gas type MAZDA MODEL 6 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 59 of 991

Breng nooit wijzigingen aan de onderdelen
of de bedrading aan en gebruik nooit
elektronische testapparatuur op het
voorspannersysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen aan
onderdelen of de bedrading van het
voorspannersysteem, zoals bijvoorbeeld
het gebruik van elektronische
testapparatuur is gevaarlijk. De kans
bestaat dat het systeem dan per ongeluk
geactiveerd of onbruikbaar gemaakt
wordt, waardoor dit tijdens een ongeval
niet in werking kan treden. De kans bestaat
dan dat bestuurder, voorpassagier of
monteurs ernstig letsel oplopen.
Ruim het voorspannersysteem op de juiste
wijze op:
Het op verkeerde wijze opruimen van het
voorspannersysteem of het slopen van een
auto waarvan het voorspannersysteem
niet eerst onklaar is gemaakt, is gevaarlijk.
Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer
niet alle veiligheidsmaatregelen in acht
worden genomen. Laat een deskundige
reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda
reparateur het voorspannersysteem veilig
opruimen of een auto uitgerust met een
voorspannersysteem slopen.
OPMERKING
xHet is mogelijk dat het
voorspannersysteem niet functioneert,
afhankelijk van het type botsing. Zie
voor bijzonderheden, Criteria voor SRS
airbag activering (pagina 2-71).
xBij het in werking treden van de airbags
en de voorspanners zal er enige rook
(een niet-toxisch gas) vrijkomen. Dit
duidt echter niet op brand. Dit gas heeft
normaal geen effect op de inzittenden,
echter bij personen met gevoelige huid
is het mogelijk dat er een lichte
huidirritatie optreedt. Als er restanten
van de activering van de airbags of van
het voorspannersysteem van de
veiligheidsgordels op de huid of in de
ogen terechtkomt, dit zo spoedig
mogelijk met water afspoelen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
9HLOLJKHLGVJRUGHOV\VWHHP


Page 169 of 991

OPMERKING
Gebruik uitsluitend sneeuwkettingen op de
voorwielen.9ORHUPDW
:HUDGHQKHWJHEUXLNYDQRULJLQHOH
0D]GDYORHUPDWWHQDDQ
:$$56&+8:,1*
Zet de vloermatten met de doorvoerbuisjes
of de houders vast om te voorkomen dat
deze onder de voetpedalen beklemd raken
(bestuurderszijde):
Gebruik van een vloermat die niet goed is
bevestigd is gevaarlijk aangezien deze de
bediening van het gas- en rempedaal
(bestuurderszijde) zal hinderen wat een
ongeluk kan veroorzaken.
Gebruik enkel een vloermat die
overeenkomt met de vorm van de vloer
aan de bestuurderszijde en plaats deze in
de juiste richting.
Zet de vloermat vast met gebruik van de
openingen of sluitingen.
Er zijn diverse manieren om vloermatten
vast te zetten afhankelijk van het gebruikte
type, dus zet de mat vast overeenkomstig
het type.
Controleer na het aanbrengen van de
vloermat dat deze niet heen en weer of van
voren naar achteren schuift en dat er
voldoende ruimte is tussen de mat en de
gas- en rempedalen aan de
bestuurderszijde.
Nadat u voor schoonmaken of om een
andere reden de vloermat heeft verwijderd,
deze altijd weer stevig op zijn plaats
aanbrengen en daarbij de zojuist vermelde
voorzorgsmaatregelen in acht nemen.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
5LMWLSV


Page 297 of 991

'LUHFWHPRGXV
'HKDQGEHGLHQGHVWDQGNDQZRUGHQ
JHEUXLNWYRRUKHWWLMGHOLMNRYHUVFKDNHOHQ
YDQGHYHUVQHOOLQJHQGRRUEHGLHQLQJYDQ
GHVWXXUYHUVQHOOLQJVFKDNHODDUWLMGHQVKHW
ULMGHQPHWGHNHX]HKHQGHOLQVWDQG'
,QGHGLUHFWHPRGXVEUDQGHQGH'HQ0
LQGLFDWLHVHQZRUGWGHVFKDNHOVWDQGGLHLQ
JHEUXLNLVYHUOLFKWDDQJHJHYHQ
'HGLUHFWHPRGXVZRUGWLQGHYROJHQGH
JHYDOOHQJHDQQXOHHUG RQWJUHQGHOG 
x'H83VFKDNHODDU ZRUGW
JHGXUHQGHHHQEHSDDOGHWLMGRIODQJHU
QDDUDFKWHUHQJHWURNNHQ
x(UZRUGWJHGXUHQGHHHQEHSDDOGHWLMGRI
ODQJHUPHWGHDXWRJHUHGHQ WLMG
YHUVFKLOWDIKDQNHOLMNYDQGH
ULMRPVWDQGLJKHGHQWLMGHQVKHWJHEUXLN 
x'HDXWRZRUGWVWRSJH]HWRIELMKHWULMGHQ
PHWODJHVQHOKHLG

Directe modus
indicatieVersnellingspositie-indicatie
Directe modus
indicatieVersnellingspositie-indicatie
Instrumentengroep (Type A)
Instrumentengroep (Type B/C)
OPMERKING
In de directe modus bestaat de kans dat
afhankelijk van de rijsnelheid opschakelen
en terugschakelen niet mogelijk is.
Aangezien de directe modus wordt
geannuleerd (ontgrendeld) afhankelijk van
de mate van acceleratie of als het
gaspedaal volledig wordt ingetrapt, wordt
gebruik van de modus voor handbediende
overschakeling aanbevolen als u
gedurende een langere periode in een
bepaalde versnelling moet rijden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
$XWRPDWLVFKHWUDQVPLVVLH

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 422 of 991

¾Auto rijdt op andere wegen dan snelwegen of hoofdwegen.
¾Wanneer de bandenspanning niet op de voorgeschreven druk is afgesteld.
¾Wanneer banden van een andere dan de voorgeschreven maat worden gebruikt, zoals een
noodreservewiel.
23*(/(7
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht zodat het LAS en LDWS systeem normaal
kan functioneren.
¾Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen.
¾Gebruik altijd velgen van het voorgeschreven type en formaat voor de voor- en
achterwielen. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur, voor het vervangen van de banden.
OPMERKING
xWanneer de richtingaanwijzerhendel wordt bediend om van rijstrook te veranderen, wordt
het LAS en LDWS systeem automatisch uitgeschakeld. Het LAS en LDWS systeem wordt
weer operationeel wanneer de richtingaanwijzerhendel wordt teruggezet en het systeem
witte (gele) rijstrookstrepen bespeurt terwijl met de auto normaal binnen de rijstrook
wordt gereden.
xAls het stuurwiel, het gaspedaal of het rempedaal abrupt worden bediend en de auto dicht
in de buurt van een witte (gele) streep komt, bepaalt het systeem dat de bestuurder van
rijstrook verandert en wordt de werking van het LAS en LDWS systeem tijdelijk
uitgeschakeld. Het LAS en LDWS systeem wordt weer operationeel wanneer het systeem
witte (gele) rijstrookstrepen bespeurt terwijl met de auto normaal binnen de rijstrook
wordt gereden.
xAls de auto binnen een korte periode van tijd bij herhaling van de rijstrook afwijkt,
bestaat de kans dat het LAS en LDWS systeem niet functioneert.
xHet LAS en LDWS systeem functioneert niet wanneer witte (gele) rijstrookstrepen niet
worden bespeurd.
xOnder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat het LAS en LDWS systeem de
witte (gele) rijstrookstrepen niet correct kan bespeuren en dat het systeem niet normaal
functioneert.
xAls een voorwerp dat op het instrumentenpaneel geplaatst is in de voorruit weerkaatst
wordt en door de camera wordt opgenomen.
xWanneer er zware bagage in de bagageruimte of op de achterzitting is geplaatst en de
auto overhelt.
xWanneer de bandenspanning niet op de voorgeschreven druk is afgesteld.
xWanneer andere banden dan conventionele banden zijn gemonteerd.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 438 of 991

&RQWUROHHURIGHRPJHYLQJYHLOLJLVHQVWHOGHULMVQHOKHLGDIGRRUKHWUHPSHGDDOLQWH
WUDSSHQ+RXGRRNHHQYHLOLJHUDIVWDQGDDQWHQRS]LFKWHYDQDFKWHURSNRPHQGHYRHUWXLJHQ

Active Driving Display
Instrumentengroep
Type BInstrumentengroep
Type C
Instrumentengroep
Type A
23*(/(7
(Met kruissnelheidsregelaar)
Als de ingestelde snelheid ten opzichte van de huidige ingestelde rijsnelheid verlaagd wordt
door het indrukken van de SET/- of RES/+ schakelaar, wordt de waarschuwingszoemer
gedurende ongeveer 30 seconden niet geactiveerd als de rijsnelheid 5 km/h sneller is dan de
nieuw ingestelde snelheid. Wees voorzichtig de ingestelde snelheid niet te overschrijden.
(Met Mazda Radar Cruise Control (MRCC) of Mazda Radar Cruise Control met Stop &
Go-functie (MRCC met Stop & Go-functie))
Als de ingestelde snelheid ten opzichte van de huidige ingestelde rijsnelheid verlaagd wordt
door het indrukken van de SET- of RES schakelaar, wordt de waarschuwingszoemer
gedurende ongeveer 30 seconden niet geactiveerd als de rijsnelheid 5 km/h sneller is dan de
nieuw ingestelde snelheid. Wees voorzichtig de ingestelde snelheid niet te overschrijden.
OPMERKING
Wanneer het systeem tijdelijk wordt geannuleerd door het volledig intrappen van het
gaspedaal, toont de ASL-display de annuleringsdisplay. Als de rijsnelheid de ingestelde
snelheid met ongeveer 5 km/h of meer overschrijdt terwijl de annuleringsdisplay wordt
getoond, gaat de ingestelde snelheid display knipperen maar wordt er geen
waarschuwingsgeluid gegeven.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 446 of 991

&RQWUROHHURIGHRPJHYLQJYHLOLJLVHQVWHOGHULMVQHOKHLGDIGRRUKHWUHPSHGDDOLQWH
WUDSSHQ+RXGRRNHHQYHLOLJHUDIVWDQGDDQWHQRS]LFKWHYDQDFKWHURSNRPHQGHYRHUWXLJHQ

Active Driving Display
Instrumentengroep Type B
Instrumentengroep Type A
23*(/(7

Als de ingestelde snelheid ten opzichte van de huidige ingestelde rijsnelheid verlaagd wordt
door het indrukken van de SET- of RES schakelaar, wordt de waarschuwingszoemer
gedurende ongeveer 30 seconden niet geactiveerd als de rijsnelheid 5 km/h sneller is dan de
nieuw ingestelde snelheid. Wees voorzichtig de ingestelde snelheid niet te overschrijden.
OPMERKING
Wanneer het systeem tijdelijk wordt geannuleerd door het volledig intrappen van het
gaspedaal, toont de ISA-display de annuleringsdisplay. Als de rijsnelheid de ingestelde
snelheid met ongeveer 5 km/h of meer overschrijdt terwijl de annuleringsdisplay wordt
getoond, gaat de ingestelde snelheid display knipperen maar wordt er geen
waarschuwingsgeluid gegeven.
▼▼$FWLYHULQJGHDFWLYHULQJ
OPMERKING
Wanneer het contact uit wordt gezet, wordt
de systeemtoestand aangehouden die
bestond alvorens het werd uitgeschakeld.
Als bijvoorbeeld het contact uit wordt
gezet terwijl de ISA in werking is, zal het
systeem gebruiksklaar zijn wanneer het
contact de volgende keer op ON gezet
wordt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 509 of 991

OPMERKING
xOnder de volgende omstandigheden kan
de snelheid van de
kruissnelheidsregelaar niet worden
ingesteld:
x(Automatische transmissie)
De keuzehendel staat in de stand P of
N.
x(Handgeschakelde versnellingsbak)
De versnellingshendel staat in de
neutraalstand.
xDe handrem is aangetrokken.
x(Voertuigen met afstelbare
snelheidsbegrenzer (ASL))
De MODE schakelaar voor de
afstelbare snelheidsbegrenzer (ASL)
wordt ingedrukt.
xLaat de SET/ of RES/ schakelaar bij
de gewenste snelheid los, anders zal de
snelheid bij het ingedrukt houden van de
RES/
schakelaar blijven toenemen of
bij het ingedrukt houden van de SET/
schakelaar blijven afnemen (behalve
wanneer het gaspedaal ingetrapt wordt).
xHet is mogelijk dat de auto op een steile
helling bij het bergop rijden kortstondig
snelheid mindert of bij het bergaf rijden
snelheid meerdert.
xDe kruissnelheidsregelaar wordt
geannuleerd als de rijsnelheid afneemt
tot minder dan 21 km/h, zoals bij het
oprijden van een steile helling.
xDe kans bestaat dat de
kruissnelheidsregelaar wordt
uitgeschakeld wanneer de rijsnelheid tot
ongeveer 15 km/h onder de vooraf
ingestelde snelheid afneemt, zoals bij
het oprijden van een lange, steile
helling.
'HULMVQHOKHLGGLHYRRUDILQJHVWHOGLVPHW
EHKXOSYDQGHNUXLVVQHOKHLGVUHJHODDU
ZRUGWZHHUJHJHYHQLQGH
LQVWUXPHQWHQJURHS
Type A Instrumentengroep
Type B
Type C
Europees model
Behalve Europees model
Active Driving Display
*1
*1: Naald geeft ingestelde snelheid aan.
▼▼9HUKRJHQYDQGHNUXLVVQHOKHLG
9ROJHHQYDQRQGHUVWDDQGHSURFHGXUHV
9HUKRJHQYDQGHVQHOKHLGPHWEHKXOS
YDQGHEHGLHQLQJVVFKDNHODDUYDQGH
NUXLVVQHOKHLGVUHJHODDU
'UXNGH5(6VFKDNHODDULQHQKRXG
GH]HLQJHGUXNW'HULMVQHOKHLGQHHPWWRH
/DDWGHVFKDNHODDUELMGHJHZHQVWH
VQHOKHLGORV

'UXNGH5(6
VFKDNHODDULQHQODDWGH]H
RQPLGGHOOLMNORVRPGHLQJHVWHOGHVQHOKHLG
DIWHVWHOOHQ'RRUGHWRHWVPHHUGHUHPDOHQ
LQWHGUXNNHQZRUGWGHLQJHVWHOGHVQHOKHLG
DOQDDUJHODQJYHUKRRJG
7LMGHQVKHWULMGHQ
.UXLVVQHOKHLGVUHJHODDU