ESP Alfa Romeo MiTo 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2015, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2015Pages: 280, PDF Size: 8.53 MB
Page 258 of 280

AUX OFFSET functie
(aanpassing volume van draagbaar apparaat aan
dat van andere bronnen)
(voor bepaalde versies/markten)
Met deze functie kan het volume van de AUX-bron, afhankelijk van
het aangesloten apparaat, aangepast worden aan dat van andere
bronnen.
Om de functie in te schakelen, op de MENU-toets drukken en “AUX
offset” kiezen.
Druk op de
oftoets om het volume te verhogen of verlagen
(ingesteld van–6tot+6).
RADIO OFF functie
(in- en uitschakelwijze)
Deze functie wordt gebruikt om de uitschakelwijze van de radio op
een of twee verschillende manieren in te stellen.
Gebruik voor het inschakelen van de functie de
oftoets.
De gekozen manier verschijnt op de display:
❒"00 MIN": uitschakeling is afhankelijk van de contactsleutel; de
radio schakelt automatisch uit zodra de contactsleutel naar de
STOP-stand wordt gedraaid;
❒"20 MIN": uitschakeling is niet afhankelijk van de contactsleutel;
de radio blijft gedurende een periode van maximaal 20 minuten
nadat de contactsleutel naar de STOP-stand is gedraaid,
ingeschakeld;
SYSTEM RESET functie
Deze functie wordt gebruikt om alle instellingen naar de
fabriekswaarden terug te stellen.
De opties zijn:
❒NO: geen restore-bewerking;
❒YES: de defaultparameters zullen hersteld worden. Tijdens deze
bewerking verschijnt het opschrift "Resetting" op de display. Na
de bewerking wijzigt de bron niet en wordt de voorgaande
situatie weergegeven.
VOORBEREIDING VOOR INBOUW
TELEFOON
Als een handsfree-systeem in de auto geïnstalleerd is, wordt bij
een inkomend telefoontje de audio van de autoradio met de
uitgang van de telefoon verbonden. Het geluid van het inkomende
telefoontje heeft altijd een vast volume, maar dit kan tijdens het
gesprek aangepast worden met de ON/OFF toets/knop.
Het vaste geluidsvolume van de telefoon kan geregeld worden met
de "SPEECH VOLUME" functie in het Menu (waar de functie
aanwezig is). Het woord "PHONE" verschijnt op het display tijdens
de uitschakeling van de audio voor het telefoongesprek.
DIEFSTALBEVEILIGING
De autoradio is uitgerust met een diefstalbeveiliging die gebaseerd
is op de informatie-uitwisseling tussen de autoradio en de
elektronische regeleenheid (Body Computer) in de auto.
Dit systeem garandeert maximale veiligheid en voorkomt dat elke
keer dat de stroomvoorziening van de autoradio uitvalt, de
geheime code opnieuw ingevoerd moet worden.
254
AUTORADIO
Page 262 of 280

EON FUNCTIE
(Enhanced Other Network)
In sommige landen bestaan circuits die meerdere stations die
verkeersinformatie uitzenden groeperen. In zo'n geval wordt het
programma van het beluisterde station tijdelijk onderbroken voor:
❒ontvangst van verkeersinformatie (alleen bij ingeschakelde TA-
functie);
❒het luisteren naar regionale programma’s, elke keer als deze
worden uitgezonden door een station van hetzelfde circuit.
STEREO-UITZENDINGEN
Als het ontvangstsignaal zwak is, schakelt de weergave
automatisch van Stereo naar Mono over.
CD-SPELER
INLEIDING
Dit hoofdstuk beschrijft uitsluitend de varianten voor wat betreft de
werking van de CD-speler: zie voor een beschrijving van de
werking van de autoradio het hoofdstuk “Functies en Instellingen”.
KEUZE VAN DE CD-SPELER
Ga voor het inschakelen van de ingebouwde CD-speler als volgt te
werk:
❒breng een CD bij reeds ingeschakeld apparaat in: het eerste
nummer wordt afgespeeld;
of
❒als er reeds een CD is ingebracht, schakel dan de autoradio in
en druk vervolgens kort op de CD-toets om de “CD” werking te
kiezen: het laatst beluisterde nummer zal afgespeeld worden.
Voor een optimale weergave wordt het gebruik van originele CD's
aangeraden. Als CD-R/RW's worden gebruikt, dan adviseren wij
exemplaren van goede kwaliteit die met de laagst mogelijke
snelheid gebrand worden.
258
AUTORADIO
Page 263 of 280

INBRENGEN/UITWERPEN VAN DE CD
Steek de CD voorzichtig in de sleuf, zodat het automatische
laadysteem ingeschakeld wordt dat de CD correct zal plaatsen.
De CD kan ook worden ingebracht bij uitgeschakelde radio en
contactsleutel in de stand MAR: in dit geval blijft de radio
uitgeschakeld. Wanneer de autoradio wordt ingeschakeld, wordt
de laatst beluisterde audiobron vóór het uitschakelen geactiveerd.
Wanneer een CD wordt ingebracht, verschijnt op de display het
symbool "CD-IN" en het opschrift "CD Reading". Deze blijven
weergegeven totdat de autoradio de op de CD aanwezige
nummers heeft gelezen. Hierna begint de autoradio automatisch
het eerste nummer af te spelen.
Druk op de
toets bij ingeschakelde radio om het automatisch
uitwerpen van de CD te activeren. Na het uitwerpen wordt de
audiobron ingeschakeld die beluisterd werd voordat de CD werd
afgespeeld.
Als de CD niet uit de autoradio wordt verwijderd, dan wordt de
CD na circa 20 seconden automatisch opnieuw geladen en wordt
afgestemd op de Tuner (Radio).
De CD kan niet worden uitgeworpen als de autoradio
uitgeschakeld is.
Als de uitgeworpen CD weer in de speler wordt geplaatst zonder
dat hij volledig uit de sleuf is verwijderd, dan schakelt de radio niet
over op de CD-speler.Mogelijke foutmeldingen
Als de geladen CD niet kan worden gelezen (bijv. als een CD-ROM
is ingebracht of een CD andersom is ingebracht, of als er een
leesfout is), verschijnt op de display het opschrift "CD Disc error".
Daarna wordt de CD uitgeworpen en hoort men de audiobron die
ingeschakeld was voordat de CD-speler werd gekozen.
Wanneer een externe audiobron is ingeschakeld (TA, ALARM of
Phone), wordt de CD die niet gelezen kan worden niet
uitgeworpen zolang deze functies niet beëindigd zijn. Hierna toont
de display bij ingeschakelde CD-speler enkele seconden het
opschrift "CD Disc error" en wordt de CD uitgeworpen.DISPLAY-INFORMATIE
Wanneer de CD-speler werkt, verschijnt op de display de volgende
informatie:
❒"CD Track 5": geeft het tracknummer op de CD aan;
❒"03:42": geeft de verstreken speelduur vanaf het begin van het
nummer aan (als de betreffende menufunctie is ingeschakeld).
259
AUTORADIO
Page 264 of 280

KEUZE VAN NUMMER
(vooruit/achteruit)
Druk kortstondig op detoets om het vorige CD-nummer en op
knop om het volgende nummer af te spelen.
De nummers worden achter elkaar afgespeeld: het eerste nummer
wordt na het laatste nummer geselecteerd en andersom.
Als het nummer langer dan 3 seconden wordt afgespeeld en op de
toets wordt gedrukt, wordt het nummer vanaf het begin
herhaald.
Als men in dat geval het vorige nummer wil beluisteren, drukt men
tweemaal op de toets.
SNEL VOORUIT-/TERUGSPOELEN VAN
NUMMERS
Het snel vooruit-/ terugspoelen wordt onderbroken zodra de toets
wordt losgelaten.
PAUZE-FUNCTIE
Druk, om de CD-speler in de pauzestand te zetten, op detoets.
Het opschrift "CD Pause" verschijnt op de display.
Druk, om het nummer weer af te spelen, opnieuw op de
toets.
Als een andere audiobron wordt gekozen, dan wordt de pauze-
functie uitgeschakeld.
CD MP3-SPELER
INLEIDING
Dit hoofdstuk beschrijft uitsluitend de varianten voor wat betreft de
werking van de CD MP3-speler: zie voor een beschrijving van de
werking van de autoradio de hoofdstukken “Radio" en "CD MP3-
speler”.
OPMERKING MPEG Layer-3 audio decoding technology licensed
from Fraunhofer IIS and Thomson multimedia.
MP3 WERKING
Behalve het afspelen van normale audio-CD’s, kan de autoradio
ook CDROM’s afspelen waarop gecomprimeerde audiobestanden
in MP3-formaat zijn geregistreerd. De autoradio werkt zoals
beschreven in het hoofdstuk "CD-speler", wanneer een normale
audio-CD wordt ingebracht.
Voor een optimale weergave wordt geadviseerd om CD's van
goede kwaliteit te gebruiken die met de laagst mogelijke snelheid
gebrand zijn.
De bestanden op een MP3 CD zijn in mappen gestructureerd die
lijsten maken van alle mappen met MP3-nummers (mappen en
submappen worden allemaal op hetzelfde niveau weergegeven):
de mappen die geen MP3-nummers bevatten, kunnen niet
geselecteerd worden.
260
AUTORADIO
Page 265 of 280

De kenmerken en de werking voor de weergave van MP3-
bestanden zijn als volgt:
❒de gebruikte CD-ROM’s moeten zijn gebrand volgens de ISO
9660 standaard;
❒de muziekbestanden moeten de extensie “.mp3” hebben:
bestanden met een andere extensie kunnen niet afgespeeld
worden;
❒de volgende weergavefrequenties kunnen afgespeeld worden:
44.1 kHz, stereo (96 tot 320 kbit/s) - 22.05 kHz, mono of
stereo (32 tot 80 kbit/s);
❒nummers met een variabele bit-rate kunnen afgespeeld worden.
OpmerkingDe namen van de nummers mogen niet de volgende
tekens bevatten: spaties , ' (apostrofs), ( en ) (haakjes openen en
sluiten). Zorg er tijdens het branden van een MP3-CD voor dat de
bestandsnamen deze tekens niet bevatten; als dit wel het geval is,
dan kan de autoradio de betreffende nummers niet afspelen.KEUZE VAN MP3-SESSIES
OP HYBRIDE DISKS
Als een hybride disk (Mixed Mode, Enhanced, CD-Extra) wordt
ingebracht die ook MP3-bestanden bevat, dan begint de autoradio
automatisch met het afspelen van de audiosessie. Tijdens het
afspelen kan worden overgeschakeld naar de MP3-sessie door de
MEDIA-toets langer dan 2 seconden ingedrukt te houden.
OpmerkingWanneer de functie geactiveerd wordt, kan de
autoradio enkele seconden nodig hebben voordat het afspelen
start. Tijdens de controle van de disk, toont de display het opschrift
“CD READING”. Als er geen MP3-bestanden worden gedetecteerd,
hervat de autoradio het afspelen van de audiosessie vanaf het
punt, waarop deze onderbroken werd.
DISPLAY-INFORMATIE
Weergave ID3-TAG-informatie
De autoradio kan niet alleen informatie over de verstreken
speelduur, naam van de map en van het bestand weergegeven,
maar ook ID3-TAG-informatie over de Titel, Artiest en Auteur van
het nummer.
De naam van de MP3-map die op de display wordt getoond, komt
overeen met de naam waarmee de CD-map is opgeslagen,
gevolgd door een asterisk.
Voorbeeld van een MP3-mapnaam: BEST OF *.
Wanneer voor weergave van de ID3-TAG informatie (Titel, Artiest,
Album) is gekozen die niet voor het afgespeelde nummer is
opgeslagen, dan wordt deze informatie vervangen door de naam
van het bestand.
261
AUTORADIO
Page 266 of 280

KEUZE VAN VOLGENDE/VORIGE MAP
Druk op detoets om een van de volgende mappen te kiezen of
druk op de
toets om een vorige map te kiezen.
De display toont het nummer en de naam van de map (bijv. "DIR 2
XXXXXX").
XXXXXX: naam van de map (de display toont alleen de eerste 8
tekens).
De mappen worden achter elkaar geselecteerd: de eerste map
wordt na de laatste map geselecteerd en andersom.
Als binnen 2 seconden geen enkele andere map/nummer wordt
geselecteerd, dan wordt het eerste nummer van de nieuwe map
afgespeeld.
Als het laatste nummer van de op dat moment gekozen map wordt
afgespeeld, dan wordt de volgende map afgespeeld.
STRUCTUUR VAN DE MAPPEN
De autoradio met MP3-speler:
❒herkent alleen mappen die bestanden in MP3-formaat bevatten;
❒als de MP3-bestanden van een CD-ROM in “submappen” zijn
opgenomen, dan wordt hun structuur naar één niveaustructuur
gebracht, namelijk naar het niveau van de hoofdmappen.
262
AUTORADIO
Page 268 of 280

PROBLEEMOPLOSSING
ALGEMEEN
Laag volume
De Fader-functie moet zijn ingesteld op de waarden "F" (voor), om
te voorkomen dat het uitgangsvermogen van de autoradio
vermindert en het volume wordt uitgezet als de fader is ingesteld
op R+9.
Bron kan niet geselecteerd worden
Er is geen geluidsdrager ingebracht.
Breng de af te spelen CD of CD MP3 in.
CD-SPELER
De CD wordt niet afgespeeld
De CD is vuil. Maak de CD schoon.
Er zitten krassen op de CD. Probeer een andere CD te gebruiken.
De CD kan niet ingebracht worden
Er is al een CD ingebracht. Druk op de
toets en verwijder de
CD.
LEZEN VAN MP3-BESTAND
Het nummer springt over tijdens het afspelen van
MP3-bestanden
Er zitten krassen op de CD of de CD is vuil. Maak de CD schoon,
zie hiervoor de beschrijving in de paragraaf "CD" in het hoofdstuk
"Inleiding".
De speelduur van de MP3-nummers wordt niet
correct weergegeven
In sommige gevallen kan de speelduur van de MP3-nummers
verkeerd worden weergegeven (vanwege de opnamemethode).
26
AUTORADIO
4
Page 273 of 280

ALFABETISCH REGISTER
Aanhangers trekken ........................... 139
– Montage van de trekhaak ................ 139
Aansteker ............................................ 72
ABS .................................................... 89
– Inschakeling van het systeem ............ 89
– Mechanical Brake Assist................... 89
Accu ................................................... 189
– advies voor verlengen levensduur ..... 189
– vervangen ...................................... 189
Accu (opladen) .................................... 171
Achterruitsproeier
– vloeistofniveau achterruitsproeier ...... 188
Achterruitsproeier/-wisser..................... 64
Achterruitwisser
– wisserbladen................................... 192
– wisserblad vervangen ...................... 193
Achteruitkijkspiegels ............................. 47
– Binnenspiegel.................................. 47
– Buitenspiegels ................................. 47
Afmetingen .......................................... 219
Afsluiter van de brandstoftoevoer .......... 70
Alarmknipperlichten ............................. 69
"Alfa DNA"-systeem ........................... 92– Inschakeling/uitschakeling
“All Weather” modus ....................... 94
– Inschakeling/uitschakeling
“Dynamic” modus ........................... 93
– “Natural” Modus ............................. 93
– Rijmodussen.................................... 92
Alfa romeo code systeem .................... 34
Armsteun voor ..................................... 71
Asbak ................................................. 73
ASR systeem (AntiSlip Regulation) ......... 90
Automatische dual-zone
klimaatregeling .................................. 53
Bagageruimte .................................... 81
– Achterklep openen in geval van
nood .............................................. 82
– Bagageruimte openen...................... 81
– Bagageruimte sluiten ....................... 82
– Bagageruimte uitbreiden .................. 82
– Initialisatie bagageruimte ................. 82
Bagageruimteverlichting
– lamp vervangen .............................. 160
Banden
– bandenspanning ............................. 217
– de bandenmaat lezen ...................... 212
– Fix&Go Automatic (kit) .................... 149
– standaard banden ........................... 215– winterbanden.................................. 215
Banden - onderhoud............................. 191
Bedieningselementen ............................ 69
Bedieningsknoppen .............................. 22
Bougies (type) ...................................... 203
Brake Assist ......................................... 91
Brandblusser ........................................ 74
Brandstofbesparing .............................. 137
Brandstofmeter ..................................... 6
Brandstoftoevoer .................................. 209
Brandstofverbruik ................................. 230
Buitenverlichting ................................... 59
– Linker hendel .................................. 59
Carrosserie
– bescherming tegen atmosferische
invloeden........................................ 195
– garantie ......................................... 195
– onderhoud ...................................... 195
CBC (Cornering Brake Control)
systeem ............................................. 91
Centrale portiervergrendeling................ 70
CO2-emissie ........................................ 232
Code-card ........................................... 35
Contactslot........................................... 42
– Stuurslot ......................................... 42
Cruise-control ...................................... 65
269
WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER