reset CITROEN C-ELYSÉE 2014 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 35 of 257

1
33
Controle tijdens het rijden
beurt is overschreden
Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de sleutel knipperen
om aante geven dat de onderhoudswerkzaamheden zo spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden. Voorbeeld:u hebt de afstand tot de eerstvolgende
onderhoudsbeur t met 300 km overschreden.
Als het contact wordt aangezet, geeft het
display een paar seconden het volgende aan:
De factor tijd kan worden meegewogenbij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder.

De sleutel kan ook gaan branden als hetinter val van twee jaar is overschreden.

Als u na deze handeling de accu wiltloskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Het op 0 zetten van de onderhoudsindicator zalanders niet worden opgeslagen.
Op 0 zetten van de
onderhoudsindicator
De onderhoudsindicator moet na elkeonderhoudsbeurt op 0 gezet worden.
Voer dit als volgt uit:) zet het contact af, )
druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt,)
zet het contact aan; de kilometerteller
begint terug te tellen,)
laat de knop los als het display "=0"
aangeeft; de sleutel verdwijnt.


Opnieuw weergeven van de onderhoudsinformatie

U kunt op elk moment de onderhoudsinformatie
weergeven.
) Druk op de knop voor nulstelling van de
dagteller.
De onderhoudsinformatie wordt enkeleseconden weergegeven en verdwijnt
ver volgens weer.
Enk
ele seconden na het aanzetten van het contact treedt de kilometerteller weer in
werking en blijft de sleutel branden.

Page 83 of 257

81
5
Rijden
Op het instrumentenpaneel verschijnen
de aanduidingen AUTOen - .
)
Selecteer stand N.)
Tr ap het rempedaal in. )Wacht ongeveer 30 seconden tot de
aanduiding N of een ingeschakelde versnelling
op het instrumentenpaneel verschijnt. ) Beweeg de selectiehendel naar stand A
en
ver volgens naar stand N.) Start, terwijl u het rempedaal nog steeds ingetrapt houdt, de motor. De versnellingsbak werkt nu weer naar behoren.
Resetten
Nadat de accu losgekoppeld is geweest, moet
u de versnellingsbak resetten. )
Zet het contact aan.

Controleer voordat u werkzaamhedenonder de motorkap uitvoer t of deselectiehendel in de stand Nstaat en of de handrem is aangetrokken.


In uitzonderlijke gevallen kan hetvoorkomen dat de versnellingsbak automatisch gereset moet worden: in dat geval kan de auto niet meer rijden of schakelt de versnellingsbak niet meer.
Op het instrumentenpaneelverschijnen de aanduidingenAUTOen - .

U dient bij het parkeren echter altijd de handrem aan te trekken.

Wanneer de auto stilstaat metdraaiende motor, dient u altijd deselectiehendel in de stand Nte zetten. Voordat u de motor a
fzet, kunt u:


-
stand N
selecteren om de versnellingsbak
in de neutraalstand te zetten,

of

- de versnellingsbak in de ingeschakelde
versnelling laten staan. In dat geval kan deauto niet worden verplaatst.

Volg de hierboven beschrevenprocedure.



Parkeren van de auto

Als bij aangezet contact ditcontrolelampje gaat branden en de aanduiding AUTO
gaat knipperen incombinatie met een geluidssignaal en een
melding op het multifunctionele display, duidt
dit op een storing in de versnellingsbak.
Laat het s
ysteem controleren door hetCITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.

Storing

Page 229 of 257

.
227
Tr e f w o o r d e n r e g i s t e r
Aanhanger.....................................................r151Aanhangergewichten............................169, 171Aansluiting 12V...............................................72Aansteker........................................................r72ABS met elektronische remdrukregelaar.....r101Accessoires...................................................154Accu......................................144, 145,146, 166Accu laden............................................145, 146Achterbank......................................................57Achterruitverwarming .....................................69Achteruitrijlicht..............................................137Afmetingen....................................................172Afstandsbediening ..............................42,43,45Afstandsbediening, batterij.......................44,45Afstandsbediening, batterij ver vangen...........44Afstandsbediening synchroniseren................44Airbags....................................................31, 106Airbags vóór..........................................r106, 109Airconditioning ................................................20Airconditioning (handbediend)........................14Alarmknipperlichten......................................100Alarmsysteem .................................................46Algemeen menu............................................178Allesdragers..................................................157Allesdragers monteren .................................157Antiblokkeersysteem (ABS)..........................101Antislipregeling.............................................102Armleuning......................................................70Armleuning vóór..............................................r72Asbak..............................................................70Audio-aansluitingen ................72,185, 187,215Automatische airconditioning (met display)...........................................62,65Automatisch inschakelenalarmknipperlichten....................................100Autoradio...............................................175, 205Autoradio, bedieningen aan stuurkolom .......177AUX-aansluiting............................................187AUX-aansluitingen........................................215AUX-ingang...........................................187,215
Bagageruimte ..................................................49Bagageruimte, indeling...................................73Bagageruimte ontgrendelen...........................42Bagageruimte openen..............................42, 49Banden............................................................20Banden, noodreparatie.................................120Bandenreparatieset......................................120Bandenspanning.....................................20, 173Bandenspanningscontrole (met set).............120Bandreparatieset...........................................120Bekerhouder....................................................70Beladen...................................................20, 157Benzinemotor..................................r54, 160, 168Binnenspiegel.................................................59Bluetooth (handsfree set).............................189Boordcomputer...................................r36, 37,38Brake Assist System (BAS)..........................101Brandstof...................................................f20, 54Brandstofaddititiefniveau..............................165Brandstofniveau..............................................52Brandstofniveaumeter.....................................r52Brandstofsysteem ontluchten .......................162Brandstoftank............................................52, 53Brandstoftank (inhoud)...................................52Brandstoftankdop............................................52Brandstof tanken................................52,53, 54Brandstoftankklep.....................................52, 53Brandstoftank leeg (diesel) ...........................162Brandstofverbruik............................................20Buitenspiegels.................................................58
AB
CD .................................................................182CD MP3.................................................183, 184Centrale
vergrendeling................................................43Claxon...........................................................100Contact............................................................75Controlelampjes ..................................23,26,27Controles...............................160, 161, 166, 167
E
Eco-modus....................................................147Eco-rijden (adviezen)......................................20Electronic Brake Force Distribution (EBD)...101Elektronisch gestuurde
versnellingsbak.............................78, 146, 167ESP/ASR .......................................................102ESP: Elektronisch stabiliteitsprogramma.....102
C
D
Dagrijverlichting......................................95,135Dagteller..........................................................r34Dagteller resetten...........................................34Dashboardkastje .............................................71Datum instellen...............................................35Derde remlicht...............................................138Dieselmotor.....................r54, 161,162, 170, 171Dimlicht...................................................91,135Display instrumentenpaneel...........................22

Page 231 of 257

.
229
Tr e f w o o r d e n r e g i s t e r
Niveaus controleren......................163, 164, 165Niveaus en controles....160, 161,163, 164, 165Noodbediening achterklep..............................50Noodprocedure starten.................................145
Oliefilter (vervangen) .................................... 166Olieniveau .....................................................163Oliepeilstok...................................................163Onderhoud (adviezen) .................................. 154Onderhoudsadviezen............................154,160Onderhoudscontroles.....................................20Onderhoudsintervalindicator..........................r32Onderhoudsintervalindicator resetten............33Ontdooien..................................................63,69Ontdooien onderzijde voorruit........................69Ontgrendelen ..................................................42Ontwasemen...................................................63Ontwasemen achter........................................r68Ontwasemen voor...........................................r68Opbergvak.......................................................74Opbergvakken.....................................70, 71, 72Opbergvakken portieren.................................70
Passagiersairbag uitschakelen.....................106Plafonniers......................................................99Portieren .........................................................48Portieren openen......................................42, 48Portieren sluiten........................................43, 48
Radio.............................................................179Regelmatig onderhoud...................................20Regeneratie roetfilter....................................r166Reinigen (adviezen)......................................154Rembekrachtigingsysteem ...........................101Remblokken..................................................167Remlichten....................................................137Remmen ........................................................167Remschijven..................................................167Remvloeistofniveau.......................................164Reservewiel..........................................126, 127Richtingaanwijzers........................100,134, 137Roetfilter........................................r164, 165,166Ruitbediening..................................................51Ruitensproeierreservoir................................r165Ruitensproeiers vóór.......................................r97Ruitensproeiervloeistofniveau ......................165Ruitenwisserbladen vervangen..............98, 148Ruitenwissers..................................................97Ruitenwisserschakelaar..................................r97
Schakelen automatische versnellingsbak......82Schakelen elektronisch bediende
versnellingsbak...............................77,78, 167Serienummer auto........................................173Slepen van een auto .....................................149Sleutel met afstandsbediening ...........42,43, 45Sneeuwscherm (en)......................................153Snelheidsbegrenzer........................................r85Snelheidsregelaar...........................................r87Spaarfase......................................................146Startblokkering, elektronische ..................43, 45Starten...........................................................145Starten van de auto.............................75,78, 82Stilzetten van de auto .........................75,78, 82Stoelen verstellen ...........................................55Streaming audio Bluetooth...................188, 190Stuurslot..........................................................43Stuurwiel (verstellen) ......................................60Stuurwielverstelling.........................................60
Ta n k b e v e i l iging...............................................53Technische gegevens ...........168, 169, 170, 171Telefoon.........................................................191Te l l e r................................................................r22Tijd instellen....................................................35Toerenteller.....................................................r22Trekhaak........................................................151
N
O
P
T
Parkeerhulp achter..........................................r89Parkeerlichten.................................91, 135,137
R
S

Page 237 of 257

2
Controle tijdens het rijden


Controlelampje



Status



Oorzaak



Acties / Opmerkingen






Bandenspanning
te laag


permanent, in
combinatie met een
geluidssignaal en een
melding. De bandenspanning van een of
meerdere wielen is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.
De controle dient bij voorkeur bij koude banden te
worden uitgevoerd.
Elke keer nadat u een of meer banden op spanning
hebt gebracht en na het ver wisselen van een of meer
wielen, moet u het systeem resetten.
Raadpleeg voor meer informatie de rubriek "Detectie
te lage bandenspanning"

+


knippert en brandt
ver volgens permanent,
in combinatie met
het verklikkerlampje
Service. Er zit een storing in de functie: de
bandenspanning wordt niet meer
gecontroleerd. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.
Laat het systeem controleren door het CITROËN-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

Page 241 of 257

6
Veiligheid








Bandenspanningscontrolesysteem


Het bandenspanningscontrolesysteem is
niet meer dan een hulpmiddel, hetgeen
inhoudt dat de waakzaamheid en
verantwoordelijkheid van de bestuurder
niet door het systeem kunnen worden
ver vangen.
Het systeem onthoudt u niet van de
verantwoordelijkheid om elke maand de
bandenspanning te controleren (ook die
van het reser vewiel). Doe dit ook voordat
u een lange rit gaat maken.
Het rijden met een te lage
bandenspanning heeft een nadelige
invloed op het weggedrag en de remweg
van de auto en veroorzaakt vroegtijdige
bandenslijtage, vooral onder zware
omstandigheden (zware belading, hoge
snelheden, een lange rit).
De voor uw auto voorgeschreven
bandenspanning vindt u op de sticker
met de bandenspanningen.
Zie de rubriek "Identificatie".
De bandenspanning moet worden
gecontroleerd als de banden "koud" zijn
(de auto staat langer dan een uur stil
of er is minder dan 10 km gereden met
een beperkte snelheid).
Onder andere omstandigheden
(bij warme banden) moet de
bandenspanning ten opzichte van de
op de sticker vermelde spanning met
0,3 bar worden verhoogd.


Het rijden met een te lage
bandenspanning veroorzaakt bovendien
een hoger brandstofverbruik.
Dit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden.

Het systeem bewaakt de spanning van de vier
banden zodra de auto begint te rijden.
Het systeem vergelijkt de signalen van de
snelheidssensoren van de wielen met de
referentiewaarden die elke keer nadat de
banden op spanning zijn gebracht of na het
ver wisselen van een wiel moeten worden
gereset
.
Het systeem geeft een waarschuwing zodra
wordt gesignaleerd dat de spanning van een of
meer banden te laag is.

Page 242 of 257

7
7
Veiligheid

Controleer voordat u het systeem
gaat resetten of de spanning van
de vier banden overeenkomstig de
gebruiksomstandigheden van de auto
en de voorschriften op de sticker met
de bandenspanningen is.
Het bandenspanningscontrolesysteem
geeft geen meldingen als de
bandenspanning bij het resetten onjuist
is.

Een te lage bandenspanning is niet
altijd aan de band te zien. Een visuele
controle is dus niet voldoende.
De waarschuwing blijft actief tot het
systeem is gereset.



Waarschuwing te lage bandenspanning


U krijgt deze waarschuwing als dit
lampje blijft branden in combinatie
met een geluidssignaal en een
melding.



)
Verminder onmiddellijk uw snelheid en
vermijd plotselinge stuurbewegingen en
krachtig remmen.

)
Stop zodra dit mogelijk is op een veilige
plaats.



)
Controleer als u een compressor in
de auto hebt (bijvoorbeeld die van de
bandenreparatieset) de spanning van de
vier banden als deze zijn afgekoeld. Rijd
voorzichtig verder als het niet mogelijk is
om deze controle onmiddellijk uit te voeren.
of


)
Gebruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(volgens uitvoering),



Resetten


Elke keer nadat u een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het ver wisselen
van een of meer wielen, moet u het systeem
resetten.
Er is een sticker op de middenstijl aan de
bestuurderszijde aangebracht om u hierop
attent te maken.

Page 243 of 257

8
Veiligheid




Het systeem kan bij afgezet contact
en
stilstaande auto
worden gereset met de knop
in het dashboardkastje.










)
Open het dashboardkastje.

)
Houd deze knop enige tijd ingedrukt.
Een geluidssignaal met een lage toon geeft aan
dat het systeem is gereset.
Een geluidssignaal met een hoge toon geeft
aan dat het systeem niet is gereset.
Als uw auto is voorzien van een display, wordt
naast het geluidssignaal ook een melding op
het display weergegeven.

De nieuw opgeslagen waarden van de
bandenspanning worden door het systeem
beschouwd als referentiewaarden.



Storing



Het bandenspanningscontrolesysteem
werkt alleen betrouwbaar als bij het
resetten van het systeem de vier
banden de correcte spanning hebben.


Sneeuwkettingen

Het systeem hoeft niet gereset
te worden na het aanbrengen of
ver wijderen van sneeuwkettingen.


Controleer na werkzaamheden aan
het systeem altijd de spanning van
de vier banden en reset het systeem
ver volgens.
Als het waarschuwingslampje te lage
bandenspanning gaat knipperen en ver volgens
blijft branden in combinatie met het lampje
Ser vice, wijst dit op een storing in het systeem.
In dat geval werkt de bandenspanningscontrole
mogelijk niet goed.
Laat het systeem controleren door het
CITROËN-netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.