alarm MAZDA MODEL 6 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 349 of 842

4–170
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
Display van
vermoeidheidswaarschuwing
(DAA)
Wanneer het systeem vermoeidheid
of verminderde oplettendheid van
de bestuurder bespeurt, wordt het
waarschuwingsgeluid geactiveerd en
verschijnt er een alarmmelding in de
multi-informatiedisplay.


Uitschakelen van de
vermoeidheidswaarschuwing
(DAA)
De vermoeidheidswaarschuwing (DAA)
kan ingesteld worden zodat deze niet
wordt geactiveerd.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-15 .


Page 375 of 842

4–196
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  Als de bestuurder zijn of haar handen van
het stuurwiel afneemt (het stuurwiel niet
vasthoudt), wordt het waarschuwingsgeluid
geactiveerd en wordt een alarmmelding
aangegeven in de multi-informatiedisplay
of de Active Driving Display.

Active Driving Display Multi-informatiedisplay
 Als u het stuurwiel licht vasthoudt,
is het mogelijk dat het systeem
afhankelijk van de rijomstandigheden
bespeurt dat u het stuurwiel heeft
losgelaten (het stuurwiel niet langer
vasthoudt) ook al is dit niet het
geval en dat er een bericht in de
multi-informatiedisplay of de Active
Driving Display verschijnt.
  Het tijdstip waarbij de waarschuwing
voor rijstrookafwijking
wordt geactiveerd en de
besturingsassistentie wordt
uitgevoerd varieert.
OPMERKING
  Voor de rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) kunnen de volgende
instellingen worden gewijzigd. Zie
Gebruikersinstellingen op pagina 9-15 .
 


 Besturingsassistentie in werking/
buiten werking
 


 Uitschakelgevoeligheid
(waarschijnlijkheid van
besturingsassistentie)
Rijstrookstrependisplay
Wanneer de rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) vanuit de standby-toestand
operationeel worden, worden de
rijstrookstrepen weergegeven in de
multi-informatiedisplay en de Active
Driving Display. In de display van de
rijstrookstrepen die de bedrijfstoestand
aangeeft, verandert de kleur van de
rijstrookstrepen die worden bespeurd naar
wit.
(Standby status)

Multi-informatiedisplay
Active Driving Display



Page 497 of 842

5–40
Interieurvoorzieningen
Audio-installatie
Programmatype informatie (PTY)
Bepaalde FM zenders zenden
programmatype codes uit. Met behulp van
deze code kunnen alternatieve zenders die
dezelfde programmatype codes uitzenden
snel opgespoord worden.

Druk in de FM modus op de
programmatype informatietoets (
, ). De
programmatype code en “ PTY ” wordt
tijdens ontvangst getoond. Als er geen
programmatype code is, wordt “ None ”
getoond.
(Kiezen van een programmatype:)
1. Druk op de programmatype
informatietoets (
, ) wanneer de
programmatype code wordt getoond.
2. Druk op een van de volgende toetsen:
 

 
 Druk op de voorgeprogrammeerde
zendervoorkeuzetoets ( 1 tot 6 ).
 

 
 Druk op de programmatype
informatietoets (
, ).
(Opsporen van programmatype
informatie:)
1. Druk op de programmatype
informatietoets (
, ) wanneer de
programmatype code wordt getoond.
2. Druk op de programmatype
informatietoets (
, ) totdat de
pieptoon klinkt.
De installatie begint met het opsporen
van uitzendingen en zal als er geen
worden gevonden “ Nothing ” tonen
en vervolgens terugkeren naar de
voorheen ingestelde golfband.

(Opslaan van programmatypen onder
de zendervoorkeuzetoetsen:)
1. Druk op de programmatype
informatietoets (
, ) wanneer de
programmatype code wordt getoond.
2. Druk op de programmatype
informatietoets (
, ) en selecteer het
programmatype.
3. Houd terwijl het programmatype op
de display wordt aangegeven een
zendervoorkeuzetoets gedurende
ongeveer 2 seconden ingedrukt.

Ingelaste uitzendingen
Als een ingelaste uitzending wordt
ontvangen, krijgt de ingelaste uitzending
voorrang, ook wanneer andere functies
(FM, CD, USB apparaat, AUX of
BT audio) worden gebruikt, en wordt
“ Alarm! ” getoond.

Wanneer de ingelaste uitzending eindigt,
zal het systeem naar de voorheen
ingestelde functie terugkeren.


Page 569 of 842

5–112
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
Gebruik van Bluetooth ® handsfree met
een wachtwoord
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Prompt: “Handenvrije systeem is
geblokkeerd. Voer het wachtwoord in
om verder te gaan.”
3. Zeg: [Geluidssigaal] “XXXX” (Zeg het
ingestelde wachtwoord, “PCode”.)
4. Als het correcte wachtwoord wordt
ingevoerd, kondigt de gesproken
begeleiding “XXXXXX... (Bijv.
“Mary's apparatuur”) (apparatuurnaam)
is aangesloten” wordt aangekondigd.
Als het wachtwoord niet correct is,
wordt door de gesproken begeleiding
“XXXX (4-cijferig wachtwoord,
Pcode) wachtwoord onjuist, probeer het
nogmaals” aangekondigd.

Annuleren van het wachtwoord
OPMERKING
Gebruik deze functie alleen wanneer u
geparkeerd staat. Dit is te aÀ eidend om
tijdens het rijden te proberen en u maakt
dan mogelijk teveel fouten zodat dit
weinig effectief is.
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Zeg: [Geluidssignaal] “Setup”
3. Prompt: “Selecteer één van
de volgende Koppelingsopties,
Bevestiging Prompts, Taal,
Wachtwoord, Selecteer Telefoon, of
Selecteer muziekspeler.”
4. Zeg: [Geluidssignaal] “Wacht woord”
5. Prompt: “Wachtwoord is geactiveerd.
Wilt u deze deactiveren?”
6. Zeg: [Geluidssignaal] “Ja”
7. Prompt: “Wachtwoord is
gedeactiveerd.”

Bevestigingsprompts
De bevestigingsprompt bevestigt de
opdrachtinhoud naar de gebruiker toe
alvorens verder te gaan naar de procedure
die door de gebruiker is aangevraagd.
Wanneer deze functie is ingeschakeld,
leest het systeem de eerder ontvangen
spraakinvoeropdracht op en bevestigt of de
opdracht correct is alvorens door te gaan
met de uitvoer van de opdracht.
Wanneer de bevestigingspromptfunctie is
ingeschakeld:
(Bijv. “Belt John's apparaat. is dit nummer
correct?”)
Wanneer de bevestigingspromptfunctie is
uitgeschakeld:
(Bijv. “Belt John's apparaat.”)
OPMERKING
Als de bevestigingspromptfunctie
is uitgeschakeld wanneer u een
alarmnummer belt, leest het systeem de
opdracht op en bevestigt deze alvorens
de opdracht uit te voeren.
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Zeg: [Geluidssignaal] “Setup”
3. Prompt: “Selecteer één van
de volgende Koppelingsopties,
Bevestiging Prompts, Taal,
Wachtwoord, Selecteer Telefoon, of
Selecteer muziekspeler.”
4. Zeg: [Geluidssignaal] “Bevestiging
prompts”
5. Prompt: “Bevestiging prompts staat
aan/uit. Wilt u bevestiging prompts
aanzetten/uitzetten?”
6. Zeg: [Geluidssignaal] “Ja”


Page 584 of 842

5–127
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
Telefoonnummer invoeren
OPMERKING
Oefen dit terwijl u geparkeerd staat
totdat u het vertrouwen heeft dit te
kunnen doen tijdens het rijden in een
niet veeleisende rijsituatie. Als u nog
niet volledig vertrouwd bent, alle
telefoongesprekken voeren vanuit een
plaats waar u veilig geparkeerd staat en
pas beginnen te rijden wanneer u uw
volledige aandacht bij het rijden kunt
houden.
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Zeg: [Geluidssignaal] “Nummer
keuze”
3. Prompt: “Het nummer alstublieft”
4. Zeg: [Geluidssignaal]
“XXXXXXXXXXX
(telefoonnummer)”
5. Prompt: “XXXXXXXXXXX.
(Telefoonnummer) Voeg na de pieptoon
meer nummers toe, of zeg 'Terug,'
om het laatst toegevoegde nummer
nogmaals toe te voegen, of druk op de
knop 'Opnemen' om te bellen.”
6. (Belt)
Druk de opnementoets in of zeg
“Nummer keuze” en ga dan verder naar
stap 7.
(Telefoonnummer toevoegen/
invoeren)
Zeg “XXXX” (gewenste
telefoonnummer) en ga dan verder naar
stap 5.
(Telefoonnummercorrectie)
Zeg, “Terug”. De prompt antwoordt,
“Terug. De laatst toegevoegde
nummers zijn verwijderd.”. Ga dan
terug naar stap 3.
7. Prompt: “Bellen”

OPMERKING
De “Nummer keuze” opdracht en een
telefoonnummer kunnen gecombineerd
worden.
Bijv. Spreek in stap 2 “Nummer keuze
123-4567” in, dan kunnen stappen 3 en
4 overgeslagen worden.
Alarmnummers bellen
Met behulp van de spraakinvoeropdracht
kan het alarmnummer (112) gebeld
worden.

1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Zeg: [Geluidssignaal] “Alarmnummer”
3. Prompt: “Bellen “112”, is dit nummer
correct?”
4. Zeg: [Geluidssignaal] “Ja”
5. Prompt: “Bellen”

Ontvangen van een inkomend
gesprek
1 . Prompt: “Binnenkomend gesprek...
druk op de knop Opnemen om te
antwoorden”
2. Druk voor het accepteren van het
gesprek op de opnementoets.
Druk voor het weigeren van het
gesprek op de ophangentoets.

Gesprek beëindigen
Druk tijdens het gesprek op de
ophangentoets. Een geluidssignaal
bevestigt dat het gesprek is beëindigd.


Page 778 of 842

7–61
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Buitentemperatuurwaarschuwingszoemer *
Waarschuwt de bestuurder voor de
mogelijkheid van gladde wegen wanneer
de buitentemperatuur laag is.
Als de buitentemperatuur lager is
dan ongeveer 4 °C, wordt er eenmaal
een pieptoon gegeven en gaat de
buitentemperatuurdisplay gedurende
ongeveer tien seconden knipperen.
(Type A instrumentengroep)
Zie Buitentemperatuurdisplay op pagina
4-43 .
(Type B instrumentengroep)
Zie Buitentemperatuurdisplay op pagina
4-33 .
Rijsnelheidsalarm *
De functie van het rijsnelheidsalarm is
bestemd om de bestuurder via een enkele
pieptoon en een waarschuwingsindicatie
in de instrumentengroep te waarschuwen
dat de tevoren ingestelde rijsnelheid is
overschreden.
U kunt de instelling van de rijsnelheid
waarbij de waarschuwing wordt gegeven
veranderen.
120 km/h waarschuwingszoemer *
Als de rijsnelheid hoger wordt dan 120
km/h, klinkt er gedurende 5 seconden een
pieptoon.
Waarschuwingszoemer elektrische
handrem
Onder de volgende omstandigheden wordt
de waarschuwingszoemer geactiveerd:
 


 Er wordt met de auto gereden terwijl de
elektrische handrem is aangetrokken.
 


 Tijdens het rijden wordt aan de
elektrische handremschakelaar
getrokken.

Waarschuwingszoemer van
stuurbekrachtiging
Als er een defect is in de
stuurbekrachtiging, gaat het
waarschuwingslampje voor defecte
stuurbekrachtiging branden of knipperen
en klinkt tegelijkertijd de zoemer.
Zie Waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampjes op pagina 4-55 .
Waarschuwingszoemer voor
bandenspanning *
De waarschuwingszoemer klinkt
gedurende ongeveer 3 seconden wanneer
er een afwijking is in de bandenspanning
(pagina 4-249 ).
Dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingszoemer *
V o o r u i t r i j d e n
De waarschuwingszoemer klinkt wanneer
de richtingaanwijzerhendel wordt bediend
naar de zijde waar het dodehoekmonitor
(BSM) waarschuwingslampje brandt.
OPMERKING
Een gebruikersfunctie is beschikbaar
voor het wijzigen van het geluidsvolume
van de dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingszoemer.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-15 .
Omkeren van de bandlooprichting
Als een bewegend object zoals een auto
of tweewielig voertuig van links of
rechts uw voertuig vanaf de achterzijde
nadert, wordt de dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingszoemer geactiveerd.


Page 786 of 842

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.

Originele Mazda onderdelen en originele Mazda accessoires zijn speci¿ ek ontworpen voor
Mazda automobielen.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.


Page 835 of 842

10–6
Index
i-ELOOP ........................................... 4-114
Bedrijfstoestanddisplay ............... 4-116
Display ........................................ 4-114
i-ELOOP indicatielampje ............ 4-116

i-ELOOP waarschuwingszoemer ... 7-60
i-ELOOP waarschuwingspieptoon ...... 7-60
i-stop ................................................... 4-15
Hellingstopfunctie ......................... 4-22
i-stop OFF schakelaar ................... 4-21
Indicatielampje (Groen) ................ 4-24
Waarschuwingslampje (Oranje) .... 4-24
i-stop waarschuwingszoemer .............. 7-60
In de volgende gevallen wordt een
waarschuwingszoemer geactiveerd ..... 7-57
120 km/h waarschuwingszoemer ... 7-61
Dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingszoemer .................. 7-61

i-ELOOP waarschuwingspieptoon ... 7-60
i-stop waarschuwingszoemer ........ 7-60
Rijsnelheidsalarm .......................... 7-61
Rijstrookafwijkingwaarschuwingsgeluid ... 7-62
Sleutel-in-auto-achtergelaten
waarschuwingspieptoon
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-60
Sleutel-in-bagageruimte-achtergelaten
waarschuwingspieptoon
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-59
Sleutel-in-kofferruimte-achtergelaten
waarschuwingszoemer
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-59
Sleutel-uit-auto-verwijderd
waarschuwingspieptoon ................ 7-59
Verzoekschakelaar-buiten-werking
waarschuwingspieptoon
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-59

Waarschuwingen van Mazda Radar
Cruise Control (MRCC) systeem
... 7-62
Waarschuwingspieptoon
buitentemperatuur ......................... 7-61 Waarschuwingspieptoon elektronische
stuurvergrendeling ......................... 7-60
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ........................ 7-63
Waarschuwingspieptoon voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP) ....... 7-58
Waarschuwingszoemer elektrische
handrem ......................................... 7-61
Waarschuwingszoemer van
stuurbekrachtiging ......................... 7-61
Waarschuwingszoemer voor
bandenspanning ............................. 7-61
Waarschuwingszoemer voor
systeem van airbag/voorspanner van
veiligheidsgordel ........................... 7-57
Waarschuwingszoemer voor
veiligheidsgordel ........................... 7-58
Waarschuwing te hoge snelheid .... 7-63
Waarschuwing voor botsing .......... 7-63
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting ............. 7-57
Indicatie/Indicatielampjes ................... 4-58
Indicatielampjes
Gloeibougie ................................... 4-62
Lage
motorkoelvloeistoftemperatuur ..... 4-62
Sleutel ............................................ 4-62


Inhouden ............................................... 9-8
Initialiseren van het
bandenspanningcontrolesysteem ....... 4-252
Inrijden ................................................ 3-68
Installatie van niet-originele onderdelen en
accessoires ............................................. 8-3
Instapverlichtingen ............................ 5-159
Instapverlichtingssysteem ................. 5-162
Instrumentengroep .............................. 4-26
Instrumentenpaneelverlichting ............ 4-32
Interieurverlichting ........................... 5-159
Bagageruimteverlichting ............. 5-159
Instapverlichtingen ...................... 5-159
Kaartleeslampen .......................... 5-159
Kofferruimteverlichting .............. 5-159
Plafondlampen............................. 5-159


Page 837 of 842

10–8
Index
Motor
Koelvloeistof ................................. 6-31
Motorkapontgrendeling ................. 6-22
Motoruitlaatgassen ........................ 3-40
Olie ................................................ 6-25
Overzicht van de motorruimte ...... 6-24
Starten ............................................. 4-6
Motorkapontgrendeling ....................... 6-22
Motorkoelvloeistoftemperatuurmeter ... 4-30, 4-41
Motoruitlaatgassen .............................. 3-40
Multi-informatiedisplay ...................... 4-38

Afstand die met voorradige brandstof
kan worden afgelegd ..................... 4-44
Brandstofmeter .............................. 4-42
Buitentemperatuurdisplay ............. 4-43
Display van Mazda Radar Cruise
Control (MRCC) systeem ............. 4-47
Display van
afstandherkenninghulpsysteem
(DRSS) .......................................... 4-47
Display van ingestelde rijsnelheid van
kruissnelheidsregelaar ................... 4-47

Dodehoekmonitor (BSM) display ... 4-46
Gemiddeld brandstofverbruik ....... 4-45
Huidige brandstofverbruik ............ 4-45
Kilometerteller en dagteller ........... 4-40
Kompasweergave .......................... 4-47

Motorkoelvloeistoftemperatuurmeter ... 4-41
Onderhoudsmonitor....................... 4-46
Rijsnelheidsalarm .......................... 4-48

Rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) display
.............................. 4-47
Waarschuwing
(Displayaanduiding) ...................... 4-49
N
Noodstopsignaalsysteem ................... 4-106
O
Ogen voor het vastzetten van lading ... 5-167
Onderhoudsmonitor ............................ 6-17
Onderhoudspunt
Informatie ........................................ 6-2
Periodiek ......................................... 6-4
Onderste laadcompartiment .............. 5-168
Opbergvakken ................................... 5-166
Achterste kledinghaken ............... 5-169
Dakconsole .................................. 5-166
Handschoenenkast ....................... 5-167
Middenconsole ............................ 5-167
Ogen voor het vastzetten van
lading ........................................... 5-167
Onderste laadcompartiment ........ 5-168
Opbergzakje ................................ 5-166
Winkeltashaak ............................. 5-168
Opbergzakje ...................................... 5-166
Op eigen kracht lostrekken van de
auto ...................................................... 3-71
Oververhitting ..................................... 7-30


Page 838 of 842

10–9
Index
P
Parkeersensorsysteem ....................... 4-269
Gebruik van het
parkeerhulpsensorsysteem........... 4-272
Sensordetectiebereik ................... 4-271
Periodieke onderhoudsbeurten .............. 6-4
Plafondlampen .................................. 5-159
Portiersloten ........................................ 3-14
Probleem
Accu is uitgeput............................. 7-25
Lekke band ...................................... 7-4
Oververhitting ............................... 7-30
Parkeren in noodgevallen ................ 7-2
Slepen in noodgevallen ................. 7-32
Starten in noodgevallen ................. 7-28
Waarschuwings-/indicatielampjes en
waarschuwingszoemers ................. 7-37
Wanneer de achterklep/het
kofferdeksel niet geopend kan
worden ........................................... 7-64

R
Radarsensor (Voor) ........................... 4-237
Radarsensoren (Achter) .................... 4-240
Registratie van de auto in het
buitenland .............................................. 8-2
Registratie van voertuiggegevens ......... 8-5
Remmen
Elektrische handrem .................... 4-102
Handrem ...................................... 4-102
Pro¿ elslijtage-indicator ............... 4-105
Rembekrachtiging ....................... 4-106
Voetrem ....................................... 4-101
Waarschuwingslampje ................. 4-105
Reservewiel ........................................... 7-9
Richtingaanwijzers .............................. 4-91
Richtingaanwijzers en signalen voor
rijbaanverandering .............................. 4-91
Rijden in de winter .............................. 3-71
Rijsnelheidsalarm ....................... 4-37, 7-61
Rijstrookafwijkingwaarschuwingsgeluid ... 7-62
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) ............................................. 4-140
LDWS OFF schakelaar ............... 4-144
Rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) ............................................. 4-190
Rijtips .................................................. 3-68
Automatische transmissie.............. 4-79
Brandstofbesparing en
milieubescherming ........................ 3-68
Doorwaden van water ................... 3-74
Inrijden .......................................... 3-68
Modellen met turbolader
(SKYACTIV-D 2.2) ...................... 3-75
Moeilijke rijomstandigheden ........ 3-69
Op eigen kracht lostrekken van de
auto ................................................ 3-71
Rijden in de winter ........................ 3-71
Vloermat ........................................ 3-70
Ruiten
Elektrische ruitbediening .............. 3-50
Ruitenwisser
Vernieuwen van de ruitenwisserbladen
van de voorruit .............................. 6-36
Vernieuwen van het ruitenwisserblad
van de achterruit (Wagon) ............. 6-38


Page:   < prev 1-10 11-20