airbag MAZDA MODEL 6 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 81 of 963

:$$56&+8:,1*
In auto's uitgerust met airbags dienen veiligheidsgordels gedragen te worden:
Het uitsluitend vertrouwen op de airbags voor bescherming tijdens een aanrijding is
gevaarlijk. Airbags alleen kunnen geen ernstig letsel voorkomen. De
betreffende airbags
worden uitsluitend opgeblazen bij het eerste ongeval, zoals een frontale, bijna frontale of
zijdelingse botsing, of als de auto over de kop slaat, met een gematigde of grotere kracht. De
inzittenden dienen dus altijd hun veiligheidsgordels te dragen.

Kinderen mogen niet meerijden op de voorpassagierszitting:
Het plaatsen van een kind van 12 jaar of jonger op de voorzitting is gevaarlijk. In het geval
een airbag geactiveerd wordt, zou het kind ernstig of zelfs dodelijk letsel kunnen oplopen. Een
slapend kind is geneigd tegen een portier te leunen en loopt daardoor meer risico bij een
gematigde botsing aan de voorpassagierszijde van het voertuig door de zij-airbag geraakt te
worden. Bevestig een kind van 12 jaar of jonger voor zover mogelijk steeds op de
achterzittingen en maak daarvoor gebruik van het juiste kinderzitje overeenkomstig de
leeftijd en de grootte van het kind.
Uiterst gevaarlijk! Gebruik nooit een naar achteren gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting met een airbag die geactiveerd zou kunnen worden:
Gebruik NOOIT een naar achteren gericht kinderzitje op een zitting die aan de voorzijde door
een ACTIEVE AIRBAG beveiligd is. Dit kan DODELIJK of ERNSTIG LETSEL aan het KIND
toebrengen.
Zelfs bij een gematigde botsing kan het kinderzitje door een activerende airbag geraakt
worden en met kracht naar achteren verplaatst worden, waardoor het kind ernstig of dodelijk
letsel zou kunnen oplopen.

%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 82 of 963

Ga niet te dichtbij de airbags van bestuurder en voorpassagier zitten:
Het te dichtbij de airbagmodules van bestuurder en voorpassagier zitten of er handen of
voeten op plaatsen is uiterst gevaarlijk. De airbags van bestuurder en voorpassagier worden
met grote kracht en snelheid opgeblazen. Als iemand er zich te dichtbij bevindt kan dit ernstig
letsel veroorzaken. De bestuurder dient altijd alleen de rand van het stuurwiel vast te houden.
De passagier op de voorzitting dient beide voeten op de vloer te houden. De inzittenden van
de voorzitting dienen hun zittingen zover mogelijk naar achteren af te stellen en altijd rechtop
tegen de rugleuningen te zitten en op de juiste wijze gebruik te maken van de
veiligheidsgordels.
Ga in het midden van de zitting zitten en draag de veiligheidsgordels op de juiste wijze:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen of tegen het portier
geleund slapen of uit de ramen hangen is uiterst gevaarlijk. De zij- en gordijn-airbags worden
met grote kracht en snelheid direct langs het portier aan de zijde waar de auto geraakt is
opgeblazen. Ernstig letsel kan worden veroorzaakt als iemand te dicht bij het portier zit of
tegen een raam leunt of als passagiers op de achterzitting zich aan de zijkanten van de
rugleuningen van de voorzittingen vasthouden. Geef de zij- en gordijn-airbags voldoende
ruimte om te functioneren door tijdens het rijden in het midden van de zitting plaats te
nemen en de veiligheidsgordels op de juiste wijze te dragen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar de airbags van bestuurder en
voorpassagier geactiveerd worden:
Het bevestigen van een voorwerp aan de airbagmodules van bestuurder en voorpassagier of
iets voor de modules plaatsen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de activering
van de voor-airbag kunnen hinderen en aan de inzittenden letsel kunnen toebrengen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een zij-airbag geactiveerd
wordt:
Het bevestigen van voorwerpen aan de voorzitting op zodanige manier dat de buitenste zijde
van de zitting op enigerlei wijze wordt afgedekt, is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het
voorwerp de werking van de zij-airbag welke vanuit de buitenste zijde van de rugleuning van
de voorzitting wordt opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van
het zij-airbagsysteem ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen
die gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Hang geen opbergnetten, kaartzakjes of rugzakken met riemen aan de voorzittingen. Gebruik
nooit zittinghoezen op de voorzittingen. Houd de zij-airbagmodules in uw voorzittingen
steeds vrij van obstakels, zodat de zij-airbags bij een botsing vanaf de zijkant ongehinderd in
werking kunnen treden.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 83 of 963

Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een gordijn-airbag
geactiveerd wordt:
Het bevestigen van voorwerpen op plaatsen waar de gordijn-airbags geactiveerd worden
zoals op de voorruit, de zijportierruit, op de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand
en op de steungrepen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de werking van de
gordijn-airbag die vanuit de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand wordt
opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van de
gordijn-airbagsystemen ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen
die gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Geen kleerhangers of andere voorwerpen aan de steungrepen ophangen. Bij het ophangen
van kleding, deze rechtstreeks aan de kledinghaak hangen. Houd de gordijn-airbags steeds
vrij van obstakels, zodat deze bij een zijdelingse botsing, of als de auto over de kop slaat,
ongehinderd in werking kunnen treden.
Raak nadat de airbags zijn opgeblazen de onderdelen van het aanvullend
beveiligingssysteem niet aan:
Aanraken van de onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem nadat de airbags zijn
opgeblazen is gevaarlijk. Onmiddellijk na het opblazen zijn deze bijzonder heet. Hierdoor
bestaat de kans op brandwonden.
Monteer dus nooit uitrusting aan de voorzijde van uw wagen:
Monteren van uitrusting aan de voorzijde van de wagen, zoals een frontale crashbar
(kangoeroe crashbar, vee crashbar, aanduwstang, of dergelijke), sneeuwploeg of lieren is
gevaarlijk. Dit kan een nadelige invloed hebben op het systeem van de airbag crash sensoren.
Hierdoor zouden de airbags onvoorzien geactiveerd kunnen worden of wordt verhinderd dat
de airbags tijdens een aanrijding worden opgeblazen. De inzittenden voorin zouden als
gevolg hiervan ernstig letsel kunnen oplopen.
Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen:
Wijzigen van de vering van de wagen is gevaarlijk. Als de hoogte van de auto of de vering
veranderd wordt, zal de auto een botsing, of over de kop slaan, niet meer correct kunnen
registreren, hetgeen een onjuiste of onverwachte activering van de airbag tot gevolg kan
hebben waarbij de kans bestaat op ernstig letsel.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 84 of 963

Breng geen wijzigingen aan een voorportier aan en laat eventuele schade herstellen. Laat een
beschadigd voorportier altijd door een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan een voorportier of het niet herstellen van
beschadigingen is gevaarlijk. Elk van de voorportieren is voorzien van een zij-impactsensor
welke onderdeel vormt van het aanvullend beveiligingssysteem. Als gaten worden geboord in
een voorportier, een portierluidspreker blijvend wordt verwijderd, of een beschadigd portier
niet wordt hersteld, kan de werking van de sensor nadelig beïnvloed worden zodat deze de
druk van de impact van een zijdelingse botsing niet meer correct kan bespeuren. Als een
sensor een zijdelingse botsing niet correct kan bespeuren, bestaat de kans dat de zij- en
gordijn-airbags en de voorspanner van de voorste veiligheidsgordel niet normaal
functioneren waardoor de inzittenden ernstig letsel kunnen oplopen.
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten gebruik
stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend beveiligingssysteem. Hieronder
vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of wat dan ook op de airbagmodules.
Hieronder valt ook het installeren van extra elektrische apparatuur op of nabij de onderdelen
en de bedrading van het systeem. Een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur kan de speciale aandacht besteden die bij het uitbouwen en inbouwen van de
voorzittingen nodig is. Het is van belang de bedrading en de aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet per ongeluk in werking treden en dat de
bestuurdersstoelpositiesensor niet beschadigd wordt en de airbag-aansluiting van de
zittingen onbeschadigd blijft.
Plaatsen geen bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen is gevaarlijk. De kans
bestaat dat onderdelen die essentieel zijn voor de werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd worden en in het geval van een botsing aan de zijkant is het
mogelijk dat de bijbehorende airbags niet geactiveerd worden, hetgeen ernstig of dodelijk
letsel tot gevolg kan hebben. Om beschadiging van onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend beveiligingssysteem te voorkomen, geen bagage of andere
voorwerpen onder de voorzittingen plaatsen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 85 of 963

Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd of
beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda-reparateur kan deze systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met een geactiveerde of
beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde beveiliging bij een volgend
ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals de voorzittingen, het voordashboard, het stuurwiel of
delen van de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand die airbagonderdelen of
sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn belangrijke airbagcomponenten
ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd kunnen worden en daardoor ernstig letsel
kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen altijd door een
officiële Mazda reparateur
verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met airbags die
onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer niet
alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat een deskundige reparateur, bij
voorkeur een
officiële Mazda reparateur het airbagsysteem veilig opruimen of een auto
uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
•De activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur van
de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
•In het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren omtrent
de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan te raden zich
op de hoogte te stellen van de verband houdende instructies, zoals beschreven in het
instructieboekje.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 86 of 963

•Dit buitengewoon zichtbaar aangebracht label waarschuwt tegen het gebruik van naar
achteren gerichte kinderzitjes op de voorpassagierszitting.
(Behalve Taiwan)(Taiwan)
(Taiwan, behalve voorpassagierszitting, indien voorzien van het volgende label)
De buitengewoon zichtbaar aangebrachte labels waarschuwen tegen het gebruik van naar
achteren gerichte kinderzitjes op de zitting die door een airbag wordt beveiligd.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 92 of 963

%LMHHQ]LMGHOLQJVHERWVLQJ
(HQERWVLQJPHWPHHUGDQJHPDWLJGHNUDFKWDDQppQ]LMGHYDQGHDXWRKHHIWWRWJHYROJGDW
GHJRUGLMQDLUEDJHQNHODDQGLH]LMGHYDQGHDXWRZRUGWRSJHEOD]HQ

Enkel één zij- en gordijn-airbag zal
geactiveerd worden aan de zijde waar de
auto de kracht van de botsing ontvangt.
0HWUROVHQVRU
$OVDXWRRYHUGHNRSVODDW
$OVGHDXWRRYHUGHNRSVODDWZRUGHQEHLGHJRUGLMQDLUEDJVJHDFWLYHHUG

Beide gordijn-airbags
worden geactiveerd als de
auto over de kop slaat.
▼▼:DDUVFKXZLQJVODPSMH]RHPHU
6\VWHHPGHIHFWHQRIEHGULMIVWRHVWDQGHQZRUGHQDDQJHGXLGGRRUHHQZDDUVFKXZLQJ
=LH

Page 94 of 963

OPMERKING
Bij een frontale zijdelingse botsing, is het mogelijk dat alle uitgeruste airbags en
voorspanners geactiveerd worden, afhankelijk van de richting, hoek en snelheid van impact.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 99 of 963

$OVEHLGHDLUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLHODPSMHVYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJQLHWJHGXUHQGH
HHQEHSDDOGHWLMGJDDQEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HWRIDOVGH]HQLHWJDDQ
EUDQGHQ]RDOVDDQJHJHYHQLQGHWDEHOYRRUGHDDQXLWFRQGLWLHYDQKHWDLUEDJXLWJHVFKDNHOG
LQGLFDWLHODPSMHYDQGHYRRUSDVVDJLHUVDLUEDJQLHWWRHVWDDQGDWHHQLQ]LWWHQGHRSGH
YRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJSODDWVQHHPWHQ]RVSRHGLJPRJHOLMNFRQWDFWRSQHPHQPHWHHQRIILFLsOH
0D]GDUHSDUDWHXU'HNDQVEHVWDDWGDWKHWV\VWHHPLQKHWJHYDOYDQHHQDDQULMGLQJQLHW
FRUUHFWZHUNW
:$$56&+8:,1*
Laat niet een inzittende op de voorpassagiersstoel plaatsnemen in een houding die het voor
de inzittende voorpassagier detectiesensor moeilijk maakt de inzittende correct te detecteren:
Zitten op de voorpassagiersstoel in een houding die het voor de inzittende voorpassagier
detectiesensor moeilijk maakt de inzittende correct te bespeuren is gevaarlijk. Als de
inzittende voorpassagier detectiesensor de inzittende die zich op de voorpassagiersstoel
bevindt niet correct kan bespeuren, is het mogelijk dat de voor- en zij-airbags van de
voorpassagiersstoel en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner niet in werking
treden (niet-geactiveerd worden) of dat deze abusievelijk in werking treden (geactiveerd
worden). De voorpassagier heeft dan niet de aanvullende beveiliging van de airbags, of het
abusievelijk in werking treden (activeren) van de airbags zou ernstig of dodelijk letsel kunnen
veroorzaken.
Onder de volgende condities kan de inzittende voorpassagier detectiesensor een passagier
die zich op de voorpassagiersstoel bevindt niet correct bespeuren en kan de activering/
niet-activering van de airbags niet geregeld worden zoals aangegeven in de tabel voor de
aan/uit conditie van het airbag-uitgeschakeld indicatielampje van de voorpassagiersairbag.
Bijvoorbeeld:
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 101 of 963

¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de voorpassagierszitting en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een elektrisch apparaat op de voorpassagierszitting geplaatst.
¾Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de
voorpassagierszitting geïnstalleerd.
De voor- en zij-airbags en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner van de
voorpassagiersstoel worden uitgeschakeld als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje
van de voorpassagiersairbag gaat branden.
23*(/(7
¾Om er zeker van te zijn dat de voor-airbag juist wordt geactiveerd en beschadiging van de
sensor in de voorstoelzitting wordt voorkomen:
¾Plaats geen scherpe voorwerpen op de voorstoelzitting en laat er geen zware bagage op
achter.
¾Mors geen vloeistoffen op of onder de voorstoelen.
¾Let altijd op de volgende punten om er voor te zorgen dat de sensoren goed kunnen
functioneren:
¾Zet de voorstoelen zover mogelijk naar achteren, ga altijd rechtop tegen de rugleuningen
zitten en maak op de juiste wijze gebruik van de veiligheidsgordels.
¾Als u uw kind meeneemt op de passagiersstoel, het kinderzitje goed vastmaken en de
passagiersstoel zover mogelijk naar achteren schuiven binnen de positie waarin het
kinderzitje kan worden geïnstalleerd.
OPMERKING
•Het systeem heeft ongeveer 10 seconden nodig om het systeem van de voor- en zij-airbags
van de voorpassagierszitting en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner
beurtelings in of uit te schakelen.
•Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag bij herhaling gaat branden als bagage of andere voorwerpen op de
voorpassagierszitting worden geplaatst, of als de temperatuur in het interieur van de auto
onverwacht verandert.
•Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag gedurende 10 seconden gaat branden als de elektrostatische
capaciteit van de voorpassagierszitting verandert.
•De kans bestaat dat het waarschuwingslampje van airbag/gordelspannersysteem gaat
branden als de voorpassagierszitting aan een zware schok wordt blootgesteld.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 next >