ESP MAZDA MODEL 6 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 492 of 963

•Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/
stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) (oranje)
•Als de vooruitrijcamera (FSC) niet normaal kan werken als gevolg van hoge
temperaturen, worden de systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera
(FSC) tijdelijk stopgezet en gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt
echter niet op een defect. Laat het gedeelte rondom de vooruitrijcamera (FSC) afkoelen
door bijvoorbeeld het inschakelen van de airconditioning.
•Koplampregelsysteem (HBC) waarschuwingslampje (oranje)
•Adaptieve LED-koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie Mazda Radar Cruise Control met Stop & Go-functie (MRCC
met Stop & Go-functie)
•Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/
stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) (oranje)
•Als de vooruitrijcamera (FSC) bespeurt dat de voorruit vuil of beslagen is, worden de
systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera (FSC) tijdelijk stopgezet en
gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt echter niet op een probleem.
Verwijder het vuil van de voorruit of druk op de voorruitontwasemingsschakelaar en
ontwasem de voorruit.
•Koplampregelsysteem (HBC) waarschuwingslampje (oranje)
•Adaptieve LED-koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie Mazda Radar Cruise Control met Stop & Go-functie (MRCC
met Stop & Go-functie)
•Waarschuwingslampje van Smart Brake Support remhulpsysteem/
stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) (oranje)
•Als er duidelijk barsten of beschadiging als gevolg van bijvoorbeeld steenslag op de
voorruit zichtbaar zijn, de voorruit altijd laten vervangen. Raadpleeg voor vervanging
een officiële Mazda reparateur.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 493 of 963

•(Met geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS))
•De vooruitrijcamera (FSC) herkent voetgangers wanneer aan alle onderstaande
voorwaarden is voldaan:
•De lengte van een voetganger is ongeveer 1 tot 2 meter.
•Contouren, zoals die van het hoofd, beide schouders of benen kunnen worden
bepaald.
•In de volgende gevallen bestaat de kans dat de vooruitrijcamera (FSC) doelobjecten
niet correct kan bespeuren:
•Er lopen meerdere voetgangers of groepen van personen.
•Een voetganger bevindt zich nabij een afzonderlijk object.
•Een voetganger is gehurkt, zit of ligt.
•Een voetganger springt plotseling de weg op, vlak voor de auto.
•Een voetganger opent een paraplu, of draagt een groot stuk bagage of grotere
voorwerpen.
•Een voetganger bevindt zich op een donkere plek, zoals bij avond, of is moeilijk te
onderscheiden van de achtergrond doordat zijn kleding overeenkomt met de kleur van
de achtergrond.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 495 of 963

¾Gebruik de voorbumper niet om tegen andere voertuigen of obstakels te duwen, zoals bij
het wegrijden uit een parkeerruimte. Anders bestaat de kans dat tegen de radarsensor
(voor) wordt gestoten en dat de positie ervan gaat afwijken.
¾De radarsensor (voor) niet verwijderen, demonteren of wijzigen.
¾Neem voor reparaties, vervangen van onderdelen of spuitwerk rondom de radarsensor
(voor) contact op met een officiële Mazda reparateur.
¾Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen. Als er wijzigingen aan de vering worden
aangebracht, kan dit de hoogte van de auto veranderen en bestaat de kans dat de
radarsensor (voor) het voorliggende voertuig of een obstakel niet correct kan bespeuren.
OPMERKING
•Onder de volgende omstandigheden
bestaat de kans dat de radarsensor
(voor) voorliggende voertuigen of
obstakels niet correct kan bespeuren en
dat de systemen niet normaal
functioneren.
•De radiogolven worden door de
achterzijde van een voorliggend
voertuig niet effectief weerkaatst,
zoals bij een ongeladen aanhanger of
een auto met een laadbak die door
een canvaszeil is afgedekt, voertuigen
met een achterklep van hard plastic
en voertuigen met ronde vormen.
•Voorliggende voertuigen die laag zijn
met dus een kleiner gebied voor het
weerkaatsen van radiogolven.
•Het uitzicht wordt verminderd als
gevolg van het opspatten van water,
sneeuw of zand van de banden van
een voorliggend voertuig op uw
voorruit.
•Wanneer de kofferruimte/
bagageruimte beladen is met zware
voorwerpen of de
achterpassagierszittingen bezet zijn.
•IJs, sneeuw of verontreiniging op de
voorzijde van het voorembleem
aanwezig is.
•Tijdens slechte
weersomstandigheden, zoals regen,
sneeuw of zandstormen.
•Bij het rijden in de buurt van
faciliteiten of objecten die krachtige
radiogolven uitzenden.
•Onder de volgende omstandigheden is
het mogelijk dat de radarsensor (voor)
voorliggende voertuigen of obstakels
niet kan bespeuren.
•Het begin en het einde van een bocht.
•Continu bochtige wegen.
•Wegen met smalle rijstroken als
gevolg van wegwerkzaamheden of
afgesloten rijstroken.
•Het voorliggende voertuig komt in de
dode hoek van de radarsensor.
•Het voorliggende voertuig rijdt
abnormaal als gevolg van een
ongeluk of schade.
•Wegen met herhaalde op- en
aflopende hellingen.
•Rijden op slechte wegen of
onverharde wegen.
•De afstand tussen uw auto en het
voorliggende voertuig is
buitengewoon kort.
•Een voertuig komt plotseling dichtbij
zoals bij het snijden in de rijstrook.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 496 of 963

•Gebruik om onjuiste werking van het
systeem te voorkomen banden van
dezelfde voorgeschreven maat,
fabrikant, merk en profiel op alle
4 wielen. Bovendien geen banden met
duidelijk zichtbaar verschillende
slijtagepatronen of bandenspanningen
op dezelfde auto gebruiken (inclusief
het noodreservewiel).
•Als de accucapaciteit zwak is, bestaat
de kans dat het systeem niet correct
functioneert.
•Bij het rijden op wegen met weinig
verkeer en weinig voorliggende
voertuigen of obstakels voor de
radarsensor (voor) om te bespeuren,
bestaat de kans dat “Radar voor
geblokkeerd” tijdelijk wordt getoond.
Dit duidt echter niet op een probleem.
•De radarsensoren zijn onderhevig aan
de betreffende radiogolfbepalingen van
het land waarin met de auto wordt
gereden. Als de auto in het buitenland
wordt gebruikt, is er mogelijk
goedkeuring vereist van het land
waarin met de auto wordt gereden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 498 of 963

•Bij slechte weersomstandigheden, zoals regen, sneeuw en mist.
•Onder de volgende omstandigheden kunnen de radarsensoren (achter) geen grote
objecten bespeuren of kunnen deze moeilijk bespeurd worden.
•Stilstaande objecten op of langs de weg, zoals kleine, tweewielige voertuigen, fietsen,
voetgangers, dieren en winkelwagens.
•Voertuigen met vormen die radargolven niet goed weerkaatsen, zoals lege opleggers
met een lage voertuighoogte en sportauto's.
•Bij het verlaten van de fabriek is bij alle voertuigen de richting van de radarsensoren
(achter) afgesteld voor een voertuig in beladen toestand, zodat de radarsensoren (achter)
naderende voertuigen correct kunnen bespeuren. Laat de auto door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur laten inspecteren als de richting
van de radarsensoren (achter) om een bepaalde reden is afgeweken.
•Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur voor
reparatie of vervanging van de radarsensoren (achter), of bumperreparaties,
lakherstellingen en vervanging van onderdelen in de buurt van de radarsensoren.
•Schakel het systeem uit wanneer u een aanhanger trekt of wanneer u hulpuitrusting zoals
een fietsdrager aan de achterzijde van de auto hebt geïnstalleerd. Anders zullen de
radiogolven die door de radar worden uitgezonden geblokkeerd raken waardoor het
systeem niet meer normaal zal functioneren.
•De radarsensoren zijn onderhevig aan de betreffende radiogolfbepalingen van het land
waarin met de auto wordt gereden. Als de auto in het buitenland wordt gebruikt, is er
mogelijk goedkeuring vereist van het land waarin met de auto wordt gereden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 508 of 963

23*(/(7
¾Elke band, inclusief het reservewiel (indien voorzien), dient maandelijks in koude toestand
gecontroleerd te worden en op de bandenspanning gebracht te worden welke wordt
aanbevolen door de autofabrikant op het voertuiginformatieplaatje of
bandenspanningslabel. (Als uw auto banden van een verschillende maat heeft dan de
maat die op het voertuiginformatieplaatje of bandenspanningslabel staat aangegeven,
dient u de juiste bandenspanning voor deze banden te bepalen.)
Bij wijze van extra veiligheidsvoorziening is uw auto uitgerust met een
bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) dat een verklikkerlichtje voor lage
bandenspanning laat branden wanneer de bandenspanning van één of meerdere van uw
banden beduidend laag is. Wanneer dus het verklikkerlichtje voor lage bandenspanning
gaat branden, dient u te stoppen en uw banden zo spoedig mogelijk te controleren en deze
op de juiste spanning te brengen. Rijden met een band waarvan de bandenspanning
beduidend laag is, kan oververhit raken van de band en bandenpech veroorzaken. Te lage
bandenspanning verhoogt ook het brandstofverbruik, leidt tot snellere slijtage van het
bandenprofiel en kan de bestuurbaarheid en remweg nadelig beïnvloeden.
Houd er rekening mee dat het TPMS systeem geen remedie biedt voor een onjuist
bandenonderhoud en het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder de juiste
bandenspanning te handhaven, ook als een te lage bandenspanning nog niet het niveau
heeft bereikt dat het TPMS verklikkerlichtje voor lage bandenspanning gaat branden.
Uw auto is ook uitgerust met een TPMS storingsindicator om aan te geven wanneer het
systeem niet correct functioneert.
De TPMS storingsindicator is gecombineerd met het verklikkerlichtje voor lage
bandenspanning. Wanneer het systeem een storing bespeurt, gaat het verklikkerlichtje
gedurende ongeveer één minuut knipperen en blijft vervolgens continu branden. Deze
volgorde blijft voortduren telkens wanneer de auto opnieuw gestart wordt voor zolang als
de storing blijft bestaan. Wanneer de storingsindicator brandt, bestaat de kans dat het
systeem een lage bandenspanning niet zoals bedoeld kan opsporen of melden. Storingen in
het TPMS systeem kunnen zich voordoen om uiteenlopende redenen, zoals het vervangen
of verwisselen van banden of velgen op de auto welke verhinderen dat het TPMS systeem
juist kan functioneren. Controleer steeds de TPMS storingsindicator na het vervangen van
één of meer banden of velgen op uw auto om er zeker van te zijn dat na het vervangen of
verwisselen van banden en velgen het TPMS systeem juist blijft functioneren.
¾Om foutieve aflezingen te voorkomen neemt het systeem gedurende een korte tijd
steekproeven alvorens een probleem te melden. Als gevolg zal een band die snel leegloopt
of plotseling lek is geraakt niet onmiddellijk door het systeem gemeld worden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
%DQGHQVSDQQLQJFRQWUROHV\VWHHP


Page 532 of 963

•Afhankelijk van de soort hindernis en de omgevingscondities, kan het detectiebereik van
een sensor verminderd worden, of bestaat de kans dat de sensoren de hindernissen niet
kunnen opsporen.
•Het is mogelijk dat het systeem onder de volgende omstandigheden niet normaal werkt:
•Wanneer zich modder, ijs of sneeuw aan het sensorgedeelte heeft vastgehecht (wanneer
dit wordt verwijderd, werkt het systeem weer normaal).
•Wanneer het sensorgedeelte is bevroren (wanneer het ijs ontdooid is, werkt het systeem
weer normaal).
•Wanneer de sensor met een hand wordt afgedekt.
•Wanneer de sensor aan een krachtige schok is blootgesteld.
•Wanneer de auto buitengewoon scheef staat.
•Onder buitengewoon hete of koude weersomstandigheden.
•Wanneer er met de auto over oneffenheden, op hellingen of op onverharde of met gras
bedekte wegen wordt gereden.
•Alles dat in de buurt van de auto ultrageluid voortbrengt, zoals de claxon van een
andere auto, het motorgeluid van een motorfiets, het luchtremgeluid van een
vrachtwagen of de sensoren van een andere auto.
•Wanneer met de auto bij zware regenval wordt gereden of bij rijomstandigheden die
opspattend water veroorzaken.
•Wanneer een in de handel verkrijgbare staafantenne of een antenne voor
zendapparatuur in de auto is geïnstalleerd.
•Wanneer de auto in de richting gaat van een hoge of vierkante stoeprand.
•Wanneer de hindernis zich te dicht bij de sensor bevindt.
•Hindernissen onder de bumper worden mogelijk niet opgespoord. Obstakels die lager zijn
dan de bumper of smal zijn worden mogelijk in eerste instantie wel gedetecteerd maar
worden naarmate de auto deze dichter nadert niet meer gedetecteerd.
•Het is mogelijk dat de volgende soorten hindernissen niet opgespoord worden:
•Dunne voorwerpen zoals kabel of touw
•Materialen die geluidsgolven gemakkelijk absorberen zoals katoen of sneeuw
•Hoekvormige voorwerpen
•Bijzonder lange voorwerpen, en die welke breed zijn aan de bovenzijde
•Kleine, korte voorwerpen
•Laat het systeem altijd inspecteren door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur als de bumpers een schok of stoot hebben gekregen, ook bij
een klein ongeluk. Als de sensoren een afwijking hebben, kunnen ze hindernissen niet
opsporen.
•Het is mogelijk dat er een storing is in het systeem als de zoemtoon niet werkt of als het
indicatielampje niet brandt wanneer de parkeerhulpsensorsschakelaar wordt
ingeschakeld. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur.
7LMGHQVKHWULMGHQ
3DUNHHUVHQVRUV\VWHHP


Page 550 of 963

$&VFKDNHODDU
'RRUKHWLQGUXNNHQYDQGH$&VFKDNHODDU
WHUZLMOGH$872VFKDNHODDULV
LQJHVFKDNHOGZRUGWGHDLUFRQGLWLRQLQJ
XLWJHVFKDNHOG NRHOLQJ
RQWYRFKWLJLQJVIXQFWLHV 
'HDDQXLWYDQGHDLUFRQGLWLRQLQJZLVVHOW
WHONHQVZDQQHHUGH$&VFKDNHODDUZRUGW
LQJHGUXNW
9HUDQGHUWDOVYROJWWHONHQVZDQQHHUGH
$&VFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNW
$&:$&(&2:6WRS
OPMERKING
•De airconditioning werkt wanneer de
A/C schakelaar wordt ingedrukt, ook als
de airco uit is.
•De A/C ECO functie is bedoeld voor een
energiebesparend gebruik van het
klimaatregelsysteem. “A/C ECO” wordt
getoond om aan te geven dat het
klimaatregelsysteem optimaal is
ingesteld.
•Wanneer de buitentemperatuur in de
nabijheid komt van 0 °C, het
airconditioningsysteem niet gebruiken.
/XFKWLQODDWNHX]HVFKDNHODDU
'HVWDQGHQYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW
RIUHFLUFXOHUHQGHOXFKWNXQQHQZRUGHQ
JHNR]HQ'UXNRSGHVFKDNHODDUYRRUKHW
NLH]HQYDQGHVWDQGYRRUDDQYRHUYDQ
EXLWHQOXFKWRIUHFLUFXOHUHQGHOXFKW
6WDQGYRRUJHUHFLUFXOHHUGHOXFKW
LQGLFDWLHODPSMHJDDWEUDQGHQ
'HDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKWLVDIJHVORWHQ
*HEUXLNGH]HVWDQGELMKHWULMGHQGRRU
WXQQHOVELMKHWULMGHQLQGUXNYHUNHHU
SODDWVHQPHWKRJHFRQFHQWUDWLHVYDQ
XLWODDWJDVVHQ RIZDQQHHUVQHOOHNRHOLQJ
JHZHQVWLV
6WDQGYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW
LQGLFDWLHODPSMHJDDWXLW
%XLWHQOXFKWZRUGWKHWLQWHULHXU
ELQQHQJHODWHQ*HEUXLNGH]HVWDQGYRRU
YHQWLODWLHRIRQWGRRLHQYDQGHYRRUUXLW
:$$56&+8:,1*
Laat de lucht niet in het interieur
recirculeren bij koud of regenachtig weer:
Recirculeren van lucht in het interieur bij
koud of regenachtig weer is gevaarlijk
aangezien dit het beslaan van de ruiten
veroorzaakt. Uw uitzicht wordt dan
belemmerd, hetgeen een ernstig ongeluk
tot gevolg kan hebben.
6<1& JHV\QFKURQLVHHUGHWHPSHUDWXXU
VFKDNHODDU
*HEUXLNGH6<1&VFKDNHODDUYRRUKHW
YHUDQGHUHQYDQGHPRGXVWXVVHQGH
LQGLYLGXHOH EHVWXXUGHUHQSDVVDJLHU
EHGLHQLQJVPRGXVHQGHJHNRSSHOGH
VLPXOWDQH PRGL
*HNRSSHOGHPRGXV LQGLFDWLHODPSMH
JDDWDDQ
'HWHPSHUDWXXULQVWHOOLQJYRRUGH
EHVWXXUGHUHQYRRUSDVVDJLHUZRUGW
JHOLMNWLMGLJJHUHJHOG
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP


Page 576 of 963

 'UXNYRRUKHWDQQXOHUHQYDQGH
ZHHUJDYHLQZLOOHNHXULJHYROJRUGHQD
VHFRQGHQQRJPDDOVRSGHWRHWV
$OEXPZLOOHNHXULJ
 'UXNRSGHZLOOHNHXULJHZHHUJDYHWRHWV
 WLMGHQVZHHUJDYHHQGUXN
YHUYROJHQVELQQHQVHFRQGHQ
QRJPDDOVRSGHWRHWVRPGHQXPPHUV
RSGHL3RGLQZLOOHNHXULJHYROJRUGH
ZHHUWHJHYHQ³$/%805'0´ZRUGW
JHWRRQG
ZRUGWJHWRRQGQDDVW5'0
DDQGHRQGHUNDQWYDQKHW
GLVSOD\JHGHHOWH 
 'UXNQRJPDDOVRSGHWRHWVRPGH
ZHHUJDYHLQZLOOHNHXULJHYROJRUGHXLW
WHVFKDNHOHQ
OPMERKING
Het spoornummer dat willekeurig wordt
afgespeeld is in de volgorde van de iPod
shuffletabel.
▼2YHUVFKDNHOHQYDQGHGLVSOD\
7HONHQVZDQQHHUWLMGHQVZHHUJDYHRSGH
WHNVWWRHWV  ZRUGWJHGUXNWYHUDQGHUWGH
LQIRUPDWLHGLHRSGHDXGLRGLVSOD\ZRUGW
JHWRRQGDOVYROJW
7R H W V,QIRUPDWLHGLHRSGH
DXGLRGLVSOD\ZRUGWJH
WRRQG
%HVWDQGVQXPPHU
9HUVWUHNHQWLMG
%HVWDQGVQXPPHU
&DWHJRULHQDDP
$UWLHVWQDDP
$OEXPQDDP
0X]LHNVWXNQDDP
OPMERKING
•De informatie (artiestnaam,
muzieknaam) wordt enkel getoond
wanneer de iPod informatie bevat die
getoond kan worden.
•Bepaalde tekens kunnen op deze
installatie niet getoond worden.
Niet-toonbare tekens worden
aangegeven door een sterretje (
).
'LVSOD\VFUROOHQ
OHWWHUWHNHQVNXQQHQJHOLMNWLMGLJZRUGHQ
JHWRRQG+RXGYRRUKHWWRQHQYDQGHUHVW
YDQGHOHWWHUWHNHQVYDQHHQODQJHWLWHOGH
WHNVWWRHWV  LQJHGUXNW'HGLVSOD\WRRQW
GHYROJHQGHOHWWHUWHNHQV+RXGGH
WHNVWWRHWV  QRJPDDOVLQJHGUXNWQDGDWGH
ODDWVWHOHWWHUWHNHQVJHWRRQG]LMQRP
WHUXJWHNHUHQQDDUKHWEHJLQYDQGHWLWHO
OPMERKING
Het aantal tekens dat getoond kan worden
is beperkt.
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
$XGLRVHW>7\SH$ QLHWDDQUDDNVFKHUP @


Page 607 of 963

6SUDDNKHUNHQQLQJ
,QGLWKRRIGVWXNZRUGWKHWEDVLVJHEUXLN
YDQGHVSUDDNKHUNHQQLQJYHUNODDUG
$FWLYHUHQYDQGHVSUDDNKHUNHQQLQJ
$FWLYHUHQYDQKHWKRRIGPHQX'UXNGH
RSQHPHQWRHWVRIVSUHNHQWRHWVNRUWLQ
%HsLQGLJHQYDQGHVSUDDNKHUNHQQLQJ
*HEUXLNHHQYDQGHYROJHQGHPHWKRGHQ
•+RXGGHVSUHNHQWRHWVLQJHGUXNW
•'UXNRSGHRSKDQJHQWRHWV
2YHUVODDQYDQGHJHVSURNHQEHJHOHLGLQJ
YRRUVQHOOHUJHEUXLN
'UXNGHVSUHNHQWRHWVLQHQODDWGH]HORV
OPMERKING
•Het Bluetooth® handsfree systeem is
gebruiksklaar enkele seconden nadat het
contact op ACC of ON is gezet (minder
dan 15 seconden vereist).
•Bij bediening van de audio-installatie of
de airconditioning kunnen tijdens het
gebruik van Bluetooth
® handsfree de
pieptonen of de gesproken begeleiding
(audio-installatie) niet worden gehoord.

%HJHOHLGLQJ
,QGHEHJHOHLGLQJZRUGWKHWJHEUXLNYDQ
%OXHWRRWK
ŠKDQGVIUHHYHUNODDUG
'RHKHWYROJHQGHRPGHEHJHOHLGLQJWH
DFWLYHUHQ
 'UXNGHRSQHPHQWRHWVRIVSUHNHQWRHWV
NRUWLQ
=HJ>*HOXLGVVLJQDDO@
³LQVWUXFWLHSURJUDPPD´
 9ROJGHSURPSWVYRRUKHWYHUNULMJHQ
YDQGHMXLVWHJHVSURNHQEHJHOHLGLQJ
2SGUDFKWHQGLHWLMGHQV
VSUDDNKHUNHQQLQJVWHHGVJHEUXLNW
NXQQHQZRUGHQ

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 next >