koplamp Alfa Romeo MiTo 2012 Instructieboek (in Dutch)
Page 7 of 262
6WEGWIJS IN UW AUTO
Interieuruitrusting........................................................................\
.............. 89
Elektrisch bedienbaar open dak ....................................................................\
92
Portieren ........................................................................\
......................... 95
Ruitbediening, elektrisch .......................................................................\
..... 96
Bagageruimte ........................................................................\
.................. 99
Motorkap ........................................................................\
........................ 103
Imperiaal/skidrager ........................................................................\
.......... 104
Koplampen ........................................................................\
...................... 105
ABS ....................................................................\
.................................... 107
VDC-systeem ........................................................................\
.................... 108
„Alfa DNA”-systeem ........................................................................\
.......... 111
Start&Stop-systeem ...................................................................\
............... 114
Dynamic Suspension ........................................................................\
.......... 119
EOBD-systeem ........................................................................\
.................. 120
Elektrische stuurbekrachtiging ..................................................................... 120
Inbouwvoorbereiding autoradi o ................................................................... 121
Inbouwvoorbereiding navigatiesysteem.......................................................... 122
Elektrische/elektronische systemen m onteren............................................... 122
Parkeersensoren ........................................................................\
............... 123
Bandenspanningscontrolesysteem TP MS ....................................................... 126
Tanken ..................................................................\
.................................. 129
Bescherming van het milieu ........................................................................\
130
Page 27 of 262
26WEGWIJS IN UW AUTO
DISPLAY
De auto kan zijn uitgerust met een multifunctioneel display of
een instelbaar multifunctioneel display dat tijdens de rit nuttige
informatie levert aan de bestuurder op basis van de instelling voor
de gewenste gegevens.
BEGINSCHERM MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY
fig. 6
Op het display verschijnen de volgende gegevens:
A. Datum
B. Kilometerteller (weergave kilometer-/mijltotaalteller)
C. Rijfunctie die geselecteerd is met „Alfa DNA” (Dynamisch voer-tuigregelsysteem) (voor bepaalde uitvoeringen/markten)– d = Dynamic
– n = Normal
– a = All Weather
D. Tijd (wordt altijd weergegeven, ook bij uitgenomen contact- sleutel en gesloten portieren)
E. Weergave Start&Stop-functie (voor bepaalde uitvoeringen/ markten)
F. Buitentemperatuur
G. Gear Shift Indicator (schakeladvies) (voor bepaalde uitvoe- ringen/markten)
H. Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingescha- keld).
Bij uitgenomen contactsleutel wordt bij het openen/sluiten van
een portier, het display ingeschakeld en wordt enkele seconden
het klokje en het totaal aantal afgelegde kilometers (of mijlen)
weergegeven.
fig. 6A0J1270g
Page 28 of 262
WEGWIJS IN UW AUTO27
1
BEGINSCHERM INSTELBAAR
MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY fig. 7
Op het display verschijnen de volgende gegevens:
A. Tijd
B. Kilometer-/mijldagstand
C. Kilometerteller (weergave kilometer-/mijltotaalteller)
D. Weergave status van de auto (bijv. geopende portieren of kansop gladheid enz.)/Weergave Start&Stop-functie (voor be-
paalde uitvoeringen/markten)/Gear Shift Indicator (schakel-
advies) (voor bepaalde uitvoeringen/markten)
E. Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is inge- schakeld)
F. Buitentemperatuur Bij enkele uitvoeringen wordt bij geselecteerde „DYNAMIC”-func-
tie, de turbodruk op het display weergegeven fig. 8.
fig. 7A0J0333mfig. 8A0J0228m
Page 34 of 262
WEGWIJS IN UW AUTO33
1
Schemersensor
(Gevoeligheid schemersensor instellen)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kunnen de koplampen automatisch in- en uit-
schakelen afhankelijk van de sterkte van het buitenlicht.
Met deze functie kan de gevoeligheid van de schemersensor wor-
den ingesteld op 3 niveaus (niveau 1 = minimum niveau, niveau
2 = gemiddeld niveau, niveau 3 = maximum niveau); hoe hoger
de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlich-
ting in te schakelen (bijv. met een instelling op niveau 3 zullen
bij zonsondergang de koplampen eerder inschakelen dan bij ni-
veau 1 en 2).
Ga voor de gewenste instelling als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op het display knippert het
eerder ingestelde niveau;
– druk op de knop + of – om de keuze uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het
menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren
naar het beginscherm zonder op te slaan.
Regensensor
(Gevoeligheid regensensor instellen)
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Met deze functie kan de gevoeligheid van de regensensor wor-
den ingesteld op 4 niveaus.
Ga voor het instellen van het niveau als volgt te werk:
– druk kort op de knop MENU ESC; op het display knippert het
„niveau” van de ingestelde gevoeligheid;
– druk op de knop + of – om de instelling uit te voeren;
– druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het
menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren
naar het beginscherm zonder op te slaan.
Page 106 of 262
WEGWIJS IN UW AUTO105
1
Controleer na enkele kilometers opnieuw of de be-vestigingsbouten nog goed vastzitten.
Verdeel de lading gelijkmatig en houd tijdens de ritrekening met een verhoogde zijwindgevoeligheid.
Houdt u zorgvuldig aan de wettelijke bepalingenbetreffende de maximale afmetingen.
Overschrijd nooit het maximum draagvermogen.
In het Alfa Romeo Lineaccessori-programma is een imperiaal/
skidrager opgenomen.
BELANGRIJK Houd beslist zeer zorgvuldig de instructies aan die
op de set dwarsdragers zijn aangebracht.KOPLAMPEN
KOPLAMPEN AFSTELLEN
Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de
veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Bovendien zijn er
wettelijke voorschriften met betrekking tot de koplampafstelling.
Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moeten de koplampen op
de juiste wijze zijn afgesteld. Wendt u voor controle of afstelling
tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Page 107 of 262
106WEGWIJS IN UW AUTO
KOPLAMPVERSTELLING
De stand kan worden geregeld als de contactsleutel in stand MAR
staat en de dimlichten zijn ingeschakeld.
Koplampverstelling
Druk voor de verstelling op de knoppen Òen(fig. 69 en fig.
69a). Op het display van het instrumentenpaneel wordt de stand
aangegeven.
Stand 0 – een of twee personen op de voorstoelen.
Stand 1 – vier personen.
Stand 2 – vier personen + bagage.
Stand 3 – bestuurder + maximale lading in de bagageruimte. BELANGRIJK Controleer de afstelling van de koplampen telkens als
het gewicht van de lading wijzigt.
BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met bixenonlampen, worden
de koplampen elektronisch afgesteld; daarom zijn de bedienings-
knoppen
Òenniet aanwezig.
MISTLAMPEN VOOR AFSTELLEN
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Wendt u voor controle of afstelling tot het Alfa Romeo Service-
netwerk.
KOPLAMPAFSTELLING IN HET BUITENLAND
De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waarin de
auto is verkocht. In die landen waarin aan de andere zijde van de
weg wordt gereden, moet om het tegemoetkomende verkeer niet
te verblinden, een gedeelte van de koplampen worden afgeplakt
overeenkomstig de wetgeving van het land waarin u rijdt.
fig. 69A0J0026mfig. 69a – Uitvoeringen met Start&Stop-systeemA0J0277m
Page 179 of 262
178NOODGEVALLEN
GLOEILAMP VERVANGEN
ALGEMENE AANWIJZINGEN
❍Controleer voordat u een lamp vervangt of de contacten niet
zijn geoxideerd;
❍vervang een defecte lamp door hetzelfde type met hetzelfde
vermogen;
❍controleer na het vervangen van een gloeilamp in de koplamp
altijd of de lamp nog goed is afgesteld;
❍als een lamp niet brandt, controleer dan eerst of de zekering
niet doorgebrand is, voordat u de lamp vervangt: zie voor de
plaats van de zekeringen de paragraaf „Zekeringen vervan-
gen” in dit hoofdstuk.
TYPEN GLOEILAMPEN fig. 21
In de auto zijn verschillende typen gloeilampen gemonteerd:
A. Glasfittinglampen: deze zijn voorzien van een klemfitting. Ver-wijder de lamp door de lamp uit de houder te trekken.
B. Gloeilampen met bajonetfitting: verwijder de lamp uit de hou- der door hem iets in te drukken en linksom te draaien.
C. Buislampen: verwijder de lamp door hem uit de veercontacten los te maken.
D. Halogeenlampen: verwijder de lamp door de borgveer los te haken uit de zitting.
E. Halogeenlampen: verwijder de lamp door de borgveer los te haken uit de zitting.
fig. 21A0J0117m
Page 180 of 262
NOODGEVALLEN179
4
5/21W–
55W
55W D1S
21W
21W 5W –
–
5W
55W
21W
21W
10W 5W
5W
5WA
– D
D
–
B
BA
–
– AE
B
B CA
C AW21/5W LEDH7
H7 F
WY21W P21WW5W LED
LED
W5W H1
P21W
P21W
C10W W5W C5W
W5W
Lampen TypeVermogen Figuur
Buitenverlichting voor/dagverlichting
Achterlichten
Dimlicht
Grootlicht
Grootlicht/Dimlicht
(uitvoeringen met Bixenon koplampen
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Richtingaanwijzer voor
Richtingaanwijzer achter
Richtingaanwijzer op voorspatbord
Remlicht
Derde remlicht
Kentekenplaatverlichting
Mistlampen voor
Mistachterlicht
Achteruitrijlicht
Plafondverlichting voor
Bagageruimteverlichting
Verlichting dashboardkastje
Dorpelverlichting
Page 181 of 262
180NOODGEVALLEN
GLOEILAMP BUITENVERLICHTING
VERVANGEN
KOPLAMPUNITS fig. 22
In de koplampunits zijn de gloeilampen voor de buitenverlichting, het
dimlicht, het grootlicht en de richtingaanwijzer opgenomen. De lam-
pen zijn op de volgende wijze geplaatst:
A. Buitenverlichting/dagverlichting en grootlicht;
B. Dimlicht;
C. Richtingaanwijzers.
BUITENVERLICHTING/DAGVERLICHTING
Gloeilamp vervangen:
❍verwijder het deksel A-fig. 22;
❍trek de lamphouder B-fig. 23 los, verwijder en vervang de lamp;
❍monteer de lamphouder B en controleer of de lamp goed
vast zit;
❍monteer het deksel A-fig. 22.
GROOTLICHT
Gloeilamp vervangen:
❍verwijder het deksel A-fig. 22;
❍trek de lamphouder C-fig. 23 los, verwijder en vervang de lamp;
❍monteer de lamphouder en controleer of de lamp goed vastzit;
❍monteer het deksel A-fig. 22.
fig. 22A0J0021mfig. 23A0J0041m
Page 194 of 262
41
41
41
43
41
41
41
41
43
43
4315
20
15
7,5
30
7,5 30
15
5
10
5F08
F09
F10
F13
F15
F19
F20
F21
F31
F36
F37
NOODGEVALLEN193
4
VERBRUIKERS ZEKERINGAMPÈREFIGUUR
Verwarmde voorruit
Elektropomp koplampsproeiers
Tweetonige claxon
Koplampverstelling
Extra verwarming (PTC 1)
Regeleenheid “Dynamic Suspension”
Aircocompressor
Achterruitverwarming, verwarming
Elektrische brandstofpomp in tank
Spoelen schakelrelais INT/A
in zekeringenkast motorruimte
Autoradio, Regeleenheid Blue&Me
TM, Regeleenheid
airconditioning, Regeleenheid sirene diefstalalarm,
Regeleenheid interieurbewaking,
EOBD-diagnosestekker, Regeleenheid
bandenspanningcontrole
Instrumentenpaneel, Remlichtschakelaar,
Regeleenheid gasontladingslampen