airbag off CITROEN DS4 2011 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 28 of 402

Veiligheid voor de inzittenden
1.
Open het dashboardkastje.2.
Steek de sleutel in de schakelaar. 3.Selecteer de stand:
"OFF"
(uitschakelen) wanneer een kinderzitje "met de rug in de rijrichting" is
bevestigd,
"ON"
(inschakelen) wanneer een passagier
op de voorstoel zit of een kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting" is bevestigd. 4. Ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Airbag voorpassagier
184A
. Controlelampje veiligheidsgordel linksvoor.
B. Controlelampje veiligheidsgordel
rechtsvoor.C. Controlelampje veiligheidsgordel
rechtsachter.D.Controlelampje veiligheidsgordel
middenachter. E.Controlelampje veiligheidsgordellinksachter.
F. Controlelampje airbag vóór aan
passagierszijde uitgeschakeld.
G.Controlelampje airbag vóór aan
passagierszijde ingeschakeld.

Veiligheidsgordels en airbag
vóór aan passagierszijde
179, 185

Page 52 of 402


Dimmer dashboardverlichting

permanent. De lichtsterkte wordt ingesteld. U kunt de lichtsterkte instellen van 1 tot 16.
Airbag aanpassagierszijdepermanent op het
display van de
verklikkerlampjes voor
de veiligheidsgordels en de airbag vóór aan passagierszijde. De schakelaar in het dashboardkastje
staat in de stand "ON".De passagiersairbag vóór is geactiveerd.
Plaats in dit geval geen kinderzitje met de rug in de rijrichting op de stoel
van de voorpassagier.Z
et de schakelaar in de stand "OFF"
om depassagiersairbag vóór uit te schakelen.
In dit geval kunt u een kinderzitje met de rug in de
rijrichting plaatsen.


Automatische ruitenwissers

permanent. De ruitenwisserschakelaar is naar
beneden bewogen. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd.
Beweeg om de automatische stand van deruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zetde hendel in een andere stand.
ControlelampjebrandtOorzaakActies / Opmerkingen
Stop & Start
permanent. Het Stop & Start-systeem heeft
de motor in de STOP-standgezet(verkeerslicht, stopbord,
opstopping, enz.).Het lamp
je gaat uit en de motor wordt automatisch gestart als u wilt wegrijden.
knippert enkele
seconden en gaat dan uit.De
STOP-stand is nu nietbeschikbaar. of De motor wordt automatisch gestart. Raadplee
g het hoofdstuk "Rijden - § Stop & Start-systeem" voor bijzonderheden van de Stop- en Start-stand.
Parkeerplaatsassistentpermanent. De parkeerplaatsassistent isgeselecteerd. Bedien de richtingaanwijzer naar de kant waar u eenparkeerplaats wilt meten en zorg dat u niet harder dan
20 km/h rijdt. Er verschijnt een bericht op het display
a
ls de meting klaar is.

Page 53 of 402

51Controle tijdens het rijden
Passagiersairbagpermanent, op het display van de
verklikkerlampjes voor
de veiligheidsgordels
en de airbag vóór aanpassagierszijde. De schakelaar in het dashboardkast
je
staat in de stand "
OFF".
De airbag vóór aan passagierszijde isuitgeschakeld. Z
et de schakelaar in de stand " ON
" om de airbag vóór
aan passagierszijde in te schakelen.Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitje
met de rug in de rijrichting.
ControlelampjebrandtOorzaakActies / Opmerkingen
ESP/ASRpermanent. De toets linksonder op het dashboard
wordt ingedrukt. Het bijbehorende
verklikkerlampje gaat branden.
De functie ESP/ASR wordt uitgeschakeld.
ESP: dynamische stabiliteitscontrole.
ASR: antispinregeling.Druk op de toets om de
functie ESP/ASR in te
schakelen. Het verklikkerlampje dooft.
De functie ESP/ASR wordt automatisch ingeschakeldals de motor wordt gestart.Na uitschakelen van het systeem, wordt het automatisch opnieuw ingeschakeld bij snelhedenhoger dan ongeveer 50 km/h.







Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies

De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het multifunctionele display.

Page 187 of 402

185
Veiligheid

Uitschakelen
Alleen de airbag aan passagierszijde kan
worden uitgeschakeld: )zet het contact af , steek de sleutel in defschakelaar voor uitschakelen van de airbagaan passagierszijde,)draai deze in de stand "OFF"
, )ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Afhankelijk van de uitvoering van uw
auto brandt dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel en/of op het displayvoor de verklikkerlampjes van de veiligheidsgordels en de airbag aan passagierszijde, bij aangezet contact en zolang de airbag is uitgeschakeld.
Schakel voor de veiligheid van uw kindde airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.
Opnieuw inschakelen

Als u het kinderzitje hebt ver wijderd, zet dan
de schakelaar weer op "ON"
om de airbag
opnieuw in te schakelen en zo de veiligheid vanuw passagier te garanderen.
Als het contact is aan
gezet en
de airbag aan passagierszijde
opnieuw wordt ingeschakeld, gaat dit verklikkerlampje op hetdisplay van de verklikkerlampjes
van de veiligheidsgordels en de airbag aan
passagierszijde gedurende ongeveer 1 minuutbranden.


Storing
Als dit verklikkerlampje knipper t,
raadpleeg dan het CITROËN-
netwerk of eengekwalificeerde
werkplaats. De kans bestaat dat de airbag aan
passagierszijde bij een ernstige aanrijding niet
wordt
geactiveerd.
Plaats geen kinderzitje op devoorstoel als minimaal één van beide verklikkerlampjes van de airbagspermanent blijft branden.
Laat het systeem nakijken door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Als dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een
melding op het display, laat het systeem dan controleren
door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.

Page 388 of 402

Kleurcode lak..............................................287Kleurendisplay metkaartweergave DT ................66,68, 297, 336Klokje..........................................................369Klokje (instellen) ..........................................335Koelvloeistofniveau.....................................235Kofferdeksel sluiten ............................ 102,114Koffer vergrendelen....................................114Koplampsproeiers.......................................133Koplampverstelling......................................128Krik..............................................................249
L
Lampen vervangen .............................256,261Lane Depar ture Warning System (LDWS)..................................................... 215Lange voor werpen
vervoeren..................................................152Lekke band..................................................244Lichtschakelaar...................................r122, 125Lokaliseren van de auto..............................103Luchtfilter (ver vangen)................................238
M
Massagefunctie.............................................91Matten......................................................... 150
Mat verwijderen..........................................150Menustructuren display..............336,371,372Middenconsole ............................................145Milieu.....................................................34, 106Milieubewust rijden .......................................34Mistachterlicht.............................124, 261, 263Mistlampen vóór..................r124, 130, 257, 260Monochroom display.............................62,371Motoren...............................................282, 284Motorenoverzicht................................282, 284Motorkap.....................................................231Motorkap, openen.......................................231Motorkapsteun ............................................231Motorolieniveau, controle .............................52Motorolieniveaumeter.....................r52, 55,235Motorruimte.........................................233, 234MP3 (CD)...........................................353, 354Multifunctioneel display (met autoradio).............................62,66,348Multimediaspelers.......................................328
N
Navigatiesysteem .................66, 299,300,307Niveaus controleren............................235,237Niveaus en controles..................233-235,237Noodbediening achterklep..........................114Noodbediening portieren............................113
OOliefilter.......................................................r238Oliefilter (ver vangen)..................................238Olieniveau .............................................52, 235Oliepeilstok ...........................................52, 235Onderhoudscontroles ...................................34Onderhoudsintervalindicator..................r53, 55Onderhoudsintervalindicator resetten..........54Ontdooien......................................................87Opberglade.................................................151Opbergnet...................................................153Opbergvak...........................................145, 156Opbergvakken.....142, 143,145, 147,148, 153Opbergvakken portieren .............................142Opschakelindicator.....................................r202
P
Parkeerhulp achter......................................r226Parkeerhulp vóór.........................................r227Parkeerlichten.....................122, 125,257, 261Parkeerplaatsassistent...............................224Passagiersairbag uitschakelen...................184Persoonlijke instellingen ...............................58Plafonniers ..........................................127,136Portieren ..................................................... 112Portieren ontgrendelen...............................100Portieren openen........................................112Portieren sluiten..................................102, 112