brake MAZDA MODEL CX-3 2016 Handleiding (in Dutch)

Page 320 of 719

4–16 4
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  Wanneer het systeem in werking is, wordt de gebruiker op de hoogte gesteld door het
knipperen van het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) indicatielampje (rood)
en de actief rijden display.
  Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) waarschuwingslampje (oranje) gaat
branden wanneer er een defect is in het systeem. Zie Waarschuwings/indicatielampjes
op pagina 4-41 .
Indicatielampje van Smart Brake
Support remhulpsysteem (SBS)
(Rood)
Als het Smart Brake Support
remhulpsysteem (SBS) in werking is, gaat
het indicatielampje (rood) knipperen.



Waarschuwing voor botsing
Als er de kans bestaat op een botsing
met een voorliggend voertuig, klinkt er
onafgebroken een pieptoon en wordt een
waarschuwing aangegeven op de Active
Driving Display.


Stopzetten van de werking van het
Smart Brake Support
remhulpsysteem (SBS)
Het Smart Brake Support remhulpsysteem
(SBS) kan tijdelijk buiten werking gesteld
worden.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-14 .
Wanneer het Smart Brake Support
remhulpsysteem (SBS) wordt
uitgeschakeld, gaat het Smart Brake
Support remhulpsysteem (SBS) OFF
indicatielampje branden.


Het systeem wordt gebruiksklaar zodra de
motor opnieuw gestart wordt.
OPMERKING
Als de werking van Smart Brake
Support remhulpsysteem (SBS) wordt
uitgeschakeld, wordt tegelijkertijd
de werking van het stadsverkeer-
remassistent (SCBS) systeem
uitgeschakeld.


Page 321 of 719

4–165
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.
Vooruitrijcamera (FSC) *
Uw auto is uitgerust met een vooruitrijcamera (FSC). De vooruitrijcamera (FSC) is geplaatst
nabij de achteruitkijkspiegel en wordt gebruikt door de volgende systemen.
 


 Koplampregelsysteem (HBC)



 Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)



 Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)

Vooruitrijcamera (FSC)

De vooruitrijcamera (FSC) bepaalt de omstandigheden aan de voorzijde van de auto bij het
rijden in het donker en herkent rijbanen. De afstand waarover de vooruitrijcamera (FSC)
objecten kan herkennen varieert afhankelijk van de omgevingsomstandigheden.
OPGELET
  Breng geen accessoires, stickers of folie op de voorruit aan in de buurt van de
vooruitrijcamera (FSC).
 Als het gedeelte voor de lens van de vooruitrijcamera (FSC) door iets geblokkeerd
wordt, heeft dit tot gevolg dat het systeem niet correct functioneert. Dit kan tot gevolg
hebben dat de systemen niet normaal kunnen functioneren wat ongelukken kan
veroorzaken.
  De vooruitrijcamera (FSC) niet demonteren of wijzigen.  Demonteren of wijzigen van de vooruitrijcamera (FSC) heeft defect raken of foutieve
werking tot gevolg. Dit kan tot gevolg hebben dat de systemen niet normaal kunnen
functioneren wat ongelukken kan veroorzaken.


Page 322 of 719

4–16 6
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPGELET
  Neem voor de juiste werking van de vooruitrijcamera (FSC) de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
 


 De richting van de vooruitrijcamera (FSC) is met grote precisie afgesteld, dus
de montagepositie van de vooruitrijcamera (FSC) niet wijzigen en deze niet
verwijderen.
 


 Wees voorzichtig de lens van de vooruitrijcamera (FSC) niet te beschadigen en
voorkom dat deze vuil wordt.
 


 De afdekking van de vooruitrijcamera (FSC) niet verwijderen.



 Plaats geen voorwerpen op het instrumentenpaneel die licht weerkaatsen.



 Houd het gedeelte van de voorruit rondom de vooruitrijcamera altijd schoon door
vuil of wasem te verwijderen. Gebruik de voorruitontwaseming om wasem van de
voorruit te verwijderen.
 


 Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
voor wat betreft het reinigen van de binnenzijde van de voorruit rondom de
vooruitrijcamera (FSC).
 


 Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur,
alvorens reparaties rondom de vooruitrijcamera (FSC) uit te voeren.
 


 De vooruitrijcamera (FSC) is aan de voorruit gemonteerd. Raadpleeg een
deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur voor het
repareren en vervangen van de voorruit.
 


 Neem contact op met een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda
reparateur wanneer u reparaties rondom de achteruitkijkspiegel uitvoert.
 


 De vooruitrijcamera (FSC) of het gedeelte er om heen niet blootstellen aan harde
schokken of stoten. Als de camera werd blootgesteld aan een krachtige schok,
het gebruik van het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS), het
koplampregelsysteem (HBC) en het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
stoppen en een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
raadplegen.
 


 De richting waarin de vooruitrijcamera (FSC) is geplaatst, is met grote precisie
afgesteld. De installatiepositie van de vooruitrijcamera (FSC) niet veranderen en
deze niet verwijderen. Anders kan dit beschadiging of defecten veroorzaken.


Page 324 of 719

4–16 8
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.
Radarsensor (Voor) *
Uw auto is uitgerust met een radarsensor (voor).
De volgende systemen maken eveneens gebruik van de radarsensor (voor).
 


 Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem



 Afstandherkenninghulpsysteem (DRSS)



 Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
De radarsensor (voor) zendt radiogolven uit die weerkaatst worden door een voorliggend
voertuig of een obstakel en die vervolgens weer door de radarsensor worden opgevangen.
De radarsensor (voor) is gemonteerd achter het voorembleem.

Radarsensor (voor)

Als het Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS)
waarschuwingslampje (oranje) brandt, bestaat de kans dat het gedeelte rondom de
radarsensor vuil is. Zie “Waarschuwingsbegeleiding” in de middendisplay (Type C/Type D
audio).
Zie Als een waarschuwingslampje gaat branden of knipperen op pagina 7-38 .


Page 326 of 719

4–170
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
OPMERKING
  Onder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat de radarsensor (voor)
voorliggende voertuigen of obstakels niet correct kan bespeuren en dat de systemen
niet normaal functioneren.
 


 De radiogolven worden door de achterzijde van een voorliggend voertuig niet
effectief weerkaatst, zoals bij een ongeladen aanhanger of een auto met een laadbak
die door een canvaszeil is afgedekt, voertuigen met een achterklep van hard plastic
en voertuigen met ronde vormen.
 


 Voorliggende voertuigen die laag zijn met dus een kleiner gebied voor het
weerkaatsen van radiogolven.
 


 Het uitzicht wordt verminderd als gevolg van het opspatten van water, sneeuw of
zand van de banden van een voorliggend voertuig op uw voorruit.
 


 Wanneer de bagageruimte beladen is met zware voorwerpen of de
achterpassagierszittingen bezet zijn.
 


 IJs, sneeuw of verontreiniging op de voorzijde van het voorembleem aanwezig is.



 Tijdens slechte weersomstandigheden, zoals regen, sneeuw of zandstormen.



 Bij het rijden in de buurt van faciliteiten of objecten die krachtige radiogolven
uitzenden.


 Onder de volgende omstandigheden is het mogelijk dat de radarsensor (voor)
voorliggende voertuigen of obstakels niet kan bespeuren.
 


 Het begin en het einde van een bocht.



 Continu bochtige wegen.



 Wegen met smalle rijstroken als gevolg van wegwerkzaamheden of afgesloten
rijstroken.
 


 Het voorliggende voertuig komt in de dode hoek van de radarsensor.



 Het voorliggende voertuig rijdt abnormaal als gevolg van een ongeluk of schade.



 Wegen met herhaalde op- en aÀ opende hellingen.



 Rijden op slechte wegen of onverharde wegen.



 De afstand tussen uw auto en het voorliggende voertuig is buitengewoon kort.



 Een voertuig komt plotseling dichtbij zoals bij het snijden in de rijstrook. 

 Gebruik om onjuiste werking van het systeem te voorkomen banden van dezelfde
voorgeschreven maat, fabrikant, merk en pro¿ el op alle vier wielen. Bovendien geen
banden met duidelijk zichtbaar verschillende slijtagepatronen of bandenspanningen op
dezelfde auto gebruiken (inclusief het noodreservewiel).
  Als de accucapaciteit zwak is, bestaat de kans dat het systeem niet correct functioneert. 
 Bij het rijden op wegen met weinig verkeer en weinig voorliggende voertuigen
of obstakels voor de radarsensor (voor) om te bespeuren, bespeurt de sensor dat
de radarsensor (voor) vuil is en bestaat de kans dat het Smart Brake Support
remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS) waarschuwingslampje
(oranje) tijdelijk gaat branden. Dit duidt echter niet op een defect.


Page 327 of 719

4–171
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.
Lasersensor (Voor) *
Uw auto is uitgerust met een lasersensor (voor). De lasersensor (voor) is geplaatst nabij de
achteruitkijkspiegel en wordt gebruikt door de volgende systemen.
 


 Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)



 Stadsverkeer-remassistent (SCBS)

Lasersensor (voor)

OPGELET
Neem voor de juiste werking van het systeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. 

 Zorg er voor dat de voorruit altijd schoon is. 
 Breng geen stickers aan op de voorruit (ook geen doorzichtige stickers). 
 Als er barsten of beschadiging als gevolg van bijvoorbeeld steenslag in de buurt van
de lasersensor (voor) zichtbaar zijn, onmiddellijk met het gebruik van het systeem
stoppen en uw auto door een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda
reparateur laten inspecteren.
 Zie Gebruikersinstellingen op pagina 9-14 voor de manier om het systeem uit te
schakelen.
  Breng geen coating op de voorruit aan. 
 Raadpleeg voor het vervangen van de voorruitenwissers of de voorruit een of¿ ciële
Mazda reparateur.
  De sensor nooit verwijderen. 
 Een verwijderde sensor voldoet niet aan de bepalingen voor een klasse 1M laser onder
de IEC 60825-1 speci¿ catie en derhalve kan oogveiligheid niet gegarandeerd worden.

 Kijk niet rechtstreeks in de sensor met gebruik van optische instrumenten met een
vergrotingsfunctie zoals vergrootglazen en microscoop- en objectieÀ enzen binnen een
afstand van 100 mm van de sensor.


Page 650 of 719

7–50
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing Te nemen maatregel

(Oranje)
Waarschuwingslampje
van Smart
Brake Support
remhulpsysteem/
stadsverkeer-
remassistent (SBS/
SCBS)
*
Het lampje gaat branden als de voorruit of
de radarsensor vuil zijn of als er een defect
is in het systeem.
(Voertuigen met type C/type D audio)
Controleer de reden waarom het
waarschuwingslampje brandt op de
middendisplay (pagina 7-38 ).
Als de reden waarom het
waarschuwingslampje brandt het gevolg
is van een verontreinigde voorruit, de
voorruit reinigen.
Als het waarschuwingslampje brandt
vanwege een vuile radarsensor, het
voorembleem reinigen.
Laat de auto door een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur controleren als er andere
redenen zijn.
(Voertuigen zonder type C/type D audio)
Als de reden waarom het
waarschuwingslampje brandt het gevolg
is van een verontreinigde voorruit, de
voorruit reinigen. Laat de auto door een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur controleren als
er andere redenen zijn.


KEY waarschuwingslampje
Neem de juiste maatregel en controleer dat het waarschuwingslampje uit gaat.

Signaal Oorzaak Te nemen maatregel


(Rood)
(Knippert) De batterij van de geavanceerde sleutel is
uitgeput. Vernieuw de sleutelbatterij (pagina
6-41 ).
De geavanceerde sleutel bevindt zich buiten
het werkingsbereik.
Breng de geavanceerde sleutel in het
werkingsbereik (pagina 3-8 ). De geavanceerde sleutel is geplaatst in delen
van het interieur waar de sleutel moeilijk
bespeurd kan worden.
Er bevindt zich een sleutel van een andere
fabrikant welke gelijkt op de geavanceerde
sleutel in het werkingsbereik. Neem de sleutel van een andere fabrikant
welke gelijkt op de geavanceerde sleutel
uit het werkingsbereik.
Zonder het contact uit te zetten, is de
geavanceerde sleutel uit het interieur
genomen en vervolgens zijn alle portieren
gesloten. Breng de geavanceerde sleutel terug in het
interieur.



Page 680 of 719

8–18
Informatie voor de eigenaar
Verklaring van Conformiteit
Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)/Mazda Radar Cruise Control
(MRCC) systeem/Afstandherkenninghulpsysteem (DRSS)



Page 700 of 719

9–14
Technische gegevens
Gebruikersinstellingen
Gebruikersinstellingen
De volgende gebruikersinstellingen kunnen ingesteld of gewijzigd worden door een of¿ ciële
Mazda reparateur. Raadpleeg een of¿ ciële Mazda reparateur voor details.
Sommige van de gebruikersinstellingen kunnen ook door de klant gewijzigd worden,
afhankelijk van de instelling.
Gebruikersinstellingen en overige instellingen die gewijzigd kunnen worden verschillen
afhankelijk van de bestemming en de speci¿ catie.
Methode voor wijzigen van instellingen

Instellingen kunnen worden gewijzigd door bediening van het
middendisplayscherm.
A: Zie Instellingen op pagina 5-69 .
B: Zie Actief rijden display op pagina 4-38 .
C: Zie Brandstofverbruikmonitor op pagina 4-101 .

Instellingen kunnen worden gewijzigd door bediening van de schakelaars van het
voertuig.
D: Zie Stopzetten van de stadsverkeer-remassistent (SCBS) op pagina 4-161 .
E: Zie Automatische vergrendel-/ontgrendelfunctie op pagina 3-20 .
F: Zie Zender op pagina 3-5 .
G: Zie voor Vergrendelen, ontgrendelen met de verzoekschakelaar (Met geavanceerde
afstandbediende portiervergrendelingsfunctie) op pagina 3-17 .

Instellingen kunnen gewijzigd worden door een of¿ ciële Mazda reparateur.
Onderwerp Bijzonderheid Fabrieksinstelling Beschikbare
instellingen Methode
voor
wijzigen
van
instellingen


Veiligheid
Stadsverkeer-
remassistent (SCBS)
(pagina 4-156 ) Het systeem kan zodanig gewijzigd
worden dat de Stadsverkeer-
remassistent (SCBS) niet functioneert.
*1 Aan Aan/Uit A D —
Smart Brake Support
remhulpsysteem
(SBS) (pagina
4-162 ) Het systeem kan zodanig worden
gewijzigd dat het Smart Brake
Support remhulpsysteem (SBS) niet
functioneert.
*1 Aan Aan/Uit A —


De afstand waarbij de
botsingwaarschuwing wordt
geactiveerd kan worden veranderd. Vlakbij Vlakbij/Ver A —


Het volume van de
botsingwaarschuwing kan veranderd
worden. Hoog Hoog/Laag/Uit A —




Page 708 of 719

10–4
Index
D
Dagteller ..................................... 4-27, 4-29
Dakconsole ........................................ 5-162
Dieseldeeltjes¿ lter ............................. 4-185
Directe modus
Automatische transmissie.............. 4-63
Display van ingestelde rijsnelheid van
kruissnelheidsregelaar ......................... 4-34
Display van omgevingstemperatuur ... 4-34
Dodehoekmonitor (BSM) ................. 4-125
Dodehoekmonitorsysteem (BSM)
waarschuwingszoemer ........................ 7-58
Doorwaden van water ......................... 3-63
Drive-selectie .................................... 4-107
Dynamische stabiliteitsregeling
(DSC) .................................................. 4-96
TCS/DSC indicatielampje ............. 4-97
E
Eindscherm ....................................... 4-106
Elektrische ruitbediening .................... 3-42
Energiebesparingsdisplay.................. 4-106
Essentiële informatie ............................. 6-2
F
Fleshouder ......................................... 5-161
G
Garantie ................................................. 8-2
Geavanceerde sleutel
Geavanceerd afstandbediend
portiervergrendelingssysteem ....... 3-10
Werkingsbereik.............................. 3-11
Gebruikersinstellingen ........................ 9-14
Gloeilampen
Technische gegevens ....................... 9-9
Vernieuwen .................................... 6-50
H
Handrem .............................................. 4-88
Handschoenenkast ............................. 5-162
Hellingwegrijsysteem (HLA) .............. 4-91
Hoofdsteun .......................................... 2-10
I
i-ACTIV AWD werking .................... 4-109
i-ACTIVSENSE ................................ 4-112
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS) ........................................... 4-115
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) ........................................ 4-137
Actieve
rijondersteuningstechnologie ...... 4-112
Afstandherkenninghulpsysteem
(DRSS) ........................................ 4-133
Afstelbare snelheidsbegrenzer .... 4-151
Anti-botsingtechnologie .............. 4-113
Camera en sensoren..................... 4-113
Dodehoekmonitor (BSM)............ 4-125
Koplampregelsysteem (HBC) ..... 4-116
Lasersensor .................................. 4-171
Mazda Radar Cruise Control (MRCC)
systeem ........................................ 4-141
Radarsensoren (Achter) ............... 4-173
Radarsensor (voor) ...................... 4-168
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS)
........................................ 4-119
Smart Brake Support remhulpsysteem
(SBS) ........................................... 4-162
Stadsverkeer-remassistent
(SCBS) ........................................ 4-156
Vooruitrijcamera (FSC) ............... 4-165
i-ELOOP ............................................. 4-98
Bedrijfstoestanddisplay ............... 4-100
i-ELOOP indicatielampje ............ 4-100


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >