airbag MAZDA MODEL 6 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 104 of 842

3–15
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
*Bepaalde modellen.
OPMERKING
  Zet de motor altijd stop en sluit
de portieren. Laat bovendien ter
voorkoming van diefstal nooit
waardevolle voorwerpen in het
interieur achter.
  Als de sleutel op de volgende plaatsen
is achtergelaten en u de auto verlaat,
bestaat de kans dat de portieren
afhankelijk van de condities van de
radiogolven vergrendeld worden, ook
als de sleutel in de auto is achtergelaten.
 


 Rondom het instrumentenpaneel



 In een opbergvak zoals de
handschoenenkast of de
middenconsole
 


 Op de hoedenplank (sedan)



 Vlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon

 De buitensluitingpreventiefunctie
voorkomt dat u uwzelf uit de auto
kunt buitensluiten.
 (Europees model)  Alle portieren en de achterklep/
het kofferdeksel zullen automatisch
ontgrendeld worden als deze
vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren
geopend is.
 Als alle portieren gesloten zijn
zullen alle portieren vergrendeld
worden, alhoewel de achterklep/het
kofferdeksel open staat.
 (Behalve Europese modellen)  Alle portieren en de achterklep/
het kofferdeksel zullen automatisch
ontgrendeld worden als deze
vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren of de
achterklep geopend is.
OPMERKING
 

 (Portierontgrendel(regel)systeem
met collisiedetectie) *  Dit systeem ontgrendelt automatisch
de portieren en de achterklep/het
kofferdeksel in het geval de auto
bij een ongeluk is betrokken om
de passagiers in staat te stellen het
voertuig onmiddellijk te verlaten
en te voorkomen dat zij binnenin
opgesloten raken. In het geval
de auto een botsing te verwerken
krijgt die krachtig genoeg is om
de airbags op te blazen en het
contact is ingeschakeld, worden
ongeveer 6 seconden na het tijdstip
van het ongeval alle portieren en
de achterklep/het kofferdeksel
automatisch ontgrendeld.
 Het is mogelijk dat de portieren
en de achterklep/het kofferdeksel
niet ontgrendelen afhankelijk van
hoe de botsing wordt opgevangen,
de kracht van de botsing en andere
omstandigheden die zich bij het
ongeval voordoen.
 Als systemen die verband houden
met de portieren of de accu defect
zijn geraakt, zullen de portieren en
de achterklep/het kofferdeksel niet
ontgrendelen.


Page 234 of 842

4–55
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
*Bepaalde modellen.
Waarschuwingsindicatie/Waarschuwingslampjes
Deze lampjes gaan branden of knipperen om de gebruiker te informeren over de
bedrijfstoestand van het systeem of om een defect te melden.

Signaal Waarschuwing Pagina

Remsysteemwaarschuwingslampje *1 7-37

ABS waarschuwingslampje *1
Waarschuwing
van elektronisch
remkrachtverdelingssysteem
7-37 ,
ABS waarschuwing
7-41
Laadsysteemwaarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje *1 7-37

Motoroliewaarschuwingslampje *1 7-37


(Rood) * Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur *1 7-37

Indicatie/indicatielampje voor defecte stuurbekrachtiging *1 7-37

Hoofdwaarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje *1 7-41

Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje elektrische handrem 7-41

Motorwaarschuwingslampje *1 7-41

* Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje voor automatische
transmissie *1 7-41

* 4WD waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje *1 7-41

Waarschuwingslampje voor systeem van airbag/voorspanners van voorste
veiligheidsgordels *1 7-41


* Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje van
bandenspanningcontrolesysteem *1 Knippert
7-41 ,
Brandt
7-50


Page 237 of 842

4–58
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
*Bepaalde modellen.
Indicatie/Indicatielampjes
Deze lampjes gaan branden of knipperen om de gebruiker te informeren over de
bedrijfstoestand van het systeem of om een defect te melden.

Signaal Indicatie Pagina


(Groen) * Veiligheidsgordelindicatielampje (Achterzitting) 2-25

* Indicatielampje van de deactiveringsschakelaar van de
voorpassagiersairbag *1 2-55

Beveiligingssysteemindicatielampje *1 3-58


(Wit/Groen) KEY indicatie/indicatielampje 4-6

* Rijsnelheidsalarmindicatie 4-48

Moersleutelindicatie/indicatielampje *1 4-62

* Voorgloei-indicatielampje *1 4-62

* Dieseldeeltjes¿ lterindicatie/indicatielampje *1 4-253


(Blauw) * Indicatielampje voor lage motorkoelvloeistoftemperatuur 4-62

Schakelstandindicatie 4-70

Verlichting-aan indicatie/indicatielampje 4-81

Grootlichtindicatielampje
Koplampen
grootlicht-dimlicht
4-85 ,
Koplamplichtsignaal
4-85
Richtingaanwijzers/Waarschuwingsknipperlichten indicatielampjes
Richtingaanwijzers
en signalen voor
rijbaanverandering
4-91 ,
Waarschuwingsknipperlichten
4-99


Page 253 of 842

4–74
Tijdens het rijden
Automatische transmissie
*Bepaalde modellen.
WAARSCHUWING
Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers de
stuurversnellingschakelaars bedient:
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Tijdens langzaam rijden is het
mogelijk dat de versnellingen niet
automatisch opgeschakeld worden.
  Laat tijdens het rijden in de
handbediende overschakelfunctie
de naald van de toerentalmeter
niet in de RODE ZONE komen.
Verder zal bij het volledig
intrappen van het gaspedaal de
handbediende overschakelfunctie
overschakelen naar de automatische
overschakelfunctie.
 Wanneer het DSC systeem is
uitgeschakeld, is deze functie
geannuleerd. Als echter continu met
hoge toerentallen wordt gereden, zal de
transmissie automatisch opschakelen
om de motor te beschermen.
  De stuurversnellingschakelaar kan
tijdelijk gebruikt worden als de
keuzehendel tijdens het rijden in de
stand D staat. De automatische
overschakelfunctie wordt weer terug
ingesteld wanneer de UP schakelaar
(
) voldoende lang naar
achteren getrokken wordt.
Handbediend terugschakelen
Terugschakelen van de versnellingen is
mogelijk met behulp van de keuzehendel
of de stuurversnellingschakelaars
* .
M 6 : M5 : M4 : M3 : M2: M1
Gebruik van de keuzehendel
Voor terugschakelen naar een lagere
versnelling, de keuzehendel eenmaal licht
naar voren
duwen.



Gebruik van de
stuurversnellingschakelaar
*
Voor het terugschakelen naar een lagere
versnelling met behulp van de
stuurversnellingschakelaars, de DOWN
schakelaar
eenmaal met uw vingers naar
u toe trekken.


DOWN schakelaar (-)



Page 254 of 842

4–75
Tijdens het rijden
Automatische transmissie
WAARSCHUWING
Op gladde wegen of bij hoge snelheden
niet plotseling afremmen op de motor:
Het terugschakelen tijdens het rijden
op natte of met sneeuw of ijs overdekte
wegen, of tijdens het rijden met hoge
snelheden veroorzaakt plotseling
afremmen op de motor, hetgeen
gevaarlijk is. Door de plotselinge
verandering in de draaisnelheid van
de banden kunnen de banden gaan
slippen. Dit kan er toe leiden dat u de
macht over het stuur verliest en een
ongeluk veroorzaakt.

Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers de
stuurversnellingschakelaars bedient:
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Tijdens het rijden met hoge
snelheden is het mogelijk dat
de versnelling niet automatisch
teruggeschakeld wordt.
  Tijdens afremmen op de motor is
het mogelijk dat de versnelling
automatisch teruggeschakeld wordt,
afhankelijk van de rijsnelheid.
  Wanneer het gaspedaal volledig
wordt ingedrukt, zal de transmissie
terugschakelen naar een lagere
versnelling, afhankelijk van de
rijsnelheid. Wanneer het DSC
systeem is uitgeschakeld, is de
kickdown-functie echter buiten
werking.
Blokkeermodus voor tweede
versnelling
Wanneer bij een rijsnelheid van ongeveer
10 km/h of minder de keuzehendel naar
achteren wordt verplaatst
, wordt de
transmissie ingesteld in de blokkeermodus
voor de tweede versnelling. In deze stand
wordt de transmissie in de tweede
versnelling vergrendeld om het accelereren
vanuit stilstand en het rijden op gladde,
met sneeuw bedekte wegen te
vergemakkelijken.
Als in de blokkeermodus voor de tweede
versnelling de keuzehendel naar achteren

of naar voren wordt verplaatst, zal de
modus geannuleerd worden.


Page 626 of 842

5–169
Interieurvoorzieningen
Interieuruitrusting
*Bepaalde modellen.
Achterste kledinghaken
WAARSCHUWING
Hang nooit zware of scherpe
voorwerpen aan de steungrepen en
kledinghaken:
Het hangen van zware of puntige
voorwerpen zoals een kleerhanger aan
de steungrepen of kledinghaken is
gevaarlijk, aangezien deze in het geval
van activering van een gordijn-airbag
van hun plaats kunnen vliegen en een
inzittende kunnen raken, wat ernstig of
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Hang kleding steeds zonder kleerhangers
op aan de kledinghaken en steungrepen.

Kledinghaak
Uitneembare asbak *
De uitneembare asbak kan vastgezet en
gebruikt worden in een van beide voorste
bekerhouders.
WAARSCHUWING
Gebruik de uitneembare asbak
uitsluitend in zijn vaste positie en zorg
ervoor dat deze volledig is ingestoken:
Gebruik van een asbak die uit zijn
vaste positie verwijderd is of niet
volledig is ingestoken is gevaarlijk.
Sigaretten kunnen gaan rollen of uit
de asbak in het interieur vallen en
brand veroorzaken. Bovendien zullen
sigarettenpeuken niet vanzelf volledig
doven, ook niet als het deksel van de
asbak gesloten is.
OPGELET
De asbakken niet als prullenbak
gebruiken. Dit kan brandgevaar
opleveren.


Page 702 of 842

6–73
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
19 HEATER 40 A Airconditioning
20 DCDC REG 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
*
21 ENGINE.IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
22 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
23 H/L LOW L
HID L 15 A Koplamp (dimlicht) (Links)
24 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts)
25 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
26 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
27 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
28 AT 15 A Transmissieregelsysteem
* , contactschakelaar
29 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier *
30 A/C 7,5 A Airconditioning
31 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteem
*
32 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achter *
33 R.WIPER 15 A Achterruitenwisser * , anti-diefstal beveiligingssysteem *
34 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)
35 HID R
ST.HEATER 15 A Verwarmd stuurwiel
*
36 FOG 15 A Mistlampen voor
*
37

7,5 A Motorbesturingssysteem
38 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie
39 GLOW SIG 5 A Motorbesturingssysteem
*
40 METER2 7,5 A Instrumentengroep *
41 METER1 10 A Instrumentengroep
42 SRS1 7,5 A Airbag
43 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose
® geluidsinstallatie *
44 AUDIO1 15 A Audio-installatie
45 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
46 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
*
47 FUEL WARM 25 A Brandstofverwarmer *
48 TAIL 15 A Achterlichten, kentekenplaatlampen *
49 FUEL PUMP2
SCR2 25 A Brandstofsysteem
*
50 HAZARD 25 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers,
achterlichten, positielampen, kentekenplaatverlichting
51 DRL 15 A Dagverlichting
*
52 R.OUTLET2 15 A Stekkerbussen voor accessoires
53 HORN 15 A Claxon
54 ROOM 15 A Plafondlamp


Page 732 of 842

7–15
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
10. Houd de À es met de onderkant
omhoog, knijp de À es met uw handen
in en spuit de volledige inhoud van de
bandreparatievloeistof in de band.


Ventiel
OPMERKING
De bandreparatievloeistof kan niet
opnieuw worden gebruikt. Koop een
nieuwe bandreparatieset bij een of¿ ciële
Mazda reparateur.
11. Trek de inspuitslang uit het ventiel.
Steek de ventielafsluiter weer in het
ventiel en monteer deze door rechtsom
te draaien weer op zijn plaats.
OPMERKING
Gooi de lege À es van de
bandreparatievloeistof na gebruik
niet weg. Breng de lege À es van
de bandreparatievloeistof naar een
of¿ ciële Mazda reparateur wanneer
de band vernieuwd wordt. De lege
À es van de bandreparatievloeistof zal
noodzakelijk zijn om de gebruikte
bandreparatievloeistof uit de band te
verwijderen en op te ruimen. 12. Plak de snelheidsbeperkingsticker op
de snelheidsmeter.



WAARSCHUWING
Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
op een plaats waar deze voor de
bestuurder goed zichtbaar is:
 
 Aanbrengen van de
snelheidsbeperkingsticker op het
stuurwiel is gevaarlijk aangezien
deze de activering van airbag kan
hinderen wat ernstig letsel tot gevolg
kan hebben.
  Breng de sticker op geen andere
plaats aan dan op de plaats
aangegeven in de illustratie van de
snelheidsmeter.


Page 762 of 842

7–45
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing


Waarschuwingslampje
voor systeem van
airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels Een defect in het systeem wordt aangeduid als het waarschuwingslampje constant
knippert, constant brandt of helemaal niet brandt wanneer het contact op ON gezet
wordt. Bij elk van deze gevallen dient u zo spoedig mogelijk een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur te raadplegen. Het systeem zal
dan wellicht in het geval van een aanrijding niet in werking treden. WAARSCHUWING
Sleutel nooit zelf aan de airbag/voorspannersystemen en laat altijd alle
onderhoud en reparatie door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur uitvoeren:
Het zelf uitvoeren van onderhoud of sleutelen aan de systemen is gevaarlijk.
De kans bestaat dat een airbag/voorspanner onvoorzien geactiveerd of buiten
werking gesteld wordt.

(Knippert)
Waarschuwingslampje van
bandenspanningcontrolesysteem
*
Als het bandenspanningcontrolesysteem defect is, gaat het waarschuwingslampje voor
de bandenspanning gedurende ongeveer 1 minuut knipperen wanneer het contact op
ON gezet wordt en vervolgens continu branden. Laat uw auto zo spoedig mogelijk door
een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur controleren.
WAARSCHUWING
Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem
gaat branden of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage
bandenspanning wordt gegeven, onmiddellijk de rijsnelheid verminderen en
plotseling manoeuvreren en remmen vermijden:
Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem
gaat branden of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage
bandenspanning wordt gegeven, is het gevaarlijk met hoge snelheden te rijden of
plotseling te manoeuvreren of te remmen. De kans bestaat dat u de macht over
het stuur verliest en een ongeluk veroorzaakt.
Om te bepalen of u een langzaam leeglopende band of een lekke band heeft,
de auto op een veilige plaats parkeren waar u visueel de toestand van de band
kunt controleren en bepalen of de band voldoende lucht heeft om verder te
gaan naar een plaats waar lucht bijgevuld kan worden en het systeem opnieuw
gecontroleerd kan worden door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur of een bandenreparatiewerkplaats.

Het TPMS waarschuwingslampje mag nooit genegeerd worden:
Negeren van het TPMS waarschuwingslampje is gevaarlijk, ook als u de reden
weet waarom het brandt. Laat het probleem zo spoedig mogelijk verhelpen
alvorens dit tot een ernstigere situatie leidt, zoals het plotseling lek raken van een
band met een gevaarlijk ongeluk als mogelijk gevolg.


Page 774 of 842

7–57
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
In de volgende gevallen
wordt een
waarschuwingszoemer
geactiveerd
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting
Als de verlichting is ingeschakeld en het
contact op ACC of uit gezet wordt, zal er
een continue pieptoon klinken zodra het
bestuurdersportier geopend wordt.
OPMERKING
  Wanneer het contact op
ACC gezet wordt, heeft de
“Waarschuwingspieptoon voor
niet-uitgeschakeld contact (STOP)”
(pagina 7-58 ) voorrang boven
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
  Een gebruikersfunctie is
beschikbaar voor het veranderen
van het geluidsvolume voor
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
 Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-15 .
Waarschuwingszoemer voor
systeem van airbag/voorspanners
van veiligheidsgordels
Als er een probleem is met de systemen
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels en het oplichten van het
waarschuwingslampje, zal er elke minuut
gedurende ongeveer 5 seconden een
waarschuwingszoemer klinken.

Het geluid van de waarschuwingszoemer
voor het systeem van airbag en
veiligheidsgordelvoorspanners zal
gedurende ongeveer 35 minuten hoorbaar
blijven. Laat uw auto zo spoedig mogelijk
door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
inspecteren.
WAARSCHUWING
Rijd niet met de auto wanneer de
waarschuwingszoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt:
Rijden met de auto terwijl de
waarschuwingzoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt is gevaarlijk.
Bij een botsing zullen de airbags en
het systeem van de voorspanners van
de veiligheidsgordels niet in werking
treden, hetgeen ernstig of mogelijk
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Neem contact op met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur om de auto zo
spoedig mogelijk te laten inspecteren.


Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 next >