alarm Alfa Romeo MiTo 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2014, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2014Pages: 280, PDF Size: 8.01 MB
Page 186 of 280

PERIODIEKE CONTROLESElke 1.000 km of v贸贸r een lange reis controleren en eventueel
bijvullen:
鉂抧iveau motorkoelvloeistof, remvloeistof en ruitensproeiervloeistof;
鉂抍onditie en spanning banden;
鉂抴erking verlichting (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, etc.);
鉂抴erking ruitenwissers/-sproeiers en stand/slijtage wisserbladen
voor/achter.
Elke 3.000 km controleren en eventueel bijvullen: motorolieniveau.
INTENSIEF GEBRUIK
VANDEAUTOAls vooral een intensief gebruik van de auto wordt gemaakt, zoals:
鉂抙et trekken van aanhangers of caravans;
鉂抙et rijden op stoffige wegen;
鉂抰alrijke korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen
onder het vriespunt;
鉂抳aak lang stationair draaiende motor of lange afstanden bij lage
snelheden of als de auto lang niet wordt gebruikt;
dan moeten de volgende controles vaker worden uitgevoerd dan is
aangegeven in het Geprogrammeerd onderhoudsschema:
鉂抮emblokken van schijfremmen voor op conditie en slijtage
controleren;
鉂抯lot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil
controleren, schoonmaken en mechanismen smeren;
鉂抳isueel de toestand controleren van: motor, versnellingsbak,
transmissie, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem)
en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.);
鉂抣aadtoestand accu en niveau accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
鉂抍onditie van aandrijfriemen hulporganen visueel controleren;
鉂抦otorolie en oliefilter controleren en zo nodig vervangen;
鉂抪ollenfilter controleren en zo nodig vervangen;
鉂抣uchtfilter controleren en zo nodig vervangen.
182WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 195 of 280

LUCHTFILTER/POLLENFILTER/
DIESELFILTERNeem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de filters te
laten vervangen.
ACCUAccu F (zie vorige bladzijden) vereist niet dat de elektrolyt met
gedestilleerd water wordt bijgevuld. Een periodieke controle bij het
Alfa Romeo Servicenetwerk is echter noodzakelijk om de effici毛ntie te
verifi毛ren.ACCU VERVANGENVervang indien nodig de accu door een andere originele accu met
dezelfde specificaties. Volg de aanwijzingen van de fabrikant van de
accu voor het onderhoud.NUTTIG ADVIES OM DE LEVENSDUUR
VAN DE ACCU TE VERLENGENNeem de volgende aanwijzingen in acht om het snel ontladen van de
accu te voorkomen en de levensduur te verlengen:
鉂抴anneer de auto wordt geparkeerd, controleer dan of de portieren,
de motorkap en de achterklep goed gesloten zijn. Hiermee wordt
voorkomen dat de interieurverlichting blijft branden;
鉂抯chakel de interieurverlichting uit: de auto is in ieder geval uitgerust
met een systeem voor automatische uitschakeling van de
interieurverlichting;
鉂抙oud accessoires (bijv. autoradio, alarmknipperlichten, etc.) niet te
lang ingeschakeld wanneer de motor is uitgezet;
鉂抦aak voordat werkzaamheden aan de elektrische installatie worden
uitgevoerd, de kabel van de minpool op de accu los;
BELANGRIJK Als het ladingsniveau gedurende langere tijd onder 50%
blijft, raakt de accu door sulfatering beschadigd. Hierdoor
verminderen de capaciteit en het startvermogen.
191WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 196 of 280

De accu is in dit geval ook gevoeliger voor bevriezing (dit kan reeds
bij temperaturen van -10掳C gebeuren). Als de auto langere tijd niet
gebruikt wordt, zie dan "Langdurige stilstand van de auto鈥 in het
hoofdstuk "Starten en rijden".
Als men na aanschaf van het voertuig accessoires wil monteren die
constante elektrische voeding nodig hebben (diefstalalarm, enz.)
of veel stroom verbruiken, dient men contact op te nemen met het
gespecialiseerde personeel van het Alfa Romeo Servicenetwerk. Zij
kunnen het totale benodigde stroomverbruik beoordelen.
Accuvloeistof is giftig en corrosief. Vermijd contact met
huid en ogen. Houd open vuur en bronnen van vonken
uit de buurt van de accu: brand- en
ontploffingsgevaar.Als de accu met onvoldoende vloeistof werkt, kan dit
de accu onherstelbaar beschadigen en een explosie
veroorzaken.Verkeerde installatie van elektrische en elektronische
apparatuur kan ernstige schade aan de auto toebrengen.
Als men na aanschaf van de auto accessoires wil monteren
(alarm, mobiele telefoon enz.), wordt geadviseerd contact op te nemen
met het Alfa Romeo Servicenetwerk, dat de meest geschikte apparaten
zal aanraden en zal controleren of een accu met een grotere capaciteit
gemonteerd moet worden.
Accu鈥檚 bevatten stoffen die zeer gevaarlijk zijn voor het
milieu. Neem steeds contact op met het Alfa Romeo
Servicenetwerk om de accu te laten vervangen.Als de auto langere tijd niet gebruikt wordt onder
extreem koude weersomstandigheden, dan moet de
accu worden verwijderd en op een verwarmde plaats
worden bewaard om bevriezing te voorkomen.Bij werkzaamheden aan de accu of in de buurt van de
accu, moeten de ogen altijd met een speciale bril
beschermd worden.
192WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 254 of 280

Wanneer het volumeniveau wordt gewijzigd met de hiervoor
bestemde toetsen, dan wordt de Mute-functie uitgeschakeld en het
volume ingesteld op het nieuwe gekozen niveau.
Bij geactiveerde Mute-functie, wordt deze genegeerd wanneer
verkeersinformatie binnenkomt (als de TA-functie is geactiveerd) of
als een alarmbericht wordt ontvangen. De functie wordt weer
ingeschakeld wanneer het bericht be毛indigd is.GELUIDSINSTELLINGENDe functies die in het audiomenu gekozen kunnen worden,
veranderen afhankelijk van de context: AM/FM/CD/AUX (voor
bepaalde versies/markten).
Druk kortstondig op de AUDIO toets om de audiofuncties te
veranderen.
Na de eerste druk op de AUDIO toets, toont de display de waarde
van het bass-niveau voor de op dat moment ingeschakelde bron
(bijv. bij gebruik van FM, toont de display het opschrift "FM Bass
+2").
Gebruik de
of
toets om door de menufuncties te lopen.
Gebruik voor het wijzigen van de instelling van de gekozen functie
de
of
toets. De huidige status van de gekozen functie
verschijnt op de display.
De functies waarin het menu voorziet zijn:
鉂払ASS (regeling van lage tonen);
鉂扵REBLE (regeling hoge tonen);
鉂払ALANCE (regeling balans rechts/links);
鉂扚ADER (regeling balans voor/achter);
鉂扡OUDNESS (inschakeling/uitschakeling LOUDNESS functie);鉂扙QUALISER (activering en selectie van in de fabriek ingestelde
equalizerniveaus);
鉂扷SER EQUALISER (persoonlijke equalizerinstelling).
TOONREGELING (lage/hoge tonen)Ga als volgt te werk:
鉂扜ebruik de
of
toets om 鈥淏ass鈥 of 鈥淭reble鈥 in het AUDIO-
menu in te stellen;
鉂抎ruk op de
of
toets om de lage of hoge tonen te
verhogen/verlagen.
Door kortstondig op de toetsen te drukken, zullen de niveaus in
stappen veranderen. Door ze langer ingedrukt te houden, zullen
de niveaus sneller veranderen.
BALANSREGELINGGa als volgt te werk:
鉂扜ebruik de
of
toets om de "Balance" in het AUDIO-menu
in te stellen;
鉂抎ruk op de
toets om het volume van de rechter speakers te
verhogen of op de
toets om het volume van de linker
speakers te verhogen.
Door kortstondig op de toetsen te drukken, zullen de niveaus in
stappen veranderen. Door ze langer ingedrukt te houden, zullen
de niveaus sneller veranderen.
Kies de waarde "
0
" om de audio-uitgangen rechts en links
op dezelfde waarde in te stellen.
250
AUTORADIO
Page 263 of 280

HANDMATIGE AFSTEMMINGOp deze manier kunnen de stations handmatig op de
geselecteerde golfband gezocht worden.
Kies de gewenste golfband en druk vervolgens herhaaldelijk kort
op de
of
toets om het zoeken in de gekozen richting te
starten.
Als de
of
toets langer ingedrukt wordt gehouden, dan start
het snel zoeken. Dit stopt wanneer de toets wordt losgelaten.
AUTOSTORE FUNCTIE(automatische opslag stations)
Houd, voor het inschakelen van de AutoSTore-functie, de FM AS-
toets ingedrukt totdat een geluidssignaal wordt gehoord. Met deze
functie slaat de radio automatisch de 6 stations met het in
afnemende volgorde sterkste signaal op de FMA-golfband op.
Tijdens het automatische opslagproces, knippert het opschrift
"Autostore" op de display.
Druk nogmaals op de FM AS-toets om de AutoSTore-functie te
onderbreken: de radio zal opnieuw op het station afstemmen dat
v贸贸r inschakeling van de functie beluisterd werd.
Na be毛indiging van de AutoSTore-functie, stemt de radio
automatisch af op het eerste voorkeuzestation op de FMA-
golfband aan de voorkeuzezijde 1.
De stations die op dat moment een sterk signaal hebben, worden
vervolgens automatisch in de gekozen golfband onder de toetsen 1
t/m 6 opgeslagen.Wanneer de AutoSTore-functie binnen de MW-golfband wordt
ingeschakeld, dan wordt automatisch de FMA-golfband
geselecteerd, waar de functie wordt uitgevoerd.
OpmerkingSoms slaagt de AutoSTore-functie er niet in 6
stations met een voldoende sterk signaal te vinden. In dat geval
worden de sterkste stations onder de vrije voorkeuzetoetsen
opgeslagen.
OpmerkingWanneer de AutoSTore-functie wordt ingeschakeld,
worden de eerder opgeslagen stations op de FMA-golfband
gewist.
ONTVANGST VAN NOODBERICHTENDe autoradio kan in de RDS-modus noodberichten ontvangen in
geval van uitzonderlijke omstandigheden of situaties die gevaar
van algemene aard kunnen opleveren (aardbevingen,
overstromingen enz.), indien deze worden uitgezonden door het
station waarop is afgestemd.
Deze functie wordt automatisch ingeschakeld en kan niet worden
uitgeschakeld.
Tijdens het uitzenden van een alarmbericht verschijnt op de display
het opschrift "Alarm". Het volume van de radio verandert tijdens
dit bericht op dezelfde wijze als bij verkeersinformatie.
259AUTORADIO
Page 265 of 280

INBRENGEN/UITWERPEN VAN DE CDSteek de CD voorzichtig in de sleuf, zodat het automatische
laadysteem ingeschakeld wordt dat de CD correct zal plaatsen.
De CD kan ook worden ingebracht bij uitgeschakelde radio en
contactsleutel in de stand MAR: in dit geval blijft de radio
uitgeschakeld. Wanneer de autoradio wordt ingeschakeld, wordt
de laatst beluisterde audiobron v贸贸r het uitschakelen geactiveerd.
Wanneer een CD wordt ingebracht, verschijnt op de display het
symbool "CD-IN" en het opschrift "CD Reading". Deze blijven
weergegeven totdat de autoradio de op de CD aanwezige
nummers heeft gelezen. Hierna begint de autoradio automatisch
het eerste nummer af te spelen.
Druk op de
toets bij ingeschakelde radio om het automatisch
uitwerpen van de CD te activeren. Na het uitwerpen wordt de
audiobron ingeschakeld die beluisterd werd voordat de CD werd
afgespeeld.
Als de CD niet uit de autoradio wordt verwijderd, dan wordt de
CD na circa 20 seconden automatisch opnieuw geladen en wordt
afgestemd op de Tuner (Radio).
De CD kan niet worden uitgeworpen als de autoradio
uitgeschakeld is.
Als de uitgeworpen CD weer in de speler wordt geplaatst zonder
dat hij volledig uit de sleuf is verwijderd, dan schakelt de radio niet
over op de CD-speler.Mogelijke foutmeldingen
Als de geladen CD niet kan worden gelezen (bijv. als een CD-ROM
is ingebracht of een CD andersom is ingebracht, of als er een
leesfout is), verschijnt op de display het opschrift "CD Disc error".
Daarna wordt de CD uitgeworpen en hoort men de audiobron die
ingeschakeld was voordat de CD-speler werd gekozen.
Wanneer een externe audiobron is ingeschakeld (TA, ALARM of
Phone), wordt de CD die niet gelezen kan worden niet
uitgeworpen zolang deze functies niet be毛indigd zijn. Hierna toont
de display bij ingeschakelde CD-speler enkele seconden het
opschrift "CD Disc error" en wordt de CD uitgeworpen.
DISPLAY-INFORMATIEWanneer de CD-speler werkt, verschijnt op de display de volgende
informatie:
鉂"CD Track 5": geeft het tracknummer op de CD aan;
鉂"03:42": geeft de verstreken speelduur vanaf het begin van het
nummer aan (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld).
261AUTORADIO
Page 273 of 280

ALFABETISCH REGISTERA
anhangers trekken ........................... 140
鈥 Montage van de trekhaak ................ 140
Aansteker ............................................ 74
ABS .................................................... 90
鈥 Inschakeling van het systeem ............ 90
鈥 Mechanical Brake Assist................... 90
Accu ................................................... 191
鈥 advies voor verlengen levensduur ..... 191
鈥 vervangen ...................................... 191
Accu (opladen) .................................... 174
Achterruitsproeier
鈥 vloeistofniveau achterruitsproeier ...... 190
Achterruitsproeier/-wisser..................... 65
Achterruitwisser
鈥 wisserbladen................................... 194
鈥 wisserblad vervangen ...................... 195
Achteruitkijkspiegels ............................. 48
鈥 Binnenspiegel.................................. 48
鈥 Buitenspiegels ................................. 49
Afmetingen .......................................... 221
Afsluiter van de brandstoftoevoer .......... 71
Alarmknipperlichten ............................. 70
"Alfa DNA"-systeem ........................... 94鈥 Inschakeling/uitschakeling
鈥淎ll Weather鈥 modus ....................... 96
鈥 Inschakeling/uitschakeling
鈥淒ynamic鈥 modus ........................... 95
鈥 鈥淣atural鈥 Modus ............................. 94
鈥 Rijmodussen.................................... 94
A
lfa romeo code systeem .................... 34
Armsteun voor ..................................... 73
Asbak ................................................. 74
ASR systeem (AntiSlip Regulation) ......... 92
Automatische dual-zone
klimaatregeling .................................. 54
Bagageruimte .................................... 83
鈥 Achterklep openen
in geval van nood ........................... 83
鈥 Bagageruimte openen...................... 83
鈥 Bagageruimte sluiten ....................... 83
鈥 Bagageruimte uitbreiden .................. 84
鈥 Initialisatie bagageruimte ................. 84
Bagageruimteverlichting
鈥 lamp vervangen .............................. 163
Banden
鈥 Banden met velgbescherming ........... 216
鈥 bandenspanning ............................. 219
鈥 Fix&Go Automatic (kit) .................... 150
鈥 standaard banden ........................... 217鈥 verklaring van de bandcodes ........... 214
鈥 winterbanden.................................. 217
Banden - onderhoud............................. 193
Bedieningselementen ............................ 70
Bedieningsknoppen .............................. 22
Bougies (type) ...................................... 205
Brake Assist ......................................... 93
Brandblusser ........................................ 75
Brandstofbesparing .............................. 138
Brandstofmeter ..................................... 6
Brandstoftoevoer .................................. 211
Brandstofverbruik ................................. 232
Buitenverlichting ................................... 60
鈥 Linker hendel .................................. 60
Carrosserie
鈥 bescherming tegen
atmosferische invloeden ................... 197
鈥 carrosseriecodes ............................. 203
鈥 garantie ......................................... 197
鈥 onderhoud ...................................... 197
Carrosserieversies ................................ 203
CBC (Cornering Brake Control)
systeem ............................................. 93
Centrale portiervergrendeling................ 71
CO2-emissie ........................................ 234
Code-card ........................................... 35
269WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTER
Page 274 of 280

Contactslot........................................... 42
鈥 Stuurslot ......................................... 42
Cruise-control ...................................... 66Dagverlichting (DRL) ........................... 60
Dashboardkastverlichting
鈥 lamp vervangen .............................. 163
Dashboard .......................................... 3
De auto langdurig stallen ...................... 142
De motor starten .................................. 133
De motor starten .................................. 143
鈥 Rollend starten ................................ 144
鈥 Starten met hulpaccu ....................... 143
Derde remlicht
鈥 lamp vervangen .............................. 161
De sleutels ........................................... 35
鈥 Code-card ...................................... 35
鈥 Sleutel met afstandsbediening........... 36
鈥 Sleutel zonder afstandsbediening ..... 36
Diefstalalarm ....................................... 40
Dieselfilter ........................................... 191
Dieselroetfilter (DPF) ............................. 111
Dimlicht
鈥 lamp vervangen .............................. 159
Display................................................ 20
DPF (roetfilter) ...................................... 111DST systeem
(Dynamic Steering Torque) .................. 93
Dynamic suspension (actief
schokdempersysteem) ......................... 101
Een lamp vervangen ........................... 155
鈥 Algemene instructies ........................ 155
Een wiel vervangen .............................. 144鈥淓lectronic Q2鈥 (鈥淓-Q2鈥) .................... 93Elektrische ruitbediening ...................... 80
鈥 Bedieningselementen ....................... 80
Elektrisch stuurbekrachtiging ................. 103
EOBD-systeem ..................................... 102
ESC (Electronic Stability Control)
systeem ............................................. 91
Extra verwarming................................. 59Fix&Go Automatic kit .......................... 150"Follow me home" systeem .................. 62Frontairbag bestuurderszijde ............... 127
Frontairbag passagierszijde .................. 128
Frontairbags ........................................ 127G
ear Shift Indicator ............................ 21
Gebruik van de versnellingsbak............. 136
Geprogrammeerd onderhoudsschema ... 178
Gewichten ........................................... 223
Gordelspanners ................................... 116鈥 Krachtbegrenzers ............................ 116
Grootlicht ............................................ 62
鈥 lamp vervangen .............................. 158
Grootlichtsignaal .................................. 62
H
andrem ........................................... 135
Herconfigureerbaar multifunctioneel
display .............................................. 20
Hill Holder ........................................... 92
Hoofdairbags (window bags) ................ 130
Hoofdsteunen....................................... 46
鈥 鈥淎nti-Whiplash鈥 voorziening............ 46
鈥 Hoofdsteunen achter ........................ 47
鈥 Hoofdsteunen voor .......................... 46
Identificatiegegevens
鈥 Chassisnummer ............................... 202
鈥 identificatieplaatje carrosserielak ...... 202
鈥 motorcode ...................................... 202
鈥 typeplaatje met
identificatiegegevens ....................... 201
Imperiaal/skidrager ............................. 88
Inbouwvoorbereiding voor "Isofix"
kinderzitje ......................................... 123
Installatie van elektrische/
elektronische systemen ........................ 103
Instaplichten in de spiegels
鈥 lamp vervangen .............................. 165
270WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTER