ESP MAZDA MODEL 3 HATCHBACK 2016 Handleiding (in Dutch)

Page 375 of 819

4–211
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPGELET
  Bij het off-road rijden op plaatsen met gras of bladeren, wordt het aanbevolen de
stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) uit te schakelen.
  Gebruik altijd banden van het voorgeschreven formaat en van hetzelfde merk, soort
en pro¿ elpatroon op alle 4 wielen. Bovendien geen banden met duidelijk zichtbaar
verschillende slijtagepatronen op dezelfde auto gebruiken. Gebruik geen banden met
duidelijk zichtbaar verschillende slijtagepatronen op dezelfde auto. Anders bestaat de
kans dat de stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) niet normaal functioneert.
  Als zich een laag ijs of sneeuw op de ultrasonische sensoren (achter) heeft vastgezet,
bestaat de kans dat deze afhankelijk van de omstandigheden obstakels niet correct
kunnen bespeuren. In dergelijke gevallen is het mogelijk dat het systeem de regelingen
niet correct kan uitvoeren. Rijd altijd voorzichtig en let op de achterzijde van de auto.


Page 376 of 819

4–212
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  De stand van de auto verandert afhankelijk van het gebruik van het gaspedaal,
rempedaal en stuurwiel, wat voor het systeem de herkenning van een obstakel kan
bemoeilijken of wat tot onnodige detectie kan leiden. In dergelijke gevallen is het
mogelijk dat de stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) niet functioneert.
  De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) functioneert onder de volgende
omstandigheden.
 


 Wanneer de motor draait.



 De versnellingshendel (voertuig met handgeschakelde versnellingsbak) of
keuzehendel (voertuig met automatische transmissie) staat in de stand R (achteruit).
 


 “Stadsverkeer-remassistent achteruit defect” wordt niet aangegeven in de multi-
informatiedisplay.
 


 Bij een rijsnelheid van ongeveer 2 tot 8 km/h.



 De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) is niet uitgeschakeld.



 Het DSC systeem is niet defect. 

 De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) functioneert met behulp van
ultrasonische sensoren (achter) welke obstakels aan de achterzijde bespeuren door
middel van het uitzenden van ultrasonische golven en vervolgens de terugkerende
golven die door de obstakels weerkaatst worden weer opvangen.
  In de volgende gevallen kunnen de ultrasonische sensoren (achter) geen obstakels
bespeuren en bestaat de kans dat de stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)
niet functioneert.
 


 Lage obstakels, zoals lage muren of vrachtwagens met lage laadbakken.



 Hoge obstakels, zoals vrachtwagens met hoge laadbakken.



 Kleine obstakels.



 Dunne obstakels, zoals wegwijzerpalen.



 Obstakels die zich op afstand van het midden van de auto bevinden.



 De buitenste zijde van het obstakel bevindt zich niet vertikaal ten opzichte van de
auto.
 


 Zachte obstakels, zoals een hangend gordijn of een voertuig bedekt met sneeuw.



 Onregelmatig gevormde obstakels.



 Obstakels die zich uiterst dichtbij bevinden.


Page 377 of 819

4–213
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  In de volgende gevallen kunnen de ultrasonische sensoren (achter) obstakels niet
correct bespeuren en bestaat de kans dat de stadsverkeer-remassistent [Achteruit]
(SCBS R) niet functioneert.
 


 Er zit iets op de bumper in de buurt van een ultrasonische sensor (achter).



 Het stuurwiel wordt scherp gedraaid, of het rem- of gaspedaal wordt bediend.



 Nabij een obstakel bevindt zich een ander obstakel.



 Tijdens slechte weersomstandigheden, zoals regen, mist en sneeuw.



 Hoge of lage vochtigheid.



 Hoge of lage temperaturen



 Harde wind.



 Het wegtraject is niet vlak.



 Wanneer zware bagage in de bagageruimte of op de achterzitting is geplaatst.



 Objecten zoals een draadloze antenne, mistlamp of verlichte kentekenplaat zijn in de
buurt van een ultrasonische sensor (achter) gemonteerd.
 


 De richting van een ultrasonische sensor (achter) wijkt af als gevolg van
bijvoorbeeld een botsing.
 


 De auto staat blootgesteld aan andere geluidsgolven, zoals die van de claxon,
motorgeluiden of de ultrasonische sensor van een ander voertuig.
 
 In de volgende gevallen is het mogelijk dat een ultrasonische sensor (achter)
iets abusievelijk als een doelobstakel bespeurt, wat tot gevolg kan hebben dat de
stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) in werking treedt.
 


 Rijden op een steile helling.



 Wielblokken.



 Hangende gordijnen, poortpalen, zoals bij tolpoorten en spoorwegovergangen.



 Bij het rijden nabij objecten zoals gebladerte, geluidswanden, voertuigen, muren en
hekken langs wegen.
 


 Bij het off-road rijden op plaatsen met gras en hooi.



 Bij het rijden door lage poorten, smalle poorten, autowasinstallaties en tunnels.



 Wanneer een trekhaak is gemonteerd of een aanhanger wordt getrokken. 

(Handgeschakelde versnellingsbak) Als de auto door de werking van het SCBS tot stilstand wordt gebracht en het
koppelingspedaal niet wordt ingetrapt, stopt de motor.
  Wanneer het systeem in werking is, wordt de gebruiker op de hoogte gesteld door de
multi-informatiedisplay.
  De stadsverkeer-remassistent (SCBS) waarschuwingsindicatie (oranje) licht op
wanneer er een defect is in het systeem.
 Zie Waarschuwingslampjes op pagina 4-47 .


Page 380 of 819

4–216
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.
Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) *
Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) waarschuwt de bestuurder voor een
mogelijke botsing door middel van een display en een waarschuwingsgeluid als bij
rijsnelheden van ongeveer 15 km/h of hoger de radarsensor (voor) en de vooruitrijcamera
(FSC) bepalen dat er kans is op een botsing met een voorliggend voertuig. Bovendien, als
de radarsensor (voor) en de vooruitrijcamera (FSC) bepalen dat een botsing onvermijdelijk
is, wordt de automatische remregeling uitgevoerd om schade in het geval van een botsing te
verminderen.
Wanneer de bestuurder het rempedaal intrapt, worden de remmen als extra hulp hard en snel
aangetrokken. (Rembekrachtiging (SBS rembekrachtiging))
WAARSCHUWING
Vertrouw niet volledig op het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) en rijd altijd
voorzichtig:
Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) is bestemd om in het geval van een
botsing schade te verminderen, niet om ongelukken te voorkomen. De mogelijkheid
voor het bespeuren van een obstakel is beperkt afhankelijk van het obstakel,
weersomstandigheden of verkeerssituaties. Als dus het gaspedaal of rempedaal per
ongeluk wordt ingetrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken. Controleer altijd de
veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal of gaspedaal in terwijl u een veiliger
afstand aanhoudt ten opzichte van voorliggende voertuigen of tegenliggers.
OPGELET
Schakel in de volgende gevallen het systeem uit om abusievelijk functioneren te
voorkomen:
 
 De auto wordt gesleept of sleept een ander voertuig. 
 De auto staat op een rollenbank. 
 Bij het rijden op slechte wegen of op plaatsen met dicht gras of off-road.


Page 381 of 819

4–217
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) functioneert wanneer aan alle
volgende voorwaarden is voldaan:
 


 Het contact op ON wordt gezet.



 Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) is ingeschakeld.



 De rijsnelheid is ongeveer 15 km/h of sneller.



 De relatieve snelheid tussen uw auto en het voorliggende voertuig is ongeveer 15
km/h of hoger.
 


 De Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) werkt niet. 

 Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) functioneert mogelijk niet onder de
volgende omstandigheden:
 


 Als u uw auto snel laat accelereren en dit een voorliggend voertuig dicht nadert.



 De auto met dezelfde snelheid rijdt als het voorliggende voertuig.



 Het gaspedaal ingetrapt wordt.



 Het rempedaal is ingedrukt.



 Het stuurwiel gedraaid wordt.



 De keuzehendel bediend wordt.



 De richtingaanwijzer gebruikt wordt.



 Wanneer het voorliggende voertuig niet uitgerust is met achterlichten of de
achterlichten niet branden.
 


 Wanneer waarschuwingen en berichten, zoals die voor een vuile voorruit, verband
houdend met de vooruitrijcamera (FSC) in de multi-informatiedisplay worden getoond.
 
 Hoewel de objecten waardoor het systeem geactiveerd wordt vierwielige voertuigen
zijn, is het mogelijk dat de radarsensor (voor) de volgende objecten bespeurt, bepaalt
dat deze obstakels zijn en het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) activeert.
 


 Objecten op de weg bij de ingang van een bocht (zoals vangrails en sneeuwbanken).



 Er verschijnt een voertuig in de tegengestelde rijstrook bij het rijden om een hoek of
het maken van een bocht.
 


 Bij het rijden over een smalle brug.



 Bij het rijden onder een lage poort of door een tunnel of smalle poort.



 Bij het inrijden van een ondergrondse parkeergarage.



 Metalen voorwerpen, oneffenheden of uitstekende voorwerpen op de weg.



 Als u plotseling dicht bij een voorliggend voertuig komt.



 Bij het rijden op plaatsen waar hoog gras is of weiland.



 Tweewielige voertuigen zoals motor¿ etsen of ¿ etsen.



 Voetgangers of niet-metalen objecten zoals bomen. 

 Wanneer het systeem in werking is, wordt de gebruiker op de hoogte gesteld door de
Active Driving Display.
  De Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) waarschuwingsindicatie (oranje) licht
op wanneer er een defect is in het systeem.
 Zie Waarschuwingslampjes op pagina 4-46 .


Page 383 of 819

4–219
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.
Vooruitrijcamera (FSC) *
Uw auto is uitgerust met een vooruitrijcamera (FSC). De vooruitrijcamera (FSC) is geplaatst
nabij de achteruitkijkspiegel en wordt gebruikt door de volgende systemen.
 


 Adaptieve LED koplampen (ALH)



 Vermoeidheidswaarschuwing (DAA)



 Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)



 Rijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)



 Verkeersbordherkenningsysteem (TSR)



 Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)



 Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)



 Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
Vooruitrijcamera (FSC)
De vooruitrijcamera (FSC) bepaalt de omstandigheden aan de voorzijde van de auto bij het
rijden in het donker en herkent rijbanen. De afstand waarover de vooruitrijcamera (FSC)
objecten kan herkennen varieert afhankelijk van de omgevingsomstandigheden.
WAARSCHUWING
Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen:
Als de hoogte van de auto of de overhelling gewijzigd wordt, kan het systeem
voorliggende voertuigen niet correct bespeuren. Dit heeft tot gevolg dat het systeem
niet normaal functioneert of abusievelijk functioneert, wat een ernstig ongeluk kan
veroorzaken.


Page 386 of 819

4–222
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPGELET
  Gebruik altijd banden van het voorgeschreven formaat voor alle wielen en van
hetzelfde merk, soort en pro¿ elpatroon. Gebruik ook geen banden met duidelijk
verschillende slijtagepatronen op dezelfde auto, aangezien de kans bestaat dat het
systeem niet normaal functioneert.
  De vooruitrijcamera (FSC) beschikt over een functie die verontreiniging van
de voorruit bespeurt en de bestuurder informeert, echter, afhankelijk van de
omstandigheden is het mogelijk dat plastic zakken, ijs of sneeuw op de voorruit
niet bespeurd worden. In dergelijke gevallen kan het systeem niet nauwkeurig een
voorliggend voertuig bepalen en bestaat de kans dat dit niet normaal functioneert. Rijd
altijd voorzichtig en let op de weg vóór u.
OPMERKING
  In de volgende gevallen kan de vooruitrijcamera (FSC) doelobjecten niet correct bespeuren,
waardoor de systemen niet normaal kunnen functioneren.
 


 De hoogte van het voorliggende voertuig is laag.



 U rijdt met dezelfde snelheid als het voorliggende voertuig.



 De koplampen zijn bij avond of tijdens het rijden door een tunnel niet ingeschakeld.


Page 387 of 819

4–223
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  In de volgende gevallen bestaat de kans dat de vooruitrijcamera (FSC) doelobjecten niet
correct kan bespeuren.
 


 Bij slechte weersomstandigheden, zoals regen, mist en sneeuw.



 De ruitensproeier wordt gebruikt of de voorruitenwissers worden niet gebruikt wanneer
het regent.
 


 IJs, mist, sneeuw, rijp, regen, vuil of vreemde bestanddelen zoals een plastic zak die op
de voorruit vastzit.
 


 Vrachtwagens met lage laadbodems en voertuigen met een buitengewoon lage of hoge
opbouw.
 


 Bij het rijden langs muren zonder patronen (zoals hekwerken en in de lengte gestreepte
muren).
 


 De achterlichten van het voorliggende voertuig branden niet.



 Er bevindt zich een voertuig buiten het verlichtingsbereik van de koplampen.



 Bij het maken van een scherpe bocht of het beklimmen of afdalen van een steile helling.



 In- of uitrijden van een tunnel.



 De auto is zwaar beladen zodat deze achterover helt.



 Er schijnt fel licht aan de voorzijde van de auto (achteruitrijlicht of grootlicht van
tegemoetkomende voertuigen).
 


 Het voorliggende voertuig heeft veel lichtbronnen.



 Wanneer het voorliggende voertuig niet uitgerust is met achterlichten of de achterlichten
bij donker niet branden.
 


 Wanneer lang uitstekende bagage of lading op een gemonteerde dakdrager vervoerd
wordt die de vooruitrijcamera (FSC) afdekt.
 


 Uitlaatgas van het voertuig vóór u, zand, sneeuw of waterdamp dat uit mangaten en
goten opstijgt en opspattend water.
 


 Bij het slepen van een defect voertuig.



 De banden op de auto vertonen duidelijk verschillende slijtagepatronen.



 Bij het rijden op lange afdalingen of hobbelige wegen.



 Er zijn waterplassen op de weg.



 De omgeving is donker, zoals bij het rijden 's nachts, in de vroege avond of ochtend, in
een tunnel of parkeergarage.
 


 De helderheid van de koplampverlichting is verminderd of de koplampverlichting is
afgezwakt als gevolg van vuil of een afwijkende optische as.
 


 Het doelobject komt in de dode hoek van de vooruitrijcamera (FSC).



 Een persoon of object springt plotseling vlak voor uw auto de weg op vanaf de berm.



 U verandert van rijstrook en nadert een voorliggend voertuig.



 Bij het buitengewoon dicht in de buurt rijden van het doelobject.



 Wanneer sneeuwkettingen of een noodreservewiel zijn aangebracht.



 Het voorliggende voertuig heeft een speciale vorm. Bijvoorbeeld een voertuig
dat een caravan of bootaanhanger trekt, of een autotransporter welke een voertuig
achterstevoren vervoert.


Page 388 of 819

4–224
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  Als de vooruitrijcamera (FSC) niet normaal kan werken als gevolg van tegenlicht of
mist, worden de systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera (FSC)
tijdelijk stopgezet en gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt
echter niet op een defect.
 


 Adaptieve LED koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje) 



 Waarschuwingslampje van rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)
 


 Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-
remassistent (SBS/SCBS) (oranje)
 
 Als de vooruitrijcamera (FSC) niet normaal kan werken als gevolg van hoge
temperaturen, worden de systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera
(FSC) tijdelijk stopgezet en gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit
duidt echter niet op een defect. Laat het gedeelte rondom de vooruitrijcamera (FSC)
afkoelen door bijvoorbeeld het inschakelen van de airconditioning.
 


 Adaptieve LED koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje) 



 Waarschuwingslampje van rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)
 


 Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-
remassistent (SBS/SCBS) (oranje)
 
 Als de vooruitrijcamera (FSC) bespeurt dat de voorruit vuil of beslagen is,
worden de systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera (FSC)
tijdelijk stopgezet en gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt
echter niet op een probleem. Verwijder het vuil van de voorruit of druk op de
voorruitontwasemingsschakelaar en ontwasem de voorruit.
 


 Adaptieve LED koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje) 



 Waarschuwingslampje van rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)
 


 Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-
remassistent (SBS/SCBS) (oranje)


Page 389 of 819

4–225
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
 (Met geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS))




De vooruitrijcamera (FSC) herkent voetgangers wanneer aan alle onderstaande voorwaarden
is voldaan:
 


 De lengte van een voetganger is ongeveer 1 tot 2 meter.



 Contouren, zoals die van het hoofd, beide schouders of benen kunnen worden
bepaald.
 


 In de volgende gevallen bestaat de kans dat de vooruitrijcamera (FSC) doelobjecten
niet correct kan bespeuren:
 


 Er lopen meerdere voetgangers of groepen van personen.



 Een voetganger bevindt zich nabij een afzonderlijk object.



 Een voetganger is gehurkt, zit of ligt.



 Een voetganger springt plotseling de weg op, vlak voor de auto.



 Een voetganger opent een paraplu, of draagt een groot stuk bagage of grotere
voorwerpen.
 


 Een voetganger bevindt zich op een donkere plek, zoals bij avond, of is moeilijk
te onderscheiden van de achtergrond doordat zijn kleding overeenkomt met de
kleur van de achtergrond.


Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 ... 150 next >