accu Alfa Romeo Giulietta 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2018, Model line: Giulietta, Model: Alfa Romeo Giulietta 2018Pages: 228, PDF Size: 3.7 MB
Page 4 of 228

AANDACHTIG LEZENTANKENBenzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die aan de Europese norm EN228 voldoet.
Dieselmotoren: tank uitsluitend dieselbrandstof voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN590 voldoet. Het gebruik van andere producten
of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie, door de veroorzaakte schade, ongeldig maken.LPG-motoren: tank
uitsluitend dieselolie voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN589 voldoet. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor
onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie, door de veroorzaakte schade, ongeldig maken.
DE MOTOR STARTEN
Benzinemotoren: controleer of de handrem is aangetrokken, zet de versnellingspook in de vrijstand, trap het koppelingspedaal volledig in zonder het
gaspedaal in te trappen, draai de contactsleutel naar de stand AVV en laat hem los zodra de motor start.Dieselmotoren: Draai de contactsleutel naar
de stand MAR en wacht tot het pictogram
en het lampjeuitgaan. Draai vervolgens de contactsleutel naar AVV en laat hem los zodra de
motor gestart is.
PARKEREN BOVEN BRANDBAAR MATERIAAL
De katalysator ontwikkelt tijdens zijn werking zeer hoge temperaturen. Parkeer de auto dus niet boven gras, dennennaalden of ander ontvlambaar
materiaal: brandgevaar.
MILIEUBESCHERMING
Het voertuig is uitgerust met een diagnosesysteem dat continu controles uitvoert op de componenten die verband houden met de uitlaatgasemissie,
om het milieu beter te beschermen.
ELEKTRISCHE ACCESSOIRES
Als na aanschaf van de auto besloten wordt om elektrische accessoires toe te voegen (met het risico dat de accu langzaam ontlaadt), neem dan
contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk. Zij kunnen het totale stroomverbruik berekenen en controleren of de elektrische installatie van de
auto geschikt is voor het extra stroomverbruik.
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
Een correct onderhoud van de auto is van essentieel belang om de prestaties en de veiligheid van de auto, zijn milieuvriendelijkheid en lage
bedrijfskosten gedurende langere tijd te garanderen.
HET INSTRUCTIEBOEK BEVAT
... belangrijke informatie, tips en waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en onderhoud van uw auto. Besteed speciale aandacht aan de
symbolen(veiligheid van de inzittenden)(milieubescherming)(toestand van de auto).
Page 14 of 228

ALARM ZELF-INSCHAKELING(voor bepaalde versies/markten)
Als een alarm niet met de
afstandsbediening is ingeschakeld, wordt
het alarm automatisch ingeschakeld
ongeveer 30 seconden nadat de sleutel
naar de STOP stand is gedraaid en de
laatste keer dat een van de portieren of
achterklep werd geopend en opnieuw
gesloten.
Deze toestand wordt aangeduid door de
knipperende verlichting van de LED op de
alarmuitschakelingsknop op het
plafondlicht en door de
inschakelingsindicaties hiervoor
beschreven.
Druk, om hun correcte werking weer te
herstellen, op de toets
op de
afstandsbediening.
Zelfinschakeling van het alarm vindt ook
plaats wanneer de portieren gesloten zijn
door de metalen baard van de sleutel in
het bestuurdersportierslot te draaien. Bij
open achterklep worden de portieren niet
vergrendeld.
UITSCHAKELEN VAN HET ALARM
BELANGRIJK Als de portieren centraal
ontgrendeld worden met de metalen
baard van de sleutel wordt het alarm niet
uitgeschakeld.
PORTIEREN
CENTRALE PORTIERVERGRENDELING
De portieren vergrendelen van buitenaf
Druk bij gesloten portieren op de knop
van de afstandsbediening of steek en
draai de metalen baard (in de sleutel) in
het slot van het bestuurdersportier.
De portiervergrendeling werkt:
als alle portieren gesloten zijn;
als alle portieren gesloten zijn en de
achterklep open is.
Portieren ontgrendelen van buitenaf
Druk op de knop
van de
afstandsbediening of steek en draai de
metalen baard (van de sleutel) in het slot
van het bestuurdersportier.
De portieren ver-/ontgrendelen van
binnenuit
Druk op knop
op het dashboard.
BELANGRIJK Bij ingeschakelde centrale
portiervergrendeling, kan het portier aan
passagierzijde worden ontgrendeld door
aan de binnenste handgreep te trekken.
Als aan de binnenste handgreep van het
bestuurdersportier wordt getrokken,
worden alle portieren ontgrendeld.
BELANGRIJK De achterportieren kunnen
niet van binnenuit worden geopend als
het kinderslot is ingeschakeld.
Als er geen stroomtoevoer is
(doorgebrande zekering, losgekoppelde
accu, enz.) kunnen de portieren nog
steeds met de hand worden vergrendeld.
KINDERSLOT
Dit systeem zorgt ervoor dat de
achterportieren van binnenuit niet
geopend kunnen worden.
Het systeem 1 fig. 5kan alleen bij
geopende portieren worden
ingeschakeld:
stand A - kinderslot ingeschakeld
(portier vergrendeld);
stand B - kinderslot uitgeschakeld
(portier kan van binnenuit worden
geopend).
Het kinderslot blijft ingeschakeld ook als
de portieren elektrisch ontgrendeld
worden.
2) 3)
5A0K0579C
12
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 15 of 228

BELANGRIJK De achterportieren kunnen
niet van binnenuit worden geopend als
het kinderslot is ingeschakeld.
NOODVERGRENDELING PORTIEREN
Voorportier passagierszijde
Het voorportier aan passagierszijde
heeft een voorziening om het te
vergrendelen als er geen elektrische
stroom is.
Steek de metalen baard van de
contactsleutel in zitting 1fig. 6en draai de
sleutel rechtsom om het portier te
vergrendelen.Achterdeuren
De achterportieren zijn voorzien van
een noodsysteem waarmee de portieren
kunnen worden vergrendeld wanneer er
geen stroom aanwezig is.
In dit geval moet men als volgt te werk
gaan:
steek de metalen baard van de
contactsleutel in de zitting 2 fig. 5;
draai de sleutel rechtsom en verwijder
hem uit de zitting 2 fig. 5.
Ga als volgt te werk om het knopje van
het slot weer in dezelfde stand te zetten
(alleen wanneer de acculading hersteld
is):
door te drukken op deknop op de
sleutel;
druk op de knop
portiervergrendeling/-ontgrendeling
op het dashboard;
open het voorportier door de sleutel in
het slot te steken;
trek aan de binnenhandgreep van het
portier.
4)
Initialisatie open-/sluitmechanisme
Als de accu is losgekoppeld of als een
zekering is doorgebrand, dan moet het
open-/sluitmechanisme als volgt opnieuw
geïnitialiseerd worden:
sluit alle portieren;
druk op de knopvan de sleutel of op
de knop
op het dashboard;
druk op de knopvan de sleutel of op
de knop
op het dashboard.
BELANGRIJK
2)Gebruik dit systeem altijd wanneer er
kinderen worden vervoerd.
3)Controleer na inschakeling van het
kinderslot bij beide achterportieren of het
slot daadwerkelijk is ingeschakeld door aan
de handgreep aan de binnenzijde van de
portieren te trekken.
4)Als bij ingeschakeld kinderslot en de
eerder beschreven vergrendelingswijze de
binnenhandgreep van een achterportier
wordt bediend, lukt het niet om het portier te
openen en komt alleen het knopje van de
sloten omhoog. Om het portier te openen,
moet de buitenste handgreep worden
bediend. Als de noodvergrendeling wordt
ingeschakeld, wordt de ont-/vergrendelknop
niet buiten werking gesteld.
6A0K0580C
13
Page 23 of 228

INTERIEURVERLICHTING
PLAFONDVERLICHTING VOOR
Schakelaar 5 fig. 21wordt gebruikt om de
plafondverlichting in/uit te schakelen.
Standen schakelaar 5:
middelste stand: de lampjes 1 en
4 gaan aan/uit bij het openen/sluiten van
de portieren;
links ingedrukt(OFF-stand): de
lampjes 1 en 4 blijven altijd gedoofd;
rechts ingedrukt(stand): de
lampjes 1 en 4 blijven altijd ingeschakeld.
De verlichting gaat geleidelijk aan/uit.
Schakelaar 2 schakelt lampje 1 aan/uit.
Schakelaar 3 schakelt lampje 4 aan/uit.
BELANGRIJK Controleer alvorens de
auto te verlaten of beide schakelaars in
de middelste stand staan: op deze manier
zullen de lampjes van de
plafondverlichting doven bij het sluiten
van de portieren, en voorkomt men dat
de accu ontlaadt.
Als de schakelaar in de ingeschakelde
stand is blijven staan, wordt de
plafondverlichting in ieder geval
ongeveer 15 minuten na het uitzetten
van de motor automatisch uitgeschakeld.
TIJDSCHAKELING
PLAFONDVERLICHTING
(voor bepaalde versies)
Tijdregeling bij het instappen
De plafondverlichting gaat aan bij
ontgrendelen, openen en sluiten.
De tijdregeling wordt onderbroken
wanneer de sleutel in de stand MAR
wordt gezet.
Tijdschakeling bij het uitstappen
De plafondverlichting gaat aan wanneer
de sleutel wordt verwijderd uit de
ontsteking binnen 2 minuten nadat de
motor uit is gezet, bij het openen en
sluiten van een portier met de
verwijderde sleutel.
De tijdsregeling stopt automatisch
wanneer de portieren vergrendeld
worden.
RUITENWISSER/
ACHTERRUITWISSER
Werkt alleen met de contactsleutel in de
stand MAR.
RUITENWISSER/SPROEIER
Bewerking5) 6)
Ring 2 fig. 22kan in de volgende standen
gezet worden:
O– ruitenwisser uit;
– wissen met interval (lage
snelheid);
AUTO– Storing regensensor (voor
bepaalde versies/markten).
- intervalwerking;
- langzaam continu wissen;
- langzaam continu wissen;
21A0K0805C
22A0K0557C
21
Page 30 of 228

beweging omgekeerd. Tijdens de
omkering van de beweging kan de ruit op
geen enkele manier bediend worden.
BELANGRIJK Als de knelbeveiliging
binnen 1 minuut 5 keer achter elkaar
ingrijpt of defect is, wordt het
automatische sluiten van de ruit
geblokkeerd, en alleen in stappen van een
halve seconde toegestaan; hierbij moet
de knop losgelaten worden voor de
volgende manoeuvre.
Om de correcte werking van het systeem
te herstellen, moet de betreffende ruit
geopend worden.
BELANGRIJK Als de contactsleutel in de
stand STOP staat of verwijderd is, dan
kunnen de ruiten nog ongeveer 3 minuten
worden bediend. Het systeem wordt
echter uitgeschakeld als een van de
portieren wordt geopend.
BELANGRIJK Bij bepaalde versies
worden de ruiten geopend als toets
op
de afstandsbediening langer dan
2 seconden wordt ingedrukt, terwijl als
toets
langer dan 2 seconden wordt
ingedrukt, de ruiten gesloten worden.
Initialisatie elektrische ruitbediening
Als de accu werd losgekoppeld of als de
zekering is doorgebrand, moet het
systeem opnieuw worden geïnitialiseerd.
Initialisatieprocedure:
sluit de ruit volledig om handmatig te
initialiseren;
houd, nadat de ruit de eindaanslag
heeft bereikt, de knop "naar boven"
minstens 1 seconde ingedrukt.
Voor bepaalde versies/markten, na een
stroomonderbreking van de
regeleenheden (accu vervangen of
losgekoppeld of zekeringen van de
regeleenheden voor elektrische
ruitbediening vervangen), moet de
automatische ruitbediening opnieuw
geïnitialiseerd worden.
De initialisatieprocedure moet met
gesloten portieren uitgevoerd worden,
zoals hieronder beschreven:
open de ruit van het
bestuurdersportier volledig en houd de
bedieningstoets minstens drie seconden
ingedrukt nadat de (onderste)
eindaanslag bereikt is;
sluit de ruit van het bestuurdersportier
volledig en houd de toets minstens
3 seconden ingedrukt nadat de
(bovenste) eindaanslag bereikt is;
ga op dezelfde manier te werk voor het
portier aan de passagierszijde;
controleer na afronding van de
initialisatieprocedure of de automatische
ruitbediening goed werkt.
BELANGRIJK
7)Het systeem voldoet aan de 2000/4/EG
richtlijn inzake de bescherming van de
inzittenden die uit het interieur leunen.
BELANGRIJK
13)Oneigenlijk gebruik van de elektrische
ruitbediening kan gevaarlijk zijn. Controleer
voor en tijdens het bedienen van de ruit altijd
of de passagiers niet kunnen worden
verwond door de bewegende ruit of door
voorwerpen die door de ruit worden
meegesleept of geraakt. Verwijder altijd de
sleutel uit het contactslot als de auto wordt
verlaten om te voorkomen dat onverwachtse
bediening van de elektrische ruitbediening
gevaar oplevert voor de achtergebleven
passagiers.
28
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 31 of 228

ELEKTRISCH SCHUIFDAK
(voor bepaalde versies/markten)
Het grote elektrische schuifdak bestaat
uit twee glazen panelen, een vast paneel
achter en een verstelbaar paneel voor.
Deze panelen zijn voorzien van twee
zonneschermen (voor en achter) die
handmatig verplaatst kunnen worden.
De zonneschermen kunnen bij gesloten
schuifdak in alle standen worden gezet.
WERKING
Het schuifdak kan alleen bediend worden
als de contactsleutel in de stand MAR
staat.
Met de knoppen 1 en 2 fig. 26, op de
bekleding naast de voorste
plafondverlichting kunnen de functies
voor het openen/sluiten van het
schuifdak bediend worden.Open het schuifdak
Druk op knop 1 fig. 26:
Eerste keer indrukken: Het voorste
ruitpaneel wordt in “spoilerstand”
gebracht.
Tweede keer indrukken meer dan een
halve seconde: het schuifdakglas
beweegt automatisch naar een
tussenstand ("Comfort" stand).
Derde keer indrukken meer dan een
halve seconde: het zonnedak opent
automatisch volledig.
8)
14)
Sluit het zonnedak
Druk op knop 2 fig. 26.
KNELBEVEILIGING
Het schuifdak is uitgerust met een
knelbeveiliging die tijdens het sluiten van
het dak een eventueel obstakel kan
herkennen; wanneer dit gebeurt, stopt
het systeem en wordt de beweging
onmiddellijk omgedraaid.
ZONNESCHERMEN
Om de zonneschermen te openen, het
handvat 1 fig. 27vastpakken in de
richting van de pijl trekken tot de
gewenste stand wordt verkregen.Ga in omgekeerde volgorde te werk om
de zonneschermen te sluiten.
INITIALISATIEPROCEDURE
Als de accu werd losgekoppeld of als de
zekering is doorgebrand, moet het
schuifdak opnieuw worden
geïnitialiseerd.
Ga als volgt te werk:
houd knop 1 fig. 26 ingedrukt tot het
schuifdak helemaal gesloten is. Laat
daarna de knop los;
druk op knop 2 en houd deze minstens
10 seconden ingedrukt en/of tot het
glazen paneel vooruit vastklikt. Laat de
knop vervolgens los;
druk binnen 5 seconden na de vorige
bewerking op knop 2 en houd deze
ingedrukt: het voorste glaspaneel zal een
volledige openings- en sluitingscyclus
voltooien. Laat de knop pas na afloop van
deze cyclus los.
26A0K0576C
27A0K0577C
29
Page 34 of 228

Achterklep van binnenuit openen in
geval van nood
Om de achterklep in geval van nood te
openen: verwijder de achterste
hoofdsteunen, klap de zittingen volledig
om (zie de paragraaf "Bagageruimte
uitbreiden") en druk op hendel 1 fig. 32.
SLUITEN
Laat de achterklep zakken en druk in de
buurt van het slot totdat het vastklikt.
In de achterklep zijn hendels voorzien om
deze gemakkelijker te sluiten.
BELANGRIJK Controleer of u in het bezit
van de sleutels bent voordat de
achterklep wordt gesloten. De achterklep
wordt namelijk automatisch vergrendeld.INITIALISATIE BAGAGERUIMTE
BELANGRIJK Als de accu is losgekoppeld
of een zekering is doorgebrand, dan moet
de vergrendeling van de achterklep
opnieuw worden geïnitialiseerd. Ga
hiervoor als volgt te werk:
sluit alle portieren en de achterklep;
Druk op knopvan de sleutel;
Druk op knopvan de sleutel;
BAGAGERUIMTE UITBREIDEN
De bagageruimte kan gedeeltelijk (1/3 of
2/3) of volledig worden uitgebreid door
de achterbank te scheiden.
Zie de beschrijvingen in "Achterstoelen"
over hoe de bagageruimte te kunnen
uitbreiden.
BAGAGEHAKEN
In de bagageruimte zijn ook bagagehaken
aanwezig.
BAGAGENET
(voor bepaalde versies/markten)
Dit is nuttig voor een correcte schikking
van de lading en/of voor het vervoeren
van lichte materialen. Het bagagenet is
beschikbaar in het Alfa Romeo
Lineaccessori-assortiment.
BELANGRIJK
17)Een zware lading die niet is vastgezet
kan ernstig letsel aan passagiers
veroorzaken in geval van een aanrijding.
18)Als in een gebied wordt gereden waar
weinig tankstations aanwezig zijn en men
benzine in een tankje wil meenemen, moet
dit overeenkomstig de geldende
voorschriften en in een goedgekeurd tankje
gebeuren dat op passende wijze met de
bevestigingen is verankerd. In geval van een
botsing is het risico op brand toch altijd
groter.
32A0K0583C
32
WEGWIJS IN UW AUTO
Page 57 of 228

SYMBOLEN OP HET DISPLAY
Symbool op het
displayWat het betekent Wat te doen
STORING DYNAMO
Het lampje gaat branden op het display bij een storing met
de dynamo.Als het lampje blijft branden, neem dan onmiddellijk
contact op met een Alfa Romeo Servicenetwerk.
PORTIER OPEN
(voor bepaalde versies/markten)
Dit lampje verschijnt op het display wanneer een of
meerdere portieren of de achterklep niet goed gesloten
zijn. Bij geopende portieren en als de auto rijdt klinkt er
een geluidssignaal.
Bij sommige versies verschijnt het lampje op het display
ook wanneer de motorkap niet goed gesloten is.
STORING DUAL PINION STUURBEKRACHTIGING
(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje gaat branden op het display bij een storing met
de stuurinrichting.
Bij een storing zou de elektrische stuurbekrachtiging niet
meer kunnen werken waardoor aanzienlijk meer
inspanning nodig is om het voertuig te besturen. Het
sturen blijft echter wel mogelijk.Neem zo snel mogelijk contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
BELANGRIJK Elke keer dat de accu wordt losgekoppeld
moet de stuurinrichting worden geïnitialiseerd. Dit wordt
aangeduid met het verschijnen van het lampje. Ga hiervoor
als volgt te werk: draai het stuurwiel van het ene uiteinde
naar het andere of rijd circa 100 meter op een rechtlijnig
stuk weg.
55
Page 92 of 228

DE MOTOR STARTEN
Alvorens de motor te starten, de stoel,
achteruitkijkspiegels, buitenspiegels
instellen en de veiligheidsriem correct
vastmaken.
Trap nooit het gaspedaal in om de motor
te starten.
Indien nodig, kunnen berichten met
aanwijzingen voor de startprocedure
weergegeven worden op het display.
PROCEDURE MOTOR STARTEN
90) 91) 92)
21) 22) 23)
Ga als volgt te werk:
trek de handrem aan en zet de
versnellingspook in de vrijstand;
draai de contactsleutel naar de stand
MAR. ALLEEN VOOR DIESELVERSIES:
Het lampje op het instrumentenpaneel
gaat branden en hetpictogram
verschijnt op het display.
wacht tot de lampjes uitgaan;
trap het koppelingspedaal volledig in
zonder het gaspedaal aan te raken;
draai de contactsleutel naar AVV en
laat deze los zodra de motor start.
Als, met de startsleutel op MAR
gedraaid, het
pictogram op het
display aan blijft samen met het
waarschuwingslampje
, draai de
sleutel dan op STOP en dan terug naar
MAR. Als het pictogram blijft branden,
probeer dan met de andere sleutels die
bij de auto zijn geleverd. Neem contact op
met het Alfa Romeo Servicenetwerk als
de motor nog steeds niet gestart kan
worden.
Laat de contactsleutel nooit in de
MAR stand bij afgezette motor.
INDICATIE MINIMUM
MOTOROLIENIVEAU
(indien aanwezig)
Wanneer de contactsleutel in de stand
MAR wordt gedraaid, verschijnt een
waarschuwingsbericht, gedurende enkele
seconden, als het motorolieniveau op het
minimum is.
BELANGRIJK Om het lezen van de
motorolie correct uit te voeren, moet u na
de contactsleutel op MAR te draaien,
circa 2 seconden wachten alvorens de
motor te starten.
BELANGRIJK
90)Het is gevaarlijk om de motor in
afgesloten ruimten te laten draaien. De
motor verbruikt zuurstof en produceert
kooldioxide, koolmonoxide en andere giftige
gassen.
91)De rembekrachtiging werkt niet zolang
de motor niet is gestart; om die reden is
meer kracht dan normaal benodigd voor de
bediening van het rempedaal.
92)Probeer de motor nooit te starten door
de auto te duwen, te slepen of van een
helling af te laten rijden. Hierdoor kan de
katalysator worden beschadigd.
BELANGRIJK
21)Wij adviseren om gedurende de
beginperiode, of gedurende de eerste
1600 km (1000 mijl) niet de maximale
prestaties van de auto te eisen (bijv. snel
accelereren, lange afstanden op topsnelheid,
krachtig remmen etc.).
22)Laat de startinrichting nooit in de stand
MAR staan als de motor is afgezet, zodat de
accu niet onnodig wordt ontladen.
23)Even snel gas geven voordat de motor
wordt uitgezet heeft geen enkel nut, verspilt
brandstof en is schadelijk voor de motor.
90
STARTEN EN RIJDEN
Page 99 of 228

GEMISTE AFZETOMSTANDIGHEDEN
VANDEMOTOR
Wanneer het systeem actief is, voor meer
comfort en veiligheid, en om de uitstoot
te beperken, wordt de motor in sommige
omgevingsomstandigheden,
motorcondities niet afgezet, met de
portieren niet gesloten en de
veiligheidsgordels niet vastgezet.
30)
VOORWAARDEN WAARONDER DE
MOTOR WEER GESTART WORDT
Bij ingeschakeld systeem wordt, om
redenen van comfort, emissiecontrole en
veiligheid, kan de motor automatisch
herstarten zonder actie door de
bestuurder, wanneer het voertuig en de
klimaatregeling zich in bepaalde
omstandigheden bevinden, zoals:
Wanneer een versnelling is ingeschakeld,
kan de motor alleen automatisch weer
worden gestart door het
koppelingspedaal helemaal in te trappen.
De start wordt aan de bestuurder gemeld
met een bericht en, voor bepaalde
versies/markten, gaat het symbool
op
de display knipperen.
VEILIGHEIDSINSTELLINGEN
Als het Start&Stop-systeem de motor
heeft afgezet en de bestuurder maakt
zijn veiligheidsgordel los en opent het
bestuurdersportier of het
passagiersportier, dan kan de motorDe bestuurder wordt op de hoogte
gebracht door een geluidssignaal, het
knipperen van het symbool
op de
display (en bij sommige versies verschijnt
ook een melding op de display).
"ENERGY SAVING" FUNCTIE(voor bepaalde versies/markten)
Als de bestuurder, na een automatische
start van de motor, gedurende enige tijd
(ongeveer 3 minuten) geen enkele
handeling uitvoert, dan schakelt het
Start&Stop-systeem de motor definitief
uit om brandstof te besparen. In
dergelijke gevallen kan de motor alleen
opnieuw gestart worden met de
contactsleutel.
OPMERKING De motor kan in elk geval
draaiende worden gehouden door het
Start&Stop-systeem uit te schakelen.
ONREGELMATIGE WERKING
Indien zich een storing voordoet, wordt
het Stop/Start-systeem uitgeschakeld.
De bestuurder wordt geïnformeerd over
de fout door het knipperen van het
symbool
. Bij bepaalde
versies/markten wordt er ook een
bericht op het display weergegeven.
Neem in dit geval contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk.
LANGDURIGE STILSTAND VAN DE AUTO
Als het voertuig enige tijd niet gebruikt
wordt (of als de accu wordt vervangen),
moet speciale aandacht besteed worden
aan het loskoppelen van de
stroomvoorziening van de accu.
98)
BELANGRIJK
30)Als een comfortabele temperatuur
prioritair is, dan kan het Stop/Start-systeem
worden uitgeschakeld zodat de
klimaatregeling kan blijven werken.
BELANGRIJK
98)Als de accu vervangen moet worden,
neem dan altijd contact op met het Alfa
Romeo Servicenetwerk. Vervang de accu
door een exemplaar van hetzelfde type
(HEAVY DUTY) en met dezelfde
specificaties.
97
alleen opnieuw gestart worden met de
contactsleutel.