display MAZDA MODEL 2 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 176 of 827

x(Behalve Europees model)
Als de keuzehendel vanuit de stand D of M (niet in blokkeermodus voor tweede
versnelling) naar de stand N of P wordt verplaatst en de veiligheidsgordel van de
bestuurder wordt losgemaakt en het bestuurdersportier wordt geopend, herstart de motor.
De accupolen zijn losgekoppeld
Het is mogelijk dat vlak na het loskoppelen van de accupolen de motor niet meteen wordt
gestopt. Ook als de accu wordt vernieuwd moeten de i-stop functies gecontroleerd worden.
Raadpleeg een deskundige reparateur (bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur).
▼LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH 2UDQMH LVWRSLQGLFDWLHODPSMH *URHQ
9RRUHHQYHLOLJHQFRPIRUWDEHOJHEUXLNYDQGHDXWRFRQWUROHHUWKHWLVWRSV\VWHHPFRQVWDQW
GHKDQGHOLQJHQYDQGHEHVWXXUGHUGHRPJHYLQJELQQHQHQEXLWHQGHDXWRDOVPHGHGH
EHGULMIVWRHVWDQGYDQGHDXWRHQLQIRUPHHUWPHWEHKXOSYDQKHWLVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH
RUDQMH HQKHWLVWRSLQGLFDWLHODPSMH JURHQ GHEHVWXXUGHURYHUGLYHUVH
YRRU]RUJVPDDWUHJHOHQHQZDDUVFKXZLQJHQ
OPMERKING
Bij voertuigen uitgerust met de middendisplay, wordt de bedrijfstoestand van het i-stop
systeem getoond in de brandstofverbruikscontroledisplay.
Zie Bedrijfstoestandsdisplay op pagina 4-99.
LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH RUDQMH
:DQQHHUKHWODPSMHEUDQGW
x+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HWHQJDDWXLWZDQQHHUGH
PRWRUJHVWDUWZRUGW
x+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUGHLVWRS2))VFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNWHQKHW
V\VWHHPZRUGWXLWJHVFKDNHOG
x+HWODPSMHJDDWEUDQGHQDOVGHPRWRUJHVWRSWLVHQGHYROJHQGHKDQGHOLQJHQZRUGHQ
XLWJHYRHUG,QGHUJHOLMNHJHYDOOHQKHUVWDUWGHPRWRURPYHLOLJKHLGVUHGHQHQQLHW
DXWRPDWLVFK6WDUWGHPRWRUPHWEHKXOSYDQGHQRUPDOHPHWKRGH
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 188 of 827

OPMERKING
Wanneer de naald van de toerenteller in de
GESTREEPTE ZONE komt, toont dit de
bestuurder dat de versnelling
overgeschakeld moeten worden alvorens
de naald in de RODE ZONE komt.
▼%UDQGVWRIPHWHU
'HEUDQGVWRIPHWHUJHHIWELMEHQDGHULQJGH
LQGHEUDQGVWRIWDQNUHVWHUHQGHKRHYHHOKHLG
EUDQGVWRIDDQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21
ZRUGWJH]HW+HWZRUGWDDQEHYROHQGHWDQN
YRRUPHHUGDQJHYXOGWHKRXGHQ

Vo l
1/4 Vol
Leeg
$OVKHWZDDUVFKXZLQJVODPSMHYRRUODDJ
EUDQGVWRISHLOJDDWEUDQGHQRIKHW
EUDQGVWRISHLOHUJODDJLVGHWDQN]R
VSRHGLJPRJHOLMNELMYXOOHQ
$OVGHPRWRURQUHJHOPDWLJJDDWGUDDLHQRI
DIVODDWDOVJHYROJYDQHHQODDJ
EUDQGVWRISHLO]RVSRHGLJPRJHOLMN
ELMWDQNHQHQWHQPLQVWHOLWHUEUDQGVWRI
ELMYXOOHQ
=LH0DDWUHJHOHQQHPHQRSSDJLQD
OPMERKING
xNa het bijtanken van brandstof kan het
enige tijd duren voordat de indicator
stabiel wordt. Bovendien kan bij het
rijden op hellingen of in bochten de
indicator afwijken als gevolg van de
beweging van de brandstof in de tank.
xDe display die een kwart of minder
resterende brandstof aangeeft heeft
meer segmenten om het resterende
brandstofniveau in groter detail te
tonen.
xDe richting van de pijl () geeft aan
dat de afsluitklep van de
brandstoftankdop zich aan de linkerzijde
van de auto bevindt.
▼▼'DVKERDUGYHUOLFKWLQJ
=RQGHUDXWRPDWLVFKH
YHUOLFKWLQJVUHJHOLQJ
:DQQHHUKHWFRQWDFWRS21VWDDWHQGH
SRVLWLHODPSHQZRUGHQLQJHVFKDNHOGZRUGW
GHKHOGHUKHLGYDQGHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJ
JHGLPG
0HWDXWRPDWLVFKHYHUOLFKWLQJVUHJHOLQJ
:DQQHHUKHWFRQWDFWRS21VWDDWHQGH
SRVLWLHODPSHQZRUGHQLQJHVFKDNHOGZRUGW
GHKHOGHUKHLGYDQGHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJ
JHGLPG:DQQHHUHFKWHUGHOLFKWVHQVRU
EHVSHXUWGDWGHRPJHYLQJKHOGHULV]RDOV
ZDQQHHUGHSRVLWLHODPSHQRYHUGDJZRUGHQ
LQJHVFKDNHOGGLPWGH
GDVKERDUGYHUOLFKWLQJQLHW
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page 189 of 827

OPMERKING
x(Met automatische
verlichtingsregeling)
Wanneer het contact in de vroege avond
of bij schemering op ON wordt gezet,
wordt de dashboardverlichting
gedurende enkele seconden gedimd
totdat de lichtsensor de helderheid van
de omgeving bespeurt, echter het is
mogelijk dat na het bespeuren van de
helderheid de dimmer wordt
uitgeschakeld.
xWanneer de positielampen worden
ingeschakeld, gaat het indicatielampje
van de positielampen in de
instrumentengroep branden.
Zie Koplampen op pagina 4-66.
'HKHOGHUKHLGYDQGHLQVWUXPHQWHQJURHS
HQGDVKERDUGYHUOLFKWLQJHQNXQQHQ
DIJHVWHOGZRUGHQGRRUKHWGUDDLHQYDQGH
NQRS
x'RRUGHNQRSQDDUOLQNVWHGUDDLHQ
QHHPWGHKHOGHUKHLGDI:DQQHHUGH
NQRSQDDUGHPD[LPDOHGLPVWDQGLV
JHGUDDLGNOLQNWHUHHQSLHSWRRQ
x'RRUGHNQRSQDDUUHFKWVWHGUDDLHQ
QHHPWGHKHOGHUKHLGWRH
Gedimd
Helder
)XQFWLHYRRUXLWVFKDNHOHQYDQGH
YHUOLFKWLQJVGLPPHU
:DQQHHUKHWFRQWDFWRS21VWDDWHQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSJHGLPGZRUGWNDQGH
YHUOLFKWLQJVGLPPHUXLWJHVFKDNHOGZRUGHQ
GRRUGHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJVNQRSQDDU
UHFKWVWHGUDDLHQWRWGDWHUHHQSLHSWRRQ
NOLQNW$OVGH]LFKWEDDUKHLGYDQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSDOVJHYROJYDQ
OLFKWLQYDOYDQEXLWHQLVYHUPLQGHUGGH
YHUOLFKWLQJVGLPPHUXLWVFKDNHOHQ
OPMERKING
xWanneer de verlichtingsdimmer is
uitgeschakeld, kan de
instrumentengroep niet gedimd worden
als de positielampen zijn ingeschakeld.
xWanneer de verlichtingsdimmer wordt
uitgeschakeld, schakelt het scherm in de
middendisplay over naar de constante
weergave van het dagscherm.
▼▼%XLWHQWHPSHUDWXXUGLVSOD\
:DQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HW
ZRUGWGHEXLWHQWHPSHUDWXXUJHWRRQG

OPMERKING
xOnder de volgende omstandigheden kan
de getoonde buitentemperatuur afwijken
van de werkelijke buitentemperatuur,
afhankelijk van de directe omgeving en
de omstandigheden waarin de auto zich
bevindt:
xBeduidend lage of hoge temperaturen.
xPlotselinge veranderingen in
buitentemperatuur.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 190 of 827

xDe auto staat geparkeerd.
xTijdens het rijden met lage snelheden.
:LM]LJHQYDQGHWHPSHUDWXXUHHQKHLG
YDQGHEXLWHQWHPSHUDWXXUGLVSOD\
9RHUWXLJHQPHWDXGLR7\SH%
'HEXLWHQWHPSHUDWXXUHHQKHLGNDQ
RYHUJHVFKDNHOGZRUGHQWXVVHQ&HOVLXVHQ
)DKUHQKHLW
,QVWHOOLQJHQNXQQHQZRUGHQJHZLM]LJG
GRRUEHGLHQLQJYDQKHW
PLGGHQGLVSOD\VFKHUP
=LH*HEUXLNHUVLQVWHOOLQJHQRSSDJLQD

OPMERKING
Wanneer de temperatuureenheid die wordt
aangegeven op de
buitentemperatuurdisplay wordt gewijzigd,
verandert de temperatuureenheid die
wordt aangegeven op de display van de
motorkoelvloeistoftemperatuurmeter
dienovereenkomstig.
%XLWHQWHPSHUDWXXUZDDUVFKXZLQJ

:DQQHHUGHEXLWHQWHPSHUDWXXUODDJLV
JDDWGHLQGLFDWLHNQLSSHUHQHQNOLQNWHU
HHQ]RHPWRRQRPGHEHVWXXUGHUWH
ZDDUVFKXZHQYRRUGHPRJHOLMNKHLGYDQ
JODGGHZHJHQ
$OVGHEXLWHQWHPSHUDWXXUODJHULVGDQ
RQJHYHHU

Page 193 of 827

+RXGGH,1)2VFKDNHODDUODQJHUGDQ
VHFRQGHQLQJHGUXNWRPGHLQIRUPDWLHRS
GHGLVSOD\WHZLVVHQ1DKHWLQGUXNNHQYDQ
GH,1)2VFKDNHODDU]DOJHGXUHQGH
RQJHYHHUPLQXXWNPKZRUGHQ
JHWRRQGDOYRUHQVGHULMVQHOKHLGRSQLHXZ
ZRUGWEHUHNHQGHQRSGHGLVSOD\ZRUGW
DDQJHJHYHQ

5LMVQHOKHLGVDODUPPRGXV

,QGH]HPRGXVZRUGWGHKXLGLJHLQVWHOOLQJ
YRRUKHWULMVQHOKHLGVDODUPJHWRRQG8NXQW
GHLQVWHOOLQJYDQGHULMVQHOKHLGZDDUELMGH
ZDDUVFKXZLQJZRUGWJHJHYHQYHUDQGHUHQ
OPMERKING
De display van het rijsnelheidsalarm
wordt gelijktijdig geactiveerd met het
klinken van de pieptoon. De ingestelde
rijsnelheid knippert herhaalde malen.
+HWULMVQHOKHLGVDODUPNDQZRUGHQ
LQJHVWHOGPHWEHKXOSYDQGH
PLGGHQGLVSOD\
OPMERKING
xStel de rijsnelheid altijd in
overeenkomstig de wetgeving van het
land/de stad waarin de auto wordt
gebruikt. Controleer daarnaast altijd de
rijsnelheid door naar de snelheidsmeter
te kijken.
xDe rijsnelheidsalarmfunctie kan
ingesteld worden tussen 30 en 250 km/h.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 194 of 827

$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
Optische
ontvanger Spiegel
Combiner
:$$56&+8:,1*
Stel de helderheid en positie van de display altijd af bij stilstaand voertuig:
Afstellen van de helderheid en positie van de display tijdens het rijden is gevaarlijk, aangezien
dit uw aandacht van de weg kan afleiden en een ongeluk kan veroorzaken.
23*(/(7
¾Probeer niet handmatig de hoek van de Active Driving Display af te stellen of deze te
openen of te sluiten. Vingerafdrukken op de display maken deze moeilijk zichtbaar en het
overmatig kracht uitoefenen tijdens de bediening kan beschadiging veroorzaken.
¾Plaats geen voorwerpen in de buurt van de Active Driving Display. De kans bestaat dat de
Active Driving Display niet functioneert of beschadigd wordt wanneer deze tijdens zijn
werking gehinderd wordt.
¾Plaats geen dranken in de buurt van de Active Driving Display. Als water of andere
vloeistoffen op de Active Driving Display worden gemorst, kan dit beschadiging
veroorzaken.
¾Plaats geen voorwerpen boven de Active Driving Display en plak geen stickers op de
stofdichte plaat/optische ontvanger aangezien deze storing zullen veroorzaken.
¾Er is een sensor ingebouwd die de helderheid van de display regelt. Als de optische
ontvanger wordt afgedekt, zal de displayhelderheid verminderen waardoor deze moeilijk
zichtbaar wordt.
¾Stel de optische ontvanger niet bloot aan sterke lichtinval. Anders kan dit beschadiging
veroorzaken.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 195 of 827

OPMERKING
xBij het dragen van een zonnebril met gepolariseerde glazen wordt de zichtbaarheid van de
Active Driving Display verminderd als gevolg van de eigenschappen van de display.
xAls de accu is verwijderd en teruggeplaatst of de accuspanning laag is, kan de afgestelde
positie afwijken.
xHet is mogelijk dat de display moeilijk zichtbaar is of dat tijdelijk hinder wordt
ondervonden als gevolg van weersomstandigheden zoals regen, sneeuw, licht en
temperatuur.
xAls de audio-installatie wordt verwijderd, kan de Active Driving Display niet worden
gebruikt.
'H$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\JHHIWGHYROJHQGHLQIRUPDWLH
x%HGLHQLQJVYRRUZDDUGHQHQZDDUVFKXZLQJHQYDQGRGHKRHNPRQLWRU %60
=LH'RGHKRHNPRQLWRU %60 RSSDJLQD
x:DDUVFKXZLQJHQYDQDIVWDQGKHUNHQQLQJVKXOSV\VWHHP '566
=LH$IVWDQGKHUNHQQLQJVKXOSV\VWHHP '566 RSSDJLQD
x%HGLHQLQJVYRRUZDDUGHQHQZDDUVFKXZLQJHQYDQ0D]GD5DGDU&UXLVH&RQWURO 05&&
V\VWHHP
=LHKHW0D]GD5DGDU&UXLVH&RQWURO 05&& V\VWHHPRSSDJLQD
x%HGULMIVWRHVWDQGHQHQZDDUVFKXZLQJHQYDQULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP
/':6
=LH5LMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP /':6 RSSDJLQD
x%HGLHQLQJVYRRUZDDUGHQHQZDDUVFKXZLQJHQYDQULMVWURRNDVVLVWHQW /$6 HQ
ULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP /':6
=LH5LMVWURRNDVVLVWHQW /$6 HQULMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP /':6 RS
SDJLQD
x:DDUVFKXZLQJHQYDQ$GYDQFHG6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW $GYDQFHG6&%6
=LH$GYDQFHG6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW $GYDQFHG6&%6 RSSDJLQD
x:DDUVFKXZLQJHQYDQ6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW>)RUZDUG@ 6&%6)
=LH6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW>)RUZDUG@ 6&%6) RSSDJLQD
x%HGLHQLQJVYRRUZDDUGHQ6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW>5HYHUVH@ 6&%65
=LH6PDUW&LW\%UDNH6XSSRUW>5HYHUVH@ 6&%65 RSSDJLQD
x:DDUVFKXZLQJHQYDQ6PDUW%UDNH6XSSRUW 6%6
=LH6PDUW%UDNH6XSSRUW 6%6 UHPKXOSV\VWHHPRSSDJLQD
x%HGLHQLQJVYRRUZDDUGHQHQZDDUVFKXZLQJHQYDQDIVWHOEDUHVQHOKHLGVEHJUHQ]HU $6/
=LH$IVWHOEDUHVQHOKHLGVEHJUHQ]HU $6/ RSSDJLQD
x:DDUVFKXZLQJHQYHUPRHLGKHLGEHVWXXUGHU '$$
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page 280 of 827

xEr bevindt zich een voertuig in het detectiegebied aan de achterzijde op een
naastgelegen rijstrook aan de achterzijde, maar dit nadert niet. De BSM beoordeelt de
situatie op basis van radardetectiegegevens.
xEr rijdt gedurende langere tijd een voertuig naast het uwe met nagenoeg dezelfde
snelheid.
xVoertuigen die naderen vanuit tegenovergestelde richting.
xEen voertuig op een naastgelegen rijstrook probeert uw auto te passeren.
xEr bevindt zich een voertuig op een naastgelegen rijstrook op een weg met
buitengewoon brede rijstroken. Het detectiegebied van de radarsensoren (achter) is
ingesteld op de breedte van snelwegen.
xIn de volgende gevallen bestaat de kans dat het knipperen van het BSM
waarschuwingsindicatielampje, de activering van het waarschuwingsgeluid en de
weergave van de waarschuwingsindicatie op het scherm niet of vertraagd plaatsvindt.
xEen voertuig verandert van rijstrook naar een naastgelegen rijstrook vanaf 2 rijstroken
verder.
xRijden op steile hellingen.
xRijden over de top van een heuvel of bergpas.
xWanneer er verschil is in hoogte tussen uw rijstrook en de naastgelegen rijstrook.
xDirect nadat het BSM-systeem door het veranderen van de instelling in werking is
gesteld.
xAls de weg bijzonder smal is, is het mogelijk dat voertuigen 2 rijstroken verder bespeurd
worden. Het detectiegebied van de radarsensoren (achter) is ingesteld overeenkomstig de
breedte van snelwegen.
xHet is mogelijk dat het BSM waarschuwingsindicatielampje gaat branden en dat het
voertuigdetectiescherm in de display wordt weergegeven in reactie op stilstaande objecten
(vangrails, tunnels, zijwanden en geparkeerde voertuigen) op of langs de weg.
Objecten zoals vangrails en betonnen muren
die langs de auto lopen.Plaatsen waar de breedte tussen de vangrails
of muren aan weerszijden van de auto smaller
wordt.
De muren aan de ingang en uitgangen van tunnels, afritten.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 287 of 827

xDe voorruit en camera zijn beslagen (waterdruppels).
xEr schijnt fel licht op de voorzijde van de auto (zoals tegenlicht of grootlicht van
koplampen van tegemoetkomende voertuigen).
xDe auto maakt een scherpe bocht.
xSterke lichtweerkaatsing vanaf het wegdek.
xEen verkeersbord is in een positie die het weerkaatsen van het licht van de koplampen
van de auto bemoeilijkt, zoals bij het rijden in het donker of in een tunnel.
xTijdens het rijden onder weersomstandigheden, zoals regen, mist of sneeuw.
xDe opgeslagen kaartgegevens voor het navigatiesysteem zijn niet actueel.
xEen verkeersbord is bedekt door modder of sneeuw.
xEen verkeersbord staat verborgen achter bomen of een voertuig.
xEen verkeersbord staat deels in de schaduw.
xEen verkeersbord is verbogen of staat scheef.
xEen verkeersbord staat te laag of te hoog.
xEen verkeersbord is te helder of te donker (inclusief elektronische verkeersborden).
xEen verkeersbord is te groot of te klein.
xEr is een object dat lijkt op het verkeersbord dat wordt afgelezen (zoals nog een
verkeersbord of andere gelijksoortige borden).
xHet TSR systeem werkt niet als de Active Driving Display is ingesteld op geen weergave.
▼9HUNHHUVERUGZHHUJDYHLQGLFDWLH
'HYROJHQGHYHUNHHUVERUGHQZRUGHQRSGH
$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\ZHHUJHJHYHQ
0D[LPXPVQHOKHLGVERUGHQ LQFOXVLHI
RQGHUERUGHQ
Maximumsnelheidsborden
Onderbord (voorbeeld)
$OVGHYRRUXLWULMFDPHUD )6& HHQ
RQGHUERUGQLHWMXLVWNDQKHUNHQQHQ ]RDOV
SHULRGLHNHEHSHUNLQJHQ
DIVODJEHSHUNLQJHQHLQGHVHFWLH ZRUGWKHW
YROJHQGHVFKHUPJHWRRQG
0D[LPXPVQHOKHLGVERUGYRRUVOHFKW
ZHHU
(HQULFKWLQJVERUGHQ
6WRSERUGHQ
OPMERKING
Maximumsnelheidsborden (inclusief
onderborden)
xWanneer aan een van onderstaande
voorwaarden is voldaan, wordt bij een
rijsnelheid van ongeveer 1 km/h of
hoger het maximumsnelheidsbord
getoond.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 292 of 827

▼,QGLFDWLHRSGLVSOD\
'HEHGULMIVWRHVWDQGYDQKHW'566ZRUGWDDQJHJHYHQLQGH$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\,QJHYDO
YDQGHIHFWHQGHWRHVWDQGYDQGHDXWRFRQWUROHUHQRIGHDXWRGRRUHHQGHVNXQGLJHUHSDUDWHXU
ELMYRRUNHXUHHQRIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXU ODWHQFRQWUROHUHQRYHUHHQNRPVWLJGHLQKRXG
YDQKHWJHWRRQGHEHULFKW
=LH:DDUVFKXZLQJVLQGLFDWLHODPSMHVRSSDJLQD
OPMERKING
xWanneer het contact wordt uitgezet, wordt de bedrijfstoestand aangehouden die bestond
alvorens het systeem werd uitgeschakeld. Als bijvoorbeeld het contact op OFF wordt
gezet terwijl het DRSS gebruiksklaar is, zal het systeem gebruiksklaar zijn wanneer het
contact de volgende keer op ON gezet wordt.
xHet DRSS kan worden in-/uitgeschakeld en de gevoeligheid van het systeem kan worden
gewijzigd.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina 9-15.

Voorliggend-
voertuig display
5LFKWOLMQHQYRRUDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQ

'LVSOD\5LFKWOLMQHQYRRUDIVWDQGWXVVHQ
YRHUWXLJHQ
%LMHHQULMVQHOKHLGYDQRQJHYHHU
NPK 5LFKWOLMQHQYRRUDIVWDQGWXVVHQ
YRHUWXLJHQ
%LMHHQULMVQHOKHLGYDQRQJHYHHU
NPK
Licht oranje op2QJHYHHUPRIPLQGHU 2QJHYHHUPRIPLQGHU

 'HDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQYHUVFKLOWDOQDDUJHODQJGHULMVQHOKHLG
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 ... 60 next >