dashboard Alfa Romeo MiTo 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2015, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2015Pages: 280, PDF Size: 8.53 MB
Page 129 of 280

Breng geen stickers of andere voorwerpen op het
stuurwiel, op het dashboard in de zone van de
passagiersairbag, op de zijkant van de dakbekleding
en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele
telefoons) op het dashboard aan passagierszijde, omdat deze het
correct openen van de airbag kunnen hinderen en tevens de
inzittenden ernstig kunnen verwonden.
FRONTAIRBAG BESTUURDERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een
speciale ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst fig. 103.
Rijd altijd met de handen op de stuurwielrand zodat
de airbag indien nodig ongehinderd opgeblazen kan
worden. Rijd niet met voorover gebogen lichaam. Ga
goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een
speciale ruimte in dashboard is opgeborgen fig. 104: deze airbag
heeft een groter volume dan de bestuurdersairbag.
ZEER GEVAARLIJK Plaats NOOIT een kinderzitje tegen de
rijrichting in op de passagiersstoel van auto's met een
actieve passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook,
kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind
tot gevolg hebben. Daarom moet de passagiersairbag altijd
uitgeschakeld worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de
voorste passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven
om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met
het dashboard. Schakel de passagiersairbag onmiddellijk weer in als
het kinderzitje is verwijderd.
fig. 103A0J0047fig. 104A0J0050
125
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 134 of 280

Als de airbag geactiveerd wordt, ontsnapt een kleine hoeveelheid
poeder: dit poeder is niet schadelijk en duidt niet op het begin van een
brand. Dit poeder kan echter de huid en ogen irriteren: was ze in dit
geval met neutrale zeep en water.
Alle werkzaamheden aan airbags (controle, reparatie en vervanging)
moeten door het Alfa Romeo Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het airbagsysteem onbruikbaar
gemaakt worden door het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Gordelspanners en airbags worden op verschillende manieren
geactiveerd, afhankelijk van het type botsing. Als een of meerdere van
deze voorzieningen niet in werking treden, dan duidt dat niet op een
storing in het systeem.
Als de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en het
lampje
gaat niet branden of blijft branden tijdens
het rijden (bij sommige versies samen met de melding
op de display), dan is er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen. In dat geval kunnen de airbags of
gordelspanners niet geactiveerd worden bij een ongeval of, in
een zeer beperkt aantal gevallen, op verkeerde wijze
geactiveerd worden. Laat het systeem onmiddellijk controleren
door het Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens verder te rijden.
Reis niet met voorwerpen op schoot of voor de borst
en houd niets in de mond (pijp, pen, etc.). Dit kan
ernstig letsel veroorzaken als de airbag in werking
treedt.
Laat bij diefstal of poging tot diefstal, vandalisme of
overstromingen het airbagsysteem door het Alfa
Romeo Servicenetwerk controleren.
Als de contactsleutel in de stand MAR staat en de
motor is afgezet, kunnen de airbags ook geactiveerd
worden als de auto door een andere auto wordt
aangereden. Daarom mag, wanneer de passagiersairbag is
ingeschakeld, en ook al staat de auto stil, GEEN tegen de
rijrichting in gemonteerd kinderzitje op de voorstoel gemonteerd
worden. Als bij een botsing de airbag wordt opgeblazen, kan
dit leiden tot ernstig letsel en zelfs tot de dood van het kind.
Daarom moet de passagiersairbag altijd uitgeschakeld worden
als een kinderzitje tegen de rijrichting in gemonteerd wordt op
de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de voorste
passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om
te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt
met het dashboard. Schakel de passagiersairbag onmiddellijk
weer in als het kinderzitje is verwijderd. Onthoud tevens dat als
de sleutel in de stand STOP staat, bij een ongeval geen enkel
veiligheidssysteem (airbags of gordelspanners) geactiveerd
wordt. In dat geval duidt de uitgebleven activering niet op een
storing van het systeem.
130
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 160 of 280

Lampen Type Vermogen Zie Figuur
Parkeer-/dagverlichting W21/5W 5/21W A
Stadslichten achter LED – –
Dimlichten H7 55W D
Grootlicht H7 55W D
Richtingaanwijzers voor 24W module 24W B
Richtingaanwijzers achter P21W 21W B
Richtingaanwijzers op flanken WY5W 5W A
Remlichten LED – –
Derde remlicht LED – –
Kentekenverlichting W5W 5W A
Mistlampen H1 55W E
Mistachterlichten P21W 21W B
Achteruitrijlichten P21W 21W B
Plafondverlichting voor C10W 10W C
Bagageruimteverlichting W5W 5W A
Dashboardkastverlichting C5W 5W C
Instaplichten in de spiegels W5W 5W A
156
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 165 of 280

❒open het deksel B fig. 146 en vervang de lamp;
❒dek het lampenglas af met de beschermkap B;
❒monteer het plafondlampje A fig. 145 door eerst het lampje aan
een zijde correct te monteren en vervolgens de andere zijde ervan
aan te drukken, zodat het hoorbaar vastklikt.DASHBOARDKASTVERLICHTING
Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen:
❒open het dashboardkastje en verwijder het lampje A fig. 147;
❒vervang lamp B door hem uit de zijcontacten los te maken;
controleer of de nieuwe lamp correct tussen de contacten wordt
vastgeklemd;
INSTAPVERLICHTING
(voor bepaalde versies/markten)
Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen:
❒zet de zonneklep naar beneden en verwijder instapverlichting A fig.
148, door deze los te maken op het met de pijl aangegeven punt;
❒verwijder bescherming B, door hem los te maken uit de borglippen
C, vervang vervolgens lamp D fig. 149 door hem naar buiten te
trekken en los te maken uit de contacten aan de zijkant;
❒plaats de nieuwe lamp, controleer of hij goed op zijn plaats zit en
goed is vastgeklemd tussen de contacten;
fig. 144A0J0121
fig. 145A0J0119fig. 146A0J0118
161
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 169 of 280

TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN
De zekeringen van het voertuig zijn in drie zekeringenkasten
opgenomen; deze regeleenheden bevinden zich in de motorruimte, het
dashboard en in de bagageruimte.
Zekeringenkast in de motorruimte
Deze bevindt zich naast de accu fig. 153: voor toegang tot de
zekeringen, de schroeven A fig. 152 losdraaien en het deksel B
verwijderen.
Op het deksel zijn de identificatienummers van de elektrische
onderdelen die met de zekeringen overeenkomen aangegeven.
Monteer, na het vervangen van de zekering, het deksel B weer op de
zekeringenkast.
Als de motorruimte moet worden schoongespoten,
voorkom dan dat de waterstraal rechtstreeks op de
zekeringenkast en de motoren van de ruitenwissers in de
motorruimte wordt gericht.
fig. 152A0J0126fig. 153A0J0417
165
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 170 of 280

Zekeringenkast in het dashboard
Om bij de zekeringen te kunnen komen fig. 155, klep A fig. 154 naar
beneden zetten, deksel B met een hand vastpakken op de plaats die
aangegeven is in de afbeelding en het deksel verwijderen in de
richting die aangegeven is met de pijl, om eerst de binnenste
bevestigingen C en daarna de borglippen D los te kunnen maken.
fig. 154A0J0334fig. 155A0J0205
166
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 179 of 280

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
BENZINE-UITVOERINGEN
km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren 12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op spanning
brengen. Vervaldatum lading “Fix&Go Automatic” kit controleren●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje,
lampjes instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (motorkoelvloeistof,
remmen/hydraulische koppeling, ruitensproeiers, accu enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnosestekker om de werking van het
brandstoftoevoer-/motormanagementsysteem en de emissie te
controleren; en voor bepaalde versies/markten, de verslechtering van
de motorolie●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van carrosserie,
bodemplaatbescherming, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en
remsysteem en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/achter
controleren●●●●●
Werking van ruitenwissers/-sproeiers controleren en zo nodig de
sproeiers afstellen●●●●●
175
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/8 jaar, cyclisch herhaald worden te
beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
Page 182 of 280

DIESELUITVOERINGEN
km x 1000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200
Jaren 12345678910
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op spanning
brengen. Vervaldatum lading “Fix&Go Automatic” kit controleren●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje,
lampjes instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (motorkoelvloeistof,
remmen/hydraulische koppeling, ruitensproeiers, accu enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren●●●●●●●●●●
Gebruik de diagnosestekker om de werking van het
brandstoftoevoer-/motormanagementsysteem en de emissie te
controleren; en voor bepaalde versies/markten, de verslechtering van
de motorolie●●●●●●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van carrosserie,
bodemplaatbescherming, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en
remsysteem en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/achter
controleren●●●●●
Werking van ruitenwissers/-sproeiers controleren en zo nodig de
sproeiers afstellen●●●●●
Slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil
controleren, schoonmaken en mechanismen smeren●●●●●
Slag van handrem controleren en zo nodig afstellen●●●●●
178
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/6 jaar, cyclisch herhaald worden te
beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
Page 202 of 280

LEDEREN STOELEN
(voor bepaalde versies/markten)
Verwijder het droge vuil met een zeemleren lap of een iets vochtige
doek, zonder al te hard te drukken. Dep vloeistoffen of vetvlekken op
met een absorberende, droge doek zonder hierbij te wrijven. Reinig
vervolgens met een zachte doek of een zeemleren lap bevochtigd met
water en neutrale zeep. Als de vlek nog niet verwijderd is, gebruik dan
een speciaal reinigingsmiddel en volgt de aanwijzingen strikt op.
BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol. Controleer of de gebruikte
reinigingsproducten geen alcohol of alcoholderivaten, zelfs niet in
kleine hoeveelheden bevatten.
KUNSTSTOF EN GECOATE
INTERIEURDELEN
Reinig kunststof interieurdelen met een vochtige doek (bij voorkeur een
microvezeldoek) en een oplossing van water en een neutraal,
niet-schurend reinigingsmiddel. Gebruik voor het reinigen van
olieachtige of hardnekkige vlekken speciale producten zonder
oplosmiddelen die het originele voorkomen en de kleur van de
interieurdelen niet veranderen.
Verwijder stof met een microvezeldoek, eventueel bevochtigd met
water. Het gebruik van papieren doekjes wordt afgeraden, aangezien
deze resten achterlaten.
Gebruik nooit alcohol, benzine en afgeleide producten om
het dashboard en het glas van het instrumentenpaneel
te reinigen.
LEDEREN INTERIEURDELEN
(voor bepaalde versies/markten)
Gebruik uitsluitend water en neutrale zeep om deze delen te reinigen.
Gebruik nooit alcohol of producten op basis van alcohol. Controleer
alvorens een specifiek product voor interieurreiniging te gebruiken, of
het geen alcohol en/of stoffen op basis van alcohol bevat.
198
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 243 of 280

INLEIDING
De radio is ontworpen volgens de specifieke kenmerken van het
interieur met een aangepast design dat aansluit op het ontwerp
van het dashboard.
Hieronder zijn de gebruiksaanwijzingen opgenomen. Wij
adviseren om deze zorgvuldig door te lezen.
TIPS
Verkeersveiligheid
Raak, voordat u gaat rijden, vertrouwd met de verschillende
functies van de autoradio (bijv. het opslaan van radiostations).
Ontvangstomstandigheden
Tijdens het rijden veranderen de ontvangstomstandigheden
voortdurend. De ontvangst kan gestoord worden door de
aanwezigheid van bergen, gebouwen of bruggen, of wanneer u
ver verwijderd bent van de zender.
OpmerkingHet volume kan toenemen wanneer
verkeersinformatie of nieuws wordt ontvangen.
Een te hoog volume tijdens het rijden kan
zowel voor de bestuurder als de passagiers
gevaarlijk zijn. Regel het volume altijd
zodanig dat geluiden uit de omgeving hoorbaar
blijven.
Onderhoud en verzorging
Maak het frontpaneel uitsluitend met een zachte, antistatische doek
schoon. Reinigings- en glansmiddelen kunnen het oppervlak
beschadigen.
CD
Vuil, krassen of vervormingen op CD's kunnen sprongen tijdens de
weergave en een slechte geluidskwaliteit veroorzaken. Volg deze
tips voor een optimale geluidsweergave:
❒gebruik alleen CD's met het merkteken:
❒reinig elke CD grondig door vingerafdrukken of stof met een
zachte doek te verwijderen. Houd de CD bij de rand vast en
reinig vanuit het midden naar de rand;
❒gebruik nooit chemische reinigingsproducten (bijv. antistatische
of thinner sprays) omdat deze het oppervlak van de CD's
kunnen beschadigen;
❒berg na het luisteren de CD’s weer op in hun doosjes om
beschadiging te voorkomen;
❒stel de CD’s niet langdurig bloot aan direct zonlicht, hoge
temperaturen of vocht;
❒plak geen stickers op het oppervlak van de CD en schrijf niet met
pen of potlood op het oppervlak;
239
AUTORADIO