Bandenspanning Alfa Romeo Giulietta 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2015, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2015Pages: 288, PDF Size: 7.3 MB
Page 191 of 288

BELANGRIJK
2) Laat het busje en het
afdichtmiddel niet in het milieu
achter. Verwerk de onderdelen
overeenkomstig de nationale en
plaatselijke voorschriften.
BELANGRIJK
118) Overhandig de folder aan het
personeel dat de band zal
repareren die behandeld is met de
"Fix&Go Automatic"
bandenreparatiekit.
119) Beschadigingen op de zijkanten
van de band kunnen niet
gerepareerd worden. Gebruik de
reparatiekit niet als de band
beschadigd is geraakt door het
rijden met een lege band.
120) Doe de beschermende
handschoenen aan die bij de
bandenreparatiekit zijn geleverd.121) Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats
aan, om eraan te herinneren dat
de band behandeld is met de
snelle bandenreparatiekit. Rijd
voorzichtig, met name in bochten.
Rijd niet harder dan 80 km/h.
Vermijd bruusk accelereren en
remmen.
122) Rij niet verder als de
bandenspanning onder 1,8 bar is
gedaald: the FixGo Automatic
kit kan de vereiste afdichting niet
garanderen omdat de band te
ernstig beschadigd is. Neem
contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk
123) Geef altijd aan dat de band
gerepareerd is met behulp van de
snelle bandenreparatiekit.
Overhandig de folder aan het
personeel dat de band die
behandeld is met de kit zal
repareren.
124) Reparatie is niet mogelijk als
de wielvelg beschadigd is (groef
is vervormd, waardoor lucht kan
ontsnappen). Verwijder niet het
eventueel in de band
binnengedrongen voorwerp
(schroef of spijker).125) Bedien de compressor niet
langer dan 20 minuten achter
elkaar. Gevaar voor oververhitting.
De kit is niet geschikt voor
definitieve reparatie, zodat de
gerepareerde banden slechts
tijdelijk gebruikt mogen worden.
126) Het busje bevat ethyleenglycol
en latex: dit kan een allergische
reactie veroorzaken. Schadelijk bij
inslikken. Irriterend voor de ogen.
Kan irritatie veroorzaken bij
inademing of contact. Vermijd
contact met huid, ogen en
kleding. Spoel bij contact
onmiddellijk uit met rijkelijk water.
Wek het braken niet op bij
inslikken. Spoel de mond uit, drink
veel water en raadpleeg
onmiddellijk een arts. Buiten
bereik van kinderen bewaren. Het
product mag niet gebruikt worden
door astmapatiënten. Adem de
dampen niet in tijdens het
inbrengen en oppompen.
Raadpleeg onmiddellijk een arts
bij allergische reacties. Bewaar
het busje in zijn houder, uit de
buurt van warmtebronnen. Het
afdichtmiddel heeft een
houdbaarheidsdatum. Vervang
het busje als het vervallen
afdichtmiddel bevat.
187
Page 214 of 288

GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUD
Juist onderhoud is uiterst belangrijk
voor een lange levensduur van de auto
onder optimale omstandigheden.
Daarom heeft Alfa Romeo een reeks
controles en onderhoudsbeurten
opgesteld die op vaste
afstandsintervallen uitgevoerd moeten
worden en, voor bepaalde versies/
markten, op vaste tijdsintervallen, zoals
beschreven in het Geprogrammeerd
Onderhoudsschema.
Ongeacht het bovenstaande, is het
altijd noodzakelijk de aanwijzingen in
het Geprogrammeerd
Onderhoudsschema zorgvuldig op te
volgen (bijv. regelmatige controle van de
vloeistofniveaus, bandenspanning,
enz.).Geprogrammeerde Onderhoudsbeurten
worden door alle werkplaatsen van het
Alfa Romeo Servicenetwerk uitgevoerd
op basis van de vaste intervallen in
tijd of kilometers/mijlen. Eventuele
reparaties die nodig blijken tijdens het
uitvoeren van de diverse inspecties
en controles van het geprogrammeerd
onderhoud, mogen uitsluitend worden
uitgevoerd na toestemming van de
klant. Als de auto dikwijls gebruikt
wordt voor het trekken van aanhangers,
dan moet een korter interval tussen de
onderhoudsbeurten worden
aangehouden.WAARSCHUWING
De servicebeurten van het
Geprogrammeerde Onderhoud zijn
door de fabrikant voorgeschreven. Het
niet uitvoeren ervan kan het vervallen
van de garantie tot gevolg hebben.
Het is raadzaam het Alfa Romeo
Servicenetwerk onmiddellijk te
informeren over eventuele kleine
defecten en niet te wachten tot de
volgende servicebeurt.
Voor versies uitgerust met speciale
brandstoftoevoer (bijv. LPG) en/of
uitrustingsniveau, in aanvulling
op hetgeen beschreven is in het
volgende Geprogrammeerde
Onderhoudsschema, de betreffende
onderwerpen in de speciale
supplementen raadplegen.
210
ONDERHOUD EN ZORG
Page 215 of 288

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
BENZINE-UITVOERINGEN
km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren 12345678910
Conditie/slijtage banden controleren en bandenspanning,
indien nodig, herstellen; vervaldatum lading “Fix&Go
Automatic” kit controleren (voor bepaalde versies/markten)●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten, bagageruimte,
interieur, dashboardkastje, lampjes instrumentenpaneel,
enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen
(motorkoelvloeistof, remmen/hydraulische koppeling,
ruitensproeiers, accu enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnosestekker om de werking van het
brandstoftoevoer-/motormanagementsysteem en de
emissie te controleren; en voor bepaalde versies/markten,
de verslechtering van de motorolie●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van
carrosserie, bodemplaatbescherming, slangen en
leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem en rubber
elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/
achter controleren●●●●●
211
De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/8 jaar, cyclisch
herhaald worden te beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
Page 219 of 288

DIESELUITVOERINGEN
km x 1000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200
Jaren 12345678910
Conditie/slijtage banden controleren en bandenspanning,
indien nodig, herstellen; vervaldatum lading “Fix&Go
Automatic” kit controleren (voor bepaalde versies/markten)●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten, bagageruimte,
interieur, dashboardkastje, lampjes instrumentenpaneel,
enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen
(motorkoelvloeistof, remmen/hydraulische koppeling,
ruitensproeiers, accu enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnosestekker om de werking van het
brandstoftoevoer-/motormanagementsysteem en de
emissie te controleren; en voor bepaalde versies/markten,
de verslechtering van de motorolie●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van
carrosserie, bodemplaatbescherming, slangen en
leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem en rubber
elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/
achter controleren●●●●●
Werking van ruitenwissers/-sproeiers controleren en zo
nodig de sproeiers afstellen●●●●●
215
De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/6 jaar, cyclisch
herhaald worden te beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
Page 231 of 288

WIELEN EN BANDEN
Controleer voor een lange reis en elke
twee weken de bandenspanning.
Controleer de bandenspanning
wanneer de banden koud zijn.
150) 151) 152) 153)
Het is normaal dat de spanning tijdens
het rijden toeneemt. Zie voor de
correcte bandenspanning de paragraaf
“Wielen” in het hoofdstuk “Technische
gegevens”.
Onjuiste bandenspanning leidt tot
abnormale slijtage van de banden fig.
189:
A normale spanning: gelijkmatige
slijtage van het loopvlak;
B te lage spanning: overmatige slijtage
aan de zijkanten van het loopvlak;
C te hoge spanning: overmatige
slijtage in het midden van het
loopvlak.
Banden moeten worden vervangen
wanneer de profieldiepte van het
loopvlak minder dan 1,6 mm bedraagt.
Houd u in ieder geval aan de wettelijke
voorschriften van het land waarin wordt
gereden.BELANGRIJKE
INFORMATIE
Tref de volgende voorzorgsmaatregelen
om schade aan de banden te
voorkomen:
❒vermijd harde stoten tegen de
stoeprand, kuilen of obstakels
evenals langdurig rijden over een
slecht wegdek;
❒controleer de banden regelmatig op
scheuren in de wangen,
oneffenheden of onregelmatige
slijtage op het loopvlak;
❒rijd niet met een te zwaar beladen
auto. Stop onmiddellijk bij een lekke
band en verwissel het wiel;❒banden verouderen, ook als ze
weinig gebruikt zijn. Scheurtjes in het
loopvlak en op de wangen betekenen
dat de band verouderd is. Laat de
banden door gespecialiseerd
personeel controleren als ze langer
dan 6 jaar onder de auto zijn
gemonteerd;
❒monteer altijd nieuwe banden en
vermijd banden waarvan de
herkomst dubieus is;
❒bij de montage van een nieuwe band
moet ook een nieuw ventiel worden
voorzien.
BELANGRIJK
150) De wegligging van de auto
hangt ook af van de juiste
bandenspanning.
151) Als de bandenspanning te laag
is, kan de band oververhit raken
en als gevolg daarvan ernstig
beschadigd raken.
152) Verwissel de banden niet van
de linkerzijde naar de rechterzijde
en andersom, om omkering van
de draairichting te vermijden.
189A0K0531
227
Page 256 of 288

VERKLARING VAN DE
VELGCODES
Voorbeeld fig. 199:
16 H2 ET 41
7velgdoorsnee in inches (1).
Jprofiel van de flens (zijaanzicht
waarop de bandhiel rust) (2).
16nominale velgdiameter in inch (komt
overeen met de diameter van de
te monteren band) (3 = Ø).
H2vorm en aantal "humps" (vorm van
de velgrand die de hiel van de
Tubeless band op zijn plaats houdt).
ET 41wielbolling (afstand tussen het
montagevlak van de velg op de
naaf en het hart van de velg).BAND MET
VELGBESCHERMING
159)
BELANGRIJK
159) Indien op de stalen velgen met
integrale wieldeksels (met
veerbevestiging) aftersales-
banden met velgbeschermers
worden gemonteerd (fig. 200), dan
mogen de wieldeksels NIET
gemonteerd worden. Het gebruik
van ongeschikte banden en
wieldeksels kan leiden tot een
plotseling verlies van de
bandenspanning.
200A0K0159
252
TECHNISCHE GEGEVENS
7Jx
Page 258 of 288

BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar)
STANDAARD BANDEN
VERSIES MAATGEMIDDELDE BELASTING VOLLE BELASTING
Voor Achter Voor Achter
1.4 Turbo benzine
115/120 pk
1.6 JTD
M
195/55 R16 91V VERSTERKT
205/55 R16 91V
225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,6
2,3
2,3
2,62,2
2,1
2,1
2,23,0
2,7
2,7
3,02,6
2,3
2,3
2,6
1.4 Turbo Benzine
105 pk(*)195/55 R16 91V VERSTERKT
205/55 R16 91V
225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,6
2,3
2,3
2,52,2
2,1
2,1
2,32,9
2,5
2,6
2,92,5
2,1
2,2
2,5
(*) Voor bepaalde versies/markten
Bij warme banden moet de bandenspanning +0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de
bandenspanning bij koude banden.
Bij winterbanden moet de bandenspanning +0,2 bar worden verhoogd t.o.v. de voorgeschreven spanningswaarde voor de
normale banden.
254
TECHNISCHE GEGEVENS
Wanneer met een snelheid van meer dan 160 km/h wordt gereden, moeten de banden op de bandenspanning voor volgeladen
auto zijn gepompt.
Page 259 of 288

255
STANDAARD BANDEN
VERSIES MAATGEMIDDELDE BELASTING VOLLE BELASTING
Voor Achter Voor Achter
1.4 Turbo MultiAir
2.0 JTD
M
195/55 R16 91V VERSTERKT
205/55 R16 91V
225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,6
2,3
2,3
2,62,2
2,1
2,1
2,23,0
2,7
2,7
3,02,6
2,3
2,3
2,6
1750 Turbo
Benzine(*)225/45 R17 91W
225/40 R18 92W VERSTERKT2,3
2,62,1
2,22,7
3,02,3
2,6
Ruimtebesparend
reservewielT135/70 R16 100M
T125/80 R17 99M4.2
(*) Voor bepaalde versies/markten
Bij warme banden moet de bandenspanning +0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de
bandenspanning bij koude banden.
Bij winterbanden moet de bandenspanning +0,2 bar worden verhoogd t.o.v. de voorgeschreven spanningswaarde voor de
normale banden.
Wanneer met een snelheid van meer dan 160 km/h wordt gereden, moeten de banden op de bandenspanning voor volgeladen
auto zijn gepompt.
Page 276 of 288

WAT TE DOEN ALS
Storing Mogelijke oplossing
... EEN BAND LEK IS.Gebruik de Fix&Go automatische
bandenreparatiekit.Zie pag. 184.
... EEN BAND LEEG IS. Herstel de bandenspanning. Zie pag. 251.
... DE ACCU LEEG IS. –Zie pag. 225 of neem
contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
... DE PLAFONDVERLICHTING NIET
INSCHAKELT.Vervang het lampje.Zie pag. 194 of neem
contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
... EEN EXTERNE LAMP (grootlicht,
dimlicht...) NIET INSCHAKELT.Controleer de betreffende veiligheidszekering.Zie pag. 196 of neem
contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Vervang het lampje.Zie pag. 191 of neem
contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
... DE AFSTANDSBEDIENING NIET WERKT. Vervang de batterijen in de afstandsbediening. Zie pag. 12.
... DE SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING
KWIJT IS.Vraag om een extra afstandsbediening. Zie pag. 12
... EEN ELEKTRISCHE RUIT NIET WERKTControleer de betreffende veiligheidszekering.Zie pag. 196 of neem
contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
Laat de betreffende motor voor het openen/
sluiten van de ruit controlerenNeem contact op met het
Alfa Romeo Servicenetwerk.
Page 281 of 288

ALFABETISCH
REGISTER
A
anhangers trekken ...................... 173
– Montage van de trekhaak .......... 174
Aansteker....................................... 51
ABS ............................................... 66
Accu .............................................. 225
– advies voor verlengen
levensduur ................................ 225
– vervangen ................................. 225
Accu (opladen) ............................... 205
Achterruitsproeier
– vloeistofniveau
achterruitsproeier ...................... 223
Achterruitsproeier/-wisser .............. 42
Achterruitwisser
– wisserblad vervangen ................ 229
Achteruitkijkspiegels ....................... 21
– Binnenspiegel............................ 21
– Buitenspiegels ........................... 22
Afmetingen..................................... 256
AFS adaptieve lichten (Adaptive
Frontlight System) ........................ 40
Afsluiter van de brandstoftoevoer ... 48
Alarmknipperlichten........................ 47
"Alfa DNA"-systeem ...................... 70
– “Natural” Modus ........................ 70
– Rijmodussen ............................. 70
Alfa Romeo code systeem ............ 10ALFA TCT ...................................... 163
Armsteun achter ............................ 50
Armsteun voor ............................... 49
Asbak ............................................ 51
ASR-systeem (Anti-Slip
Regulation) ................................... 66
Automatische dual-zone
klimaatregeling ............................. 29
Bagageruimte ............................... 59
– Achterklep openen in geval
van nood ................................... 60
– Bagagehaken ............................ 62
– Bagagenet ................................ 62
– Bagageruimte openen ............... 59
– Bagageruimte sluiten ................. 60
– Bagageruimte uitbreiden ........... 60
– Initialisatie bagageruimte ........... 60
– Lading vastzetten ...................... 62
Bagageruimteverlichting
– lamp vervangen ......................... 195
Banden
– bandenspanning ....................... 254
– de bandenmaat lezen ................ 251
– Fix&Go Automatic (kit) ............... 184
Bedieningselementen ..................... 47
Bedieningsknoppen ....................... 92
Brandblusser.................................. 52
Brandstofbesparing........................ 172
Brandstofmeter .............................. 103
Brandstoftoevoer ........................... 246Brandstofverbruik........................... 268
Buitenverlichting ............................. 37
Carrosserie
– bescherming tegen
atmosferische invloeden ............ 231
– garantie ..................................... 231
– onderhoud ................................ 231
CBC-systeem (Cornering Brake
Control) ........................................ 66
Centrale portiervergrendeling ......... 47
CO2-emissie .................................. 270
CODE-card .................................... 11
Contactslot .................................... 16
– Stuurslot ................................... 16
Cruise-control ................................ 43
Dagverlichting (DRL) ..................... 38
Dashboardkastverlichting
– lamp vervangen ......................... 195
De auto langdurig stallen ................ 176
De motor starten ............................ 160
De motor starten ............................ 178
– Rollend starten .......................... 178
– Starten met hulpaccu ................ 178
Derde remlicht
– lamp vervangen ......................... 193
De sleutels ..................................... 11
– CODE-card ............................... 11
– Sleutel met
afstandsbediening ..................... 11