ESP MAZDA MODEL 6 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 383 of 963

:$$56&+8:,1*
Controleer altijd visueel de directe omgeving alvorens daadwerkelijk uw auto in de achteruit
te zetten:
Het systeem is enkel bedoeld om u bij het achteruitrijden te helpen op achteropkomende
voertuigen te controleren. Als gevolg van bepaalde beperkingen ten aanzien van de werking
van dit systeem, bestaat de kans dat de dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingsindicatielampjes niet of met vertraging knipperen alhoewel er zich een
voertuig achter uw auto bevindt. Neem het als bestuurder altijd tot uw verantwoordelijkheid
te controleren op achteropkomend verkeer.
OPMERKING
•In de volgende gevallen gaat het dodehoekmonitor (BSM) OFF indicatielampje branden
en wordt de werking van het systeem stopgezet. Laat de auto zo spoedig mogelijk bij een
officiële Mazda-dealer inspecteren als het dodehoekmonitor (BSM) OFF indicatielampje
blijft branden.
•Er heeft zich een probleem in het systeem voorgedaan, inclusief de dodehoekmonitor
(BSM) waarschuwingsindicatielampjes.
•Er is een grote afwijking ontstaan in de montagepositie van een radarsensor (achter).
•Er heeft zich een grote hoeveelheid sneeuw of ijs verzameld op de achterbumper nabij
een radarsensor (achter).
•Rijden gedurende langere perioden op met sneeuw bedekte wegen.
•De temperatuur in de buurt van de radarsensoren is buitengewoon hoog als gevolg van
het langdurig rijden op hellingen tijdens de zomer.
•De accuspanning is afgenomen.
•Onder de volgende omstandigheden kunnen de radarsensoren (achter) geen grote
objecten bespeuren of kunnen deze moeilijk bespeurd worden.
•De rijsnelheid bij het achteruitrijden is ongeveer 10 km/h of hoger.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 385 of 963

0D]GD5DGDU&UXLVH&RQWURO 05&& V\VWHHP
+HW05&&V\VWHHPUHJHOWGHYROJDIVWDQG
DOQDDUJHODQJGHULMVQHOKHLGPHWEHKXOSYDQHHQ
UDGDUVHQVRU YRRU GLHGHDIVWDQGWHQRS]LFKWHYDQHHQYRRUOLJJHQGYRHUWXLJPHHW]RGDWGH
EHVWXXUGHUKHWJDVSHGDDORIKHWUHPSHGDDOQLHWFRQVWDQWKRHIWWHJHEUXLNHQ

 9ROJDIVWDQGUHJHOLQJ5HJHOLQJYDQGHDIVWDQGWXVVHQXZDXWRHQKHWYRRUOLJJHQGH
YRHUWXLJGDWGRRUKHW05&&V\VWHHPLVJHGHWHFWHHUG
$OVXZDXWRKHWYRRUOLJJHQGHYRHUWXLJGLFKWHUEHJLQWWHQDGHUHQRPGDWELMYRRUEHHOGKHW
YRRUOLJJHQGHYRHUWXLJSORWVHOLQJDIUHPWZRUGWWHJHOLMNHUWLMGHHQZDDUVFKXZLQJVJHOXLGHQ
HHQZDDUVFKXZLQJVLQGLFDWLHRSGHGLVSOD\JHDFWLYHHUGRPXWHZDDUVFKXZHQYROGRHQGH
DIVWDQGWXVVHQGHYRHUWXLJHQWHEHZDUHQ
'HYROJHQGHULMVQHOKHGHQNXQQHQLQJHVWHOGZRUGHQ
• (XURSHVHPRGHOOHQ
2QJHYHHUNPKWRWNPK
• %HKDOYH(XURSHVHPRGHOOHQ
2QJHYHHUNPKWRWNPK
*HEUXLNKHW05&&V\VWHHPRSVQHOZHJHQHQRYHULJHDXWRZHJHQZDDUELMQLHWYHHO
KHUKDDOGHDFFHOHUDWLHHQVQHOKHLGVPLQGHULQJYHUHLVWLV
:$$56&+8:,1*
Vertrouw niet volledig op het MRCC systeem en rijd altijd voorzichtig:
Het MRCC systeem is bedoeld om de bestuurder te ontlasten en hoewel een constante
rijsnelheid wordt aangehouden, of specifieker, er overeenkomstig de rijsnelheid een constante
afstand wordt aangehouden tussen uw auto en het bespeurde voorliggende voertuig, heeft
het systeem detectiebeperkingen afhankelijk van het soort voorliggende voertuig en de
conditie ervan, de weersomstandigheden en de verkeerssituatie. Verder is het mogelijk dat het
systeem niet in staat is voldoende af te remmen om een botsing met het voorliggende
voertuig te vermijden als het voorliggende voertuig plotseling afremt of een ander voertuig in
de rijstrook snijdt, waardoor een ongeluk veroorzaakt kan worden. Controleer altijd de
veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal of gaspedaal in terwijl u een veiliger
afstand aanhoudt ten opzichte van voorliggende voertuigen of tegenliggers.
Gebruik het MRCC systeem niet op de volgende plaatsen. Anders kan dit een ongeluk tot
gevolg hebben:
¾Wegen met scherpe bochten en met druk verkeer waar er onvoldoende ruimte is tussen de
voertuigen. Wegen waar veelvuldig en herhaaldelijk geaccelereerd en afgeremd moet
worden (rijden onder deze omstandigheden met gebruik van het MRCC systeem is niet
mogelijk).
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 387 of 963

•U rijdt met dezelfde snelheid als het voorliggende voertuig.
•Direct nadat het MRCC systeem is ingesteld.
•Wanneer het gaspedaal wordt ingetrapt of direct nadat het gaspedaal is losgelaten.
•Een ander voertuig snijdt in de rijstrook.
•De volgende objecten worden niet als fysieke objecten herkend.
•Voertuigen die naderen vanuit tegenovergestelde richting
•Voetgangers
•Stilstaande objecten (stilstaande voertuigen, obstakels)
•Als een voorliggend voertuig met buitengewoon lage snelheid rijdt, bestaat de kans dat
het systeem dit niet correct bespeurt.
•Tijdens het rijden met volgafstandregeling, het systeem niet instellen op tweewielige
voertuigen zoals motorfietsen en fietsen.
•Gebruik het MRCC systeem niet onder omstandigheden waarbij de waarschuwingen voor
korte volgafstand veelvuldig geactiveerd worden.
•Tijdens het rijden met volgafstandregeling, laat het systeem uw auto accelereren en
snelheid minderen overeenkomstig de snelheid van het voorliggende voertuig. Als het
echter voor een rijstrookverandering noodzakelijk is te accelereren of als het
voorliggende voertuig plotseling afremt waardoor u het voertuig snel dicht nadert,
accelereren met behulp van het gaspedaal of snelheid minderen met behulp van het
rempedaal afhankelijk van de omstandigheden.
•Terwijl het MRCC systeem in gebruik is, wordt dit niet geannuleerd als de keuzehendel
(automatische transmissie)/versnellingshendel (handgeschakelde versnellingsbak)
gebruikt wordt en vindt bedoeld afremmen op de motor niet plaats. Als
snelheidsvermindering vereist is, de instelling voor de rijsnelheid verlagen of het
rempedaal intrappen.
•De remlichten branden terwijl het automatisch afremmen van het MRCC systeem in
werking is, echter het is mogelijk dat deze niet branden wanneer de auto op een aflopende
helling rijdt met de ingestelde rijsnelheid of met constante snelheid rijdt en een
voorliggend voertuig volgt.
•Het waarschuwingslampje (oranje) van het MRCC systeem gaat branden wanneer er een
defect is in het systeem.
Zie “Contact opnemen met een officiële Mazda-reparateur en de auto laten inspecteren”
op pagina 7-53.
•(Met afstelbare snelheidsbegrenzer (ASL))
De volgafstandregeling kan uitgeschakeld worden en het systeem kan overgeschakeld
worden op enkel afstelbare snelheidsbegrenzer (ASL).
Zie Afstelbare snelheidsbegrenzer (ASL) op pagina 4-238.
•(Met Intelligente snelheidsondersteuning (ISA))
De volgafstandregeling kan uitgeschakeld worden en het systeem kan overgeschakeld
worden op enkel intelligente snelheidsondersteuning (ISA).
Zie “Intelligente snelheidsondersteuning (ISA)” op pagina 4-247.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 391 of 963

OPMERKING
•Als een voorliggend voertuig wordt bespeurd tijdens het rijden met constante snelheid,
wordt de voorliggend-voertuig indicatie getoond en wordt de volgafstandregeling
uitgevoerd. Wanneer een voorliggend voertuig niet langer wordt bespeurd, wordt de
voorliggend-voertuig indicatie uitgeschakeld en schakelt het systeem terug naar rijden
met constante snelheid.
•Volgafstandregeling is niet mogelijk als het voorliggende voertuig sneller rijdt dan de
ingestelde snelheid. Stel het systeem af op de gewenste rijsnelheid met behulp van het
gaspedaal.
•(Europese modellen)
Bij verandering naar een inhaalrijstrook en gebruik van de richtingaanwijzer, levert het
systeem automatisch meer acceleratie als dit bepaalt dat meer acceleratie vereist is. Let
tijdens het rijden goed op de weg vóór u omdat u het voorliggende voertuig te dicht zou
kunnen naderen.
,QVWHOOHQYDQGHDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQWLMGHQVYROJDIVWDQGUHJHOLQJ
'HDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQZRUGWNRUWHULQJHVWHOGWHONHQVZDQQHHUGHVFKDNHODDUZRUGW
LQJHGUXNW'HDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQZRUGWODQJHULQJHVWHOGGRRUKHWLQGUXNNHQYDQGH
VFKDNHODDU'HDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQNDQLQJHVWHOGZRUGHQRSQLYHDXVODQJPLGGHQ
NRUWHQH[WUHHPNRUWHDIVWDQG
5LFKWOLMQYRRUDIVWDQG
WXVVHQYRHUWXLJHQ
ELMHHQULMVQHOKHLGYDQ
NPK ,QGLFDWLHRSPXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\
,QGLFDWLHRS$FWLYH'UL
YLQJ'LVSOD\
7\SH$ 7\SH%
/DQJ RQJHYHHUP
0LGGHQ RQJHYHHUP
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 401 of 963

OPMERKING
•MRCC met Stop & Go-functie detecteert de volgende zaken niet als fysieke voorwerpen.
•Voertuigen die naderen vanuit tegenovergestelde richting.
•Voetgangers
•Stilstaande objecten (stilstaande voertuigen, obstakels)
•Als een voorliggend voertuig met buitengewoon lage snelheid rijdt, bestaat de kans dat
het systeem dit niet correct bespeurt.
•Tijdens het rijden met volgafstandregeling, het systeem niet instellen op detectie van
tweewielige voertuigen zoals motorfietsen en fietsen.
•Gebruik MRCC met Stop & Go-functie niet onder omstandigheden waarbij de
waarschuwingen voor korte volgafstand veelvuldig geactiveerd worden.
•Tijdens het rijden met volgafstandregeling, laat het systeem uw auto accelereren en
snelheid minderen overeenkomstig de snelheid van het voorliggende voertuig. Als het
echter voor een rijstrookverandering noodzakelijk is te accelereren of als het
voorliggende voertuig plotseling afremt waardoor u het voertuig snel dicht nadert,
accelereren met behulp van het gaspedaal of snelheid minderen met behulp van het
rempedaal afhankelijk van de omstandigheden.
•Terwijl MRCC met Stop & Go-functie in gebruik is, wordt het systeem niet geannuleerd
als de keuzehendel gebruikt wordt en vindt bedoeld afremmen op de motor niet plaats. Als
snelheidsmindering vereist is, de ingestelde snelheid verlagen of het rempedaal intrappen.
•Bij het starten van de motor of onmiddellijk na het wegrijden met de auto kan het
werkingsgeluid van de automatische rem hoorbaar zijn, dit duidt echter niet op een defect.
•De remlichten branden terwijl het automatisch afremmen van MRCC met Stop &
Go-functie in werking is, echter het is mogelijk dat deze niet branden wanneer de auto op
een aflopende helling rijdt met de ingestelde rijsnelheid of met constante snelheid rijdt en
een voorliggend voertuig volgt.
▼'LVSOD\LQGLFDWLH0D]GD5DGDU&UXLVH&RQWUROPHW6WRS *RIXQFWLH 05&&
PHW6WRS *RIXQFWLH
'HLQVWHOOLQJVVWDWXVHQGHEHGLHQLQJVYRRUZDDUGHQYDQ05&&PHW6WRS *RIXQFWLH
ZRUGHQDDQJHJHYHQLQGHPXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\HQGH$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 406 of 963

,QVWHOOHQYDQGHVQHOKHLG
 6WHOGHULMVQHOKHLGDIRSGHJHZHQVWHLQVWHOOLQJPHWEHKXOSYDQKHWJDVSHGDDO
 9ROJDIVWDQGUHJHOLQJEHJLQWZDQQHHUGH6(7
RI6(7VFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNW
'HLQJHVWHOGHVQHOKHLGHQGHDIVWDQGWXVVHQYRHUWXLJHQGLVSOD\JHYXOGPHWZLWWHOLMQHQ
ZRUGWJHWRRQG7HJHOLMNHUWLMGVFKDNHOWGHKRRIGLQGLFDWLH ZLW YDQ05&&PHW6WRS
*RIXQFWLHRYHUQDDUGHLQVWHOLQGLFDWLH JURHQ YDQ05&&PHW6WRS *RIXQFWLH
5LMVWDWXV,QGLFDWLHRSPXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\
,QGLFDWLHRS$FWLYH'ULYLQJ
'LVSOD\
7\SH$ 7\SH%
7LMGHQVKHW
ULMGHQPHW
FRQVWDQWH
VQHOKHLG
7LMGHQVKHW
ULMGHQPHW
YROJDIVWDQG
UHJHOLQJ
OPMERKING
•Als een voorliggend voertuig wordt bespeurd tijdens het rijden met constante snelheid,
wordt de voorliggend-voertuig indicatie getoond en wordt de volgafstandregeling
uitgevoerd. Wanneer een voorliggend voertuig niet langer wordt bespeurd, wordt de
voorliggend-voertuig indicatie uitgeschakeld en schakelt het systeem terug naar rijden
met constante snelheid.
•De laagst mogelijke snelheid die met MRCC met Stop & Go-functie kan worden ingesteld,
is 30 km/h.
•Volgafstandregeling is niet mogelijk als het voorliggende voertuig sneller rijdt dan de
ingestelde snelheid van uw auto. Stel het systeem af op de gewenste rijsnelheid met behulp
van het gaspedaal.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 417 of 963

¾Auto rijdt op andere wegen dan snelwegen of hoofdwegen.
¾Wanneer de bandenspanning niet op de voorgeschreven druk is afgesteld.
¾Wanneer banden van een andere dan de voorgeschreven maat worden gebruikt, zoals een
noodreservewiel.
23*(/(7
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht zodat het LAS en LDWS systeem normaal
kan functioneren.
¾Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen.
¾Gebruik altijd velgen van het voorgeschreven type en formaat voor de voor- en
achterwielen. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur, voor het vervangen van de banden.
OPMERKING
•Wanneer de richtingaanwijzerhendel wordt bediend om van rijstrook te veranderen, wordt
het LAS en LDWS systeem automatisch uitgeschakeld. Het LAS en LDWS systeem wordt
weer operationeel wanneer de richtingaanwijzerhendel wordt teruggezet en het systeem
witte (gele) rijstrookstrepen bespeurt terwijl met de auto normaal binnen de rijstrook
wordt gereden.
•Als het stuurwiel, het gaspedaal of het rempedaal abrupt worden bediend en de auto dicht
in de buurt van een witte (gele) streep komt, bepaalt het systeem dat de bestuurder van
rijstrook verandert en wordt de werking van het LAS en LDWS systeem tijdelijk
uitgeschakeld. Het LAS en LDWS systeem wordt weer operationeel wanneer het systeem
witte (gele) rijstrookstrepen bespeurt terwijl met de auto normaal binnen de rijstrook
wordt gereden.
•Als de auto binnen een korte periode van tijd bij herhaling van de rijstrook afwijkt,
bestaat de kans dat het LAS en LDWS systeem niet functioneert.
•Het LAS en LDWS systeem functioneert niet wanneer witte (gele) rijstrookstrepen niet
worden bespeurd.
•Onder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat het LAS en LDWS systeem de
witte (gele) rijstrookstrepen niet correct kan bespeuren en dat het systeem niet normaal
functioneert.
•Als een voorwerp dat op het instrumentenpaneel geplaatst is in de voorruit weerkaatst
wordt en door de camera wordt opgenomen.
•Wanneer er zware bagage in de bagageruimte of op de achterzitting is geplaatst en de
auto overhelt.
•Wanneer de bandenspanning niet op de voorgeschreven druk is afgesteld.
•Wanneer andere banden dan conventionele banden zijn gemonteerd.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 420 of 963

OPMERKING
De indicatie van het LAS en LDWS
systeem is grijs wanneer het systeem enkel
een witte (gele) streep aan de linker- of
rechterzijde bespeurt; de indicatie
verandert naar wit wanneer het systeem
witte (gele) strepen aan zowel de linker-
als de rechterzijde bespeurt.
Bespeurt alleen aan de
linker-of rechterzijdeBespeurt zowel aan de
linker-als rechterzijde
(Grijs) (Wit)
+HW/$6HQ/':6V\VWHHPJDDWLQGH
YROJHQGHJHYDOOHQRYHUQDDU
VWDQGE\VWDWXV
•+HWV\VWHHPNDQGHZLWWH JHOH
ULMVWURRNVWUHSHQQLHWEHVSHXUHQ
•'HULMVQHOKHLGLVPLQGHUGDQRQJHYHHU
NPK
•+HW$%67&6'6&LVLQEHGULMI
•+HW'6&LVXLWJHVFKDNHOG
$OVGH'6&ZRUGWXLWJHVFKDNHOGWHUZLMO
KHWV\VWHHPRSHUDWLRQHHOLVNOLQNWHUHHQ
ZDDUVFKXZLQJV]RHPHUHQJDDWKHW
V\VWHHPRYHUQDDUGHVWDQGE\WRHVWDQG
•'HDXWRPDDNWHHQVFKHUSHERFKW
•+HWUHPSHGDDOLVLQJHGUXNW
•+HWVWXXUZLHOZRUGWDEUXSWJHGUDDLG
•:DQQHHUGHULMVWURRNEXLWHQJHZRRQ
VPDORIEUHHGLV
OPMERKING
•(Wanneer het tijdstip van de
besturingsassistentie is ingesteld op
“Laat”)
•Het LAS en LDWS systeem
functioneert niet totdat het systeem
witte (gele) rijstrookstrepen aan de
linker of rechterzijde bespeurt.
•Wanneer het systeem een witte (gele)
rijstrookstreep enkel aan één zijde
bespeurt, zal het systeem de
besturingsassistentie en de
waarschuwing niet activeren voor de
rijstrookstreep aan de zijde die niet
bespeurd wordt. De
besturingsassistentie en de
waarschuwing zijn enkel voor de
rijstrookafwijking aan de zijde die
bespeurd wordt.
•(Wanneer het tijdstip van de
besturingsassistentie is ingesteld op
“Vroeg”)
•Wanneer het tijdstip van de
besturingsassistentie is ingesteld op
“Vroeg”, functioneert het LAS en
LDWS systeem niet totdat het systeem
links en rechts witte (gele)
rijstrookstrepen bespeurt. Het tijdstip
van de besturingsassistentie werkt
alleen onder de “Laat” conditie
wanneer het systeem een witte (gele)
rijstrookstreep aan de linker- of de
rechterzijde bespeurt.
•De besturingsassistentie wordt
uitgevoerd zodat de auto om en nabij
het midden van de rijstrook blijft
rijden, echter, afhankelijk van
omstandigheden zoals bochten in de
weg, hellingsgraad, golvingen en
rijsnelheid, bestaat de kans dat het
systeem de auto niet bij het midden
van de rijstrook kan houden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 421 of 963

•Als de bestuurder zijn of haar handen
van het stuurwiel afneemt (het stuurwiel
niet vasthoudt), wordt het
waarschuwingsgeluid geactiveerd en
wordt een alarmmelding aangegeven in
de multi-informatiedisplay of de Active
Driving Display.

Active Driving Display Multi-informatiedisplay
Als u het stuurwiel licht vasthoudt, is het
mogelijk dat het systeem afhankelijk van
de rijomstandigheden bespeurt dat u het
stuurwiel heeft losgelaten (het stuurwiel
niet langer vasthoudt) ook al is dit niet
het geval en dat er een bericht in de
multi-informatiedisplay of de Active
Driving Display verschijnt.
•Het tijdstip waarbij de waarschuwing
voor rijstrookafwijking wordt
geactiveerd en de besturingsassistentie
wordt uitgevoerd varieert.
•De volgende instellingen voor het LAS
en LDWS systeem kunnen worden
gewijzigd. Zie “Veiligheidsuitrusting”
op pagina 9-17.
•Besturingsassistentie in werking/
buiten werking
•Uitschakelgevoeligheid
(waarschijnlijkheid van
besturingsassistentie)
5LMVWURRNVWUHSHQGLVSOD\
:DQQHHUKHW/$6HQ/':6V\VWHHP
YDQXLWGHVWDQGE\VWDQGRSHUDWLRQHHO
ZRUGWZRUGHQGHULMVWURRNVWUHSHQ
ZHHUJHJHYHQLQGHPXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\
HQGH$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\,QGH
GLVSOD\YDQGHULMVWURRNVWUHSHQGLHGH
EHGULMIVWRHVWDQGDDQJHHIWYHUDQGHUWGH
NOHXUYDQGHULMVWURRNVWUHSHQGLHZRUGHQ
EHVSHXUGQDDUZLW
6WDQGE\VWDWXV
Multi-informatiedisplay
Active Driving Display
%HGULMIVNODDUVWDWXV
Multi-informatiedisplay
Active Driving Display
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 445 of 963

*HDYDQFHHUGHVWDGVYHUNHHUUHPDVVLVWHQW $GYDQFHG
6&%6

$GYDQFHG6&%6ZDDUVFKXZWGHEHVWXXUGHUYRRUHHQPRJHOLMNHERWVLQJGRRUPLGGHOYDQGH
GLVSOD\HQHHQZDDUVFKXZLQJVJHOXLGZDQQHHUGHYRRUXLWULMFDPHUD )6& HHQYRRUOLJJHQG
YRHUWXLJRIYRHWJDQJHUEHVSHXUWHQEHSDDOWGDWHHQERWVLQJPHWKHWREMHFWRQYHUPLMGHOLMNLV
ELMULMVQHOKHGHQWXVVHQRQJHYHHUWRWNPKDOVKHWREMHFWHHQYRRUOLJJHQGYRHUWXLJLVHQ
WXVVHQRQJHYHHUWRWNPKDOVKHWREMHFWHHQYRHWJDQJHULV%RYHQGLHQEHSHUNWKHW
V\VWHHPLQKHWJHYDOYDQHHQERWVLQJVFKDGHGRRUKHWLQZHUNLQJVWHOOHQYDQGHUHPEHVWXULQJ
$GYDQFHG6&%6UHP ZDQQHHUKHWV\VWHHPEHSDDOWGDWHHQERWVLQJQLHWWHYHUPLMGHQLV
:DQQHHUGHEHVWXXUGHUKHWUHPSHGDDOLQWUDSWZRUGHQGHUHPPHQDOVH[WUDKXOSKDUGHQVQHO
DDQJHWURNNHQ 5HPKXOS UHPKXOS$GYDQFHG6&%6

Vooruitrijcamera
(FSC)
:$$56&+8:,1*
Vertrouw niet blindelings op het Advanced SCBS systeem:
¾Het Advanced SCBS systeem is enkel bestemd om in het geval van een botsing schade te
verminderen. Wanneer u overmatig op het systeem vertrouwt en daardoor het gaspedaal
of rempedaal per ongeluk intrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken.
¾Het Advanced SCBS werkt in reactie op een voorliggend voertuig of een voetganger. Het
systeem werkt niet in respons op obstakels zoals een muur, 2-wielers of dieren.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 ... 70 next >