airbag MAZDA MODEL 2 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 48 of 735

Vermijd het plaatsen van een voorwaarts
gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting tenzij dit niet te
vermijden is:
Bij een botsing kan de kracht van een
airbag die wordt opgeblazen ernstig of
dodelijk letsel aan het kind toebrengen. Als
het installeren van een voorwaarts gericht
kinderzitje op de voorpassagierszitting niet
te vermijden is, de voorpassagierszitting
zover mogelijk naar achteren schuiven en
het zitkussen (hoogte-afstelbaar zitkussen)
in de hoogste stand zetten waarbij de
veiligheidsgordel waarmee het kinderzitje
is bevestigd stevig is aangetrokken.
Zorg ervoor dat de
deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag in de stand OFF
staat. Zie Deactiveringsschakelaar van
voorpassagiersairbag (pagina 2-46).
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
.LQGHU]LWMH


Page 58 of 735

:$$56&+8:,1*
In auto's uitgerust met airbags dienen veiligheidsgordels gedragen te worden:
Het uitsluitend vertrouwen op de airbags voor bescherming tijdens een aanrijding is
gevaarlijk. Airbags alleen kunnen geen ernstig letsel voorkomen. De
betreffende airbags
worden uitsluitend opgeblazen bij het eerste ongeval, zoals een frontale, bijna frontale of
zijdelingse botsing met een gematigde of grotere kracht. De inzittenden dienen dus altijd hun
veiligheidsgordels te dragen.

Kinderen mogen niet meerijden op de voorpassagierszitting:
Het plaatsen van een kind van 12 jaar of jonger op de voorzitting is gevaarlijk. In het geval
een airbag geactiveerd wordt, zou het kind ernstig of zelfs dodelijk letsel kunnen oplopen. Een
slapend kind is geneigd tegen een portier te leunen en loopt daardoor meer risico bij een
gematigde botsing aan de voorpassagierszijde van het voertuig door de zij-airbag geraakt te
worden. Bevestig een kind van 12 jaar of jonger voor zover mogelijk steeds op de
achterzittingen en maak daarvoor gebruik van het juiste kinderzitje overeenkomstig de
leeftijd en de grootte van het kind.
Uiterst gevaarlijk! Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting welke voorzien is van een airbag die geactiveerd zou kunnen worden:
Gebruik NOOIT een achterwaarts gericht kinderzitje op een zitting die aan de voorzijde door
een ACTIEVE AIRBAG beveiligd is. Dit kan DODELIJK of ERNSTIG LETSEL aan het KIND
toebrengen.
Zelfs bij een gematigde botsing kan het kinderzitje door een activerende airbag geraakt
worden en met kracht naar achteren verplaatst worden, waardoor het kind ernstig of dodelijk
letsel zou kunnen oplopen. Als uw auto uitgerust is met een deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag, bij het plaatsen van een achterwaarts gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting de schakelaar altijd in de stand OFF zetten.

%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 59 of 735

Ga niet te dichtbij de airbags van bestuurder en voorpassagier zitten:
Het te dichtbij de airbagmodules van bestuurder en voorpassagier zitten of er handen of
voeten op plaatsen is uiterst gevaarlijk. De airbags van bestuurder en voorpassagier worden
met grote kracht en snelheid opgeblazen. Als iemand er zich te dichtbij bevindt kan dit ernstig
letsel veroorzaken. De bestuurder dient altijd alleen de rand van het stuurwiel vast te houden.
De passagier op de voorzitting dient beide voeten op de vloer te houden. De inzittenden van
de voorzitting dienen hun zittingen zover mogelijk naar achteren af te stellen en altijd rechtop
tegen de rugleuningen te zitten en op de juiste wijze gebruik te maken van de
veiligheidsgordels.
Ga in het midden van de zitting zitten en draag de veiligheidsgordels op de juiste wijze:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen of tegen het portier
geleund slapen of uit de ramen hangen is uiterst gevaarlijk. De zij- en gordijn-airbags worden
met grote kracht en snelheid direct langs het portier aan de zijde waar de auto geraakt is
opgeblazen. Ernstig letsel kan worden veroorzaakt als iemand te dicht bij het portier zit of
tegen een raam leunt of als passagiers op de achterzitting zich aan de zijkanten van de
rugleuningen van de voorzittingen vasthouden. Geef de zij- en gordijn-airbags voldoende
ruimte om te functioneren door tijdens het rijden in het midden van de zitting plaats te
nemen en de veiligheidsgordels op de juiste wijze te dragen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar de airbags van bestuurder en
voorpassagier geactiveerd worden:
Het bevestigen van een voorwerp aan de airbagmodules van bestuurder en voorpassagier of
iets voor de modules plaatsen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de activering
van de voor-airbag kunnen hinderen en aan de inzittenden letsel kunnen toebrengen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een zij-airbag geactiveerd
wordt:
Het bevestigen van voorwerpen aan de voorzitting op zodanige manier dat de buitenste zijde
van de zitting op enigerlei wijze wordt afgedekt, is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het
voorwerp de werking van de zij-airbag welke vanuit de buitenste zijde van de rugleuning van
de voorzitting wordt opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van
het zij-airbagsysteem ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen
die gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Hang geen opbergnetten, kaartzakjes of rugzakken met riemen aan de voorzittingen. Gebruik
nooit zittinghoezen op de voorzittingen. Houd de zij-airbagmodules in uw voorzittingen
steeds vrij van obstakels, zodat de zij-airbags bij een botsing vanaf de zijkant ongehinderd in
werking kunnen treden.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 60 of 735

Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een gordijn-airbag
geactiveerd wordt:
Het bevestigen van voorwerpen op plaatsen waar de gordijn-airbags geactiveerd worden
zoals op de voorruit, de zijportierruit, op de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand
en op de steungrepen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de werking van de
gordijn-airbag die vanuit de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand wordt
opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van de
gordijn-airbagsystemen ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen
die gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Geen kleerhangers of andere voorwerpen aan de steungrepen ophangen. Bij het ophangen
van kleding, deze rechtstreeks aan de kledinghaak hangen. Houd de gordijn-airbagmodules
steeds vrij van obstakels, zodat de airbags bij een botsing vanaf de zijkant ongehinderd in
werking kunnen treden.
Raak nadat de airbags zijn opgeblazen de onderdelen van het aanvullend
beveiligingssysteem niet aan:
Aanraken van de onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem nadat de airbags zijn
opgeblazen is gevaarlijk. Onmiddellijk na het opblazen zijn deze bijzonder heet. Hierdoor
bestaat de kans op brandwonden.
Monteer dus nooit uitrusting aan de voorzijde van uw wagen:
Monteren van uitrusting aan de voorzijde van de wagen, zoals een frontale crashbar
(kangoeroe crashbar, vee crashbar, aanduwstang, of dergelijke), sneeuwploeg of lieren is
gevaarlijk. Dit kan een nadelige invloed hebben op het systeem van de airbag crash sensoren.
Hierdoor zouden de airbags onvoorzien geactiveerd kunnen worden of wordt verhinderd dat
de airbags tijdens een aanrijding worden opgeblazen. De inzittenden voorin zouden als
gevolg hiervan ernstig letsel kunnen oplopen.
Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen:
Wijzigen van de vering van de wagen is gevaarlijk. Als de hoogte van de wagen of de vering
veranderd wordt, zal de wagen een botsing niet meer correct kunnen registreren, hetgeen een
onjuiste of onverwachte activering van de airbag tot gevolg kan hebben waarbij de kans
bestaat op ernstig letsel.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 61 of 735

Breng geen wijzigingen aan een voorportier aan en laat geen beschadigingen onhersteld.
Laat een beschadigd voorportier altijd door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan een voorportier of het niet herstellen van
beschadigingen is gevaarlijk. Elk van de voorportieren is voorzien van een zij-impactsensor
welke onderdeel vormt van het aanvullend beveiligingssysteem. Als gaten worden geboord in
een voorportier, een portierluidspreker blijvend wordt verwijderd, of een beschadigd portier
niet wordt hersteld, kan de werking van de sensor nadelig beïnvloed worden zodat deze de
druk van de impact van een zijdelingse botsing niet meer correct kan bespeuren. Als een
sensor een zijdelingse botsing niet correct kan bespeuren, bestaat de kans dat de zij- en
gordijn-airbags en de voorspanner van de voorste veiligheidsgordel niet normaal
functioneren waardoor de inzittenden ernstig letsel kunnen oplopen.
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten gebruik
stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend beveiligingssysteem. Hieronder
vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of wat dan ook op de airbagmodules.
Hieronder valt ook het installeren van extra elektrische apparatuur op of nabij de onderdelen
en de bedrading van het systeem. Een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur kan de speciale aandacht besteden die bij het uitbouwen en inbouwen van de
voorzittingen nodig is. Het is van belang de bedrading en de aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet per ongeluk in werking treden en dat de
bestuurdersstoelpositiesensor niet beschadigd wordt en de airbag-aansluiting van de
zittingen onbeschadigd blijft.
Plaatsen geen bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen is gevaarlijk. De kans
bestaat dat onderdelen die essentieel zijn voor de werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd worden en in het geval van een botsing aan de zijkant is het
mogelijk dat de bijbehorende airbags niet geactiveerd worden, hetgeen ernstig of dodelijk
letsel tot gevolg kan hebben. Om beschadiging van onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend beveiligingssysteem te voorkomen, geen bagage of andere
voorwerpen onder de voorzittingen plaatsen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 62 of 735

Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd of
beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda-reparateur kan deze systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met een geactiveerde of
beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde beveiliging bij een volgend
ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals de voorzittingen, het voordashboard, het stuurwiel of
delen van de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand die airbagonderdelen of
sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn belangrijke airbagcomponenten
ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd kunnen worden en daardoor ernstig letsel
kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen altijd door een
officiële Mazda reparateur
verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met airbags die
onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer niet
alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat een deskundige reparateur, bij
voorkeur een
officiële Mazda reparateur het airbagsysteem veilig opruimen of een auto
uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
•De activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur van
de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
•In het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren omtrent
de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan te raden zich
op de hoogte te stellen van de verband houdende instructies, zoals beschreven in het
instructieboekje.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 64 of 735

'HDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJ
:$$56&+8:,1*
De voorpassagiersairbag niet onnodig deactiveren:
Onnodig uitschakelen van de voorpassagiersairbag is gevaarlijk. Als de airbag onnodig wordt
uitgeschakeld, zal de voorpassagier niet de extra beveiliging van de airbag kunnen
ontvangen. Dit kan ernstig letsel met mogelijk dodelijke afloop veroorzaken. Behalve bij het
installeren van een kinderzitje op de voorpassagierszitting, de deactiveringsschakelaar van
de airbag niet in de stand OFF zetten.

'HGHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJGLHQWJHEUXLNWWHZRUGHQZDQQHHU
HHQNLQGHU]LWMHRSGHYRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJZRUGWJHSODDWVWRPGHYRRUHQ]LMDLUEDJVHQ
RRNKHWV\VWHHPYDQGHYHLOLJKHLGVJRUGHOYRRUVSDQQHUYDQGHYRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJEXLWHQ
ZHUNLQJVWHOOHQ

:DQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HWJDDQEHLGHLQGLFDWLHODPSMHVYDQGH
GHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJEUDQGHQRQJHDFKWGHVWDQGYDQGH
GHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJ+HWLQGLFDWLHODPSMHJDDWQDHHQ
EHSDDOGHSHULRGHXLWHQJDDWYHUYROJHQVDDQXLWDIKDQNHOLMNYDQGHFRQGLWLHV]RDOV
DDQJHJHYHQLQRQGHUVWDDQGHWDEHO
'HDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQ
YRRUSDVVDJLHUVDLUEDJ:HUNLQJVWRHVWDQGYDQYRRUSDVVD
JLHUVDLUEDJ]LMDLUEDJYHLOLJKHLGV
JRUGHOYRRUVSDQQHUYDQYRRUSDV
VDJLHUV]LWWLQJ$LUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLH
ODPSMHYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLU
EDJ
2))VWDQG
'HDFWLYHUHQ
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 65 of 735

'HDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQ
YRRUSDVVDJLHUVDLUEDJ:HUNLQJVWRHVWDQGYDQYRRUSDVVD
JLHUVDLUEDJ]LMDLUEDJYHLOLJKHLGV
JRUGHOYRRUVSDQQHUYDQYRRUSDV
VDJLHUV]LWWLQJ$LUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLH
ODPSMHYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLU
EDJ
21VWDQG
*HUHHG'H]HZRUGHQQDHHQNRUWHSHULRGH
YDQWLMGXLWJHVFKDNHOG
OPMERKING
Laat de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur inspecteren wanneer een van deze
gevallen zich voordoet:
•Het indicatielampje van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag gaat
niet gedurende een bepaalde periode branden wanneer het contact op ON gezet wordt.
•Het indicatielampje van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag gaat
niet na een korte periode van tijd uit wanneer het contact op ON gezet wordt
(deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag staat in de stand ON).
▼▼6FKDNHODDUVWDQGHQ
&RQWUROHHUDOYRUHQVWHJDDQULMGHQDOWLMGPHWGHKXOSVOHXWHORIGHGHDFWLYHULQJVVFKDNHODDU
YDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJLQGHMXLVWHVWDQGVWDDWDOQDDUJHODQJXZYHUHLVWHQ
:$$56&+8:,1*
Laat de sleutel niet in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag zitten:
Onbedoeld uitschakelen van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag is
gevaarlijk. Bij een ongeluk zal de voorpassagier niet goed beveiligd zijn. Dit kan ernstig letsel
met mogelijk dodelijke afloop veroorzaken. Gebruik om onbedoeld uitschakelen te
voorkomen voor het bedienen van de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag
altijd de hulpsleutel die bewaard wordt in de zenderbehuizing die op dat moment gebruikt
wordt. Plaats na het deactiveren van de airbag de hulpsleutel terug in de zenderbehuizing. Op
deze manier blijft de sleutel niet in de deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag
zitten.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 66 of 735

OPMERKING
Plaats na het bedienen van deactiveringsschakelaar van de voorpassagiersairbag de
hulpsleutel terug in de zenderbehuizing.

8,7
'HYRRUSDVVDJLHUVYRRUDLUEDJ]LMDLUEDJHQYHLOLJKHLGVJRUGHOYRRUVSDQQHUYDQ
YRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJ]LMQEXLWHQZHUNLQJ
2YHUVFKDNHOHQQDDUGH2))SRVLWLH
 6WHHNGHVOHXWHOLQGHGHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJHQGUDDLGH
VOHXWHOUHFKWVRPWRWGDWGHVOHXWHOQDDU2))ZLMVW
 9HUZLMGHUGHVOHXWHO
 .LMNRIKHWDLUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLHODPSMHEOLMIWEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS
21VWDDW

'HYRRUHQ]LMDLUEDJVYDQGHYRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJHQRRNKHWYRRUVSDQQHUV\VWHHPYDQGH
YHLOLJKHLGVJRUGHOVEOLMYHQXLWJHVFKDNHOGWRWGDWGHGHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGH
YRRUSDVVDJLHUVDLUEDJQDDUGHVWDQG21JHGUDDLGZRUGW

$$1
'HYRRUSDVVDJLHUVYRRUDLUEDJ]LMDLUEDJHQYHLOLJKHLGVJRUGHOYRRUVSDQQHUYDQ
YRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJ]LMQLQZHUNLQJ$FWLYHHUKHWV\VWHHPHQNHOZDQQHHURSGH
YRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJJHHQNLQGHU]LWMHLVJHSODDWVW
2YHUVFKDNHOHQQDDUGH21SRVLWLH
 6WHHNGHVOHXWHOLQGHGHDFWLYHULQJVVFKDNHODDUYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJHQGUDDLGH
VOHXWHOOLQNVRPWRWGDWGHVOHXWHOQDDU21ZLMVW
 9HUZLMGHUGHVOHXWHO
 .LMNRIKHWDLUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLHODPSMHEOLMIWEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS
21VWDDW+HWDLUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLHODPSMHJDDWQDHHQNRUWHSHULRGHYDQWLMGXLW
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 72 of 735

OPMERKINGBij een frontale zijdelingse botsing, is het mogelijk dat alle uitgeruste airbags en voorspanners geactiveerd worden,
afhankelijk van de richting, hoek en snelheid van impact.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >