air filter Alfa Romeo MiTo 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2014, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2014Pages: 280, PDF Size: 8.01 MB
Page 2 of 280

Wij hebben uw auto ontworpen en gebouwd en kennen er dan ook werkelijk elk detail en onderdeel van.
In de erkende Alfa Romeo Service garagesbieden rechtstreeks door ons opgeleide technici u kwaliteit
en professionaliteit voor alle onderhoudswerken.
De Alfa Romeo garages staan altijd tot uw beschikking voor het periodieke onderhoud, de seizoenscontroles
en voor praktische adviezen door onze deskundigen.
Met de Originele Alfa Romeo-onderdelen behoudt u steeds de betrouwbaarheid,
het comfort en de prestaties van uw nieuwe wagen: daarvoor heeft u ook voor deze wagen gekozen.
Vraag altijd om Originele Onderdelen voor de componenten in onze auto's; wij bevelen u deze aan omdat ze het resultaat
zijn van ons engagement bij de research en de ontwikkeling van uiterst innovatieve technologieën.
Vertrouw daarom op Originele Onderdelen omdat zij alleen specifiek door Alfa Romeo
voor uw auto ontworpen zijn.
VEILIGHEID:
REMSYSTEEMECOLOGIE: ROETFILTERS,
ONDERHOUD AIRCONDITIONINGCOMFORT: WIELOPHANGING
EN RUITENWISSERS PERFORMANCE: BOUGIES,
INSPUITVENTIELEN EN ACCU'SLINEACCESSORI:
STANGEN IMPERIAAL, VELGEN
WAAROM KIEZEN VOOR
ORIGINELE ONDERDELEN
COP_Alfa MiTo NL 25/02/13 10.45 Pagina 2
Page 18 of 280

Algemene storingsmelding
(geel)(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje (of het symbool op het display) gaat branden onder de
volgende omstandigheden.
Raadpleeg in dergelijke gevallen het Alfa Romeo Servicenetwerk om
de storing zo spoedig mogelijk te laten verhelpen.
Controlelampje storing airbag
(versies met multifunctioneel display)
Het lampje knippert (er verschijnt ook een bericht op het display)
wanneer een storing is waargenomen met het airbag controlelampje
.
Storing buitenverlichting
Zie beschrijving voor het
controlelampje.
Storing remlichten
Zie beschrijving voor “Storing remlichten”.
Afsluiter van de brandstoftoevoer
Het lampje gaat branden wanneer de brandstofnoodschakelaar wordt
ingeschakeld. Op de display verschijnt een speciale melding.
Storing Start&Stop
(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje gaat branden wanneer een storing is het Start&Stop
systeem wordt vastgesteld.Storing regensensor
(voor bepaalde versies/markten)
Zie beschrijving voor het
controlelampje.
Storing parkeersensor
(voor bepaalde versies/markten)
Zie beschrijving voor hetcontrolelampje.
Storing schemersensor
(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje gaat branden wanneer een storing is de schemersensor
wordt vastgesteld.
Storing motoroliedruksensor
Het lampje gaat branden wanneer een storing in de
motoroliedruksensor wordt gedetecteerd. Op de display verschijnt een
speciale melding.
Storing elektrische stuurbekrachtiging
(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje gaat branden wanneer een storing in de elektrisch
stuurbekrachtiging is waargenomen.
Water in dieselfilter
(voor bepaalde versies/markten)
Het lampje brandt als er water in het dieselfilter is waargenomen.
14
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 102 of 280

De motor opnieuw starten
Trap het koppelingspedaal in om de motor opnieuw te starten.HET SYSTEEM HANDMATIG
INSCHAKELEN/UITSCHAKELENDruk op de knop
fig. 81 op het dashboard naast het stuurwiel om
het systeem handmatig in of uit te schakelen.
Inschakeling Start&Stop systeem
Er worden een bericht en een symbool getoond wanneer het
Start&Stop-systeem wordt ingeschakeld.
Start&Stop systeem uitschakelen
❒Versies met multifunctionele display:er wordt een melding getoond
wanneer het Start&Stop-systeem wordt uitgeschakeld.
❒Versies met herconfigureerbare multifunctionele display:het symbool
en een melding worden getoond wanneer het Start&Stop-
systeem wordt uitgeschakeld.Als het systeem is uitgeschakeld, gaat het
lampje op het
instrumentenpaneel branden. Er worden, bij bepaalde versies/
markten, ook een bericht en een symbool weergegeven als het systeem
in- of uitgeschakeld wordt.
OMSTANDIGHEDEN WAARBIJ DE
MOTOR NIET WORDT AFGEZETBij ingeschakeld systeem wordt, om redenen van comfort,
emissiecontrole en veiligheid, de motor niet afgezet onder de volgende
omstandigheden:
❒nog koude motor;
❒buitengewoon lage buitentemperatuur;
❒onvoldoende acculading;
❒bezig met regeneratie van het roetfilter (DPF) (alleen bij
dieselmotoren);
❒bestuurdersportier niet gesloten;
❒veiligheidsgordel van de bestuurder niet omgelegd;
❒ingeschakelde achteruit (bijv. bij het parkeren);
❒bij versies met dual zone automatische klimaatregeling (voor
bepaalde versies/markten), wanneer een comfortabele temperatuur
in het interieur moet worden bereikt of bij ingeschakelde MAX-DEF
functie;
❒tijdens de inrijperiode, als het systeem wordt geïnitialiseerd.
Als een comfortabele temperatuur prioritair is, dan kan het
Start&Stop-systeem worden uitgeschakeld zodat de
klimaatregeling kan blijven werken.
fig. 81
A0J0307
98
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 116 of 280

Tijdens de regeneratie kan er een beperkte toename van de stationaire
motorsnelheid optreden, kan de ventilator geactiveerd worden, kunnen
de rookgassen iets toenemen en kunnen er hoge uitlaattemperaturen
optreden.
Dit is normaal en heeft geen negatieve invloed op de normale
rijeigenschappen van het voertuig of op het milieu. Raadpleeg, als het
betreffende bericht wordt weergegeven, de paragraaf "Lampjes en
berichten".
Onder normale gebruiksomstandigheden worden de
katalysator en het dieselroetfilter (DPF) zeer warm.
Parkeer het voertuig dus niet boven licht ontvlambaar
materiaal (gras, droge bladeren, dennennaalden enz.):
brandgevaar.
112WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 183 of 280

km x 100030 60 90 120 150 180
Maanden24 48 72 96 120 144
Klepspeling controleren en, indien nodig, afstellen (1.4 Benzine 8V 78 pk versies)●●●
Uitlaatgasemissie controleren.●●●●●●
Laadtoestand accu controleren en eventueel opladen●●●●●●
Motormanagementsystemen controleren (m.b.v. diagnosestekker)●●●●●●
De aandrijfriem(en) van hulporganen vervangen●
Getande distributieriem vervangen (met uitzondering van TwinAir Turbo versies)
(*)
●
Bougies vervangen
(**)
●●●●●●
Luchtfilterelement vervangen (elke 30.000 km voor TwinAir Turbo versies)●●●
Motorolie en oliefilter vervangen (of elke 24 maanden)
(***)
●●●●●●
Remvloeistof vervangen (of elke 24 maanden)●●●
Pollenfilter vervangen (of elke 12 maanden)●●●●●●
(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koud klimaat, gebruik in de stad, langdurig stationair draaien) om de vier
jaar worden vervangen of in elk geval om de vijf jaar.
(**) Voor 1.4 Turbo MultiAir versies zijn de volgende zaken zijn van vitaal belang om de correcte werking te verzekeren en om ernstige schade aan de motorte
voorkomen: gebruik uitsluitend bougies die speciaal gecertificeerd zijn voor deze motoren; alle bougies moeten van hetzelfde type en merk zijn (ziede paragraaf
“Motor” in het hoofdstuk "Technische gegevens"); houdt u strikt aan de vervangingsintervallen van de bougies die vermeld zijn in het Geprogrammeerde
Onderhoudsschema; neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk om de bougies te laten vervangen.
(***) Als de auto jaarlijks minder dan 10.000 km rijdt, dan moeten de motorolie en het motoroliefilter elke 12 maanden worden vervangen.
179WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 185 of 280

km x 100035 70 105 140 175
Maanden24 48 72 96 120
Getande distributieriem vervangen (behalve 1.3 JTD
M-2
motor)
(*)
●
Brandstoffilter vervangen●●
Luchtfilterelement vervangen●●●●●
Motorolie en oliefilter vervangen (of elke 24 maanden)
(**) (***)
Remvloeistof vervangen (of elke 24 maanden)●●
Pollenfilter vervangen (of elke 12 maanden)●●●●●(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koud klimaat, gebruik in de stad, langdurig stationair draaien) om de vier
jaar worden vervangen of in elk geval om de vijf jaar.
(**) De motorolie en het oliefilter moeten worden vervangen wanneer het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden (zie "Lampjes en meldingen" in het
hoofdstuk "Kennismaking met de auto") of sowieso elke 24 maanden.
(***) Als de auto voornamelijk in de stad wordt gebruikt, dan moet de motorolie elke 12 maanden worden vervangen.
181WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 186 of 280

PERIODIEKE CONTROLESElke 1.000 km of vóór een lange reis controleren en eventueel
bijvullen:
❒niveau motorkoelvloeistof, remvloeistof en ruitensproeiervloeistof;
❒conditie en spanning banden;
❒werking verlichting (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, etc.);
❒werking ruitenwissers/-sproeiers en stand/slijtage wisserbladen
voor/achter.
Elke 3.000 km controleren en eventueel bijvullen: motorolieniveau.
INTENSIEF GEBRUIK
VANDEAUTOAls vooral een intensief gebruik van de auto wordt gemaakt, zoals:
❒het trekken van aanhangers of caravans;
❒het rijden op stoffige wegen;
❒talrijke korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen
onder het vriespunt;
❒vaak lang stationair draaiende motor of lange afstanden bij lage
snelheden of als de auto lang niet wordt gebruikt;
dan moeten de volgende controles vaker worden uitgevoerd dan is
aangegeven in het Geprogrammeerd onderhoudsschema:
❒remblokken van schijfremmen voor op conditie en slijtage
controleren;
❒slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil
controleren, schoonmaken en mechanismen smeren;
❒visueel de toestand controleren van: motor, versnellingsbak,
transmissie, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en remsysteem)
en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.);
❒laadtoestand accu en niveau accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
❒conditie van aandrijfriemen hulporganen visueel controleren;
❒motorolie en oliefilter controleren en zo nodig vervangen;
❒pollenfilter controleren en zo nodig vervangen;
❒luchtfilter controleren en zo nodig vervangen.
182WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 193 of 280

MOTOROLIEControleer of het oliepeil tussen de referentietekens MIN en MAX staat
op de peilstok A.
Als het oliepeil dichtbij of onder het referentieteken MIN staat, olie
toevoegen via vulopening B tot het peil het referentieteken MAX
bereikt.
Het oliepeil mag het referentieteken MAX nooit
overschrijden.
1.4 Benzine, 1.4 Turbo MultiAir, 1.3 JTD
M-2
en 1.6 JTD
Mversies
Trek de oliepeilstok A naar buiten, maak hem schoon met een
niet-pluizende doek en zet hem weer terug. Trek hem weer naar buiten
en controleer of het oliepeil tussen de referentietekens MIN en MAX
op de peilstok staat.
Turbo TwinAir versies
De motoroliepeilstok A is in de dop B geïntegreerd. Draai de dop los,
maak de peilstok schoon met een niet pluizende doek, plaats de
peilstok terug en draai de dop vast.
Schroef de dop weer los en controleer of het oliepeil tussen de
merktekens MIN en MAX op de peilstok staat.
Motorolieverbruik
Gewoonlijk ligt het maximaal motorolieverbruik op 400 gram per
1000 km. Tijdens de beginperiode van de auto wordt de motor
ingereden. Daarom is het motorolieverbruik pas stabiel na de eerste
5.000 ÷ 6.000 km.
Vul geen olie bij met andere kenmerken dan de olie
waarmee de motor is gevuld.Gebruikte motorolie en oliefilters bevatten substanties die
schadelijk zijn voor het milieu. Wij adviseren u de olie en
het oliefilter te laten vervangen bij het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
MOTORKOELVLOEISTOFAls het niveau te laag is, maak de reservoirdop C los en vul de
vloeistof bij zoals vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens".
PARAFLU
UPanti-vries wordt gebruikt in het
motorkoelsysteem. Gebruik voor het bijvullen dezelfde
vloeistof dan de vloeistof die in het koelsysteem zit.
PARAFLU
UPkan niet gemengd worden met andere soorten vloeistof.
Als dit per ongeluk toch gebeurt, start dan onder geen voorwaarde de
motor. Neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.Het koelsysteem staat onder druk. Vervang de dop,
indien nodig, uitsluitend door een andere originele
dop, anders kan de werking van het systeem in
gevaar gebracht worden. Verwijder de dop van het reservoir niet
als de motor heet is: u loopt het risico van brandwonden.
189WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 230 of 280

VULINHOUDEN
Turbo TwinAir 1.4 BenzineVoorgeschreven
brandstof en originele
smeermiddelen liter kg liter kg
Brandstoftank 45 – 45 –Loodvrije benzine met
octaangetal van ten minste
95 RON (specificatie EN228) inclusief een reserve van 5 - 7 – 5 - 7 –
Motorkoelsysteem (met
klimaatregeling)5,4 5,3 5,2 4,6Mengsel van 50% gedestilleerd
water en 50% PARAFLU
UP
vloeistof
(*)
Carterpan 3,0 2,4 2,7 2,3
Carterpan en filter 3,5 2,6 2,9 2,5
Versnellingsbak-/differentieelhuis 1,65 1,5 1,6 1,4TUTELA TRANSMISSION
GEARFORCE
Hydraulisch remcircuit met ABS
antiblokkeersysteem0,53 0,5 0,53 0,5 TUTELA TOP 4
Ruitensproeier/achterruitsproeier/
koplampsproeier vloeistofreservoir(**)
2,2 (4,5) 1,9 (4,0) 2,8 (4,6) 2,5 (4,1)Mengsel van water en TUTELA
PROFESSIONAL SC 35
(*) Onder zeer strenge klimaatcondities is een mengsel van 60%
UPen 40% gedemineraliseerd water aanbevolen.
(**) Het getal tussen haakjes heeft betrekking op versies met koplampsproeiers
226WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTER
SELENIA StAR P.E.
(1.4Benzine versies) SELENIADIGITEK P.E.
(Turbo TwinAir versies)
Page 231 of 280

1.4 Turbo MultiAir 1.3 JTD
M-2
Voorgeschreven
brandstof en originele
smeermiddelen liter kg liter kg
Brandstoftank 45 – 45 –Loodvrije benzine met
octaangetal van ten minste 95
RON (specificatie EN 228)
(1.4 Turbo MultiAir versies)
Diesel voor motorvoertuigen
(specificatie EN590)
(1.3 JTD
M-2
versies) inclusief een reserve van 5 - 7 – 5 - 7 –
Motorkoelsysteem (met
klimaatregeling)6,0 5,3 7,2 6,4Mengsel van 50% gedestilleerd
water en 50% PARAFLU
UP
vloeistof
(*)
Carterpan 3,1 2,6 3,0 2,5SELENIA StAR P.E.
(1.4 Turbo MultiAir versies)
SELENIA WR P.E.
(1.3 JTD
M-2
versies) Carterpan en filter 3,5 3,0 3,2 2,7
Versnellingsbak-/differentieelhuis 1,87 1,6 1,8 1,5TUTELA TRANSMISSION
GEARFORCE
Hydraulisch remcircuit met ABS
antiblokkeersysteem0,53 0,5 0,53 0,5 TUTELA TOP 4
Ruitensproeier/achterruitsproeier/
koplampsproeier vloeistofreservoir
(**)
2,2 (4,5) 1,9 (4,0) 3,0 (6,0) 2,8 (5,6)Mengsel van water en TUTELA
PROFESSIONAL SC 35
(*) Onder zeer strenge klimaatcondities is een mengsel van 60%
UPen 40% gedemineraliseerd water aanbevolen.
(**) Het getal tussen haakjes heeft betrekking op versies met koplampsproeiers
227WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTER