air conditioning MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 465 of 759

xIndien koelere lucht op
gezichtsniveau gewenst is, druk dan
de
schakelaar in en stel de
temperatuurregelknop af zodat een
optimaal comfort gehandhaafd blijft.
xDe lucht die naar de vloer stroomt is
warmer dan de lucht die naar het
gezicht gevoerd wordt (behalve
wanneer de temperatuurregelknop in
de hoogste of laagste stand gezet is).
▼Koeling
1. Druk op de schakelaar.
2. Zet de temperatuurregelknop in de
stand voor koude lucht.
3. Stel de aanjagerregelknop in op de
gewenste snelheid.
4. Schakel de airconditioning in door
het indrukken van de A/C
schakelaar.
5. Stel nadat het koelen is begonnen
de aanjagerregelknop en
temperatuurregelknop naar wens af
voor het handhaven van de meest
comfortabele temperatuur.
OPGELET
Als de airconditioning wordt gebruikt
tijdens het oprijden van lange
hellingen of in druk verkeer,
waarschuwingsindicatie voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur in het
oog houden om te zien of dit getoond
wordt (pagina 7-59).
De airconditioning kan dan
oververhitting van de motor
veroorzaken. Schakel de
airconditioning uit indien de
waarschuwingsindicatie wordt
getoond (pagina 7-51).
OPMERKING
xZet wanneer maximale koeling
gewenst is de temperatuurregelknop
in de laagste stand, zet de
luchtinlaatkeuzeschakelaar in de
stand voor gerecirculeerde lucht en
draai vervolgens de
aanjagerregelknop volledig
rechtsom.
xIndien warmere lucht bij de voeten
gewenst is, druk dan de
schakelaar in en stel de
temperatuurregelknop af zodat een
optimaal comfort gehandhaafd blijft.
xDe lucht die naar de vloer stroomt is
warmer dan de lucht die naar het
gezicht gevoerd wordt (behalve
wanneer de temperatuurregelknop in
de hoogste of laagste stand gezet is).
▼Ve n t i l a t i e
1. Druk op de schakelaar.
2. Zet de luchtinlaatkeuzeschakelaar
in de stand voor aanvoer van
buitenlucht (indicatielampje gaat
uit).
3. Zet de temperatuurregelknop in de
gewenste stand.
4. Stel de aanjagerregelknop in op de
gewenste snelheid.
▼Ontdooien en ontwasemen van de
voorruit
1. Druk op de schakelaar.
2. Zet de temperatuurregelknop in de
gewenste stand.
3. Stel de aanjagerregelknop in op de
gewenste snelheid.
4. Indien verwarming met
ontvochtiging gewenst is, de
airconditioning inschakelen.
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
5-7

Page 466 of 759

WAARSCHUWING
De voorruit niet ontwasemen met
behulp van de
schakelaar met de
temperatuurregelaar in de stand voor
koude lucht:
Gebruik van de
schakelaar met de
temperatuurregelaar in de stand voor
koude lucht is gevaarlijk, aangezien dit
het beslaan van de voorruit kan
veroorzaken. Uw uitzicht wordt dan
belemmerd, hetgeen een ernstig
ongeluk tot gevolg kan hebben. Zet bij
gebruik van
schakelaar de
temperatuurregelaar in de stand voor
hete of warme lucht.
OPMERKING
xCondens op de ramen verdwijnt
makkelijker wanneer de
airconditioning aan is, maar de
ramen zullen makkelijker beslaan
wanneer de airconditioning uit is.
xZorg dat de ruiten niet beslaan
wanneer u een van de volgende
handelingen uitvoert:
xSchakelen naar hercirculatiemodusxDe airconditioning uitschakelenxSchakel voor maximale ontwaseming
de airconditioning in, zet de
temperatuurregelknop in de hoogste
stand en draai de aanjagerregelknop
volledig rechtsom.
xIndien warme lucht bij de
voetenruimte gewenst is, druk op de
schakelaar.
xMet de schakelaar wordt de
stand voor aanvoer van buitenlucht
automatisch gekozen om de voorruit
te ontwasemen. De
luchtinlaatkeuzeschakelaar kan niet
veranderd worden naar de stand
voor gerecirculeerde lucht.
▼Ontvochtigen
Schakel de airconditioning bij koel of
koud weer in om de voorruit en de
zijruiten te helpen ontwasemen.
1. Druk op de gewenste
modusschakelaar die u wenst in te
stellen.
2. Zet de luchtinlaatkeuzeschakelaar
in de stand voor aanvoer van
buitenlucht (indicatielampje gaat
uit).
3. Zet de temperatuurregelknop in de
gewenste stand.
4. Stel de aanjagerregelknop in op de
gewenste snelheid.
5. Schakel de airconditioning in door
het indrukken van de A/C
schakelaar.
OPMERKING
Eén van de functies van de
airconditioning is ontvochtiging van de
lucht, en voor het gebruik van deze
functie hoeft de temperatuur niet op
koud ingesteld te worden. Dus stel de
temperatuurregelknop in op de
gewenste stand (warm of koud) en
schakel de airconditioning in wanneer
u de lucht in het interieur wenst te
ontvochtigen.
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
5-8

Page 467 of 759

Volautomatisch type
▼Volautomatisch type
Informatie van het klimaatregelsysteem wordt getoond op de display.
1. Bestuurderstemperatuurregelknop
2. AUTO schakelaar
3. Temperatuurinstellingsdisplay (bestuurderszijde)
4. Luchtinlaatdisplay
5. Luchtstromingsdisplay
6. Functiekeuzedisplay
7. Temperatuurinstellingsdisplay (passagierszijde)
8. SYNC (gesynchroniseerde temperatuur) schakelaar
9. Passagierstemperatuurregelknop
10.A/C schakelaar
11.Achterruitverwarmingsschakelaar
12.Functiekeuzeschakelaar
13.Aanjagerregelschakelaar
14.Luchtinlaatkeuzeschakelaar
15.Voorruitontwasemingsschakelaar
16.Aan/uit schakelaar
▼Regelschakelaars
AUTO schakelaar
Door het indrukken van de AUTO
schakelaar zullen de volgende functies
automatisch overeenkomstig de
gekozen ingestelde temperatuur
geregeld worden:
xLuchtstroomtemperatuurxHoeveelheid luchtstromingxKeuze van de luchtstroomfunctie
xKeuze van aanvoer van buitenlucht/
recirculerende lucht
xWerking van de airconditioning
OPMERKING
AUTO schakelaarindicatielampje
xWanneer het AUTO
schakelaarindicatielampje brandt,
geeft dit automatische werking aan
en het systeem zal automatisch
functioneren.
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
5-9

Page 469 of 759

xIn de stand wordt de stand voor
aanvoer van buitenlucht automatisch
gekozen.
A/C schakelaar
Door het indrukken van de A/C
schakelaar terwijl de AUTO schakelaar
is ingeschakeld wordt de
airconditioning uitgeschakeld
(koeling/ontvochtigingsfuncties).
De aan/uit van de airconditioning
wisselt telkens wanneer de A/C
schakelaar wordt ingedrukt.
OPMERKING
xDe airconditioning werkt wanneer
de A/C schakelaar wordt ingedrukt,
ook als de airco uit is.
xWanneer de buitentemperatuur in de
nabijheid komt van 0 °C, het
airconditioningsysteem niet
gebruiken.
Luchtinlaatkeuzeschakelaar
De standen voor aanvoer van
buitenlucht of recirculerende lucht
kunnen worden gekozen. Druk op de
schakelaar voor het kiezen van de
stand voor aanvoer van buitenlucht of
recirculerende lucht.
Stand voor recirculerende lucht (
)
De aanvoer van buitenlucht is
afgesloten. Gebruik deze stand bij het
rijden door tunnels, bij het rijden in
druk verkeer (plaatsen met hoge
concentraties van uitlaatgassen) of
wanneer snelle koeling gewenst is.
Stand voor aanvoer van buitenlucht
(
)
Buitenlucht wordt het interieur
binnengelaten. Gebruik deze stand
voor ventilatie of ontdooien van de
voorruit.
WAARSCHUWING
Laat de lucht niet in het interieur
recirculeren bij koud of regenachtig
weer:
Recirculeren van lucht in het interieur
bij koud of regenachtig weer is
gevaarlijk aangezien dit het beslaan
van de ruiten veroorzaakt. Uw uitzicht
wordt dan belemmerd, hetgeen een
ernstig ongeluk tot gevolg kan hebben.
SYNC (gesynchroniseerde
temperatuur) schakelaar
Gebruik de SYNC schakelaar voor het
veranderen van de modus tussen de
individuele (bestuurder en passagier)
bedieningsmodus en de gekoppelde
(simultane) modi.
Gekoppelde modus (indicatielampje
gaat aan)
De temperatuurinstelling voor de
bestuurder en voorpassagier wordt
gelijktijdig geregeld.
Individuele bedieningsmodus
(indicatielampje uitgeschakeld)
De temperatuurinstelling kan voor de
bestuurder en voorpassagier
individueel geregeld worden.
Voorruitontwasemingsschakelaar
Druk op de schakelaar voor het
ontwasemen van de voorruit en de
voorportierruiten.
Zie Ontdooien en ontwasemen van de
voorruit op pagina 5-12.
Achterruitverwarmingsschakelaar
Druk voor het ontdooien van de
achterruit de
achterruitverwarmingsschakelaar in.
Zie Achterruitverwarming op pagina
4-75.
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
5-11

Page 470 of 759

▼Bediening van de automatische
airconditioning
1. Druk op de AUTO schakelaar. De
keuze van de luchtstroomfunctie,
de luchtinlaatkeuzeschakelaar en
het volume van de luchtstroming
wordt automatisch geregeld.
2. Gebruik de temperatuurregelknop
voor het kiezen van de gewenste
temperatuur.
Om de temperatuur aan de
voorpassagierszijde afzonderlijk van
de bestuurderszijde in te stellen,
draait u de
voorpassagierstemperatuurregelkno
p om automatisch te schakelen
naar de afzonderlijke
bedieningsmodus en stelt u de
temperatuur aan de
voorpassagierszijde in.
Druk op de aan/uit schakelaar om het
systeem uit te schakelen.
OPMERKING
xZet de regelknop op de aanbevolen
temperatuur van 22 °C en stel deze
vervolgens naar wens af.
xWanneer de temperatuur op
maximum warm of koud wordt
ingesteld, zal de gewenste
temperatuur niet sneller worden
verkregen.
xBij het kiezen van hete lucht, zal het
systeem de luchtstroom beperken
totdat de motor is opgewarmd om te
voorkomen dat koude lucht uit de
luchtroosters wordt geblazen.
▼Ontdooien en ontwasemen van de
voorruit
Druk op de
voorruitontwasemingsschakelaar.
In deze stand wordt de stand voor
aanvoer van buitenlucht automatisch
gekozen en wordt de airconditioning
automatisch ingeschakeld. De
airconditioning voert dan ontvochtigde
lucht naar de voorruit en de zijruiten
op pagina 5-4.
De hoeveelheid luchtstroming zal
toenemen.
WAARSCHUWING
Zet bij het ontwasemen de
temperatuurregelaar in de stand voor
hete of warme lucht (
stand):
Gebruik van de stand
met de
temperatuurregelaar in de stand voor
koude lucht is gevaarlijk, aangezien dit
het beslaan van de voorruit kan
veroorzaken. Uw uitzicht wordt dan
belemmerd, hetgeen een ernstig
ongeluk tot gevolg kan hebben.
OPMERKING
xCondens op de ramen verdwijnt
makkelijker wanneer de
airconditioning aan is, maar de
ramen zullen makkelijker beslaan
wanneer de airconditioning uit is.
xZorg dat de ruiten niet beslaan
wanneer u een van de volgende
handelingen uitvoert:
xSchakelen naar hercirculatiemodusxDe airconditioning uitschakelenxGebruik de temperatuurregelknop
om de temperatuur van de
luchtstroom te verhogen en de ruit
sneller te ontwasemen.
▼Zonlicht/Temperatuursensor
Het klimaatregelsysteem meet de
binnen- en buitentemperatuur,
vochtigheidsgraad en het zonlicht met
de zonlicht-/temperatuursensor. Op
basis hiervan wordt de temperatuur
van het interieur ingesteld.
Interieurvoorzieningen
Klimaatregelsysteem
5-12

Page 507 of 759

Tabelsymbolen:
I: Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R: Vernieuwen
C: Reinigen
T: Vastdraaien
Opmerkingen:
*1 Reset de motoroliegegevens bij elke motorolieverversingsbeurt, ongeacht het verschijnen van de
melding/moersleutelindicatielampje.
*2 Behalve SKYACTIV-D 1.8 in Oekraïne: als de auto onder de volgende omstandigheden gebruikt
wordt, is het aan te bevelen elke 10.000 km of korter de motorolie te verversen en het
oliefilter te
vernieuwen.
a) Langdurig stationair draaien of rijden met lage snelheden (zoals politieauto’s, taxi’s of lesauto’s).
b) Rijden onder stoffige omstandigheden.
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van
enkel korte afstanden.
d) Rijden bij buitengewoon hoge temperaturen.
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden.
*3 Voor SKYACTIV-D 1.8 in Oekraïne: als de auto onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt,
is het aan te bevelen elke 5.000 km of korter de motorolie te verversen en het oliefilter te
vernieuwen.
a) Langdurig stationair draaien of rijden met lage snelheden (zoals politieauto’s, taxi’s of lesauto’s).
b) Rijden onder stoffige omstandigheden.
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van
enkel korte afstanden.
d) Rijden bij buitengewoon hoge temperaturen.
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden.
*4 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 12 maanden alvorens deze bij de
genoemde interval te vernieuwen.
Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Letland, Macedonië, Moldavië, Montenegro,
Oekraïne, Roemenië, Servië, Slowakije
*5 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd
en indien nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*6 De aandrijfriemen van de airconditioning , indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen
elke 20.000 km of 12 maanden inspecteren.
a) Rijden onder stoffige omstandigheden.
b) Langdurig stationair draaien of rijden met lage snelheden.
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van
enkel korte afstanden.
d) Rijden bij buitengewoon hoge temperaturen.
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden.
f) Langdurig rijden bij zeer nat weer of tijdens zware regenval.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-5

Page 510 of 759

Onderhoudsitem 1e2e3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e10e 11e 12e
BougieSKYACTIV-G
2.0/
SKYACTIV-G
2.5Elke 120.000 km vernieuwen.
SKYACTIV-X
2.0Elke 64.000 km vernieuwen.
Brandstoffilter Elke 135.000 km vernieuwen.
Motorkoelvloeistof
*10Verversen na de eerste 10 jaar of 195.000 km; daarna
elke 90.000 km of 5 jaar.
Tabelsymbolen:
I: Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
T: Vastdraaien
R: Vernieuwen
Opmerkingen:
*1 Reset de motoroliegegevens bij elke motorolieverversingsbeurt, ongeacht het verschijnen van de
melding/moersleutelindicatielampje.
*2 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de
aandrijfriemen elke 10.000 km of korter inspecteren.
a) Langdurig rijden bij zeer nat weer of tijdens zware regenval.
*3 Inspecteer het elektrolytniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*4 Controle is alleen nodig bij loodzuuraccu’s.*5 Om de 15.000 km wordt onderling verwisselen van de banden aanbevolen.*6 Inspecteer een reservewiel, indien voorzien.*7 Controleer de uiterste gebruiksdatum van de bandreparatievloeistof elk jaar tijdens het uitvoeren van
periodiek onderhoud. Vervang de fles met bandreparatievloeistof door een nieuwe voor het
verstrijken van de uiterste gebruiksdatum.
*8 Als u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld regelmatig met hoge snelheid of in
berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof
jaarlijks verversen.
*9 Als de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en
indien nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*10 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van
FL-22 aanbevolen. Gebruik van
andere motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem
toebrengen.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-8

Page 513 of 759

Onderhoudsitem 1e2e3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e10e 11e 12e
Luchtfilter *9RRRR
Handgeschakelde versnellingsbakolie R R
BrandstoffilterBehalve on-
derstaande
landenElke 120.000 km vernieuwen.
Azerbeid-
zjan/
ArmeniëElke 60.000 km vernieuwen.
Motorkoelvloeistof
*10Verversen na de eerste 195.000 km of 120 maanden;
daarna elke 90.000 km of 60 maanden.
Achterdifferentieelolie
*11
Transmissieolie*11
Tabelsymbolen:
I: Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
T: Vastdraaien
R: Vernieuwen
Opmerkingen:
*1 Reset de motoroliegegevens bij elke motorolieverversingsbeurt, ongeacht het verschijnen van de
melding/moersleutelindicatielampje.
*2 De aandrijfriemen van de airconditioning , indien voorzien, eveneens inspecteren.
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de
aandrijfriemen elke 7.500 km of 6 maanden inspecteren.
a) Langdurig rijden bij zeer nat weer of tijdens zware regenval.
*3 Inspecteer het elektrolytniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*4 Controle is alleen nodig bij loodzuuraccu’s.*5 Om de 15.000 km wordt onderling verwisselen van de banden aanbevolen.*6 Inspecteer een reservewiel, indien voorzien.*7 Controleer de uiterste gebruiksdatum van de bandreparatievloeistof elk jaar tijdens het uitvoeren van
periodiek onderhoud. Vervang de fles met bandreparatievloeistof door een nieuwe voor het
verstrijken van de uiterste gebruiksdatum.
*8 Indien u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld, regelmatig met hoge snelheid of
in berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof
jaarlijks verversen.
*9 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd
en indien nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*10 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van FL-22 aanbevolen. Gebruik van
andere motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem
toebrengen.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-11

Page 517 of 759

Onderhoudsitem1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e10e 11e 12e 13e 14e 15e 16e
Zelfdiagnose met
Mazda Modular
Diagnostic System
(M-MDS)
*12*13*14
SKYACTIV-G EN
SKYACTIV-XBehalve on-
derstaande
landenIIIIIIIIIIIIIIII
Burundi/
Cambodja/
Kameroen/
Gabon/
Ghana/
Mongolië/
TanzaniaIIIIIIII
Tabelsymbolen:
I: Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
C: Reinigen
T: Vastdraaien
R: Vernieuwen
Opmerkingen:
*1 Reset de motoroliegegevens bij elke motorolieverversingsbeurt, ongeacht het verschijnen van de
melding/moersleutelindicatielampje.
*2 Als de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfilter vaker gereinigd en
indien nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*3 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 1 jaar alvorens deze bij de
genoemde interval te vernieuwen.
Algerije, Angola, Armenië, Bahrein, Bolivia, Britse Maagdeneilanden, Burundi, Cambodja, Chili,
Costa Rica, Curaçao, Democratische Republiek Congo (Congo-Kinshasa), El Salvador, Filipijnen,
Gabon, Georgië, Ghana, Guatemala, Haïti, Honduras, Hongkong, Ivoorkust, Jordanië, Kameroen,
Kenia, Macau, Madagaskar, Maleisië, Mongolië, Mozambique, Myanmar, Nicaragua, Nigeria, Oman,
Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Senegal, Seychellen, Syrië, Tanzania, Verenigde Arabische
Emiraten, Vietnam, Zaïre, Zimbabwe
*4 De aandrijfriemen van de airconditioning , indien voorzien, eveneens inspecteren.
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de
aandrijfriemen vaker inspecteren dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Langdurig rijden bij zeer nat weer of tijdens zware regenval.
*5 Inspecteer het elektrolytniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Bij de
onderhoudsvrije accu is alleen een inspectie van het uiterlijk vereist.
*6 Controle is alleen nodig bij loodzuuraccu’s.*7 Inspecteer een reservewiel, indien voorzien.*8 Controleer de uiterste gebruiksdatum van de bandreparatievloeistof elk jaar tijdens het uitvoeren van
periodiek onderhoud. Vervang de fles met bandreparatievloeistof door een nieuwe voor het
verstrijken van de uiterste gebruiksdatum.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-15

Page 558 of 759

Nr.ZEKERING-
CAPACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
F715 A
Brandstofvoorverwarming
*
20 A
Brandstofpomp*
F8 15 A Motorbesturingssysteem
F9 15 A
Transmissieregelsysteem
*
F10 15 A Motorbesturingssysteem
F11 7,5 A Airconditioning
F12 15 A Motorbesturingssysteem
F13 15 A
NOx-sensor
*
F14 20 A
Stoelverwarming voor*
F15 20 A
Koplampsproeier*
F16 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
F17ŠŠ
F18 15 A Stekkerbussen voor accessoires
F19 60 A Stuurbekrachtigingssysteem
F20 15 A Koplamp (links) 1
F21 15 A Koplamp (rechts) 1
F22 15 A Afstandbediende portiervergrendeling
F23 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
F24 15 A Koplamp (links) 2
F25 15 A Koplamp (rechts) 2
F26 7,5 A On-board diagnose
F27 25 A Voor beveiliging van diverse circuits
F28 25 A Voor beveiliging van diverse circuits
F29 15 A Voorruitensproeier
F30ŠŠ
F31 15 A Claxon
F32 15 A Koplampen
F33ŠŠ
F34ŠŠ
F35 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
F36ŠŠ
F37 40 A Achterruitverwarming
F38 50 A Voor beveiliging van diverse circuits
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-56*Bepaalde modellen.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >