air condition CITROEN JUMPER 2016 Instructieboekjes (in Dutch)

Page 4 of 308

2
jumper_nl_Chap00a_Sommaire_ed01-2015
Inhoud
Lichtschakelaar 45
Ruitenwissers 48
Snelheidsregelaars

49
Snelheidsbegrenzers


55
Ontdooien en


ontwasemen
59
Verwarming/ handbediende
airconditioning
61
Automatische airconditioning
63
Extra verwarmingssystemen
65
Verwarming/ airconditioning achter

65
Programmeerbare standkachel

67
Voorstoelen
71
Voorbank
73
Achterstoelen
74
Indeling vóór

76
V

oorzieningen achter
81
V

oorzieningen aan de buitenzijde

84
Spiegels

85
Elektrisch bedienbare ruiten
86
Presentatie

4
Exterieur

6
Interieur

7
Cockpit

8
Technische gegevens - Onderhoud

10
Milieu

11
Eco-rijden

12
OVeRZICHT
1. 4-13
Configuratie van de auto 8 7
Boordcomputer 92
Tachograaf
93
Parkeerhulp achter

94
Achteruitrijcamera


95
Luchtvering

96
VOORdAT u gAAT
RIJ den2.

14-43
Afstandsbediening 14
Sleutel 16
Alarm
19
Voorportieren, schuifdeuren en
achterdeuren

20
Laadruimte

22
Instrumentenpaneel
23
Verklikkerlampjes
24
Brandstofniveaumeter

32
T

emperatuurmeter 32
Controlesysteem bandenspanning

33
Onderhoudsindicator

35
Versnellingsbak en stuurwiel
36
Schakelindicator
36
Starten en stoppen

38
W

egrijden op een helling
39
Stop & Start-systeem


40
Rijadviezen

43
Dit pictogram wijst
u op de specifieke
uitrustingen van de
Combi/Minibus. Kinderbeveiliging.Verwarming/
airconditioning achter.
Achterstoelen/-
banken. Leeslampjes.
Zijschuifruiten.
eRgOnOMIe en
COMFORT
3.
44-86 T
e CH n O l O g I e
aan BOOR d4. 87-97

Page 7 of 308

5
jumper_nl_Chap01_vue-ensemble_ed01-2015
MIddenCOnSOle
1. Autoradio / navigatiesysteem.
2. V erwarming / airconditioning.
3.

Opbergvak / verplaatsbare asbak.
4.


12V
-aansluiting (max. 180 W).
5.

USB-aansluiting / aansteker
.6.
Dynamische stabiliteitscontrole (CDS/
ASR) / Intelligent
Traction Control.
7.

Hill Descent Control.
8.


Lane Departure W
arning System.
9.
Alarmknipperlichten.10.
Centrale vergrendeling /
verklikkerlampje vergrendeling.
11 .
V

erwarming / ontwaseming.
12.
Versnellingshendel.
1
OVERZICHT
Presentatie

Page 9 of 308

7
jumper_nl_Chap01_vue-ensemble_ed01-2015
Veiligheidsgordels 106-108
Airbags 110-112
Passagiersairbag voor, uitschakelen

1
11, 114
Handrem

98
V

oorstoelen, verstellen
71-72
Stoel met demping


72
T

weezitsbank
73 Kinderzitjes


1
13-116, 119-120
12V-aansluiting, USB-aansluiting

79, 81-82 Accu (+), opladen, starten


142-144
Massapunt (-)
128, 142
Zekeringen passagierszijde
1
45, 147
InTeRIeUR
Stoelen/banken achter 74-75
Verwarming/ airconditioning achter

65-66
Schuifdeur


20
Uitklapbare treeplank


84
Zijschuifruiten


83 Binnenspiegel


85
Lane Departure W
arning System
1
05
Plafonnier cabine
80, 152
Lamp plafonnier cabine, vervangen

149, 152
ISOFIX-bevestigingen
117-118 Gereedschap, krik

76, 156
Accessoires

124
Laadruimte

81-83
●

sjorogen,
●


schot,
●


binnenimperiaal,
●


zijbekleding,
●


12V
-aansluiting,
●

plafonnier
.
Zaklamp

83
1
OVERZICHT
Lokalisatie

Page 10 of 308

8
jumper_nl_Chap01_vue-ensemble_ed01-2015
COCkPIT
Instrumentenpaneel, displays, tellers 23
Verklikkerlampjes

24-31
Meters


32, 35
Opschakelindicator


36-37
Lichtschakelaar


45-47
Automatische verlichting


46
Follow me home-verlichting


46
Parkeerlichten


47
Motorkap openen


127
Zekeringen dashboard


145-146
Configuratie van de auto


87-89
T

ijd instellen

88
Koplampverstelling


47
Mistlampen voor

, mistachterlicht
45
Luchtvering

96-97
Stop & Start-systeem

40-42 Ruitenwissers voor/achter


48
Ruiten-/koplampsproeiers


48
Boordcomputer - MODE


92
Starten, contactslot


38
Hill

Start Assist
39
Snelheidsregelaars


49-51, 52-54
Snelheidsbegrenzer


55-57
V

aste snelheidsbegrenzer
58
Cockpit

4-5
Stuurwiel in diepte verstellen 37
Claxon

99
Stuurkolomschakelaars autoradio


186, 233
Buitenspiegels, ruitbediening


85-86
V

ergrendeling laadruimte
22
Aanvullende verwarmingssystemen,


airconditioning achter

6
5-66
Programmeerbare standkachel
6

7-70
Lokalisatie

Page 11 of 308

9
jumper_nl_Chap01_vue-ensemble_ed01-2015
Lane Departure Warning System 105
Hill Descent Control 104
Intelligent T
raction Control
103
ASR, CDS


101-102
Configuratie van de auto


90-91
T

ijd instellen

91
Achteruitrijcamera


95
Audio-/telematicasysteem met touchscreen


183-230
Audiosysteem


231-247
Tachograaf

93
Indeling cabine

76-80
●

aansteker
,
●
dashboardkastje (gekoeld),
●

opbergvak boven voorruit,
●

verplaatsbare asbak,
●

plafonniers,
●

12V
-aansluiting/USB-
aansluiting,
●
schrijftafel/multifunctionele

houder,
●
opbergvak.
V

ersnellingsbak

36-37
Parkeerhulp


94-95
Ontdooien/ontwasemen
59
Centrale vergrendeling

22
V

erklikkerlampje vergrendeling

22
Alarmknipperlichten


98 V

entilatie, verwarming,
airconditioning
60-62, 63-64
●

handbediende airconditioning,
●

automatische airconditioning

met centrale regeling,
●
luchtrecirculatie.
1
OVERZICHT
Lokalisatie

Page 14 of 308

12
jumper_nl_Chap01_vue-ensemble_ed01-2015
eCO-RIJden
Maak optimaal gebruik van de versnellingsbak
Als uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak,
rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk de tweede
versnelling in. Schakel bij het accelereren snel over naar een
hogere versnelling. De schakelindicator (indien aanwezig)
adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is
voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel
weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op.
kies voor een soepele rijstijl
Houd afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op
de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap
het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft,
neemt het brandstofverbruik en de CO
2-uitstoot af en wordt de
geluidsoverlast door het verkeer beperkt.
Als het verkeer goed doorstroomt, gebruik dan vanaf een snelheid
van ongeveer 30

km/h de snelheidsregelaar (indien aanwezig).
gebruik op slimme wijze de elektrische voorzieningen
Als bij het instappen blijkt dat de temperatuur in de auto hoog is
opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters alvorens de
airconditioning in te schakelen.
Sluit vanaf een snelheid van 50 km/h de ruiten, maar laat de
ventilatieroosters geopend.
Gebruik de voorzieningen in het interieur die de temperatuurstijging
kunnen beperken (zonneschermen, enz.).
Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is
bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).
Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze
niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd.
Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.
Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht
voldoende is.
Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt\
u het brandstofverbruik en de CO
2-uitstoot van uw auto
verminderen.
Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair
warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt
sneller op als u rijdt.
Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-
speler, MP3-speler, spelcomputer, enz.) op de auto aan om het
elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken.
Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.
Auto & Milieu

Page 42 of 308

40
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Het Stop & Start-systeem zet de motor
tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood
licht, opstoppingen, enz.). De motor wordt
automatisch gestart (START-stand) als u
weer weg wilt rijden. Het starten gebeurt
direct, snel en stil.
Het Stop & Start-systeem, dat perfect is
aangepast aan het stadsverkeer, zorgt voor
een lager brandstofverbruik, minder uitstoot
van schadelijke stoffen en het comfort
van totale stilte in het interieur tijdens het
wachten.
STOP & START- S y ST ee M
Werking
Overgang naar de STOP-stand van de motor
Zet, terwijl de auto stilstaat, de
versnellingsbak in de neutraalstand en laat
het koppelingspedaal los.
-

Dit verklikkerlampje op het

instrumentenpaneel gaat
branden en de motor wordt
afgezet. Om te voorkomen dat de motor te
vaak wordt uitgezet als u langzaam
rijdt, wordt de motor uitsluitend automatisch
afgezet als de auto een snelheid van
minimaal 10 km/h heeft bereikt.
Verlaat nooit de auto zonder eerst
het contact met de sleutel te hebben
afgezet.
Tank nooit als de motor door het Stop
& Start-systeem is afgezet; zet in dat
geval altijd het contact af en neem de sleutel
uit het contactslot. Bijzonderheden: geen overgang naar de
STOP-stand
De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:
-

het systeem wordt geïnitialiseerd,
-

het bestuurderportier geopend is,
-

de veiligheidsgordel van de bestuurder

losgemaakt is,
-
de airconditioning in werking is,
-

de
achterruitverwarming is ingeschakeld,
-
de ruitenwissers vóór in de stand hoge

snelheid werken,
-
de achteruitversnelling is ingeschakeld,

tijdens het inparkeren,
- bepaalde bijzondere omstandigheden
(laadtoestand accu, motortemperatuur,
regeneratie van het roetfilter,
rembekrachtiging, buitentemperatuur
enz.) dat niet toelaten.
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knippert
enkele seconden en gaat
vervolgens uit.
d

it is volkomen normaal.
Starten en stoppen

Page 43 of 308

41
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Overgang naar de START-stand van de motor-
Dit verklikkerlampje gaat uit

en de motor wordt gestart.
Als de motor automatisch is gestart (START-
stand) en de bestuurder gedurende de
daaropvolgende drie minuten de auto niet
bedient, zet het systeem de motor definitief
af. De motor kan dan uitsluitend weer met
de contactsleutel worden gestart. Bijzonderheden: automatisch activeren
van de START-stand
De START-stand wordt automatisch
geactiveerd als:
-

de auto wegrolt op een helling,
-


de ruitenwissers vóór in de stand hoge

snelheid werken,
-

de airconditioning in werking is,
-


de motor ongeveer drie minuten geleden

is afgezet door het Stop & Start-
systeem,
-

bepaalde bijzondere omstandigheden

(laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, buitentemperatuur
enz.) dit niet toelaten.
In dat geval wordt een melding
weergegeven op het display van
het instrumentenpaneel en gaat
dit verklikkerlampje gedurende
enkele seconden knipperen om
vervolgens te doven.gebruiksvoorschrift
Als u bij een auto met een handgeschakelde
versnellingsbak in de STOP-stand een
versnelling inschakelt, maar daarbij het
koppelingspedaal niet helemaal intrapt, wordt
de motor in sommige gevallen niet weer gestart.
Er gaat dan een verklikkerlampje branden en/of
er wordt een melding weergegeven die aangeeft
dat u het koppelingspedaal volledig moet
intrappen om de motor weer te laten starten.
d

it is volkomen normaal.
Als een versnelling is ingeschakeld, wordt
de motor alleen automatisch opnieuw
gestart als het koppelingspedaal volledig
wordt ingetrapt.
Als de motor automatisch is
afgezet (STOP-stand) en de
bestuurder zijn veiligheidsgordel
losmaakt en een voorportier
opent, dan kan de motor uitsluitend weer
met de contactsleutel worden gestart. Er
klinkt een geluidssignaal in combinatie met
het knipperen van dit verklikkerlampje en
een melding op het display.
Starten en stoppen
2
VOORdAT U gAAT RIJden

Page 44 of 308

42
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Uitschakelen
U kunt dit systeem op elk willekeurig
moment uitschakelen door de toets "A -
OFF" in te drukken.
Het verklikkerlampje in de toets gaat
branden en er verschijnt een melding op het
display van het instrumentenpaneel om aan
te geven dat het systeem is uitgeschakeld.Als u het systeem met de motor in de
STOP-stand uitschakelt, dan wordt de
motor direct opnieuw gestart.
Als u wilt dat de airconditioning continu
blijft werken, moet u het Stop & Start-
systeem uitschakelen.
Het verklikkerlampje in de toets blijft
branden. Opnieuw inschakelen
Druk nogmaals op de toets "A - OFF".
Het systeem is dan opnieuw actief. Het
verklikkerlampje in de toets gaat uit en
er wordt een melding weergegeven op
het display van het instrumentenpaneel
om aan te geven dat het systeem weer is
ingeschakeld.
Storing
Bij een storing in het Stop
& Start-systeem wordt het
systeem uitgeschakeld, gaat dit
verklikkerlampje branden en wordt
er een melding weergegeven op
het display van het instrumentenpaneel.
Laat het systeem controleren door
het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de STOP-stand een storing zou
optreden, kan de motor gestart worden
door het koppelingspedaal volledig in te
trappen of door de versnellingsbak in de
neutraalstand te zetten. Onderhoud
Zet het contact altijd met de sleutel
af als u handelingen onder de
motorkap wilt verrichten, om letsel door het
automatisch activeren van de START-stand
te voorkomen.
Dit systeem heeft specifieke kenmerken
en maakt gebruik van een speciale accu
(raadpleeg voor meer informatie het CITROËN-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de door
CITROËN voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.
Het Stop & Start-systeem maakt
gebruik van geavanceerde technologie.
Laat eventuele werkzaamheden uitsluitend
door een officiële CITROËN-dealer
uitvoeren. Zie de rubriek "Snel weer op weg -
Lege accu".
Starten en stoppen

Page 62 of 308

60
jumper_nl_Chap03_Ergo-et-confort_ed01-2015
geBRUIkSVOORSCHRIFT VOOR de AIRCOnd ITIO n I ng
Voor een doeltreffende werking van de
airconditioning moeten de ruiten gesloten
zijn. Maar, als de auto langdurig in de zon
heeft gestaan en de temperatuur in het
interieur zeer hoog blijft, kunnen de ruiten
wel even geopend worden om de ventilatie
te bevorderen. Let erop dat, voor een goede verdeling
van de lucht, het luchtinlaatrooster onder
de voorruit, de zijventilatieroosters, de
luchtopeningen onder de voorstoelen en de
afzuiging in de bagageruimte niet afgedekt
zijn.
De airconditioning kan tijdens alle seizoenen
effectief gebruikt worden, omdat het
systeem de lucht ontvochtigt en aanslag van
de ruiten verwijdert. Laat de airconditioning minimaal één keer
per maand 5
à 10 minuten functioneren
om het systeem in perfecte staat te houden.
De filterelementen (luchtfilter en interieurfilter)
dienen periodiek te worden vervangen. Laat de
filterelementen twee keer zo vaak vervangen
als de omstandigheden dit vereisen.
Condensvorming in de airconditioning kan
ertoe leiden dat er zich een klein plasje water
onder de auto vormt, dit is een normaal
verschijnsel.
Gebruik de airconditioning niet als deze
niet koelt en laat het systeem in dat geval
controleren door het CITROËN-netwerk of
door een gekwalificeerde werkplaats.
Houd de ventilatieroosters altijd geopend
Voor een optimale verdeling van de
lucht over het interieur hebt u de
beschikking over: 4
kantelbare middelste
ventilatieroosters, waarvan er 2
naar links
of rechts en naar het bovenlichaam van de
voorste inzittenden gedraaid kunnen worden
en 4
kantelbare zijventilatieroosters voor
luchttoevoer naar de achterpassagiers.
Uitstroomopeningen naar de beenruimte in
de auto completeren het geheel.
Ventilatieroosters
Ventilatie

Page:   1-10 11-20 next >