spiegels Alfa Romeo Giulietta 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2016, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2016Pages: 288, PDF Size: 7.3 MB
Page 9 of 288

GRAFISCHE INDEX
.
KOPLAMPEN
❒Soorten gloeilampen ...........................190
❒Buitenverlichting ................................. 37
❒Lamp vervangen .................................188
WIELEN
❒Velgen en banden ...............................251
❒Bandenspanning .................................254❒Bandenreparatie .................................179
BUITENSPIEGELS
❒Afstelling ............................................. 21
❒Inklappen ............................................ 22
PORTIEREN
❒Gecentraliseerd openen/sluiten ........... 54
MOTORKAP
❒Openen/sluiten ................................... 62
RUITENWISSERS
❒Wisserblad vervangen .........................228
1A0K0620
5
Page 13 of 288

WEGWIJS IN UW AUTO
Grondige kennis van uw nieuwe auto
begint hier.
In dit boekje is op eenvoudige en
rechtstreekse wijze beschreven hoe uw
auto gemaakt is en hoe hij werkt.
Daarom adviseren u het comfortabel
zittend in uw auto te lezen, dan kunt u
met eigen ogen zien wat hier
beschreven is.SYMBOLEN .................................... 10
ALFA ROMEO CODE SYSTEEM ..... 10
DE SLEUTELS ................................ 11
DIEFSTALALARM ............................ 14
CONTACTSLOT .............................. 16
STOELEN........................................ 17
HOOFDSTEUNEN ........................... 19
STUURWIEL ................................... 20
ACHTERUITKIJKSPIEGELS ............ 21
KLIMAATREGELING........................ 23
KLIMAATCOMFORT........................ 24
HANDBEDIENDE
AIRCONDITIONING ......................... 25
AUTOMATISCHE DUAL-ZONE
KLIMAATREGELING........................ 29
BUITENVERLICHTING .................... 37
RUITEN REINIGEN .......................... 40
CRUISE-CONTROL......................... 43
PLAFONDVERLICHTING................. 45
BEDIENINGSELEMENTEN .............. 47
INTERIEURUITRUSTING ................. 49
ELEKTRISCH SCHUIFDAK.............. 52
PORTIEREN .................................... 54
ELEKTRISCHE RUITBEDIENING ..... 57
BAGAGERUIMTE ............................ 59
MOTORKAP.................................... 62
IMPERIAAL/SKIDRAGER ................ 63KOPLAMPEN .................................. 64
ESC-SYSTEEM ............................... 65
“ALFA DNA”-SYSTEEM
(DYNAMISCHE CONTROLE VAN
DE AUTO) ....................................... 70
START&STOP SYSTEEM ................ 73
ITPMS (INDIRECT TYRE
PRESSURE MONITORING
SYSTEM) ........................................ 76
EOBD-SYSTEEM (EUROPEAN ON
BOARD DIAGNOSIS) ...................... 78
DUAL PINION
STUURBEKRACHTIGING................ 79
INBOUWVOORBEREIDING VOOR
AUTORADIO ................................... 80
OPTIONELE ACCESSORIES .......... 80
PARKEERSENSOREN..................... 82
TANKEN.......................................... 85
MILIEUBESCHERMING................... 87
9
Page 25 of 288

BELANGRIJK
10) De afstelling van het stuurwiel
mag uitsluitend gebeuren bij
stilstaande auto en afgezette
motor.
11) After-market werkzaamheden
waarbij wijzigingen van de
stuurinrichting of de stuurkolom
betrokken zijn (bv. bij montage
van een alarmsysteem) zijn ten
strengste verboden. Dergelijke
werkzaamheden kunnen de
prestaties van het systeem, de
garantie en de veiligheid in gevaar
brengen waardoor de auto niet
meer aan de typegoedkeuring
voldoet.
ACHTERUITKIJK
BINNENSPIEGEL
De binnenspiegel kan in twee standen
worden gezet: normaal of anti-
verblindingsstand.
Verstellen
De binnenspiegel moet vanaf de
normale stand worden versteld, met de
hendel A fig. 19 naar de voorruit gericht
(dagstand).
Om verblinding door achterliggers te
voorkomen, kan de spiegel in de
anti-verblindingsstand worden gezet
door de hendel A naar de achterkant
van de auto te verstellen.Elektronisch dimbare
achteruitkijkspiegel
(voor bepaalde versies/markten)
De elektrochromische binnenspiegel fig.
20 is voorzien van een afstelinrichting
om verblinding door achterliggers
automatisch te voorkomen. Deze
functie is standaard ingesteld.
Bij inschakeling van de achteruit, wordt
de spiegel automatisch ingesteld op
de dagstand.
Bij inschakeling van de achteruit, wordt
de spiegel automatisch ingesteld op
de dagstand.
19A0K0549
20A0K0550
21
SPIEGELS
Page 26 of 288

BUITENSPIEGELS
Elektrische verstelling
De spiegels kunnen alleen worden
versteld met de contactsleutel in de
stand MAR.
Kies de gewenste spiegel met knop A
fig. 21
12):
❒knop in stand 1: linker spiegel
gekozen
❒knop in stand 2: rechter spiegel
gekozen.
Hierna kan de gekozen spiegel worden
versteld door knop B in de richting
van de pijlen te bewegen.
BELANGRIJK Zet na het afstellen de
knop A in de stand 0 om onverwachtse
bediening van de elektrische
ruitbediening te voorkomen.Elektrisch inklappen
(voor bepaalde versies/markten)
Om de spiegels in te klappen op knop
C fig. 21drukken. Druk nogmaals op de
knop om de buitenspiegels weer in de
rijstand te zetten.
Handmatig inklappen
Klap indien nodig de buitenspiegels in
door ze van stand 1 in stand 2 te
zettenfig. 22.
BELANGRIJK Rijd alleen met de
buitenspiegels in stand 1.
BELANGRIJK
12) De buitenspiegel is bolvormig;
hierdoor wordt de
afstandswaarneming enigszins
vertekend.
21A0K0551
22A0K0552
22
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 30 of 288

KLIMAATREGELING
(koeling)
Ga als volgt te werk om te koelen:
❒draai knop A naar het blauwe gebied;
❒druk op knop F om de interne
luchtrecirculatie in te schakelen
(ronde led rond de knop aan);
❒draai de knop E naar
;
❒druk op knop B om de
klimaatregeling in te schakelen en zet
knop C ten minste op 1 (1e snelheid);
voor een hogere ventilatorsnelheid,
knop C op 6 (maximum
ventilatorsnelheid) zetten.
Koelregeling
Ga als volgt te werk:
❒draai knop A naar rechts om de
temperatuur te verhogen;
❒druk op de knop F om de interne
luchtrecirculatie uit te schakelen
(ronde led rond de knop uit);
❒verstel de draaiknop C om de
ventilatorsnelheid te verlagen.VERWARMING VAN HET
INTERIEUR
Ga als volgt te werk om het interieur
snel te verwarmen:
❒draai de knop A naar het rode
gebied;
❒druk op knop F om de interne
luchtrecirculatie in te schakelen;
❒draai de knop E naar
;
❒zet de draaiknop C op 6 (maximum
ventilatorsnelheid).
Kies vervolgens een stand om de
gewenste comfortsituatie te behouden
en druk op knop F om de interne
luchtrecirculatie uit te schakelen (ronde
led rond de knop uit) en zodoende
beslagen ruiten te voorkomen.
BELANGRIJK Bij koude motor duurt
het enkele minuten om een snelle
verwarming van het interieur te
bekomen.
AUTOMATISCH
ONTWASEMEN/
ONTDOOIEN (MAX-DEF
functie)
Deze functie zorgt voor het automatisch
ontwasemen/ontdooien van de: ruiten
voor (voorruit en zijruiten), verwarmde
sproeiers, verwarmde buitenspiegels.Om de functie in te schakelen, zet de
draaiknop E op het teken “Ontdooiing”
die is aangegeven met
.
De handbediende klimaatregeling past
zich automatisch aan de volgende
instellingen aan:
❒het teken ontdooiing
gaat oranje
i.p.v. rood branden (om aan te geven
dat de functie is ingeschakeld);
❒de achterruitverwarming (en alle
ontdooisystemen van de auto)
worden ingeschakeld. De ronde led
rond de
knop gaat branden
om aan te geven dat de functie is
ingeschakeld;
❒de luchtstroom wordt ingesteld op de
maximumsnelheid (6);
❒de luchtcirculatie wordt geopend,
indien eerder gesloten (de ronde
led rond de betreffende knop is uit);
❒het luchtmengsel wordt ingesteld op
“maximum hitte”;
❒de extra verwarming (voor bepaalde
versies/markten) wordt ingeschakeld;
❒de compressor wordt ingeschakeld
(de ronde led brandt wanneer de
AC-functie aan is).
26
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 31 of 288

Ruiten ontwasemen
De klimaatregeling is erg nuttig om het
beslaan van de ruiten te voorkomen
bij grote luchtvochtigheid.
Wanneer het buiten uiterst vochtig is
en/of bij regen en/of bij grote verschillen
tussen de interieur- en de
buitentemperatuur, is de volgende
procedure aanbevolen om te
voorkomen dat de ruiten beslaan:
❒draai de knop A naar het rode
gebied;
❒druk op de knop F om de interne
luchtrecirculatie uit te schakelen
(ronde led rond de knop uit);
❒draaiknop E op
met de
mogelijkheid om hem op stand
(B)
te zetten als de ruiten niet worden
ontwasemd;
❒draai knop C naar de2e snelheid.
ACHTERRUITVERWARMING/
Druk op knop D () om de functie
in/uit te schakelen. De functie wordt na
ongeveer 20 minuten automatisch
uitgeschakeld.
Voor bepaalde versies/markten, druk
op de
knop om de verwarmde
buitenspiegels en de verwarming voor
de sproeiers in te schakelen (voor
bepaalde versies/markten).BELANGRIJK Plak geen stickers op de
elektrische weerstandsdraden aan de
binnenzijde van de achterruit, om
beschadiging en mogelijk defect ervan
te voorkomen.
INTERNE
LUCHTRECIRCULATIE
Druk op knop F (
) zodat de leds
rond de knop gaan branden.
Geadviseerd wordt de interne
luchtrecirculatie in te schakelen in de file
of in tunnels, om te voorkomen dat
vervuilde lucht in het interieur komt.
Gebruik de functie niet langdurig, vooral
als er meerdere passagiers aan boord
zijn, om beslagen ruiten te voorkomen.
BELANGRIJK Met de interne
luchtrecirculatie kan de gewenste
toestand (verwarming of koeling,
afhankelijk van de keuze) sneller bereikt
worden. Het wordt echter afgeraden
de luchtrecirculatie in te schakelen op
regenachtige of koude dagen om
beslagen ruiten te voorkomen.REGELING
LUCHTVERDELING
Draai aan knop E om handmatig een
van de vier luchtverdelingsinstellingen
voor het interieur te selecteren:
Luchtstroom naar de
uitstroomopeningen van de voorruit
en de voorste zijruiten om deze te
ontwasemen of te ontdooien.
Luchtstroom naar de
uitstroomopeningen voor de
beenruimten voor en achter. Deze
luchtverdeling zorgt voor een snelle
verwarming van het interieur.
Luchtstroomverdeling tussen
uitstroomopeningen voor en
achter, roosters midden/zijkanten
dashboard, uitstroomopening
achter, uitstroomopeningen voor
ontwasemen/ontdooien voorruit en
voorste zijruiten.
Luchtstroomverdeling naar roosters
midden/zijkanten dashboard
(lichaam passagier).
27
RUITONTWASEMING
Page 34 of 288

H - selectieknoppen voor handmatige
luchtdistributie;
I - aan/uit knop MAX-DEF functie (snel
ontwasemen/ontdooien van de ruiten
voor), achterruitverwarming en
verwarmde buitenspiegels (voor
bepaalde versies/markten);
L - draaiknop regeling luchttemperatuur
passagierszijde;
M - Knop voor inschakeling MONO
functie (uitlijnen van de ingestelde
temperaturen) bestuurderszijde/
passagierszijde;
N - Knop voor inschakeling AUTO
functie (automatische werking).
BESCHRIJVING
De automatische dual-zone
klimaatregeling zorgt voor een aparte
temperatuurregeling in twee zones:
bestuurderszijde en passagierszijde.
Het systeem zorgt voor het behoud van
het comfort en compenseert eventuele
schommelingen door de
klimaatomstandigheden.
OpmerkingDe referentietemperatuur
is 22°C voor een optimale
comfortregeling.De automatisch gecontroleerde
parameters en functies zijn:
❒luchttemperatuur uit de luchtroosters
aan bestuurderszijde/passagierszijde
voor;
❒luchtverdeling naar de luchtroosters
aan bestuurderszijde/passagierszijde
voor;
❒ventilatorsnelheid (traploze regeling
van de luchtstroom);
❒inschakeling van de compressor
(voor koelen/ontvochtigen van de
lucht);
❒luchtrecirculatie.
Al deze functies kunnen handmatig
worden versteld door het systeem te
gebruiken en door een of meer functies
te kiezen en de betreffende parameters
te wijzigen. Hierbij wordt echter de
automatische regeling van de functies
die handmatig zijn gewijzigd
uitgeschakeld: het systeem grijpt alleen
in om veiligheidsredenen.
De handmatige instellingen hebben
altijd voorrang boven de automatische
instellingen en blijven opgeslagen tot de
AUTO knop wordt ingedrukt, behalve
in de gevallen dat het systeem om
veiligheidsredenen ingrijpt.Als men handmatig een functie
aanpast, blijven de andere functies
automatisch geregeld. De hoeveelheid
lucht die in het interieur wordt gevoerd
houdt geen verband met de snelheid
van de auto; deze wordt elektronisch
geregeld door de ventilator.
De temperatuur van de toegevoerde
lucht wordt altijd automatisch geregeld
op basis van de op het display
ingestelde temperatuur (behalve
wanneer het systeem is uitgeschakeld
of onder bepaalde omstandigheden
waarin de compressor is
uitgeschakeld).
2)
Het systeem biedt handmatige instelling
van de volgende parameters en
functies:
❒luchttemperatuur aan
bestuurderszijde/passagierszijde
voor;
❒ventilatorsnelheid (traploze regeling);
❒luchtverdeling met 7 standen;
❒inschakelen van de compressor;
❒snel ontwasemen/ontdooien;
❒luchtrecirculatie;
❒achterruitverwarming;
❒uitschakeling van het systeem.
30
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 39 of 288

❒aanpassing van de ventilatorsnelheid
aan de koelvloeistoftemperatuur;
❒luchtstroomverdeling naar de voorruit
en de voorste zijruiten;
❒achterruitverwarming aan.
❒weergave van de ventilatorsnelheid
(led G aan)
BELANGRIJK De MAX-DEF functie blijft
ongeveer 3 minuten ingeschakeld
vanaf het ogenblik waarop de
koelvloeistoftemperatuur warm genoeg
is om de ruiten snel te kunnen
ontwasemen.
Wanneer de functie ingeschakeld is,
brandt de led op de AUTO-knoppen.
Wanneer deze functie is ingeschakeld,
kunnen alleen de ventilatorsnelheid
en het uitschakelen van de
achterruitverwarming handmatig
worden geregeld.
Wanneer op de knoppen B, C,
of
AUTO wordt gedrukt, schakelt het
systeem de MAX-DEF functie uit.
ACHTERRUITVERWARMING/
Druk op de knopom de
achterruitverwarming in te schakelen
(led op knop brand).Deze functie schakelt na circa 20
minuten of bij het afzetten van de motor
automatisch uit. De functie wordt niet
automatisch opnieuw ingeschakeld
wanneer de auto opnieuw wordt
gestart.
Voor bepaalde versies/markten, druk
op de
knop om de verwarmde
buitenspiegels en de verwarming voor
de sproeiers in te schakelen (voor
bepaalde versies/markten).
BELANGRIJK Plak geen stickers op de
elektrische weerstandsdraden aan de
binnenzijde van de achterruit, om
beschadiging en mogelijk defect ervan
te voorkomen.
Thermisch isolerende
voorruit
(voor bepaalde versies/markten)
Sommige versies zijn voorzien van een
thermisch isolerende voorruit die,
wanneer de auto aan zonlicht wordt
blootgesteld, de temperatuurtoename
in het interieur beperkt, wat het comfort
verbetert.Vochtsensor
(voor bepaalde versies/markten)
De vochtsensor helpt te voorkomen dat
de ruiten beslaan. Voor een complete
werking, is het raadzaam de AUTO
functie (led N aan) in te schakelen.
Bij lage buitentemperaturen kan het
gebeuren dat het systeem om
veiligheidsredenen de compressor
automatisch aanzet en de recirculatie
uitzet.
UITSCHAKELING/
INSCHAKELING VAN DE
KLIMAATREGELING
Uitschakeling van de
klimaatregeling
Druk op de
-knop (led op knop uit).
Bij uitgeschakelde klimaatregeling:
❒luchtrecirculatie aan, d.w.z. dat er
geen lucht van buiten binnenkomt;
❒de compressor is uitgeschakeld;
❒de ventilator is uitgeschakeld;
❒de achterruitverwarming kan worden
in- of uitgeschakeld;
❒de AQS-functie (Air Quality System)
(voor bepaalde versies/markten) kan
niet worden uitgeschakeld.
35
RUITONTWASEMING
Page 177 of 288

Keuze van de
versnellingen
Schakel een hogere versnelling in zodra
de verkeers- en wegomstandigheden
dit toelaten. Snel accelereren met
een lage versnelling verhoogt het
brandstofverbruik. Ook het oneigenlijk
gebruik van een hoge versnelling doet
het verbruik en de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen toenemen en
veroorzaakt motorslijtage.
Topsnelheid
Bij een hogere snelheid neemt het
brandstofverbruik fors toe. Rijd dus
zoveel mogelijk met een constante
snelheid, vermijd overbodig remmen en
optrekken. Dit kost alleen brandstof
en verhoogt tevens de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen.
Acceleratie
Bruusk optrekken kost veel brandstof
en verhoogt de uitstoot van schadelijke
uitlaatgassen: geef geleidelijk aan gas
zonder het maximum toerental te
overschrijden.GEBRUIKSOMSTANDIG
Koude start
Bij korte ritten en regelmatig koud
starten kan de motor niet de optimale
bedrijfstemperatuur bereiken. Hierdoor
neemt zowel het brandstofverbruik
(van +15% tot +30% in stadsverkeer)
als de uitstoot van schadelijke
uitlaatgassen toe.
Verkeerssituatie en
conditie van het wegdek
Op drukke wegen, bijvoorbeeld bij
filerijden waarbij vooral lage
versnellingen worden gebruikt, of in de
stad waar zich veel verkeerslichten
bevinden, zal het brandstofverbruik
aanmerkelijk hoger zijn. Ook bochtige
trajecten over bergwegen en een slecht
wegdek verhogen het
brandstofverbruik.
Stilstaan in het verkeer
Bij langdurig stilstaan (bijv. voor
spoorwegovergangen) is het raadzaam
de motor af te zetten.TREKKEN VAN
AANHANGERS
BELANGRIJK
Voor het trekken van aanhangers of
caravans moet het voertuig zijn
voorzien van een goedgekeurde
trekhaak en een geschikte elektrische
installatie. De montage moet door
een vakspecialist worden uitgevoerd.
Monteer eventuele speciale en/of extra
achteruitkijkspiegels conform de
wegenverkeerswetgeving.
Vergeet niet dat het klimvermogen van
de auto door het gewicht van een
aanhanger wordt gereduceerd. Ook de
remweg wordt langer en er is meer
tijd nodig om in te halen.
Schakel een lage versnelling in bij een
helling omlaag om een continu gebruik
van de rem te voorkomen.
173
HEDEN
Page 204 of 288

ZEKERINGENKAST IN MOTORRUIMTE
fig. 178
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Koplampsproeierpomp F09 30
ClaxonF10 15
AircocompressorF19 7,5
Achterruitverwarming F20 30
BrandstofpompF21 15
Aansteker/stopcontact F85 20
12V-stopcontactF86 20
IBS Sensor laadtoestand accu voor Start&Stop systeem F87 5
Ontwaseming buitenspiegels F88 7,5
200
NOODGEVALLEN