service Alfa Romeo Giulietta 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2016, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2016Pages: 288, PDF Size: 7.3 MB
Page 191 of 288

BELANGRIJK
2) Laat het busje en het
afdichtmiddel niet in het milieu
achter. Verwerk de onderdelen
overeenkomstig de nationale en
plaatselijke voorschriften.
BELANGRIJK
118) Overhandig de folder aan het
personeel dat de band zal
repareren die behandeld is met de
"Fix&Go Automatic"
bandenreparatiekit.
119) Beschadigingen op de zijkanten
van de band kunnen niet
gerepareerd worden. Gebruik de
reparatiekit niet als de band
beschadigd is geraakt door het
rijden met een lege band.
120) Doe de beschermende
handschoenen aan die bij de
bandenreparatiekit zijn geleverd.121) Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats
aan, om eraan te herinneren dat
de band behandeld is met de
snelle bandenreparatiekit. Rijd
voorzichtig, met name in bochten.
Rijd niet harder dan 80 km/h.
Vermijd bruusk accelereren en
remmen.
122) Rij niet verder als de
bandenspanning onder 1,8 bar is
gedaald: the FixGo Automatic
kit kan de vereiste afdichting niet
garanderen omdat de band te
ernstig beschadigd is. Neem
contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk
123) Geef altijd aan dat de band
gerepareerd is met behulp van de
snelle bandenreparatiekit.
Overhandig de folder aan het
personeel dat de band die
behandeld is met de kit zal
repareren.
124) Reparatie is niet mogelijk als
de wielvelg beschadigd is (groef
is vervormd, waardoor lucht kan
ontsnappen). Verwijder niet het
eventueel in de band
binnengedrongen voorwerp
(schroef of spijker).125) Bedien de compressor niet
langer dan 20 minuten achter
elkaar. Gevaar voor oververhitting.
De kit is niet geschikt voor
definitieve reparatie, zodat de
gerepareerde banden slechts
tijdelijk gebruikt mogen worden.
126) Het busje bevat ethyleenglycol
en latex: dit kan een allergische
reactie veroorzaken. Schadelijk bij
inslikken. Irriterend voor de ogen.
Kan irritatie veroorzaken bij
inademing of contact. Vermijd
contact met huid, ogen en
kleding. Spoel bij contact
onmiddellijk uit met rijkelijk water.
Wek het braken niet op bij
inslikken. Spoel de mond uit, drink
veel water en raadpleeg
onmiddellijk een arts. Buiten
bereik van kinderen bewaren. Het
product mag niet gebruikt worden
door astmapatiënten. Adem de
dampen niet in tijdens het
inbrengen en oppompen.
Raadpleeg onmiddellijk een arts
bij allergische reacties. Bewaar
het busje in zijn houder, uit de
buurt van warmtebronnen. Het
afdichtmiddel heeft een
houdbaarheidsdatum. Vervang
het busje als het vervallen
afdichtmiddel bevat.
187
Page 192 of 288

EEN LAMP
VERVANGEN
28)
127) 128) 129)
ALGEMENE INSTRUCTIES
❒Controleer alvorens een lamp te
vervangen of de contacten zijn
geoxideerd;
❒vervang doorgebrande lampen door
exemplaren van hetzelfde type en
vermogen;
❒controleer na vervanging van een
gloeilamp in de koplamp altijd of
de koplampafstelling goed is;
❒als een lamp niet werkt, controleer
dan of de betreffende zekering is
doorgebrand alvorens de lamp te
vervangen. Om de zekeringen te
vinden wordt verwezen naar de
paragraaf “Zekeringen vervangen” in
dit hoofdstuk;BELANGRIJK Bij een lage temperatuur
en of bij een hoge
luchtvochtigheidsgraad kan de
binnenzijde van de koplamp een beetje
beslagen zijn. Dit is geen defect maar
een natuurlijk verschijnsel dat
veroorzaakt wordt door de
temperatuur- en vochtverschillen tussen
de binnen- en buitenzijde van het glas,
en dat geen enkele nevenwerking
heeft op de normale werking van de
lichten. Deze aanslag verdwijnt
geleidelijk aan (van het midden tot de
randen) zodra de koplampen worden
ingeschakeld.
BELANGRIJK
28) Raak alleen het metalen
gedeelte van halogeenlampen
aan. Het aanraken van de bol met
de vingers kan de lichtopbrengst
en de levensduur van de lamp
reduceren. Als de bol per ongeluk
toch wordt aangeraakt,
schoonwrijven met een doekje
met alcohol en vervolgens laten
drogen.
BELANGRIJK
127) Wijzigingen of reparaties aan de
elektriische installatie die niet
correct zijn uitgevoerd en waarbij
geen rekening wordt gehouden
met de technische
systeemgegevens, kunnen
storingen in de werking en zelfs
brand tot gevolg hebben.
128) In halogeenlampen bevindt zich
gas onder druk. Als ze breken,
kunnen er glassplinters
wegschieten.
129) Wegens de hoge
voedingsspanning mogen
gasontladingslampen (Bi-Xenon)
alleen door gespecialiseerd
personeel vervangen worden:
levensgevaar! Neem contact op
met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
188
NOODGEVALLEN
Page 195 of 288

BUITENLAMPEN
VERVANGEN
KOPLAMPUNITS
De koplampunits omvatten de
gloeilampen voor de parkeer-/
dagverlichting (DRL), het dimlicht, het
grootlicht en de richtingaanwijzers.
De plaatsing van de lampen is als
volgt:fig. 158:
AParkeer-/dagverlichting en grootlicht
BDimlicht
CRichtingaanwijzers
STADSLICHT/
DAGVERLICHTING (DRL)
Dit zijn led-lampjes. Neem voor de
vervanging contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.GROOTLICHT
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒verwijder het deksel A fig. 158;
❒maak de stekker A fig. 159 los en
trek de borglippen B naar buiten;
❒verwijder de lamp C en vervang hem;
❒monteer de nieuwe lamp en zorg
voor een optimale vergrendeling,
maak vervolgens de borglippen
B vast en sluit de stekker opnieuw
aan;
❒monteer het deksel A fig. 158.DIMLICHT
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒verwijder het deksel B fig. 158;
❒maak de stekker A fig. 160los, trek
de borglip B naar voren en maak
hem los door hem naar de
binnenkant van de auto te drukken;
❒verwijder de lamp C en vervang hem;
❒monteer de nieuwe lamp en zorg
voor een optimale vergrendeling,
maak vervolgens de borglip B vast en
sluit de stekker opnieuw aan;
❒monteer het deksel B fig. 158.
158A0K0631
159A0K0632
160A0K0633
191
Page 196 of 288

RICHTINGAANWIJZERS
Voor
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒draai het deksel C fig. 158 een 1/4
slag linksom;
❒vervang de lamp + lamphouder A fig.
161.
Op de flanken
Dit zijn led-lampjes. Neem voor de
vervanging contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.MISTLAMPEN
(voor bepaalde versies/markten)
Neem, voor de vervanging van deze
lampen, contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
ACHTERLICHTUNITS
De lichtunits omvatten: stadslicht ,
remlichten, richtingaanwijzers (lampen
in vaste lichtunit), achteruitrijlichten
en mistachterlichten (lamp in lichtunit
op achterklep).
De vaste lichtunit
verwijderen
Ga als volgt te werk:
❒open de achterklep en maak de
bevestigingsschroef A fig. 162 van de
achterlichtunit los;❒verwijder de achterlichtunit door deze
met beide handen in de richting van
de pijl te trekken;
❒koppel de stekker los en vervang de
betreffende lamp.
PARKEER-/REMLICHTEN
Dit zijn led-lampjes. Neem voor de
vervanging contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
RICHTINGAANWIJZERS
Draai, bij uitgenomen achterlichtunit. de
twee schroeven A fig. 163los, verwijder
de lamphouder en vervang lamp B.
161A0K0634
162A0K0635
163A0K0636
192
NOODGEVALLEN
Page 197 of 288

MISTACHTERLICHTEN/
ACHTERUITRIJLICHTEN
Ga als volgt te werk om een lamp te
vervangen:
❒open de achterklep en maak met een
schroevendraaier het deksel A fig.
164 los in het door de pijl
aangegeven punt;
❒maak de stekker A fig. 165 los en
verwijder de lamphouder door op het
borglipje B te drukken en vervolgens
de schroef C los te draaien;
❒duw voorzichtig op de lamp en draai
hem linksom (D = achteruitrijlamp; E
= mistachterlamp) om de lamp te
verwijderen;❒plaats de lamphouder terug in het
huis, draai de schroef C vast en
monteer hem door middel van het
borglipje B. Sluit de stekker A aan en
monteer het deksel A fig. 164 terug.
BELANGRIJK Dek de punt van de
schroevendraaier af met een doek om
krassen te voorkomen bij het
verwijderen van het deksel A.3eREMLICHT
Dit zijn led lampjes die zich op de in de
achterklep opgenomen spoiler
bevinden. Neem voor de vervanging
contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
KENTEKENVERLICHTING
Ga als volgt te werk om een lamp te
vervangen:
❒verwijder de lichtunits A fig. 166van
de kentekenverlichting ;
❒draai de lamphouder B fig. 167
linksom, verwijder de lamp C en
vervang hem.
164A0K0637
165A0K0638
166A0K0639
193167A0K0640
Page 199 of 288

BAGAGERUIMTE
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒open de bagageruimte en verwijder
het lampje A fig. 172 vanuit het punt
dat met de pijl is aangegeven;
❒open beschermkapje B fig. 173 en
vervang de lamp;
❒sluit beschermkapje B over het
lampenglas;
❒monteer het lampje A fig. 172 door
het eerst aan een zijde correct te
monteren en vervolgens de andere
zijde ervan aan te drukken, zodat het
hoorbaar vastklikt.DASHBOARD
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒open het dashboardkastje en
verwijder het lampje A fig. 174;
❒open beschermkapje B en vervang
de lamp;
❒sluit beschermkapje B over het
lampenglas;❒monteer het lampje A door het eerst
aan een zijde correct te monteren en
vervolgens de andere zijde ervan
aan te drukken, zodat het hoorbaar
vastklikt.
INSTAPVERLICHTING
(voor bepaalde versies/markten)
Neem voor vervanging van de lamp
contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
172A0K0645
173A0K0646
174A0K0647
195
VERLICHTING
KASTVERLICHTING
Page 200 of 288

ZEKERINGEN
VERVANGEN
ALGEMENE INFORMATIE
Het elektrische systeem wordt beveiligd
door zekeringen: bij een storing of bij
oneigenlijk gebruik van het systeem
brandt de zekering door.
Controleer eerst de toestand van de
zekering wanneer een elektrisch
onderdeel niet meer werkt: de
geleidende band A fig. 175 mag niet
onderbroken zijn.
29) 30)
Als dit wel het geval is, dan moet de
zekering worden vervangen door een
nieuw exemplaar met dezelfde
stroomsterkte (zelfde kleur).
130) 131)
132) 133) 134)
B = intacte zekering.
C = zekering met doorgebrande
geleidende band.Gebruik het tangetje A fig. 176 om het
deksel van de zekeringenkast in de
motorruimte te verwijderen om zo de
zekeringen te kunnen vervangen (zie
“Zekeringenkast motorruimte” om het
deksel te verwijderen).VERSIES MET "ALFA
TCT" AUTOMATISCHE
TRANSMISSIE
(voor bepaalde versies/markten)
De onderdelen van de ALFA TCT
transmissie worden beschermd door
speciale zekeringen. Neem contact op
met het Alfa Romeo Servicenetwerk
als een zekering vervangen moet
worden.
175A0K0523
176A0K0524
196
NOODGEVALLEN
Page 203 of 288

Zekeringenkast in de bagageruimte
De zekeringenkast (fig. 181) bevindt
zich links in de bagageruimte onder het
deksel aan de zijkant.
Neem voor toegang contact op met het
Alfa Romeo Servicenetwerk.
181A0K0529
199
Page 208 of 288

BELANGRIJK
130) Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
131) Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
132) Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE, MIDIFUSE) doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
133) Alvorens een zekering te vervangen, moet men controleren of de contactsleutel uit het slot is genomen en of alle
stroomverbruikers uit staan en/of zijn uitgeschakeld.
134) Als een hoofdzekering voor veiligheidsinrichtingen (airbagsysteem, remsysteem), motorsystemen (motorsysteem,
transmissiesysteem) of stuurinrichting doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
204
NOODGEVALLEN
Page 209 of 288

ACCU OPLADEN
BELANGRIJK De procedure voor het
opladen van de accu is uitsluitend
bedoeld ter informatie. Neem contact
op met het Alfa Romeo Servicenetwerk
om deze handeling te laten uitvoeren.
BELANGRIJK Wacht, nadat de
contactsleutel naar STOP is gedraaid
en het bestuurdersportier is gesloten,
minstens een minuut voordat u de
elektrische voeding van de accu
loskoppelt en vervolgens weer aansluit.
Het verdient aanbeveling de accu
langzaam en met een laag ampèrage
gedurende ongeveer 24 uur op te
laden. De accu langer opladen, kan de
accu beschadigen.
VERSIES ZONDER
Start&Stop SYSTEEM
(voor bepaalde versies/markten)
Ga als volgt te werk om de accu op te
laden:
❒maak de minklem los van de accu;
❒sluit de kabels van de acculader aan
op de accupolen; let daarbij op de
polariteit;
❒schakel de acculader in;❒schakel na het opladen eerst de
acculader uit alvorens de accu los te
koppelen;
❒sluit de minklem aan op de accu.
VERSIES MET
Start&Stop SYSTEEM
(voor bepaalde versies/markten)
Ga als volgt te werk om de accu op te
laden:
❒koppel de stekker A fig. 182 van de
accusensor C op de minklem D (–)
van de accu los (door op de knop B
te drukken);
❒sluit de pluskabel (+) van de
acculader aan op de plusklem E van
de accu en de minkabel (–) op de
klem van de sensor D zoals
aangegeven in de figuur;
❒schakel de acculader in. Schakel na
het opladen de acculader uit;
❒sluit na de acculader te hebben
afgekoppeld de stekker A terug
op de sensor C aan zoals
aangegeven in de figuur.
OPHEFFEN VAN HET
VOERTUIG
Als de auto opgeheven moet worden,
neem dan contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk dat uitgerust is
met garagekrikken en hefbruggen.
BELANGRIJK Bij versies met
zijbekleding moet men goed opletten bij
het plaatsen van de hefarmen.
182A0K0530
205