airbag off CITROEN DS5 2012 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 22 of 348

Veiligheid voor alle inzittenden
1.Open het dashboardkastje.2.Steek de sleutel (geïntegreerd in deelektronische sleutel) in de schakelaar.3.Selecteer de stand: "ON"
(inschakelen) wanneer een passagier op
de voorstoel zit of een kinderzitje voor ver voer
met het gezicht in de rijrichting is bevestigd, "OFF"
(uitschakelen) wanneer een kinderzitje
voor vervoer met de rug in de rijrichting is
bevesti
gd. 4.Verwijder de sleutel zonder de stand van deschakelaar te veranderen.
Airbag voorpassagier
174

Veiligheidsgordels voor en
frontairba
g aan passagierszijde
A. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordel linksvoor. B.
Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordel rechtsvoor.C.
Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordel
rechtsachter.D.Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/losgemaakte veiligheidsgordel
middenachter.
171
E. Verklikkerlampje niet-vastgemaakte/
losgemaakte veiligheidsgordel linksachter.F.Verklikkerlampje uitgeschakelde airbag
vóór aan passagierszijde.G. Verklikkerlampje ingeschakelde airbag vóór aan passagierszijde.

Page 34 of 348

ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen



Automatische
ruitenwisserspermanen
t.De ruitenwisserschakelaar is naar
beneden bewo
gen.D
e automatische stand van de ruitenwissers vóór is
geactiveerd.Beweeg om de automatische stand van de
ruitenwissers te deactiveren de hendel omlaag of zet de hendel in een andere stand.



Airbag aanpassagierszijdepermanent op hetdisplay van de
verklikkerlampjes voor
de veiligheidsgordels
en de airbag vóór aan passagierszijde.
De schakelaar in het dashboardkastjestaat in de stand "ON".De passagiersairbag vóór is geactiveerd.Plaats in dit geval geen kinderzitje met de rug in de rijrichting op de stoel
van de voorpassagier.
Zet de schakelaar in de stand "OFF"
om depassagiersairbag vóór uit te schakelen.In dit geval kunt u een kinderzitje met de rug in de
rijrichting plaatsen.

Stop & Startpermanent. Het Stop & Start-systeem heeft
de motor in de STOP-standgezet(verkeerslicht, stopbord,
opstopping, enz.).Het lamp
je gaat uit en de motor wordt automatisch gestart als u wilt wegrijden.
knippert enkele
seconden en gaat dan uit.De
STOP-stand is nu nietbeschikbaar.of De motor wordt automatisch in de STA R T- s t a n d geschakeld. Raadplee
g het hoofdstuk "Rijden - § Stop & Start-systeem" voor bijzonderheden van de Stop- en Start-stand.

Page 35 of 348

33Controle tijdens het rijden
Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een melding op het display van het instrumentenpaneel.

ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen




Passagiersairbag
permanent, ophet display van de
verklikkerlampjes voor de veiligheidsgordelsen de airbag vóór aan passagierszijde.
De schakelaar in het dashboardkastjestaat in de stand "OFF".
De airbag vóór aan passagierszijde is
uitgeschakeld.

Zet de schakelaar in de stand "ON" om de airbag vóór
aan passagierszijde in te schakelen.
Bevesti
g in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitjemet de rug in de rijrichting.



CDS/ASR

permanent. De toets linksonder op het dashboard
wordt ingedrukt. Het bijbehorende
verklikkerlampje gaat branden.
De functie CDS/ASR wordt
uitgeschakeld.
CDS: dynamische stabiliteitscontrole.
ASR: antislipregeling. Druk op de toets om de functie CDS/ASR in te
schakelen. Het verklikkerlampje dooft.
De functie CDS/ASR wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt gestart.
Na uitschakelen van het systeem, wordt het
automatisch opnieuw in
geschakeld bij snelheden hoger dan ongeveer 50 km/h.

Page 156 of 348

Airbag aan passagierszijde OFF


Raadpleeg de rubriek "Airbags" in het hoofdstuk "Veiligheid" voor meer informatie over het uitschakelen van de airbag.
Raadplee
g de voorschriften op de sticker diezich aan beide zijden van de zonneklep aan
passagierszijde bevindt:
Schakel voor de veiligheid van uw kindde airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel plaatst.
Anders kan een kind bij het afgaan vande airbag levensgevaarlijk gewond raken.

Page 176 of 348

Uitschakelen
Alleen de airbag aan passagierszijde kan
worden uitgeschakeld: )zet het contact af , steek de sleutel in defschakelaar voor uitschakelen van de airbag aan passagierszijde,)draai deze in de stand "OFF" , )ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Afhankeli
jk van de uitvoering
van uw auto brandt dit
waarschuwingslampje hetzij op het
instrumentenpaneel, hetzij op het display voor
de waarschuwingslampjes van de autogordelsen de airbag aan passagierszijde, bij aangezetcontact en zolang de airbag is uitgeschakeld.
Schakel voor de veiligheid van uw kind de airbag aan passagierszijde altijd uitals u een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaanvan de airbag levensgevaarlijk gewond raken.

Plaats geen kinderzitje op de voorstoel als minimaal één van beide waarschuwingslampjes van de airbagspermanent blijft branden.
Laat het systeem controleren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Opnieuw inschakelen

Als u het kinderzitje hebt ver wijderd, zet dan met afgezet contactde schakelaar weer op
"ON"
om de airbag opnieuw in te schakelen en zo de veiligheid van uw passagier te garanderen.

Als het contact is aangezet en de airbag aan passagierszijde
opnieuw wordt ingeschakeld, gaat dit
waarschuwingslampje op het display
van de waarschuwin
gslampjes van
de autogordels en de airbag aanpassagierszijde gedurende ongeveer
1 minuut branden.

Storing

Als dit lampje op het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het
display van het instrumentenpaneel, laat
het systeem dan controleren door het CITROËN-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Als dit lampje knippert, raadpleeg
dan het CITROËN-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. De kans bestaat dat de airbag aan
passagierszijde bij een ernstige
aanri
jding niet wordt geactiveerd.

Page 245 of 348

243














URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP
CITROËN OPROEP NAAR URGENCE MET LOKALISERING
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze
toets. Het knipperen van het groene LED-lampje en een geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar dealarmcentrale CITROËN-Urgence is verstuurd * .
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproep
geannuleerd. Het groene LED-lampje dooft.
Wanneer u deze toets op een willekeurig moment langer dan 8 secondeningedrukt houdt, annuleer t u de oproep.
CITROËN OPROEP NAAR ASSISTANCE MET LOKALISERING

Bij het aanzetten van het contact, gaat hetgroene lampje 3 seconden branden. Dit duidtop een goede werking van het systeem.

Het oran
je lampje knipper t: er is een storing in het systeem.
Het oranje lampje blijft branden: de
noodbatterij moet vervangen worden.
Raadpleeg in beide gevallen het CITROËN-netwerk.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannuleerd. Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.
Druk lan
ger dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvragen van hulp bij het stranden van de auto. Een gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd* .
WERKING VAN HET SYSTEEMHet groene LED-lampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de verbinding
tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Wanneer u uw auto buiten het CITRO
ËN-netwerk hebt gekocht, raden wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten controlerenen eventueel configureren. In een meertalig land kunt u het systeem laten configureren in de officiële landstaal van uw voorkeur. Deze oproep wordt beheerd door de CITRO
ËN-Urgence alarmcentrale die
de informatie over de lokalisatie van de auto ontvangt en een waarschuwingkan zenden naar de gekwalificeerde hulpdiensten. In landen waar de alarmcentrale niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweigerd, wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (112), zonder lokalisatie.

Wanneer de elektronische eenheid airba
gs een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van de
airbags, automatisch een noodoproep gedaan.


*
Deze diensten zi
jn afhankelijk van bepaalde voor waarden en beschikbaarheid.
Raadpleeg het CITROËN-netwerk. Indien u
gebruik maakt van de dienst CITROËN eTouch, beschikt u ook
over aanvullende diensten via uw persoonlijke pagina MyCITROEN op deCITROËN-internetsite voor uw land. Sur f hier voor naar www.citroen.com. Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de telematicadiensten aan de klant, behoudt de constructeur zich het recht voor om op elk
willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.

Page 338 of 348

Navigatiesysteem........................251, 252, 259Niveaus controleren ............................223-225Niveaus en controles ..........220,221, 223-225Noodbediening achterklep ............................56Noodbediening portieren..............................55Noodoproep gelokaliseerd .........................243
Onderhoudscontroles ...................................24Onderhoudsintervalindicator........................r39Onderhoudsintervalindicator resetten..........40Ontdooien......................................................90Ontgrendelen ..........................................48,49Ontwasemen.................................................90Opbergvakken...................................78, 80-82Opschakelindicator.....................................r107
Parkeerhulp achter......................................r127Parkeerhulp vóór.........................................r128Parkeerlichten ............................132,135, 138,193,195-198Passagiersairbag uitschakelen...................173Plafonniers .................................................. 147Portieren ontgrendelen.................................55Portieren openen....................................48,49Portieren sluiten......................................48,50Portieren vergrendelen.................................55
N
Mat verwijderen ............................................79Menustructuren display ..............290, 324, 325Milieu.......................................................24, 53Milieubewust rijden.......................................24Mistachterlicht.....................................134, 198Mistlampen..................................................193Mistlampen vóór..........r134,142,193, 197, 199Monochroom display...........................302,324Motoren...............................................232,235Motorenoverzicht................................232,235Motorolieniveau, controle .............................41Motorolieniveaumeter...........................r41,223Motorruimte.........................................220,221MP3 (CD)............................................307,308Multifunctioneel display (met autoradio).....302Multimediaspelers.......................................281
L
Kinderzitjes (conventioneel).......................156Klembeveiliging.............................................61Kleurcode lak..............................................239Kleurendisplay met kaar tweergave DT......249Klokje....................................................43, 288Klokje (instellen) ................... 43, 288,289,323Koelvloeistofniveau...............................38,224Koelvloeistoftemperatuur..............................r38Koelvloeistoftemperatuurmeter....................r38Kofferdeksel sluiten......................................56Koplampsproeiers...............................144, 225Koplampsproeiervloeistofniveau ................225Koplampverstelling......................................140Krik ..............................................................186
Lampen (ver vangen) ...................193,198, 200Lampen vervangen .....................193,198, 200Lane Depar ture WarningSystem (LDWS)........................................119Lange voorwerpen vervoeren.......................81Lekke band..................................................180Lichtschakelaar...................................r132,138Lokaliseren van de auto................................50Luchtfilter....................................................r227Luchtfilter (ver vangen)................................227
MMassagefunctie.............................................72Matten...........................................................79
OOliefilter.......................................................r227Oliefilter (ver vangen)..................................227Olieniveau .............................................41,223Oliepeilstok...........................................41,223
P
R
Radio...........................................278,279,303Regelmatig onderhoud.................................24Regeneratie roetfilter..................................r227Remblokken ................................................228Remlichten ..................................................198Remmen......................................................228Remschijven................................................228Remvloeistofniveau..................................... 224