airbag FIAT DUCATO 2008 Instructieboek (in Dutch)
Page 130 of 282
129
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
ZIJ-AIRBAGS VOOR (SIDEBAGS)
fig. 16 (indien aanwezig)
Deze sidebags zijn kussens die zich snel
opblazen en bevinden zich in de rugleuning
van de voorstoelen, en hebben tot doel de
borstkas van de inzittenden te bescher-
men bij middelzware en zware zijdelingse
aanrijdingen.HEADBAGS (WINDOWBAGS)
fig. 17 (indien aanwezig)
De headbag is een “gordijn”-systeem en
bevindt zich aan de rechter- en aan de lin-
kerzijde in de hemelbekleding aan de zij-
kant en is afgedekt met een afwerklijst.
De headbags bieden bescherming aan het
hoofd van de inzittenden voor tijdens een
zijdelingse aanrijding, dankzij het grote ef-
fectieve oppervlak van de kussens.
BELANGRIJK De inzittende wordt bij een
zijdelingse botsing optimaal door het sys-
teem beschermd als hij/zij in de juiste po-
sitie in de stoel zit. Hierdoor kunnen de zij-
airbags op de juiste wijze worden opgebla-
zen.
fig. 16F0N0140mfig. 17F0N0133m
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-air-
bags kunnen ook worden geactiveerd bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de
carrosserie, bijvoorbeeld bij zware bot-
singen tegen drempels of stoepranden of
obstakels op het wegdek of als de auto te-
recht komt in grote gaten of verzakkingen
in het wegdek.
BELANGRIJK Als de airbags in werking
treden, ontsnapt een beetje rook. Deze
rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand; bovendien kan het oppervlak van
het opgeblazen kussen en het interieur van
de auto bedekt zijn met een laagje poeder:
dit poeder kan de huid en de ogen irrite-
ren. Als u hiermee in aanraking bent ge-
komen, moet u zich met neutrale zeep en
water wassen.
De geldigheidsduur van de pyrotechnische
lading en van het spiraalmechanisme is ver-
meld op het betreffende plaatje in het
dashboardkastje. Na deze periode moe-
ten ze door de Fiat-dealer worden ver-
vangen.
BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een
of meerdere airbags zijn geactiveerd, dient
u contact op te nemen met de Fiat-dealer
om de geactiveerde airbags te laten ver-
vangen en de werking van het systeem te
laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden, reparaties
en de vervanging van de airbag moeten
door de Fiat-dealer worden uitgevoerd.
Page 131 of 282
130
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Aan het einde van de lange levensduur van
uw auto, moet u contact opnemen met de
Fiat-dealer om het systeem buiten wer-
king te laten stellen. Bovendien moet bij
verkoop van de auto de nieuwe eigenaar
op de hoogte gesteld worden van het ge-
bruik en de instructies, en moet hij het in-
structieboekje ontvangen.
BELANGRIJK Het in werking treden van
de gordelspanners, de frontairbags en de
zij-airbags voor wordt door de elektro-
nische regeleenheid bepaald, afhankelijk
van het type ongeval. Als een van deze on-
derdelen niet in werking treedt, dan duidt
dat niet op een storing in het systeem.
Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het gebied
van de headbag (Window Bag) om
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
ATTENTIE
Steek nooit het hoofd, de ar-
men of de ellebogen uit het
raam.
ATTENTIE
ALGEMENE OPMERKINGEN
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden (op het
multifunctionele display verschijnt
ook een bericht - indien aanwezig),
dan is er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen; in dat geval kun-
nen de airbags of gordelspanners niet
geactiveerd worden bij een ongeval
of, in een zeer beperkt aantal geval-
len, niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met de Fiat-
dealer om het systeem direct te laten
controleren.
ATTENTIE
Bedek de rugleuning van de
stoelen voor en achter niet
met hoezen of kleden die niet zijn voor-
bereid op het gebruik met sidebags.
ATTENTIE
Page 132 of 282
131
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Reis niet met voorwerpen op
schoot of voor de borst en
houd vooral geen pijp, potlood enz.
in de mond. Bij een ongeval waarbij
de airbag in werking treedt, kan dit
ernstig letsel veroorzaken.
ATTENTIE
Rijd altijd met beide handen
op de stuurwielrand, zodat
bij het in werking treden van de air-
bag, het systeem niet wordt gehinderd
door obstakels. Rijd niet met voorover
gebogen lichaam, maar ga goed
rechtop zitten en steun tegen de rug-
leuning.
ATTENTIE
Als de contactsleutel in stand
MAR staat, kunnen, ook bij
uitgezette motor, de airbags inscha-
kelen als de auto stilstaat en de au-
to frontaal wordt aangereden door
een andere auto. Daarom mogen,
ook als de auto stilstaat, absoluut
geen kinderen op de passagiersstoel
voor worden geplaatst. Als de con-
tactsleutel echter in stand STOP
staat, wordt bij een ongeval geen en-
kel beveiligingssysteem (airbag of gor-
delspanners) geactiveerd; als een sys-
teem niet in werking treedt, betekent
dit niet dat het systeem niet goed
werkt.
ATTENTIE
Laat bij diefstal of een po-
ging tot diefstal, bij bescha-
diging of als de auto bij een overstro-
ming onder water is geweest, het air-
bagsysteem door een Fiat-dealer con-
troleren.
ATTENTIE
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait, gaat het
lampje
F(met de frontairbag aan
passagierszijde ingeschakeld) enkele se-
conden knipperen, om u eraan te her-
inneren dat de airbag aan passagiers-
zijde bij een botsing wordt geactiveerd.
Hierna moet het lampje doven.
ATTENTIE
Page 133 of 282
132
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
De stoelen mogen niet met
water worden afgenomen of
met stoom worden gereinigd (met de
hand of in een automatisch wasap-
paraat).
ATTENTIE
De frontairbag treedt in wer-
king als de botsing zwaarder
is dan een botsing waarbij alleen de
gordelspanners worden geactiveerd.
Bij aanrijdingen die tussen die twee
drempelwaarden inliggen, treden al-
leen de gordelspanners in werking.
ATTENTIE
Haak geen harde voorwer-
pen aan de kledinghaakjes
en aan de steunhandgrepen.
ATTENTIE
De airbag is geen vervanging
voor de veiligheidsgordels,
maar een aanvulling. Omdat de front-
airbags niet worden geactiveerd bij
frontale botsingen bij lage snelheid,
bij zijdelingse aanrijdingen en als de
auto van achter wordt aangereden of
over de kop slaat, worden in deze ge-
vallen de inzittenden uitsluitend door
de veiligheidsgordels beschermd. De
gordels moeten dus altijd gedragen
worden.
ATTENTIE
Page 146 of 282
145
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN ........................................... 146
TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU ............................... 146
AANGETROKKEN HANDREM ...................................... 146
STORING AIRBAGSYSTEEM ............................................ 147
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR.............. 147
ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN 148
TE LAGE MOTOROLIEDRUK ......................................... 148
OLIEKWALITEIT ONVOLDOENDE .............................. 148
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN .......................... 149
NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS .............. 149
STORING EBD ..................................................................... 149
STORING IN INSPUITSYSTEEM ..................................... 150
AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD ......... 150
STORING ABS ..................................................................... 150
BRANDSTOFRESERVE ....................................................... 150
VOORGLOEI-INSTALLATIE ............................................. 151
STORING VOORGLOEI-INSTALLATIE ........................ 151
WATER IN BRANDSTOFFILTER .................................... 151
STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING
FIAT CODE ........................................................................... 151
DEFECTE BUITENVERLICHTING .................................. 152
MISTACHTERLICHTEN ..................................................... 152
ALGEMENE STORINGSMELDING ................................. 152
STORING ESP/ASR-SYSTEEM .......................................... 153VERSTOPT ROETFILTER.................................................... 153
VERSLETEN REMBLOKKEN ............................................. 153
STORING HILL HOLDER ................................................. 153
STORING PARKEERSENSOREN ..................................... 154
BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN ................... 154
FOLLOW ME HOME .......................................................... 154
MISTLAMPEN VOOR ......................................................... 154
RICHTINGAANWIJZER LINKS ....................................... 154
RICHTINGAANWIJZER RECHTS ................................... 155
CRUISE-CONTROL ............................................................155
GROOTLICHT ..................................................................... 155
ASR-SYSTEEM ....................................................................... 155
STORING STUURBEKRACHTIGING .............................155
KANS OP GLADHEID ....................................................... 156
BEPERKTE ACTIERADIUS ................................................ 156
SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN ........................... 156
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD........................... 156
STORING AUTOMATISCHE NIVEAUREGELING...... 156
STORING AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK/
MAX. OLIETEMPERATUUR IN VERSNELLINGSBAK . 156
L L L L
A A A A
M M M M
P P P P
J J J J
E E E E
S S S S
E E E E
N N N N
B B B B
E E E E
R R R R
I I I I
C C C C
H H H H
T T T T
E E E E
N N N N
Page 148 of 282
147
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
STORING
AIRBAGSYSTEEM
(rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat constant branden bij een
storing in het airbagsysteem.
Op enkele uitvoeringen verschijnt een bij-
behorend bericht op het display.
¬Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden, dan is er
mogelijk een storing in de veilig-
heidssystemen; in dat geval kunnen
de airbags of gordelspanners niet ge-
activeerd worden bij een ongeval of,
in een zeer beperkt aantal gevallen,
niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met de Fiat-
dealer om het systeem direct te laten
controleren.
ATTENTIE
Een defect lampje ¬(lamp-
je gedoofd) wordt aangege-
ven doordat het lampje voor de uit-
geschakelde frontairbag aan passa-
gierszijde
Flanger dan de normale
4 seconden knippert.
ATTENTIE
TE HOGE
KOELVLOEISTOFTEM-
PERATUUR (rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enkele
seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als de motor te
warm is.
Als het lampje gaat branden, moeten de
volgende maatregelen worden genomen:
❒bij normale rij-omstandigheden:
stop de auto, zet de motor uit en con-
troleer of het niveau van de koel-
vloeistof in het reservoir niet onder
het MIN-merkteken staat. Als dit wel
het geval is, wacht dan enkele minuten
zodat de motor kan afkoelen, open
vervolgens langzaam en voorzichtig de
dop, vul koelvloeistof bij en controleer
of de koelvloeistof tussen het MIN-
en MAX-merkteken op het reservoir
staat. Controleer ook of er geen vloei-
stof weglekt. Als bij het starten van de
motor het lampje opnieuw gaat bran-
den, wendt u dan tot de Fiat-dealer;
ç
Page 151 of 282
ç
RESERVEBRANDSTOF
(geel)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Na
enkele seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als er nog onge-
veer 10/12 liter brandstof aanwezig is (af-
hankelijk van de uitvoering).
BELANGRIJK Als het waarschuwings-
lampje knippert, dan is er een storing in
het systeem. Wendt u in dit geval tot de
Fiat-dealer om het systeem te laten con-
troleren.
150
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
STORING IN
INSPUITSYSTEEM
(geel)
Als u onder normale omstandig-
heden de contactsleutel in stand MAR
draait, dan gaat het lampje branden. Het
lampje moet uitgaan als de motor is ge-
start.
Als het lampje blijft branden of tijdens het
rijden gaat branden, dan duidt dit op een
storing in het inspuitsysteem. Dit kan tot
gevolg hebben dat de prestaties vermin-
deren, de auto slechter gaat rijden en het
brandstofverbruik toeneemt.
Op enkele uitvoeringen verschijnt een bij-
behorend bericht op het display.
U kunt onder deze omstandigheden door-
rijden zonder te veel van de motor te ei-
sen of met hoge snelheid te rijden. Wendt
u in dit geval zo snel mogelijk tot de Fiat-
dealer.
U
STORING
ABS (geel)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Na
enkele seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als het systeem
defect of niet beschikbaar is. In dat geval
blijft het remsysteem normaal werken,
maar zonder de mogelijkheden van het
ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u
zo snel mogelijk tot de Fiat-dealer.
Op enkele uitvoeringen verschijnt een bij-
behorend bericht op het display.
>F
AIRBAG PASSAGIERS-
ZIJDE UITGESCHA-
KELD(geel)
(indien aanwezig)
Het lampje
Fbrandt als de frontairbag
aan passagierszijde is uitgeschakeld.
Als u bij ingeschakelde frontairbag aan pas-
sagierszijde de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje
Fongeveer
4 seconden branden en vervolgens 4 se-
conden knipperen. Hierna moet het lamp-
je doven.
Het lampje
Fgeeft boven-
dien eventuele storingen van
het lampje
¬aan. Dit wordt aange-
geven door het langer knipperen van
het lampje
Fdan de normale 4
seconden. In dit geval kan het lamp-
je
¬geen storingen in de airbag-/gor-
delspannersystemen aangeven. Voor-
dat u verder rijdt, dient u contact op
te nemen met de Fiat-dealer om het
systeem direct te laten controleren.
ATTENTIE
Page 183 of 282
182
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE
Bedieningsknoppen op bestuurdersportier, Bedieningsknoppen op passagiersportier F45 7,5
AfwezigF46 –
Ruitbediening bestuurderszijde F47 20
Ruitbediening passagierszijde F48 20
Autoradio, Ruitbediening bestuurderszijde, Bedieningsorganen op dashboard,
regeleenheid alarm, Regensensor (+ via contactslot) F49 7,5
Airbag (+ via contactslot) F50 7,5
Bediening A/C, Cruise-control, Tachograaf (+ via contactslot) F51 7,5
Relais optional zekeringenkast F52 7,5
Instrumentenpaneel, Mistachterlicht (+accu) F53 7,5
Page 272 of 282
271
LAMPJES EN
BERICHTEN
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Hoofdsteunen
-voor..................................................... 40
Hulpverwarming................................... 55
Identificatiegegevens........................... 212
Imperiaal/skidrager.............................. 100
Instrumenten........................................ 17
Instrumentenpaneel............................. 16
Intelligente wis-/wasregeling.............. 77
Interieur................................................. 209
Interieuruitrusting................................ 85
Isofix....................................................... 124
Kentekenplaatverlichting................... 175
Kinderzitjes
(geschiktheid voor gebruik)............ 122
Klimaatregeling..................................... 47
Koel/warmhoudvak............................. 85
Koelvloeistoftemperatuurmeter....... 18
Koplampen............................................ 101
-koplampen afstellen.......................... 101
-koplampverstelling............................ 101
Koplampsproeiers
-bediening............................................. 78
Lade onder stoel................................ 41
Lak.......................................................... 208
Lampjes en berichten.......................... 145
Leestafeltje............................................ 88
Luchtfilter.............................................. 201
Luchtroosters....................................... 47
Mechanische sleutel........................... 11
Ministeriële goedkeuring radiogolf
afstandsbediening.............................. 266
Mistachterlicht
-bedieningsknop.................................. 83
-gloeilamp vervangen......................... 172
-gloeilamp vervangen..............173-174
Mistlampen
-bedieningsknop.................................. 83
-gloeilamp vervangen......................... 172
Motor
-code..................................................... 213
-identificatiecode................................ 214
-specificaties......................................... 216
Motor starten....................................... 134
-dieselmotor starten.......................... 134
-motor opwarmen na het starten... 135
-motor uitzetten................................. 135
EOBD-systeem................................... 106
ESP-systeem.......................................... 103
Extra accessoires................................. 109
Extra airconditioning achter.............. 73
Extra verwarming achter................... 72
Fiat CODE (startblokkering)........... 6
Fix & Go (bandenreparatieset)......... 163
Follow me home (systeem)............... 76
Frontairbags.......................................... 123
Gebruik van de handgeschakelde ver-
snellingsbak.........................................136
Gewichten............................................. 230
Gloeilamp (vervangen van een)
-algemene aanwijzingen..................... 168
-lamptypen........................................... 168
Gordelspanners.................................... 116
Grootlicht
-bediening............................................. 75
-gloeilamp vervangen......................... 171
-grootlichtsignaal................................. 75
Grootlichtsignaal.................................. 75
Handrem.............................................. 136
Page 274 of 282
273
LAMPJES EN
BERICHTEN
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Tafel op bank................................40-89
Tanken met de Fiat Ducato............... 110
Tankinhoud........................................... 111
Tankklepje............................................. 111
Technische gegevens........................... 211
Toerenteller.......................................... 17
Transmissie........................................... 217
Trekken van aanhangers
-trekhaak monteren........................... 140
Trekkrachtbegrenzers........................ 116
Typeplaatjes
-carrosserielak.....................................213
-identificatiegegevens ......................... 212
Veiligheid.............................................. 113
Veiligheidsgordels................................ 114
-algemene opmerkingen.................... 117
-gebruik................................................. 114
-gordelspanners ..................................116
-onderhoud.......................................... 119
-trekkrachtbegrenzers....................... 116
Velgen
-verklaring van velgencodering........ 220
Ventilatie................................................ 47
Verbruik-brandstof............................................. 264
-motorolie............................................ 198
Versnellingsbak
-gebruik van de handgeschakelde
versnellingsbak................................... 137
Verwarming en ventilatie................... 47
Vloeistoffen en smeermiddelen........ 262
Waarschuwingsknipperlichten........ 82
Werking bij lage temperaturen......... 110
Wiel verwisselen.................................. 159
Wielophanging...................................... 218
Wieluitlijning......................................... 219
Wisserbladen........................................ 207
Zekeringen (vervangen).................... 176
Zij-airbags.............................................. 125
Zitplaatsen
-instellen............................................... 37
-reinigen................................................ 210
Zonnekleppen....................................... 88
SBR-systeem........................................ 115
Scheidingswand..................................... 86
Schrijf/leestafeltje................................. 88
Schuifdeur zijkant................................. 95
Schuifruit zijkant................................... 95
Sensor automatische koplampen
(schemersensor)................................ 76
Slepen van de auto ..............................186
Sleutel met afstandsbediening ........... 8
Sneeuwkettingen.................................. 143
Snelheid (maximum)............................ 229
Spiegels................................................... 45
-binnenspiegel...................................... 45
-buitenspiegels..................................... 45
-elektrisch............................................ 46
Start-/contactslot................................. 15
Startblokkering Fiat CODE ............... 6
Starten en rijden.................................. 133
Stekkerdoos.......................................... 88
Stoelverstelling..................................... 37
Stuurslot................................................ 15
Stuurwielverstelling............................. 44
Symbolen............................................... 6
Tachograaf........................................... 91