dashboard MAZDA MODEL 3 HATCHBACK 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 81 of 779

Plaatsen geen bagage of overige
voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige
voorwerpen onder de voorzittingen is
gevaarlijk. De kans bestaat dat onderdelen
die essentieel zijn voor de werking van het
aanvullend beveiligingssysteem
beschadigd worden en in het geval van een
botsing aan de zijkant is het mogelijk dat
de bijbehorende airbags niet geactiveerd
worden, hetgeen ernstig of dodelijk letsel
tot gevolg kan hebben. Om beschadiging
van onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend
beveiligingssysteem te voorkomen, geen
bagage of andere voorwerpen onder de
voorzittingen plaatsen.
Rijd niet met een auto met beschadigde
onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde
componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem
dienen na elke botsing waarbij deze
geactiveerd of beschadigd werden te
worden vernieuwd. Alleen een getrainde
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur kan deze
systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen
functioneren. Rijden met een geactiveerde
of beschadigde airbag of
voorspannermodule geeft u verminderde
beveiliging bij een volgend ongeval,
waardoor de kans bestaat op ernstig of
dodelijk letsel.De airbagonderdelen in het interieur niet
verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals de
voorzittingen, het voordashboard, het
stuurwiel of delen van de voorruit- en
achterruitstijlen en langs de dakrand die
airbagonderdelen of sensoren bevatten is
gevaarlijk. In deze onderdelen zijn
belangrijke airbagcomponenten
ingebouwd. De airbag zou onvoorzien
geactiveerd kunnen worden en daardoor
ernstig letsel kunnen veroorzaken. Laat
deze onderdelen altijd door een officiële
Mazda reparateur verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze
op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van
een airbag of slopen van een auto met
airbags die onder stroom staan, kan uiterst
gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg
zijn wanneer niet alle
veiligheidsmaatregelen in acht worden
genomen. Laat een deskundige reparateur,
bij voorkeur een officiële Mazda reparateur
het airbagsysteem veilig opruimen of een
auto uitgerust met een airbagsysteem
slopen.
OPMERKING
xDe activering van een airbag gaat
gepaard met een hard opblaasgeluid en
enige rookontwikkeling. Beide
veroorzaken echter geen letsel, alhoewel
de weefselstructuur van de airbags als
gevolg van wrijving lichte
huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding
beschermd zijn.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 103 of 779


 0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH
▼:HUNLQJVEHUHLN
+HWV\VWHHPZHUNWXLWVOXLWHQGZDQQHHUGH
EHVWXXUGHU]LFKLQGHDXWRRIELQQHQKHW
ZHUNLQJVEHUHLNEHYLQGWHQGHVOHXWHOELM
]LFKKHHIW
'HPRWRUVWDUWHQ
OPMERKING
xDe kans bestaat dat de motor gestart
kan worden als de sleutel zich buiten de
auto bevindt en buitengewoon dichtbij
een portier of raam wordt gehouden,
echter de motor altijd vanaf de
bestuurdersstoel starten.
Als de auto gestart wordt en de sleutel
bevindt zich niet in de auto, zal de auto
niet opnieuw starten nadat deze is
stopgezet en wordt het contact op uit
gezet.
xDe bagageruimte valt buiten het
verzekerde werkingsbereik, echter als
bediening van de sleutel (zender)
mogelijk is kan de motor gestart
worden.
0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH

 ,QWHULHXUDQWHQQH
 :HUNLQJVEHUHLN

=RQGHUJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH

 ,QWHULHXUDQWHQQH
 :HUNLQJVEHUHLN

OPMERKING
De kans bestaat dat de motor niet start als
de sleutel op de volgende plaatsen
neergelegd wordt:
xRondom het instrumentenpaneel
xIn een opbergvak zoals het
dashboardkastje of de middenconsole
xOp de hoedenplank (sedan)
▼6OHXWHOXLWIXQFWLH
$OVHHQVOHXWHOLQGHDXWRZRUGW
DFKWHUJHODWHQZRUGHQGHIXQFWLHVYDQGH
VOHXWHOGLHLQGHDXWRZRUGWDFKWHUJHODWHQ
WLMGHOLMNEXLWHQZHUNLQJJHVWHOGRPGLHIVWDO
YDQGHDXWRWHYRRUNRPHQ
'UXNYRRUKHWKHUVWHOOHQYDQGHIXQFWLHV
RSGHRQWJUHQGHOWRHWVYDQGHVOHXWHOPHW
JHDQQXOHHUGHIXQFWLHVLQGHDXWR
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 106 of 779

xAls de sleutel op de volgende plaatsen is
achtergelaten en u de auto verlaat,
bestaat de kans dat de portieren
afhankelijk van de condities van de
radiogolven vergrendeld worden, ook
als de sleutel in de auto is achtergelaten.
xRondom het instrumentenpaneel
xIn een opbergvak zoals het
dashboardkastje of de middenconsole
xOp de hoedenplank (sedan)
xVlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon
▼2SHQHQYDQGHDFKWHUNOHSKHW
NRIIHUGHNVHO
 %XLWHQDQWHQQH
 FP
 :HUNLQJVEHUHLN
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
*HDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGHSRUWLHUYHUJUHQGHOLQJ


Page 108 of 779

OPMERKING
xZet de motor altijd stop en sluit de
portieren. Laat bovendien ter
voorkoming van diefstal nooit
waardevolle voorwerpen in het interieur
achter.
xAls de sleutel op de volgende plaatsen is
achtergelaten en u de auto verlaat,
bestaat de kans dat de portieren
afhankelijk van de condities van de
radiogolven vergrendeld worden, ook
als de sleutel in de auto is achtergelaten.
xRondom het instrumentenpaneel
xIn een opbergvak zoals het
dashboardkastje of de middenconsole
xOp de hoedenplank (sedan)
xVlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon
xWanneer het contact in ACC of ON
wordt gezet, voorkomt de
buitensluitingspreventiefunctie dat u
uzelf uit de auto kunt buitensluiten.
Alle portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep/het
kofferdeksel
*1 zullen automatisch
ontgrendeld worden als deze
vergrendeld worden met behulp van de
centrale portiervergrendeling wanneer
een van de portieren of de achterklep
geopend is.
De buitensluitingspreventiefunctie werkt
niet wanneer het contact is
uitgeschakeld.
Wanneer alle portieren, de afsluitklep
van de brandstoftankdop en de
achterklep/het kofferdeksel
*1 worden
vergrendeld via de centrale
portiervergrendeling terwijl een portier
of de achterklep/het kofferdeksel open is,
worden de gesloten deuren, de
afsluitklep van de brandstoftankdop en
de achterklep/het kofferdeksel
*1
vergrendeld. Daarna, wanneer alle
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel zijn gesloten, worden alle
portieren en de achterklep/het
kofferdeksel vergrendeld. Als de sleutel
zich echter in de auto bevindt, worden
alle portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep/het
kofferdeksel
*1 automatisch ontgrendeld.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
Gedurende ongeveer 10 seconden is een
pieptoon hoorbaar om de bestuurder er
op attent te maken dat de sleutel in de
auto is achtergelaten.
(Zonder geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
De claxon klinkt tweemaal om de
bestuurder er op attent te maken dat de
sleutel in de auto is achtergelaten.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
3RUWLHUHQHQVORWHQ


Page 146 of 779

$DQEUHQJHQYDQ
ZLM]LJLQJHQHQDDQYXOOHQGH
DSSDUDWXXU
▼$DQEUHQJHQYDQZLM]LJLQJHQHQ
DDQYXOOHQGHDSSDUDWXXU
0D]GDNDQQLHWJDUDQWVWDDQYRRUGHMXLVWH
ZHUNLQJYDQKHWVWDUWEORNNHHUV\VWHHPHQ
KHWDQWLGLHIVWDOEHYHLOLJLQJVV\VWHHPDOVHU
ZLM]LJLQJHQDDQKHWV\VWHHP]LMQ
DDQJHEUDFKWRIDOVHUDDQYXOOHQGH
DSSDUDWXXULVDDQJHVORWHQ
23*(/(7
Om beschadiging van de auto te
voorkomen, geen wijzigingen aan het
systeem aanbrengen of aanvullende
apparatuur op het startblokkeersysteem en
het anti-diefstal beveiligingssysteem of de
auto aansluiten.
6WDUWEORNNHHUV\VWHHP
▼6WDUWEORNNHHUV\VWHHP
+HWVWDUWEORNNHHUV\VWHHP]RUJWHUYRRUGDW
GHPRWRUHQNHONDQZRUGHQJHVWDUWPHW
HHQVOHXWHOGLHGRRUKHWV\VWHHPKHUNHQG
ZRUGW

$OVLHPDQGSUREHHUWGHPRWRUWHVWDUWHQ
PHWHHQVOHXWHOGLHQLHWZRUGWKHUNHQG]DO
GHPRWRUQLHWVWDUWHQKHWJHHQDXWRGLHIVWDO
KHOSWYRRUNRPHQ
1HHPFRQWDFWRSPHWHHQRIILFLsOH
0D]GDUHSDUDWHXULQGLHQXHHQSUREOHHP
KHHIWPHWKHWVWDUWEORNNHHUV\VWHHPRIPHW
GHVOHXWHO
23*(/(7
¾Veranderingen of modificaties die niet
uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de
partij die verantwoordelijk is voor de
compliantie kunnen de garantie op de
apparatuur ongeldig maken.
¾Volg onderstaande instructies om
beschadiging van de sleutel te
voorkomen:
¾Laat de sleutel niet vallen.
¾Laat de sleutel niet nat worden.
¾Stel de sleutel niet bloot aan
magnetische velden van enigerlei
aard.
¾Stel de sleutel niet bloot aan hoge
temperaturen op plaatsen zoals het
dashboard of de motorkap, onder
direct zonlicht.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%HYHLOLJLQJVV\VWHHP


Page 147 of 779

¾Als de motor niet met de correcte sleutel
gestart kan worden en het
beveiligingssysteemindicatielampje blijft
branden of knipperen, is er mogelijk een
defect in het systeem. Raadpleeg een
officiële Mazda-reparateur.
OPMERKING
xDe sleutels bevatten een unieke
elektronische code. In verband hiermee
en om veiligheidsredenen is er een
wachttijd voor het verkrijgen van een
reservesleutel. Deze sleutels zijn
uitsluitend verkrijgbaar via een officiële
Mazda reparateur.
xHoud steeds een reservesleutel bij de
hand voor het geval er een sleutel
verloren raakt. Raadpleeg in het geval
van verlies van een sleutel zo spoedig
mogelijk een officiële Mazda reparateur.
xAls u een sleutel verliest, zal een
officiële Mazda reparateur de
elektronische codes van uw resterende
sleutels en het start-blokkeersysteem
opnieuw instellen. Breng alle resterende
sleutels naar een officiële Mazda
reparateur om deze opnieuw te laten
instellen.
Starten van uw auto met een sleutel
waarvan de code niet opnieuw is
ingesteld zal niet mogelijk zijn.
▼:HUNLQJ
OPMERKING
xDe kans bestaat dat de motor niet start
en dat het
beveiligingssysteemindicatielampje
brandt of knippert als de sleutel op
plaatsen gelegd wordt waar het moeilijk
is voor het systeem het signaal te
ontvangen, zoals op het
instrumentenpaneel of in het
dashboardkastje. Breng de sleutel naar
een plaats binnen het signaalbereik, zet
het contact uit en start vervolgens de
motor opnieuw.
xHet is mogelijk dat uw
start-blokkeersysteem storing
ondervindt van signalen van een TV of
radiozender, van zend/ontvang
apparatuur of van een mobiele telefoon.
Als u de juiste sleutel gebruikt en u de
motor niet kunt starten, het
beveiligingssysteemindicatielampje
controleren.
,QVWDDWYDQSDUDDWKHLGEUHQJHQ
+HWV\VWHHPLVLQVWDDWYDQSDUDDWKHLG
ZDQQHHUKHWFRQWDFWYDQXLW21RSXLW
JH]HWZRUGW
+HWEHYHLOLJLQJVV\VWHHPLQGLFDWLHODPSMHLQ
GHLQVWUXPHQWHQJURHSNQLSSHUWHONH
VHFRQGHQWRWGDWKHWV\VWHHPEXLWHQ
ZHUNLQJJHVWHOGZRUGW

$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%HYHLOLJLQJVV\VWHHP


Page 206 of 779

OPMERKING
xNa het bijtanken van brandstof kan het
enige tijd duren voordat de indicator
stabiel wordt. Bovendien kan bij het
rijden op hellingen of in bochten de
indicator afwijken als gevolg van de
beweging van de brandstof in de tank.
xDe richting van de pijl () geeft aan
dat de afsluitklep van de
brandstoftankdop zich aan de linkerzijde
van de auto bevindt.
▼'DVKERDUGYHUOLFKWLQJ
:DQQHHUGHYHUOLFKWLQJZRUGW
LQJHVFKDNHOGPHWKHWFRQWDFWLQGHVWDQG
21ZRUGWGHKHOGHUKHLGYDQGH
GDVKERDUGYHUOLFKWLQJJHGLPG:DQQHHUGH
OLFKWVHQVRUHFKWHUEHVSHXUWGDWGH
RPJHYLQJKHOGHULV]RDOVZDQQHHUGH
YHUOLFKWLQJRYHUGDJZRUGWLQJHVFKDNHOG
GLPWGHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJQLHW
OPMERKING
xWanneer het contact in de vroege avond
of bij schemering in de stand ON wordt
gezet, wordt de dashboardverlichting
gedurende enkele seconden gedimd
totdat de lichtsensor de helderheid van
de omgeving bespeurt. Het is echter
mogelijk dat na het bespeuren van de
helderheid de dimmer wordt
uitgeschakeld.
xWanneer de verlichting wordt
ingeschakeld, gaat het verlichting-aan
indicatielampje in de instrumentengroep
branden.
Zie Koplampen op pagina 4-63.
'HKHOGHUKHLGYDQGHLQVWUXPHQWHQSDQHHO
HQGDVKERDUGYHUOLFKWLQJHQNXQQHQ
DIJHVWHOGZRUGHQGRRUKHWLQGUXNNHQYDQ
GHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJVVFKDNHODDUWHUZLMO
GHGDVKERDUGYHUOLFKWLQJLVJHGLPG
x'UXNRSGHVFKDNHODDURPGH
KHOGHUKHLGWHYHUPLQGHUHQ:DQQHHURS
GHVFKDNHODDUZRUGWJHGUXNWWHUZLMOGH
LQVWUXPHQWHQJURHSPD[LPDDOLVJHGLPG
ZRUGWHHQJHOXLGJHDFWLYHHUGRPXHURS
WHZLM]HQGDWGHKXLGLJH
GLPPHULQVWHOOLQJGHPD[LPDOHLQVWHOOLQJ
LV
x'UXNRSGHVFKDNHODDURPGH
KHOGHUKHLGWHYHUJURWHQ

 +HOGHU
 *HGLPG
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\