MPG Hyundai Accent 2008 Handleiding (in Dutch)
Page 157 of 250
2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
24RIJDEN MET AANHANGER OF SLEPENHET GEBRUIK VAN DE VERLICHTINGHET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN
SC190A1-FX Controleer de verlichting regelmatig
en houd de lampglazen schoon. Bij slecht zicht overdag is het aan tebevelen het dimlicht in te schakelen. Hierdoor ziet u niet alleen beter, maar wordt u ook beter gezien. SC200A1-FX Bij het slepen of voor het rijden met
een aanhanger moeten de wettelijke voorschriften worden opgevolgd. Dezevoorschriften wijzigen van land tot land. Raadpleeg uw Hyundai dealer voor nadere informatie.
LET OP:
Verleen met uw auto geensleephulp tijdens de eerste 2000 km, zodat de motor goed kan inrijden.Als deze raadgeving niet wordtopgevolgd kan het ernstige schadeaan motor en transmissie tot gevolg hebben.
!
SC180A1-FX Controles voor het begin van de rit
1. Banden: Houd de bandenspanning voor hetrijden met hoge snelheden aan. Eente lage bandenspanning heeft oververhitting en mogelijke defecten tot gevolg. N.B.: De voorgeschreven bandensp- anning mag niet worden over- schreden.
2. Brandstof, koelvloeistof en
motorolie.:
Bij het rijden met hoge snelheden wordt 1,5 maal zoveel brandstof verbruikt.Vergeet niet het koelvloeistof-en hetmotoroliepeil te controleren.
3. V-riem: Een niet goed afgestelde of een beschadigde V-riem kan oververhitting van de motor tot gevolg hebben.
Page 219 of 250
6
EENVOUDIG ONDERHOUD
27
!
KOPLAMPEN AFSTELLEN
5. Open de motorkap.
6. Teken op een lichte wand verticalelijnen (door het midden van elke koplamp) en een horizontale lijn(door het midden van beide koplampen). Trek vervolgens een lijn 30 mm (1,18 in.) onder de eerder getrokkenhorizontale lijn.
7. Stel m.b.v. een kruiskopsch- roevendraaier de horizontalebegrenzing van het dimlicht vanelke koplamp zodanig af dat deze gelijk ligt met de onderste getrokken lijn. - VERTICALE AFSTELLING
G290A03A-GXT Bij het afstellen van de koplampen moet de volgende procedure worden aangehouden.
1. Controleer of de spanning van alle banden correct is.
2. Plaats de auto op een vlakke vloer
en druk de voorbumper en deachterbumper enkele malen naar beneden. Plaats de auto op een afstand van 3 meter van de muur.
3. Zorg ervoor dat de auto niet is
beladen (het peil van dekoelvloeistof en de motorolie moet correct zijn en de brandstoftank gevuld; reservewiel, krik engereedschap moeten zich op hun plaats bevinden). De bestuurder of een voorwerp met een overeenkomstig gewicht moet zich op de bestuurdersstoel bevinden.
4. Reinig de koplampglazen en schakel
het dimlicht in.
WAARSCHUWING:
Verwijder zorgvuldig alle water datuit het filter is afgetapt, omdat de brandstof in het water tot ontbranding zou kunnen komen. Brandstoffilter ontluchten Als u doorgereden bent totdat de tank leeg was, of als het brandstoffiltervervangen is, zorg er dan voor dat er vanuit de brandstoftank brandstof in het filter gepompt wordt, omdat demotor anders moeilijk start.
1) Verwijder de ontluchtingsdop van
het brandstoffilter.
2) Pomp op en neer tot er brandstof
uit de opening komt.
N.B.:
o Vang de brandstof bij het ontluchten op met een doekje.
o Verwijder eventuele
brandstofresten rondom hetbrandstoffilter en de inspuitpomp vóór het starten van de motor, om brand te voorkomen.
o Controleer ten slotte of er nergens brandstof lekt.
Horizontale afstellingVerticale afstelling
G290A03MC