dashboard Alfa Romeo MiTo 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2013, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2013Pages: 312, PDF Size: 11.43 MB
Page 139 of 312

In het Alfa Romeo Lineaccessori-assortiment zijn kinderzitjes voor elke
gewichtsgroep opgenomen. Het gebruik van deze kinderzitjes is
sterk aanbevolen, want ze zijn speciaal ontworpen voor Alfa Romeo
voertuigen.
Plaats nooit een kinderzitje achterstevoren op de
passagiersstoel van auto's met een actieve
passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook, kan
de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van de baby tot gevolg
hebben. Het is raadzaam kinderen altijd op de achterbank te
vervoeren, bij een ongeval biedt de achterbank de meeste
bescherming.Mocht het toch nodig zijn om kleine kinderen in kinderzitjes
achterstevoren op de passagiersstoel te vervoeren, dan
moeten de passagiersairbags (front- en zijairbags) worden
uitgeschakeld via het Setup menu. Controleer in dergelijke
gevallen steeds of de airbags effectief zijn uitgeschakeld
door na te gaan of het
waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel brandt. Bovendien moet de passagiersstoel zo ver
mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het
kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard.
"UNIVERSEEL" KINDERZITJE
MONTEREN (met de
veiligheidsgordels)GROEP 0 en 0+Baby's tot 13 kg moeten in babyzitjes worden vervoerd die
achterstevoren zijn geplaatst, waarbij het achterhoofd wordt gesteund
en bij plotseling remmen de nek niet wordt belast.
Het babyzitje wordt op zijn plaats gehouden door de
veiligheidsgordels van de auto, zoals getoond in fig. 96, en moet het
kind beschermen met de eigen gordels.
fig. 96
A0J0097
135WEGWIJS IN UW
AUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 147 of 312

FRONTAIRBAGSDe auto is uitgerust met meertraps frontairbags (“Smart bags”) voor de
bestuurder en passagier en knie-airbags voor de bestuurder.“SMART BAG” SYSTEEM (MEERTRAPS
FRONTAIRBAGS)De frontairbags (bestuurder en passagier) en knie-airbag bestuurder
beschermen de inzittenden voorin bij middelzware en zware frontale
botsingen, door de airbag tussen de inzittende en het stuurwiel of
het dashboard op te blazen.
Als de airbags niet worden opgeblazen bij andere soorten botsingen
(botsingen opzij, achterop, over de kop slaan enz.), betekent dit niet
dat het systeem slecht functioneert.
De airbags zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een
aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bij een botsing
kunnen degenen die geen veiligheidsgordel dragen, in contact komen
met een airbag die nog niet volledig opgeblazen is. Onder deze
omstandigheden wordt de inzittende minder door de airbag
beschermd.In de volgende omstandigheden kan het voorkomen dat de
frontairbags niet worden opgeblazen:
❒frontale botsingen tegen makkelijk vervormbare onderdelen, die niet
het front van de auto zijn (bijv. spatbord tegen de vangrail);
❒het voertuig schuift onder andere auto’s of veiligheidsbarrières
(bijvoorbeeld onder vrachtwagens of vangrails); in deze situaties
bieden ze geen aanvullende bescherming ten opzichte van de
veiligheidsgordels, zodat hun activering geen zin heeft. In deze
gevallen wijst de uitgebleven activering dus niet op een storing van
het systeem.
Breng geen stickers of andere voorwerpen op het
stuurwiel, op het kapje van de passagiersairbag of op
de zijkant van de hemelbekleding. Plaats nooit
voorwerpen op het dashboard aan passagierszijde, omdat deze
het correct openen van de passagiersairbag kunnen hinderen
en tevens de inzittenden ernstig kunnen verwonden.
143WEGWIJS IN UW
AUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 148 of 312

FRONTAIRBAG BESTUURDERSZIJDEDeze airbag is opgenomen in een speciale ruimte in het midden van
het stuurwiel fig. 103.
Rijd altijd met de handen op de stuurwielrand zodat
de airbag indien nodig ongehinderd opgeblazen kan
worden. Rijd niet met voorover gebogen lichaam. Ga
goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDEDeze airbag is opgenomen in een speciale ruimte in het dashboard
fig. 104.
Plaats nooit een kinderzitje achterstevoren op de
passagiersstoel van auto's met een actieve
passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook, kan de
airbag ernstig letsel en zelfs de dood van de baby tot
gevolg hebben. Schakel dus altijd de passagiersairbag uit
wanneer een kinderzitje op de passagiersstoel wordt geplaatst.
Bovendien moet de passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn
geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in
aanraking komt met het dashboard. Ook als is het niet wettelijk
verplicht, moet de airbag onmiddellijk weer ingeschakeld worden
zodra geen kinderen meer vervoerd worden, om een betere
bescherming van de volwassenen te garanderen.
fig. 103
A0J0047
fig. 104
A0J0050
144WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 151 of 312

BELANGRIJK
Reinig de stoelen niet met water of stoom onder druk (met de hand of
in een automatisch wasapparaat).
De frontairbags en/of zijairbags kunnen geactiveerd worden bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de carrosserie (bijv. heftige
botsing tegen drempels of stoepranden, grote gaten of verzakkingen in
het wegdek etc.).
Als de airbag geactiveerd wordt, ontsnapt een kleine hoeveelheid
poeder: dit poeder is niet schadelijk en duidt niet op het begin van een
brand. Dit poeder kan echter de huid en ogen irriteren: was ze in dit
geval met neutrale zeep en water.
Alle werkzaamheden aan airbags (controle, reparatie en vervanging)
moeten door het Alfa Romeo Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het airbagsysteem onbruikbaar
gemaakt worden door het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Gordelspanners en airbags worden op verschillende manieren
geactiveerd, afhankelijk van het type botsing. Als een of meerdere van
deze voorzieningen niet in werking treden, dan duidt dat niet op een
storing in het systeem.
Als de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en het
lampje
gaat niet branden of blijft branden tijdens
het rijden (samen met de melding op de display), dan
is er mogelijk een storing in de veiligheidssystemen. In dat geval
kunnen de airbags of gordelspanners niet geactiveerd worden bij
een ongeval of, in een zeer beperkt aantal gevallen, op
verkeerde wijze geactiveerd worden. Laat het systeem
controleren door het Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens verder
te rijden.
De vervaldata van de explosieve lading en de
klokveer staan vermeld op een specifiek etiket in het
dashboardkastje. Neem voor het verstrijken van de
vervaldata contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om
deze te laten vervangen.Reis niet met voorwerpen op schoot of voor de borst
en houd niets in de mond (pijp, pen, etc.). Dit kan
ernstig letsel veroorzaken als de airbag in werking
treedt.Laat bij diefstal of poging tot diefstal, vandalisme of
overstromingen het airbagsysteem door het Alfa
Romeo Servicenetwerk controleren.
147WEGWIJS IN UW
AUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 178 of 312

Lampen Type Vermogen Zie Figuur
Parkeer-/dagverlichting W21/5W 5/21W A
Stadslicht achter Leds - -
Dimlichten H7 55W D
Grootlicht H7 55W D
Grootlicht/dimlichten (versies met Bi-Xenon koplampen)
(voor bepaalde versies/markten)F D1S -
Richtingaanwijzers voor 24W module 24W B
Richtingaanwijzers achter P21W 21W B
Richtingaanwijzers op flanken WY5W 5W A
Remlichten Leds - -
Derde remlicht Leds - -
Kentekenverlichting W5W 5W A
Mistlampen H1 55W E
Mistachterlichten P21W 21W B
Achteruitrijlichten P21W 21W B
Plafondverlichting voor C10W 10W C
Bagageruimteverlichting W5W 5W A
Dashboardkastverlichting C5W 5W C
Instaplichten in de spiegels W5W 5W A
174WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 184 of 312

DASHBOARDKASTVERLICHTINGGa als volgt te werk om de lamp te vervangen:
❒open het dashboardkastje en verwijder het lampje A fig. 144;
❒vervang lamp B door hem uit de zijcontacten los te maken;
controleer of de nieuwe lamp correct tussen de contacten wordt
vastgeklemd;INSTAPVERLICHTING(voor bepaalde versies/markten)
Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen:
❒zet de zonneklep naar beneden en verwijder instapverlichting A fig.
145, door deze los te maken op het met de pijl aangegeven punt;
❒verwijder bescherming B, door hem los te maken uit de borglippen
C, vervang vervolgens lamp D fig. 146 door hem naar buiten te
trekken en los te maken uit de contacten aan de zijkant;
fig. 143
A0J0118
fig. 144
A0J0122
fig. 145
A0J0123
180WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 187 of 312

TOEGANG TOT DE ZEKERINGENDe zekeringen van het voertuig zijn in drie zekeringenkasten
opgenomen; deze regeleenheden bevinden zich in de motorruimte, het
dashboard en in de bagageruimte.
Zekeringenkast in de motorruimte
Deze bevindt zich naast de accu: om toegang te krijgen tot de
zekeringen fig. 150, schroeven A fig. 149 losdraaien en deksel B
verwijderen.
Op het deksel zijn de identificatienummers van de elektrische
onderdelen die met de zekeringen overeenkomen aangegeven.
Hermonteer het deksel B op de zekeringenkast na de zekering te
hebben vervangen.
Als de motorruimte moet worden schoongewassen,
voorkom dan dat de waterstraal van de spuit rechtstreeks
op de zekeringenkast in de motorruimte of op de motoren
van de ruitenwissers worden gericht.
fig. 149
A0J0126
fig. 150
A0J0127
183WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 188 of 312

Zekeringenkast in het dashboard
Om bij de zekeringen te kunnen komen fig. 152, klep A fig. 151 naar
beneden zetten, deksel B met een hand vastpakken op de plaats die
aangegeven is in de afbeelding en het deksel verwijderen in de
richting die aangegeven is met de pijl, om eerst de binnenste
bevestigingen C en daarna de borglippen D los te kunnen maken.
fig. 151
A0J0334
fig. 152
A0J0205
184WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 191 of 312

ZEKERINGENKAST
INSTRUMENTENPANEELfig. 152STROOMVERBRUIKERZEKERING AMPÈRE
Rechter dimlicht
F12
(*)
7,5
Gasontladingssysteem koplamp (rechts)
F12
(*)
15
Linker dimlichtF13
7,5/5
(*)
Gasontladingssysteem koplamp (links) F13
15/5
(*)
Hoogteregeling koplampenF13 7,5
INT/A sleutel relaisspoelen uitlaat op zekeringenkast motor F31 5
Plafondverlichting voor, Plafondverlichting bagageruimte, Instapverlichting zonneklep, Instapver-
lichting dorpel, Verlichting dashboardkastjeF32
(*)
5
Radio,Blue&Me
™
regeleenheid, Regeleenheid klimaatregeling, Regeleenheid alarmsirene,
Regeleenheid volumetrisch systeem, Externe EOBD-diagnose-aansluiting, Regeleenheid bewak-
ing bandenspanningF36 10
Instrumentenpaneel, Remlichtschakelaar, Regelsysteem gasontladingskoplampen F37 5
Deurvergrendelingsmotor op portieren, Safe Lock motor op portieren, Ontgrendelingsmotor
achterklepF38 15
Pomp ruitensproeiers/achterruitsproeier F43 20
Elektrische motor ruit compleet met regeleenheid (bestuurdersportier) F47 20
Elektrische motor ruit compleet met regeleenheid (passagiersportier) F48 20
(*) Voor bepaalde versies/markten
187WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 192 of 312

STROOMVERBRUIKERZEKERING AMPÈRE
Regeleenheid parkeersensoren, Regeleenheid bewaking bandenspanning, Regen-/
schemersensor op achteruitkijkspiegel binnen, Elektrochromische sensor op achteruitkijkspiegel
binnen, Weergave veiligheidsgordels vast op achteruitkijkspiegel binnen, Verlichting bediening-
spaneel (middelste bedieningspaneel, bedieningspaneel bestuurderszijde, bedieningspaneel op
stuurwiel,Blue&Me
™
bedieningspaneel), Schakelaars kussenverwarming op voorstoelen,
Regeleenheid alarmsysteem volumetrische sensoren, Regeleenheid elektrisch bediend open dak,
Stopcontact navigatiesysteem op dashboardF49 5
Schakelaar activering koppeling, Remlichtschakelaar, Regeleenheid relaisspoelen op motor
Blue&Me
™
F51 5
InstrumentenpaneelF53 5
188WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
regeleenheid, Radio setup, Stroommeter, Water in diesel-sensor zekeringenkast, Regelsysteem op interne klimaatregeling/verwarmingsunit,