warning Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 199 of 540

3-115
Kenmerken van uw auto
3
Parking Distance Warning-
systeem (achteruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) waarschuwt de
bestuurder tijdens het achteruitrijden
met een geluidssignaal zodra deafstand tussen de auto en een
voorwerp achter de auto minder dan
120 cm wordt.
Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
Werking van de parkeerhulp
Werking
• Het systeem wordt ingeschakeldals de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld en het contact in
stand ON staat. Maar als de
rijsnelheid hoger is dan 5 km/h,
registreert het systeem obstakelsmogelijk niet.
• Als de rijsnelheid hoger is dan 10 km/h, geeft het systeem u geen
waarschuwing meer als een
obstakel wordt gesignaleerd.
• Als er zich meerdere voorwerpen achter de auto bevinden, zal het
dichtstbijzijnde als eerste wordengeregistreerd.•Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving
vrij is van objecten en
obstakels, om een aanrijding
te voorkomen.
•Wees extra voorzichtig als u
dicht langs voorwerpen of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
•Houd er rekening mee dat
sommige voorwerpen
mogelijk niet op het scherm
worden weergegeven of door
de sensoren worden geregist-
reerd als gevolg van deafstand tot het obstakel of het
formaat of het materiaal van
het obstakel. Al deze zaken
kunnen de effectiviteit van desensor beperken.
WAARSCHUWING
OOS047042

Page 200 of 540

3-116
Kenmerken van uw auto
Soorten waarschuwingssignalenHet Parking Distance Warning-systeem (achteruit)uitschakelen (indien van toepassing)
Druk op de toets om het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit) uit te schakelen. Hetcontrolelampje in de toets gaat
branden.
WaarschuwingssignalenControlelampje
Als een voorwerp zich 120 - 60 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt met tussenpozen
Als een voorwerp zich 60 - 30 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt vaker
Als een voorwerp zich binnen 30 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt onafgebroken.
• Het controlelampje wijkt mogelijk af van de afbeelding, afhankelijk van objecten en de status van sensoren. Als het controlelampje
knippert, adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Als u geen waarschuwingsgeluid hoort of als de zoemer met tussenpozen klinkt wanneer u de selectiehendel in stand R (achteruit)
zet, zit er mogelijk een storing in het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit). In dat geval adviseren we u om uw auto zo snel
mogelijk te laten controleren door een officiële HYUNDAI-dealer.
AANWIJZINGOOS047045L

Page 201 of 540

3-117
Kenmerken van uw auto
3
Gevallen waarin het ParkingDistance Warning-systeem(achteruit) niet werkt
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) werkt in de
volgende gevallen mogelijk niet
goed:
• Er zit ijs op de sensor.
• Er zit vuil, zoals sneeuw of water, of een andere substantie op de
sensor.
De werking van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit) wordt in de volgende
omstandigheden mogelijk
verstoord:
• Bij het rijden op oneffen wegen enop hellingen.
• Als bepaalde harde geluiden, zoals claxons, zware motorfietsmotoren,
luchtremmen van vrachtwagens en
dergelijke de werking van de
sensoren beïnvloeden.
• Bij zware regenval of opspattend water.
• Als afstandsbedieningen of mobie- le telefoons in de buurt van de
sensoren aanwezig zijn. • Als de sensor is bedekt met
sneeuw.
• Als de auto is voorzien van achteraf gemonteerde uitrusting of accessoires of als de
bumperhoogte of de inbouwpositie
van de sensoren is gewijzigd.
Het sensorbereik neemt in de
volgende gevallen mogelijk af:
• Bij extreem hoge of lage buiten-temperaturen.
• Bij objecten lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm in diameter.
De volgende voorwerpen worden
mogelijk niet opgemerkt door de
sensoren:
• Smalle voorwerpen als touwen,kettingen enz.
• Voorwerpen die de hoogfrequente signalen van de sensor
absorberen, zoals kleding,
sponsachtige materialen en
sneeuw.
Voorzorgsmaatregelen Parking
Distance Warning-systeem(achteruit)
• Het waarschuwingssignaal van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) klinkt mogelijk
niet consistent als het voorwerp
achter de auto beweegt of een
grillige vorm heeft.
• De correcte werking van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) kan verstoord
raken als de bumperhoogte of de
inbouwpositie van de sensoren is
gewijzigd of als de bumper of een
sensor beschadigd is. Achterafgemonteerde accessoires kunnen
het bereik van de sensoren ook
beïnvloeden.
Schade aan de auto en
persoonlijk letsel, ontstaan
vanwege het onjuist
functioneren van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit), vallen niet onder de
garantie. Rijd altijd veilig en
voorzichtig.
WAARSCHUWING

Page 202 of 540

3-118
Kenmerken van uw auto
• Voorwerpen die kleiner zijn dan 30cm worden mogelijk niet of niet
goed geregistreerd.Wees alert.
• Als de sensor bedekt is met sneeuw, vuil of water werkt deze
mogelijk niet goed totdat deze
weer schoon en droog is gemaaktmet een zachte doek.
• Druk, kras of stoot niet met harde voorwerpen tegen de sensor.
Anders kan het oppervlak van de
sensor beschadigd raken. De
sensor kan beschadigd raken.
• Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Schokken door waterstralen uit de
hogedrukreiniger kunnen ervoor
zorgen dat het apparaat niet goed
werkt.Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor achter, [B] : Sensor voorr Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit)
waarschuwt de bestuurder tijdens
het rijden met een signaal zodra deafstand tussen de auto en een
obstakel voor de auto minder dan100 cm of achter de auto minder dan
120 cm wordt.
Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
OOS047043
OOS047042

Front sensor
■Rear sensor

Page 203 of 540

3-119
Kenmerken van uw auto
3
Werking van het ParkingDistance Warning-systeem(achteruit/vooruit)
Werking
• Het systeem wordt ingeschakeld door de toets voor het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit) in te drukken
terwijl de motor draait. • Wanneer u de selectiehendel in
stand R (achteruit) zet, gaatautomatisch het controlelampje op
de toets van het Parking Distance
Warning-systeem (achteruit/vooruit)
branden en wordt het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit) geactiveerd. Als
echter de rijsnelheid hoger is dan 10km/h, geeft het systeem u geen
waarschuwing meer als een
obstakel wordt gesignaleerd. Als de
rijsnelheid hoger is dan 20 km/h,
wordt het systeem automatisch
uitgeschakeld. Druk op de toets van
het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit) om het
systeem in te schakelen.
• Als er zich meerdere objecten achter de auto bevinden, zal het
dichtstbijzijnde als eerste wordengeregistreerd.
•Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving
vrij is van objecten en
obstakels, om een aanrijding
te voorkomen.
•Wees extra voorzichtig als u
dicht langs voorwerpen of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
•Houd er rekening mee dat
sommige voorwerpen
mogelijk niet op het scherm
worden weergegeven of door
de sensoren worden geregist-
reerd als gevolg van deafstand tot het obstakel of het
formaat of het materiaal van
het obstakel. Al deze zaken
kunnen de effectiviteit van desensor beperken.
WAARSCHUWING
OOS047045

Page 204 of 540

3-120
Kenmerken van uw auto
Gevallen waarin het ParkingDistance Warning-systeem(achteruit/vooruit) niet werkt
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit) werkt
mogelijk niet goed in de volgende
gevallen:
• Er zit ijs op de sensor.
• Er zit vuil, zoals sneeuw of water, of een andere substantie op de
sensor.
De werking van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit) wordt in de
volgende omstandigheden mogelijk
verstoord:
• Bij het rijden op oneffen wegen,zoals ongeplaveide wegen, grind, drempels of hellingen.
• Als bepaalde hoogfrequente geluiden, zoals claxons,
racemotor-fietsen, luchtremmen
van vrachtwa-gens en dergelijke
de werking van de sensoren
beïnvloeden.
• Bij zware regenval of opspattend water.
• Het controlelampje wijkt mogelijk af van de afbeelding, afhankelijk
van objecten en de status van sensoren. Als het controlelampje
knippert, adviseren we u het systeem te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Als u geen waarschuwingsgeluid hoort of als de zoemer met tussenpozen klinkt wanneer u de selectiehendel in stand R (achteruit)
zet, zit er mogelijk een storing in het Parking Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit). In dat geval adviseren we u om uw auto zo snel
mogelijk te laten controleren door een officiële HYUNDAI-dealer.
AANWIJZING
Afstand tot
voorwerpWaarschuwing slampjeWaarschuwingssi gnaalWanneer de autovooruitrijdtWanneer de autoachteruitrijdt
61 ~ 100(24 ~39)Voor-Zoemer klinkt met tussenpozen
61 ~ 120(24 ~47)Achter-Zoemer klinkt met tussenpozen
31 ~ 60
(12 ~24)VoorZoemer klinkt met
kortere tussenpozen
Achter-Zoemer klinkt met
kortere tussenpozen
30
(12)VoorZoemer klinkt
onafgebroken
Achter-Zoemer klinkt
onafgebroken
Soorten waarschuwingssignalencm (in)

Page 205 of 540

3-121
Kenmerken van uw auto
3
• Door afstandsbedieningen ofmobiele telefoons in de buurt van de sensoren.
• Als de sensor is bedekt met sneeuw.
• Als de auto is voorzien van achteraf gemonteerde uitrusting of
accessoires of als de bumper-
hoogte of de inbouwpositie van de
sensoren is gewijzigd.
Het sensorbereik kan in de
volgende gevallen afnemen:
• Bij extreem hoge of lagebuitentemperaturen.
• Bij objecten lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm.
De volgende objecten worden
mogelijk niet opgemerkt door de
sensoren:
• Smalle objecten als touwen,kettingen of paaltjes.
• Objecten die de hoogfrequente signalen van de sensor absorberen,
zoals kleding, sponsachtige
materialen en sneeuw.
Voorzorgsmaatregelen Parking
Distance Warning-systeem(achteruit/vooruit)
• Het waarschuwingssignaal van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit) klinktmogelijk niet consistent als het
voorwerp achter de auto beweegt
of een grillige vorm heeft.
• De correcte werking van het Parking Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit) kan verstoord
raken als de bumperhoogte of de
inbouwpositie van de sensoren is
gewijzigd of als de bumper of een
sensor beschadigd is. Achterafgemonteerde accessoires kunnen
het bereik van de sensoren ook
beïnvloeden. • Voorwerpen die kleiner zijn dan
30 cm worden mogelijk niet of niet
goed geregistreerd. Wees alert.
• Als de sensor bedekt is met sneeuw, vuil of water werkt deze
mogelijk niet goed totdat deze
weer schoon en droog is gemaaktmet een zachte doek.
• Druk of sla niet op de sensor en voorkom dat er krassen op de
sensor komen. De sensor kan
beschadigd raken.
• Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Schokken door waterstralen uit de
hogedrukreiniger kunnen ervoor
zorgen dat het apparaat niet goed
werkt.
Schade aan de auto en
persoonlijk letsel, ontstaan
vanwege het onjuist
functioneren van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit), vallen niet
onder de garantie. Rijd altijd
veilig en voorzichtig.
WAARSCHUWING

Page 280 of 540

5
ISG (Idle stop & go) .............................................5-51Activeren van het ISG-systeem...................................5-51
In de volgende gevallen wordt het automatisch
starten tijdelijk uitgeschakeld......................................5-54
Deactiveren van het ISG-systeem .............................5-55
Storing ISG-systeem ......................................................5-55
Deactiveren van accusensor ........................................5-55
In drive-stand geïntegreerd regelsysteem.......5-57
Blind-spot collision warning-systeem (BCW) .5-60 BCW (Blind-Spot Collision Warning-systeem) .........5-61
RCCW (Waarschuwing botsing kruisend
verkeer achterkant)........................................................5-63
Detectiesensor .................................................................5-65
Beperkingen van het system .......................................5-66
Forward collision-avoidance assist (FCA)- type
met sensorfusie (radar voor + camera voor) .5-68 Systeeminstelling en -activering.................................5-68
FCA-waarschuwingsmelding en systeemregeling...5-70
FCA-sensor .......................................................................5-72
Storing in het systeem...................................................5-74
Beperkingen van het systeem .....................................5-75 Lane keeping assist-systeem (LKA) .................5-81
Werking LKA .....................................................................5-82
Waarschuwingslampje en -melding............................5-86
Beperkingen van het systeem .....................................5-87
Wijzigen functie LKA-systeem ....................................5-88
Driver attention warning-systeem (DAW) .......5-89 Systeeminstelling en -
activering Systeeminstelling .........................................5-89
Resetten van het systeem ............................................5-90
Systeem standby .............................................................5-91
Storing in het systeem...................................................5-91
Snelheidsbegrenzingssysteem ...........................5-93 Bediening snelheidsbegrenzer .....................................5-93
Cruise control .......................................................5-95 Werking cruise control ..................................................5-95
Rijden onder speciale rijomstandigheden ......5-101 Rijden onder moeilijke omstandigheden .................5-101
Op eigen kracht lostrekken van de auto ...............5-101
Vloeiend nemen van bochten ....................................5-102
Rijden in het donker ....................................................5-102
Rijden in de regen ........................................................5-103
Doorwaden van water .................................................5-104
Rijden met hoge snelheden........................................5-104
Verkleinen van de kans op over de kop slaan ......5-104

Page 338 of 540

5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te houden en de
bestuurder te waarschuwen wanneer
een voertuig nadert in de dode hoek.
Het systeem bewaakt het gedeelte
achter de auto en levert informatie
aan de bestuurder door middel vaneen geluidssignaal en een
controlelampje in de buitenspiegels.(1) BCW: Dode hoek
Het bereik van de BCW is
afhankelijk van de rijsnelheid.
Onthoud dat als uw auto veel
sneller rijdt dan de voertuigen om u
heen, de waarschuwing niet zal
worden gegeven.
(2) BCW: Nadert met hoge snelheid De Nadert met hoge snelheid
waarschuwt u wanneer een voertuig
met hoge snelheid nadert vanuit een
aangrenzende rijstrook. Als de
bestuurder de richtingaanwijzer
inschakelt wanneer het systeem
een naderend voertuig signaleert,laat het systeem een geluidssignaal
horen. De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
(3) RCCW (Rear Cross-Traffic Collision Warning)
De RCCW houdt verkeer van links
en rechts in de gaten wanneer uw
auto achteruitrijdt. De functie werkt
wanneer de auto achteruitrijdt met
een snelheid lager dan ongeveer10 km/h. Als naderend verkeer van links of
rechts wordt gesignaleerd, klinkt
er een waarschuwingszoemer.De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
BLIND-SPOT COLLISION WARNING-SYSTEEM (BCW) (INDIEN VAN TOEPASSING)
•Houd tijdens het rijden altijd de wegomstandigheden in de
gaten en wees alert op
onverwachte situaties, zelfswanneer het Blind-Spot
Collision Warning (BCW)systeem in werking is.
•Het Blind-Spot Collision
Warning-systeem (BCW) is
geen vervanging voor een
juist en veilig rijgedrag. Rijdaltijd veilig en wees
voorzichtig bij het wisselen
van rijstrook of
achteruitrijden. Het Blind-Spot
Collision Warning-systeem
(BCW) signaleert mogelijk nietalle objecten naast de auto.
WAARSCHUWING
OOS057099L
A
B

Page 339 of 540

5-61
Rijden met uw auto
5
BCW (Blind-Spot Collision
Warning-systeem)
(indien van toepassing)
Werking
Inschakelen:
Druk op de BCW-schakelaar terwijl het contact in stand ON staat.
Het controlelampje in de BCW-
schakelaar gaat branden. Als de
rijsnelheid hoger wordt dan 30 km/h,
wordt het systeem geactiveerd.Uitschakelen:
Druk nogmaals op de BCW-
schakelaar. Het controlelampje in de
schakelaar gaat uit.
Schakel het systeem met behulp van
de schakelaar uit wanneer het
systeem niet in gebruik is.
Informatie
• Als de auto wordt uitgezet en weer wordt gestart, keert het BCW-
systeem terug naar de vorige status.
• Als het systeem wordt ingeschakeld, brandt er gedurende 3 seconden een
waarschuwingslampje in de
buitenspiegel.
De functie wordt geactiveerd als:
1.Het funcite is ingeschakeld.
2.De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 30 km/h.
3.Er wordt een naderende auto gesignaleerd in de dode hoek.
Eerste waarschuwing
Als er een auto wordt gesignaleerd
binnen de grenzen die door hetsysteem zijn gesteld, zal er een
Geel waarschuwingslampje gaan
branden Rin de buitenspiegel.
Zodra de gesignaleerde auto zich niet
langer in de dode hoek bevindt,
verdwijnt de waarschuwing
overeenkomstig de rijomstandigheden
van de auto.
i
OOS057023
OOS057024
■ Links
■ Rechts

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >