dashboard Hyundai Santa Fe 2011 Handleiding (in Dutch)
Page 78 of 410
Veiligheidssysteem van uw auto
60
3
C041100AFD
Onderhoud aan aanvullend veiligheidssysteem
Het aanvullend veiligheidssysteem is
nagenoeg onderhoudsvrij en bevat geen
onderdelen waaraan u zelf veilig
onderhoud kunt plegen. Als het
waarschuwingslampje air bag niet gaat
branden of constant brandt, laat uw auto
dan zo snel mogelijk controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Alle werkzaamheden aan het aanvullend
veiligheidssysteem, zoals het
verwijderen, het plaatsen of het
repareren ervan, of werkzaamheden aan
het stuurwiel moeten uitgevoerd worden
door een officiële HYUNDAI-dealer. Een
onjuiste behandeling van het
airbagsysteem kan leiden tot ernstigpersoonlijk letsel.
WAARSCHUWING
Modificaties aan onderdelen van het aanvullend veiligheidssysteem of de
bedrading, inclusief het
aanbrengen van stickers, enz. opafdekkappen of modificaties aan
de carrosseriestructuur kunnen
ertoe leiden dat het systeem niet
goed werkt, waardoor letsel kanontstaan.
Reinig de afdekkappen van de airbags alleen met een zachte,
droge doek of met een doek die
bevochtigd is met schoon water.
Oplos- en reinigingsmiddelen
kunnen het materiaal van deafdekkappen aantasten en de
werking van het systeem in
negatieve zin beïnvloeden.
(Vervolg)(Vervolg)
Er mogen geen objecten op of inde buurt van de airbags in het
stuurwiel, op hetinstrumentenpaneel of op het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje worden
geplaatst omdat dergelijke
voorwerpen letsel kunnen
veroorzaken als de airbags bij
een aanrijding geactiveerd
worden.
Als de airbags geactiveerd zijn, moeten ze vervangen worden
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Stel de onderdelen van het airbagsysteem niet bloot aan
schokken en neem de bedrading
van het airbagsysteem ook niet
los. Als u dat wel doet kunt u
letsel oplopen omdat de airbags
onverwacht geactiveerd kunnen
worden of juist niet geactiveerd
worden wanneer dat wel nodig is.
(Vervolg)
Page 83 of 410
43
Kenmerken van uw auto
D010100AFD
Noteer het sleutelnummerHet sleutelcodenummer is ingeprent in hetmetalen plaatje met
barcode bevestigd aan
de sleutelbos. Met dit
nummer kan een officiële HYUNDAI
Erkend Reparateur uw sleutel
makkelijker namaken in het geval dat uw
sleutels verloren gaan. Verwijder hetmetalen plaatje met barcode en berg
deze veilig op. Maak tevens een
aantekening van het sleutelcodenummer
en berg deze op een veilige plaats op
maar niet in uw voertuig.
D010200ACM Sleutelfuncties
Wordt gebruikt om de motor te starten.
Wordt gebruikt om de portieren tevergrendelen en ontgrendelen.
Wordt gebruikt om het dashboardkastje te vergrendelen en ontgrendelen (indien
van toepassing).Type B
Houd om de mechanische sleutel te
verwijderen de ontgrendelknop ingedrukten neem de mechanische sleutel uit.
Druk om de mechanische sleutel te plaatsen de sleutel in de opening totdat u
een klikkend geluid hoort.
SLEUTELS
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend een originele
HYUNDAI-contactsleutel in uw
auto. Als er een imitatiesleutel
wordt gebruikt, kan het gebeurendat het contactslot na het aanslaan
van de motor niet van stand START
naar stand ON terugkeert. Hierdoor
blijft de startmotor continu draaien
en kan er schade ontstaan aan de
startmotor. Tevens kan er brand
ontstaan als gevolg van
oververhitting in de bedrading.
OCM040003
OCM040002L
Type A
Type B
Page 90 of 410
Kenmerken van uw auto
10
4
Beperkingen voor het gebruik van sleutels
Voer de volgende procedure uit om te
voorkomen dat het dashboardkastje kan
worden geopend, als u uw auto parkeert
en de sleutel erbij moet bliijven.
1. Houd toets (1) ingedrukt en verwijder
de mechanische sleutel (2).
2. Sluit het dashboardkastje en vergrendel het vervolgens met de mechanische sleutel.
3. Geef de Smart Key af. Het dashboardkastje kan niet worden
geopend zonder de mechanischesleutel. Vervangen van batterij
De batterij van een Smart Key zou een aantal jaren mee moeten gaan, maar
vervang als uw Smart Key niet correct
werkt eerst de batterij door een nieuwe.
Raadpleeg voor vragen over het gebruik
van de Smart Key of voor het vervangen
van de batterij een officiële HYUNDAI-
dealer.
✽✽
AANWIJZING
Als de Smart Key aan vocht of statische elektriciteit wordt blootgesteld, kunnen
er storingen ontstaan in het circuit van
de Smart Key. Raadpleeg voor vragen
over het gebruik van de Smart Key of
voor het vervangen van de batterij een
officiële HYUNDAI-dealer.
1. Wrik het deksel aan de achterzijde van de Smart Key los.
2. Vervang de batterij door een nieuwe. Plaats de nieuwe batterij op de
aangegeven manier met de pluskant
"+" naar beneden gericht.
3. Plaats de batterij in omgekeerde volgorde van verwijderen.
✽✽ AANWIJZING
Page 121 of 410
441
Kenmerken van uw auto
D150100AFD
Dashboardverlichting
(indien van toepassing)
Met behulp van de draaiknop kan de
verlichtingssterkte voor het dashboard
geregeld worden wanneer de
parkeerlichten of de dimlichten branden.
De intensiteit van de
instrumentenpaneelverlichting kan
worden aangepast door aan de knop te
draaien met de koplampen in een
willekeurige stand en het contact in destand ON.Meters
D150201AUN
Snelheidsmeter
De snelheidsmeter geeft de snelheid aan
als de auto vooruit rijdt. De snelheidsmeter is gekalibreerd in
kilometers per uur en/of mijl per uur.
OCM040053N
Type C
OCM040053
Type A
Type B
OCM040053L
OCM052056
Page 148 of 410
Kenmerken van uw auto
68
4
D190401AUN
Stand parkeerlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
parkeerlicht staat (1e stand), branden de
achterlichten, het parkeerlicht, de
kentekenplaatverlichting en de
dashboardverlichting. D190402AUN
Stand dimlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
dimlicht staat (2e stand), branden de
koplampen, de achterlichten, het
parkeerlicht, de kentekenplaatverlichting
en de dashboardverlichting.
✽✽
AANWIJZING
Om de verlichting in te kunnen schakelen moet het contact in stand ONstaan.
D190403AUN
Stand automatische verlichting (indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de achterlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
OCM040122OCM040123OCM040121
Page 149 of 410
469
Kenmerken van uw auto
D190500AUN
Grootlicht
Druk de combischakelaar van u af om
het grootlicht in te schakelen. Trek de
schakelaar naar u toe om het dimlicht in
te schakelen.
Het controlelampje voor het grootlicht
gaat branden wanneer het grootlicht
wordt ingeschakeld.
Om te voorkomen dat de accu ontladen
raakt, dient u de verlichting niet
gedurende langere tijd te laten branden
terwijl de motor niet draait.Lichtsignaal
Trek de combischakelaar naar u toe om
een lichtsignaal te geven. Als u de
combischakelaar loslaat, keert deze
weer terug naar zijn oorspronkelijke
positie (dimlicht). De verlichting hoeft niet
ingeschakeld te zijn om een lichtsignaal
te kunnen geven.
OCM040125OCM040124
OPMERKING
Bedek de sensor (1) op hetdashboard nooit, zodat een
optimale werking van deautomatische verlichtinggegarandeerd blijft.
Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat eendunne laag achter op de sensor,waardoor deze niet meer goed werkt.
Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien van eenmetaalhoudende coating,functioneert het automatischeverlichtingssysteem mogelijk niet
goed.
Page 160 of 410
Kenmerken van uw auto
80
4
D210500AUN
Verlichting dashboardkastje
(indien van toepassing)
De verlichting in het dashboardkastje
gaat branden als het dashboardkastje
wordt geopend.
De verlichting in het dashboardkastje
werkt alleen als de parkeerlichten of
koplampen in de stand ON staan. D210600AUN
Verlichting make-upspiegel
(indien van toepassing)
Door het openen van het klepje van de
make-upspiegel wordt de verlichting
automatisch ingeschakeld.
OCM040179OEN046081
Page 163 of 410
483
Kenmerken van uw auto
Verwarming en airconditioning
1. Start de motor.
2. Zet de luchtcirculatietoets in degewenste stand.
Voor een effectieve verwarming enkoeling:
- Verwarmen:
- Koelen:
3. Stel de temperatuur in op de gewenste waarde.
4. Schakel de stand BUITENLUCHT in met de luchttoevoertoets.
5. Zet de aanjager op de gewenste snelheid.
6. Als u de uitstromende lucht gekoeld wilt hebben, kunt u het
airconditioningssysteem aanzetten
(indien van toepassing).
❈
❈
Uitstroomopeningen 2e zitrij (E)
• De luchtstroom van de uitstroomopeningen bij de 2e zitriij
wordt geregeld door de klimaatregeling
voor en wordt afgeleverd via het
interne luchtkanaal van de
voorportieren. Als het portier open of
niet volledig gesloten is, wordt de
luchtstroom van de uitstroomopening
op de 2e zitrij niet correct afgeleverd.
Zorg ervoor dat de voorportieren
volledig gesloten zijn. De luchttoevoer via de
uitstroomopeningen bij de 2e zitrij kan
minder zijn dan via de ventilatieroosters
in het dashboard, vanwege het langere
luchtkanaal in de voorportieren.
Sluit de uitstroomopeningen bij koud weer. De luchtstroom via de
uitstroomopeningen bij de 2e zitrij kan
licht afkoelen wanneer de verwarming
is ingeschakeld. (Gebruik de
uitstroomopeningen bij de 2e zitrij voor
koelen.)
OCM040223
Page 164 of 410
Kenmerken van uw auto
84
4
D230101AFD
Toets luchtcirculatie
De luchtcirculatietoets regelt de circulatie
van de lucht door het ventilatiesysteem.
De lucht kan naar de voetenruimte, de uitstroomopeningen in het dashboard of
naar de voorruit stromen. Er worden zes
symbolen gebruikt om de standen.
VENTILEREN, BI-LEVEL, VERWARMEN,VERWARMEN/ONTWASEMEN en
ONTWASEMEN.
Stand FACE (B, D, E)
De lucht stroomt naar de romp en naar
het hoofd. Daarnaast kan iedere
uitstroomopening versteld worden om de
richting van de luchtstroom te wijzigen.
Stand BI-LEVEL (B, D, E, C, F, G)
De lucht stroomt naar het hoofd en naar
de voetenruimte.
Stand FLOOR (C, F, G, A, D)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en een klein gedeelte
stroomt naar de voorruit en de
zijruitontwaseming.
Stand FLOOR/DEFROST
(A, C, D, F, G)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en de voorruit en een kleingedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Stand DEFROST (A, D)
De meeste lucht stroomt naar de voorruiten een klein gedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
OCM040141
Page 165 of 410
485
Kenmerken van uw auto
Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopeningen kunnen afzonderlijk
worden geopend of gesloten met het
wieltje.
Met de hendel in de ventilatieroosters
kunt u de richting van de luchtstroom uit
deze ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.Temperatuurregelknop
Met de temperatuurregelknop kunt u de
temperatuur regelen van de lucht die uit
het ventilatiesysteem stroomt. Draai de
knop naar rechts voor warme of hete
lucht in het passagierscompartiment en
naar links voor koelere lucht.
Luchttoevoertoets
De luchttoevoer wordt gebruikt om de
stand BUITENLUCHT of de stand
RECIRCULATIE te kiezen.
Druk op de desbetreffende toets om de
stand van de luchttoevoer te wijzigen.
OCM052155OCM040142OCM052154