zoals benzine,
alcohol, ammonia, aceton, enz. Deze pro-
ducten kunnen de onderdelen beschadi-
gen en de helderheid doen afnemen,
waardoor de rijveiligheid in gevaar wordt
gebracht.
Gebruik speciale reinigingsmiddelen
voor de kunststof interieurdelen om het
uiterlijk van de componenten niet te wij-
zigen.