airbag Alfa Romeo MiTo 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ALFA ROMEO, Model Year: 2017, Model line: MiTo, Model: Alfa Romeo MiTo 2017Pages: 220, PDF Size: 4.37 MB
Page 87 of 220

FRONTAIRBAGS
77) 78) 79) 80) 81)
“SMART BAG”SYSTEEM (MEERTRAPS
FRONTAIRBAGS)
De auto is uitgerust met meertraps
frontairbags (“Smart bags”) voor de
bestuurder en de passagier.
De frontairbags voor bestuurder/
passagier zijn ontworpen om de
inzittenden te beschermen bij
middelzware frontale botsingen, door de
airbag tussen de inzittende en het
stuurwiel of het dashboard op te blazen.
Als de airbags niet worden opgeblazen bij
andere soorten botsingen (botsingen
opzij, achterop, over de kop slaan enz.),
wijst dit niet op een storing van het
systeem.
Airbags zijn geen vervanging voor de
veiligheidsgordels maar een aanvulling
daarop, de gordels moeten altijd
omgelegd worden. Bij een botsing
worden degenen die geen
veiligheidsgordel dragen naar voren
geworpen en kunnen zo in contact komen
met een airbag die nog niet volledig
opgeblazen is. Onder deze
omstandigheden wordt de inzittende
minder door de airbag beschermd.
In de volgende omstandigheden kan het
voorkomen dat de frontairbags niet
worden opgeblazen:
frontale botsingen tegen makkelijk
vervormbare onderdelen, die niet het
plaatwerk aan de voorkant van het
voertuig zijn (bijv. spatbord tegen de
vangrail, etc.);
de auto schuift onder andere
voertuigen of veiligheidsbarrières
(bijvoorbeeld onder vrachtwagens of
vangrails); in deze situaties bieden ze
geen aanvullende bescherming ten
opzichte van de veiligheidsgordels, zodat
hun activering geen zin heeft. Als de
airbags onder de hierboven beschreven
omstandigheden niet opgeblazen
worden, dan bieden ze geen aanvullende
bescherming ten opzichte van de
veiligheidsgordels, zodat hun activering
geen zin heeft. In deze gevallen wijst de
uitgebleven activering dus niet op een
storing van het systeem.
FRONTAIRBAG BESTUURDERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk
opblaasbaar kussen dat in een speciale
ruimte in het midden van het stuurwiel is
geplaatst fig. 55.
FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk
opblaasbaar kussen dat in een speciale
ruimte in dashboard fig. 56 is
opgeborgen, deze airbag heeft een groter
volume dan de bestuurdersairbag.
55A0J0047C
56A0J0050C
85
Page 88 of 220

FRONTAIRBAG PASSAGIER EN
KINDERZITJES
PlaatsNOOITeen kinderzitje tegen de
rijrichting in op de voorstoel met een
actieve passagiersairbag. Als bij een
botsing de airbag wordt opgeblazen, kan
dit leiden tot dodelijk letsel van het kind.
NeemALTIJDde aanwijzingen vermeld op
het etiket op de zonneklep aan
passagierszijde fig. 57 in acht.
Uitschakeling airbags aan
passagierszijde: frontairbag en
zijairbag ter bescherming van bekken
en borst (zijairbag)
Als een kind in een kinderzitje dat
achterstevoren op de voorstoel is
geplaatst vervoerd moet worden, schakel
dan de frontairbag en zijairbag voor
bescherming van bekken en borst aan
passagierszijde (zijairbag) uit. Gebruik
het Setupmenu voor het uitschakelen van
de airbags (zie de paragraaf "Display" inhet hoofdstuk "Kennismaking met het
instrumentenpaneel").
Als de airbags uitgeschakeld zijn, gaat er
een lampje
branden in de bekleding
boven de achteruitkijkspiegel fig. 58.
Wanneer bij ingeschakelde frontairbag
aan passagierszijde de contactsleutel
naar MAR wordt gedraaid, gaat het
lampje eerst enkele seconden continu
branden, waarna het moet doven.
Als het lampje
knippert, dan duidt dit
op een storing van het
waarschuwingslampje
. Laat het
systeem onmiddellijk controleren door
het Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens
verder te rijden.
Zet de contactsleutel op MAR, het
waarschuwingslampje
gaat een paar
seconden branden. Zo niet, neem contact
op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Tijdens de eerste seconden geeft hetbranden van het controlelampje
niet
de werkelijke toestand van de
passagiersbescherming aan, maar wordt
alleen de correcte werking ervan
gecontroleerd. Na een test van enkele
seconden zal het lampje de
beschermingsstatus van de
passagiersairbag aangeven.
Passagiersbescherming actief:
waarschuwingslampje
uit.
Passagiersbescherming uitgeschakeld:
het waarschuwingslampje
gaat vast
branden.
Het controlelampje
kan met
verschillende lichtsterkte branden,
afhankelijk van de voertuigcondities. De
lichtsterkte kan tijdens dezelfde
sleutelcyclus variëren.
57A0J0450C
58A0J0402C
86
VEILIGHEID
Page 89 of 220

59A0J0056C
87
KNIE-AIRBAG BESTUURDERSZIJDE
Deze airbag is opgenomen in een speciale
ruimte onder het stuurwiel fig. 59. Deze
biedt extra bescherming in het geval van
een frontale botsing.
Page 90 of 220

60J0A0215
88
VEILIGHEID
FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE EN KINDERZITJES: BELANGRIJK
Page 91 of 220

BELANGRIJK
77)Breng geen stickers of andere voorwerpen op het stuurwiel, op het dashboard in de zone van de passagiersairbag, op de zijkant van de
dakbekleding en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele telefoons) op het dashboard aan passagierszijde, omdat deze het
correct openen van de airbag kunnen hinderen en tevens de inzittenden ernstig kunnen verwonden.
78)Rijd altijd met de handen op de rand van het stuurwiel zodat de airbag indien nodig ongehinderd opgeblazen kan worden. Rijd niet met voorover
gebogen lichaam. Ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
79)Plaats NOOIT een kinderzitje tegen de rijrichting in op de passagiersstoel van auto's met een actieve passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe
klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind tot gevolg hebben. Daarom moet de passagiersairbag altijd uitgeschakeld
worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in gemonteerd wordt op de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de voorste passagiersstoel zo
ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard. Schakel de
passagiersairbag onmiddellijk weer in als het kinderzitje is verwijderd.
80)Voor het uitschakelen van deze airbags, raadpleeg de paragraaf “Menuopties” in het hoofdstuk “Kennismaking met de auto”.
81)Een storing van het
lampje wordt aangegeven door het aangaan van hetlampje. Bovendien schakelt het airbagsysteem de airbag aan
passagierszijde automatisch uit (waar aanwezig). Laat het systeem onmiddellijk controleren door het Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens verder
te rijden.
89
Page 92 of 220

ZIJAIRBAGS (ZIJAIRBAG -
HOOFDAIRBAG)
Om de bescherming van de inzittenden in
geval van flankbotsingen te verbeteren,
is de auto uitgerust met zijairbags die
borst van bestuurder en voorpassagier
beschermen en hoofdairbags die het
hoofd van de inzittenden voor- en
achterin beschermen (gordijnairbags).
Als de zijairbags niet worden opgeblazen
bij andere soorten ongevallen (botsingen
opzij, achterop, over de kop slaan enz.),
betekent dit niet dat het systeem slecht
functioneert.
ZIJAIRBAGS VOOR (ZIJAIRBAGS)
Deze bestaan uit twee kussens die zich in
de rugleuning van de voorstoelen
bevinden fig. 61 en die het bekken en de
borst van de inzittenden bij middelzware
flankbotsingen beschermen.
HOOFDAIRBAGS (WINDOW BAGS)
Deze bestaat uit twee “omlaag vallende”
kussens, die zich achter de bekleding aan
de zijkant van het dak bevinden en die
afgedekt zijn met afwerkingselementen
fig. 62.
Deze zijn ontworpen om het hoofd van de
inzittenden voorin en achterin te
beschermen bij flankbotsingen, dankzij
het grote oppervlak dat in opgeblazen
toestand wordt beslagen.
Bij lichte flankbotsingen is het opblazen
van de hoofdairbags niet vereist.
Bij lichte botsingen (waarbij de
bescherming van de omgelegde gordel
volstaat) worden de airbags niet
opgeblazen. Om die reden moeten
veiligheidsgordels steeds worden
omgelegd.
Het systeem biedt de beste bescherming
bij een zijdelingse botsing als depassagier correct op zijn stoel zit, zodat
de hoofdairbag zo goed mogelijk
opgeblazen kan worden.
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
82) 83) 84) 85) 86) 87) 88) 89) 90) 91) 92)
Reinig de stoelen niet met water of
stoom onder druk (met de hand of in een
automatisch wasapparaat).
De front- en/of zijairbags kunnen in
werking treden bij heftige botsingen
tegen de onderkant van de auto (bijv.
botsing met treden, trottoirbanden,
kuilen of verkeersdrempels, enz.).
Als de airbag geactiveerd wordt,
ontsnapt er een kleine hoeveelheid
poeder: dit poeder is niet schadelijk en
duidt niet op het begin van een brand. Dit
poeder kan echter de huid en ogen
irriteren: was ze in dit geval met neutrale
zeep en water.
De controle, reparatie en vervanging van
de airbags moeten door het Alfa Romeo
Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het
airbagsysteem onbruikbaar gemaakt
worden door het Alfa Romeo
Servicenetwerk.
Gordelspanners en airbags worden op
verschillende manieren geactiveerd,
afhankelijk van het type botsing. Als een
of meerdere van deze voorzieningen niet
61A0J0103C
62A0J0051C
90
VEILIGHEID
Page 93 of 220

in werking treden, dan duidt dat niet op
een storing in het systeem.
BELANGRIJK
82)Hang geen harde voorwerpen aan de
kledinghaken of de steunhandgrepen.
83)Steun niet met het hoofd, de armen of de
ellebogen tegen het portier, de ruiten of in
het gebied van de Hoofdairbag om mogelijke
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
84)Steek nooit het hoofd, de armen of
ellebogen uit het raam.
85)Als het
lampje niet gaat branden als
de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid,
of blijft branden tijdens het rijden (bij
sommige versies verschijnt er ook een
bericht op het display), dan is er mogelijk een
storing in de veiligheidssystemen. In dat
geval kunnen de airbags of gordelspanners
niet geactiveerd worden bij een ongeval of
(in een zeer beperkt aantal gevallen), op
onjuiste wijze geactiveerd worden. Laat het
systeem onmiddellijk controleren door het
Alfa Romeo Servicenetwerk alvorens verder
te rijden.
86)Reis niet met voorwerpen op schoot of
voor de borst en houd niets in de mond (pijp,
pen, enz.): deze kunnen ernstig letsel
veroorzaken als de airbag in werking treedt.
87)Laat bij diefstal of poging tot diefstal,
vandalisme of overstromingen het
airbagsysteem door een Alfa Romeo
Servicepunt controleren.88)Als de contactsleutel in stand MAR
staat of wanneer de motor is uitgezet,
kunnen de airbags ook geactiveerd worden
als de auto door een andere auto wordt
aangereden. Daarom mag, wanneer de
passagiersairbag is ingeschakeld, en ook al
staat de auto stil, GEEN tegen de rijrichting
in gemonteerd kinderzitje op de voorstoel
gemonteerd worden. Als bij een botsing de
airbag wordt opgeblazen, kan dit leiden tot
ernstig letsel en zelfs tot de dood van het
kind. Daarom moet de passagiersairbag
altijd uitgeschakeld worden als een
kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste
passagiersstoel. Bovendien moet de voorste
passagiersstoel zo ver mogelijk naar
achteren zijn geschoven om te voorkomen
dat het kinderzitje eventueel in aanraking
komt met het dashboard. Schakel de
passagiersairbag onmiddellijk weer in als
het kinderzitje is verwijderd. Onthoud tevens
dat als de sleutel in de stand STOP staat, bij
een ongeval geen enkel veiligheidssysteem
(airbags of gordelspanners) geactiveerd
wordt. In dat geval duidt de uitgebleven
activering niet op een storing van het
systeem.
89)Als de contactsleutel in stand MAR
gedraaid is, gaat het waarschuwingslampje
gedurende enkele seconden branden,
vervolgens als de passagiersairbag actief is
moet het doven.
90)De activeringsdrempel van de
frontairbag is hoger dan die van de
gordelspanners. Bij aanrijdingen die tussen
deze twee drempelwaarden liggen, treden
alleen de gordelspanners in werking.91)De airbag vervangt niet de
veiligheidsgordels, maar verhoogt hun
doeltreffendheid. Omdat de frontairbags
niet worden geactiveerd bij frontale
botsingen bij lage snelheden, zijdelingse
botsingen, botsingen achterop en over de
kop slaan, worden in deze gevallen de
inzittenden uitsluitend door de zijairbags en
de veiligheidsgordels beschermd, die dus
altijd gedragen moeten worden.
92)Bedek bij voertuigen met zijairbags de
rugleuning van de voorstoelen niet met extra
hoezen.
91
Page 123 of 220

Zekeringenkast in de bagageruimtefig. 92
STROOMVERBRUIKERZEKERING AMPÈRE
Openingssysteem elektrisch schuifdak F1 20
Stopcontact
bagageruimteF3 15
Stoelverwarming voorF6 15
BELANGRIJK
28)Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal.
29)Als de motorruimte moet worden gewassen, zorg er dan voor dat de waterstraal niet rechtstreeks op de zekeringenkast en de motortjes van
de ruitenwissers terechtkomt.
BELANGRIJK
112)Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
113)Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een grotere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
114)Als een hoofdzekering (MAXI-FUSE, MEGA-FUSE, MIDI-FUSE) doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
115)Voordat u een zekering vervangt, zorg ervoor dat de startinrichting op STOP staat, dat de sleutel, indien mechanisch, verwijderd is en dat alle
apparatuur uit is geschakeld en/of afgesloten is.
116)Als een hoofdzekering van een veiligheidssysteem (airbags, remmen), transmissiesysteem (motor, versnellingsbak) of stuurinrichting
doorbrandt, neem dan contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.
121
Page 215 of 220

ALFABETISCH REGISTER
"Alfa DNA"-systeem...........35
"Universeel" kinderzitje monteren . . .78
“Electronic Q2” (“E-Q2”).........69
“Smart bag” systeem (meertraps
frontairbags)..............85
ABS.....................68
Accu ....................154
Accu (opladen)..............151
Achterbank.................15
Achterlichtunits (lamp vervangen) . .114
Achterruitwisser/-sproeier........23
Achteruitkijkspiegels...........18
Actieve veiligheidssystemen.......68
Afmetingen................173
Afsluiter van de brandstoftoevoer . .130
Alarmknipperlichten...........108
Alarmsysteem...............12
Alfa Romeo code systeem........12
Alfa TCT ...................97
ALFA TCT-transmissie
(contactsleutel verwijderen). . . .131
ASR (AntiSlip Regulation) systeem.......................68
Automatische dual-zone
klimaatregeling.............26
Bagageruimte...............33
Bagageruimte uitbreiden.......34
Initialisatie bagageruimte.......34Banden
Fix&Go Automatic (kit).......126
Banden (bandenspanning).......170
Bedieningsknoppen............43
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten...........42
Brake Assist systeem...........68
Brandstofverbruik............184
Buitenspiegels...............18
Buitenverlichting..............19
Carrosserie (onderhoud)........155
CBC (Cornering Brake Control)
systeem.................69
Centrale portiervergrendeling......13
CO2-emissie...............186
Contactslot.................11
Cruise-control...............101
De auto parkeren.............95
De motor starten..........94,129
Rollend starten............129
Derde remlicht
lamp vervangen............115
Dimlicht (lamp vervangen).......113
Display....................43
DST systeem (Dynamic Steering
Torque)..................68
Dynamic suspension............36
EBD-systeem...............68
Een aanhanger trekken.........104Een lamp vervangen...........108
Algemene instructies........108
buitenverlichting...........113
Een wiel vervangen............122
Elektrische ruitbediening.........29
EOBD.....................65
ESC-systeem (Electronic Stability
Control)..................69
Fix&Go Automatic kit..........126
Follow Me Home (systeem)........21
Frontairbag bestuurderszijde . .....85
Frontairbag passagierszijde.......85
Frontairbags................85
Gebruik van de handgeschakelde
versnellingsbak.............96
Geprogrammeerd onderhoud.....136
Geprogrammeerd
onderhoudsschema..........137
Gewichten.................174
Grootlicht..................20
Grootlicht (lamp vervangen)......113
Grootlichtsignaal..............20
Handrem..................95
Herconfigureerbaar
multifunctioneel display.....42,43
Het voertuig opkrikken .........155
Hill Holder-systeem............69
Hoofdairbags (window bags).......90
Hoofdsteunen . . .............16
Page 216 of 220

Identificatiegegevens
chassisnummer............161
motorcode...............161
typeplaatje met
identificatiegegevens........160
Inbouwvoorbereiding
Isofix-kinderzitje............82
Instrumentenpaneel.............8
Interieur (reiniging)............157
Interieurverlichting............21
Kentekenverlichting (lamp
vervangen)...............115
Kinderen veilig vervoeren.........77
Klimaatregeling...............24
Klimaatregeling / verwarming......24
Knie-airbag bestuurderszijde......86
Koplampen.................34
Hoogteregeling koplampen......20
Lichtbundel afstellen.........34
Krik.....................122
Lampen
typen lampen.............110
Lampjes en berichten...........47
Mechanische sleutel............9
Menuopties.................44
Mistachterlicht...............20
Mistachterlicht/achteruitrijlicht
(lamp vervangen)...........115Mistvoorlichten..............20
lamp vervangen............114
Montage van een Universeel
Isofix-kinderzitje............82
Motor....................162
code...................161
Motorkap..................32
Motorkoelvloeistof...........150
Motorolie (niveau controleren).....150
MSR-systeem...............68
Multimedia
Netvoeding aan/uit..........195
Niveau vloeistof voor
ruitensproeiers/achterruitsproeier
......................150
Niveaus controleren...........145
Parkeerlichten...............19
Parkeersensoren.............103
Plafondverlichting voor..........21
Portieren..................13
Prestaties.................183
Regensensor................23
Reiniging en onderhoud
carrosserie...............155
lederen interieurdelen........157
lederen stoelen............157
stoelen en stoffen bekleding. . . .157
Rem(vloeistofpeil)............150
Richtingaanwijzers.............20Richtingaanwijzers (lamp
vervangen) . ..............114
Richtingaanwijzers achter (lamp
vervangen) . ..............115
Ruitenwisser/-sproeier . .........22
Ruitenwissers/achterruitwisser .22 ,152
Safe Lock (systeem)...........10
SBR-systeem (Seat Belt Reminder).......................74
Schakelindicator..............43
Schemersensor...............19
Service en onderhoud
periodieke controles.........144
Zwaar Gebruik Van De Auto.....144
Set-up-menu . . ..............44
Sleutels....................9
Sleutel met afstandsbediening....9
Sneeuwkettingen. ............172
Sport voorstoelen . ............15
Stadslicht/dimlicht............19
Stadslichten/remlichten (lamp
vervangen) . ..............115
Standaard velgen en banden ......167
Standslichten/dagverlichting (DRL)
(lamp vervangen)...........113
Start&Stop (systeem)..........100
ALFABETISCH REGISTER
Starten met hulpaccu..........129
Stoelen. ...................14
Stuurslot...................11
Stuurwiel ..................17