brandstof MAZDA MODEL CX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 129 of 875

23*(/(7
¾GEBRUIK UITSLUITEND LOODVRIJE BRANDSTOF.
Loodhoudende brandstof is schadelijk voor de katalysator en de zuurstofsensors en leidt tot
verminderde werking van het uitlaatgasreinigingssysteem en/of defecten.
¾Het gebruik van E10 brandstof met 10% ethanol in Europa is veilig voor uw auto. Schade
aan uw auto kan optreden wanneer de hoeveelheid ethanol hoger is dan hier aanbevolen.
¾Voorzie het brandstofsysteem nooit van toevoegingen, aangezien het
uitlaatgasreinigingssysteem daardoor beschadigd kan worden. Raadpleeg een deskundige
reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur, voor bijzonderheden.
▼.OHSSHQUHLQLJHU
%LMDXWR

Page 130 of 875

*HEUXLNYDQGHUHLQLJHU
=RUJYRRUHHQYROOHEUDQGVWRIWDQNHQJLHWppQIOHVRULJLQHOH0D]GDNOHSSHQUHLQLJHUGLUHFWLQ
GHWDQN
OPMERKING
•Wanneer de kleppenreiniger aan een volle brandstoftank wordt toegevoegd, wordt de
juiste concentratie bereikt. Dit zorgt dat de brandstof met de kleppenreiniger gedurende
een lange periode in aanraking komt met de afzettingen, waardoor de beste reiniging
wordt behaald.
•Als de kleppenreiniger wordt toegevoegd wanneer de brandstoftank niet vol is, moet u zo
snel mogelijk bijtanken.
•Zie de periodieke onderhoudsbeurten (pagina 6-4) voor informatie over de regelmaat
waarmee de kleppenreiniger moet worden toegevoegd.
▼9HUHLVWHEUDQGVWRI 6.<$&7,9'
'HDXWR]DOHIILFLsQWIXQFWLRQHUHQRSGLHVHOEUDQGVWRIPHWVSHFLILFDWLH(1RI
JHOLMNZDDUGLJ
23*(/(7
¾Gebruik voor uw auto nooit andere brandstof dan specificatie EN590 of gelijkwaardig.
Gebruik van benzine of petroleum in dieselmotoren heeft beschadiging van de motor tot
gevolg.
¾Nooit het brandstofsysteem voorzien van toevoegingen. Anders bestaat de kans op
beschadiging van het uitlaatgasreinigingssysteem. Raadpleeg een deskundige reparateur,
bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur, voor bijzonderheden.
OPMERKING
Bij het tanken altijd tenminste 10 liter brandstof bijvullen.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 131 of 875

▼8LWODDWJDVUHLQLJLQJVV\VWHHP 6.<$&7,9*6.<$&7,9*
'H]HDXWRLVYRRU]LHQYDQHHQXLWODDWJDVUHLQLJLQJVV\VWHHP GHNDWDO\VDWRULVHHQRQGHUGHHO
YDQGLWV\VWHHP GDWGHDXWRLQVWDDWVWHOWWHYROGRHQDDQZHWWHOLMNHEHSDOLQJHQEHWUHIIHQGH
GHXLWVWRRWYDQXLWODDWJDVVHQ
:$$56&+8:,1*
Parkeer de auto daarom nooit op of bij brandbare materialen:
Parkeren op of bij brandbare materialen, zoals droog gras, is gevaarlijk. Ook wanneer de
motor is stopgezet, blijft het uitlaatsysteem na normaal gebruik bijzonder heet en kan dit
alles wat brandbaar is tot ontbranding brengen. Eventueel hierdoor veroorzaakte brand kan
ernstig letsel mogelijk met dodelijke
afloop veroorzaken.
23*(/(7
Indien de volgende gebruiksvoorschriften niet in acht worden genomen, kan zich lood in de
katalysator verzamelen of kan de katalysator zeer heet worden. Beide condities resulteren in
beschadiging van de katalysator en inferieure prestaties.
¾GEBRUIK UITSLUITEND LOODVRIJE BRANDSTOF.
¾Gebruik uw Mazda niet wanneer er tekenen van motorstoring zijn.
¾Vermijd freewheelen met het contact uitgeschakeld.
¾Vermijd afrijden van steile hellingen met ingeschakelde versnelling en het contact
uitgeschakeld.
¾Laat de motor niet gedurende 2 minuten of langer met een hoog stationair toerental
draaien.
¾Voer niet zelf reparaties uit aan het uitlaatgasreinigingssysteem. Alle inspecties en
afstellingen moeten door een deskundige monteur worden uitgevoerd.
¾Probeer deze auto niet door aanduwen of aanslepen te starten.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 133 of 875

,QIRUPDWLHRYHUKHW6&5V\VWHHP
:$$56&+8:,1*
Zorg dat de voorraad AdBlue® vloeistof niet uitgeput raakt. Als de AdBlue® vloeistof volledig
op is, zal het SCR systeem niet normaal functioneren.
Als de hoeveelheid AdBlue
® opraakt, wordt de rijsnelheid stapsgewijs beperkt om te
voorkomen dat verontreinigingen worden uitgestoten. Wanneer de resterende afstand die
met de voorradige brandstof kan worden afgelegd uiteindelijk 0 km bereikt, kan de motor
niet herstarten. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur bij het bijvullen van de AdBlue
® voorraad.
23*(/(7
Gebruik een origineel Mazda-product of een product dat voldoet aan ISO22241-1 voor
AdBlue
®. Als niet-compatibele AdBlue® wordt gebruikt, werkt het SCR systeem mogelijk niet
normaal. Verder wordt u mogelijk beboet voor het gebruik van niet-compatibele AdBlue
®.
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur voor
informatie over de aanbevolen AdBlue
®.
OPMERKING
•Wanneer de resterende afstand die met de voorradige brandstof kan worden afgelegd
1.400 km of minder is terwijl de AdBlue
® waarschuwingsindicatie wordt weergegeven,
gaat het SCR waarschuwingslampje branden en wordt de rijsnelheid beperkt. Als er een
probleem is met het SCR systeem/de AdBlue
® en de resterende afstand die met de
voorradige brandstof kan worden afgelegd 700 km of minder is, knippert het SCR
waarschuwingslampje en wordt de rijsnelheid beperkt.
•AdBlue® moet regelmatig worden bijgevuld overeenkomstig de informatie over periodieke
onderhoudsbeurten. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur, als een waarschuwingsbericht wordt weergegeven in de
multi-informatiedisplay of als het SCR waarschuwingslampje knippert.
•Normaliter kan ongeveer 12.000 km met de auto worden gereden voordat AdBlue® moet
worden bijgevuld.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 135 of 875

$IVOXLWNOHSYDQ
EUDQGVWRIWDQNGRSHQ
EUDQGVWRIWDQNGRS
:$$56&+8:,1*
Bij het verwijderen van de
brandstoftankdop, de dop een klein stukje
losdraaien, wachten tot het sissende geluid
ophoudt en vervolgens de dop verwijderen:
Brandstofnevel is gevaarlijk. Brandstof die
op de huid of in de ogen terechtkomt kan
brandwonden veroorzaken en bij inslikking
ziekte tot gevolg hebben. Brandstofnevel
ontstaat wanneer er zich druk in de
brandstoftank verzamelt en de
brandstoftankdop te snel verwijderd wordt.
Alvorens te tanken, de motor stopzetten en
vonken en open vuur steeds uit de buurt
van de vulhals houden:
Brandstofdampen zijn gevaarlijk. Deze
kunnen door vonken of open vuur tot
ontbranding komen en ernstige
brandwonden en letsel veroorzaken.
Verder kan het gebruik van de verkeerde
brandstoftankdop of het niet gebruiken
van een brandstoftankdop
brandstoflekkage tot gevolg hebben,
hetgeen bij een ongeluk ernstige
brandwonden mogelijk met dodelijke
afloop kan veroorzaken.
Niet verder bijtanken nadat het mondstuk
van de brandstofpompslang automatisch
is gestopt:
Doorgaan met tanken nadat het mondstuk
van de brandstofpompslang automatisch
is gestopt is gevaarlijk, aangezien het
overmatig vullen van de brandstoftank
overstroming van brandstof of lekkage kan
veroorzaken. Overstroming van brandstof
en lekkage kan het voertuig beschadigen
en als de brandstof ontvlamt kan dit brand
en ontploffing veroorzaken met ernstig of
dodelijk letsel als gevolg.
23*(/(7
Gebruik altijd uitsluitend een originele
Mazda tankdop of een gelijkwaardige voor
uw auto geschikte brandstoftankdop,
verkrijgbaar bij deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur.
Een verkeerde tankdop kan een ernstige
storing in het brandstofsysteem of het
uitlaatgasreinigingssysteem veroorzaken.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 136 of 875

▼7D Q N H Q
6OXLWDOOHSRUWLHUHQUXLWHQHQGHDFKWHUNOHS
HQVFKDNHOKHWFRQWDFWXLWYRRUGDWXJDDW
WDQNHQ
 7UHNDDQGHLQWHULHXURQWJUHQGHONQRS
YRRUGHDIVOXLWNOHSYDQGH
EUDQGVWRIWDQNGRSRPGHDIVOXLWNOHSWH
RSHQHQ

Ontgrendeling voor afsluitklep brandstoftankdop
 'UDDLYRRUKHWYHUZLMGHUHQYDQGH
EUDQGVWRIWDQNGRSGH]HOLQNVRP
 %HYHVWLJGHYHUZLMGHUGHGRSDDQGH
ELQQHQ]LMGHYDQGHDIVOXLWNOHSYDQGH
EUDQGVWRIWDQNGRS

Brandstoftankdop
Afsluitklep van brandstoftankdop
 3ODDWVKHWPRQGVWXNYDQGH
EUDQGVWRISRPSVODQJ]RYHUPRJHOLMNLQ
GHWDQNHQEHJLQPHWWDQNHQ7UHNKHW
PRQGVWXNYDQGHEUDQGVWRISRPSVODQJ
XLWGHWDQNZDQQHHUKHWWDQNHQ
DXWRPDWLVFKVWRSW
 'UDDLYRRUKHWVOXLWHQYDQGH
EUDQGVWRIWDQNGRSGH]HUHFKWVRPWRWGDW
XHHQNOLNKRRUW
 2PWHVOXLWHQWHJHQGHDIVOXLWNOHSYDQ
GHEUDQGVWRIWDQNGRSGXZHQWRWGDWGH]H
JRHGYHUJUHQGHOW

$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 181 of 875

OPMERKING
(Vergrendeld stuurwiel)
Als het startdrukknopindicatielampje
(groen) knippert en de pieptoon gegeven
wordt, geeft dit aan dat het stuurwiel niet
ontgrendeld is. Om het stuurwiel te
ontgrendelen, op de startdrukknop
drukken en het stuurwiel naar links en
naar rechts bewegen.
$&& $FFHVVRLUH
%HSDDOGHHOHNWULVFKHDFFHVVRLUHV
IXQFWLRQHUHQHQKHWLQGLFDWLHODPSMH
RUDQMH JDDWEUDQGHQ
,QGH]HVWDQGLVKHWVWXXUZLHORQWJUHQGHOG
OPMERKING
Het afstandbediende
portiervergrendelingssysteem functioneert
niet wanneer de startdrukknop op ACC is
gezet en de portieren zullen niet
vergrendelen/ontgrendelen, ook niet als
deze met de hand vergrendeld zijn.
21
'LWLVGHQRUPDOHVWDQGZDDUELMGHPRWRU
GUDDLWQDGDWGH]HJHVWDUWLV+HW
LQGLFDWLHODPSMH RUDQMH JDDWXLW +HW
LQGLFDWLHODPSMH RUDQMH JDDWEUDQGHQ
ZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21JH]HWZRUGWHQ
GHPRWRUQLHWGUDDLW
%HSDDOGHLQGLFDWLH
ZDDUVFKXZLQJVODPSMHVGLHQHQ
JHFRQWUROHHUGWHZRUGHQDOYRUHQVGHPRWRU
JHVWDUWZRUGW SDJLQD 
OPMERKING
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5)
Wanneer de startdrukknop op ON wordt
gedrukt, is het werkingsgeluid van de
brandstofpompmotor in de nabijheid van
de brandstoftank hoorbaar. Dit duidt
echter niet op een afwijking.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 185 of 875

•(Methode van geforceerd starten
van de motor)
Als het KEY waarschuwingslampje
(rood) brandt of het
startdrukknopindicatielampje
(oranje) knippert, kan dit aangeven
dat de motor niet met gebruik van de
normale startmethode gestart kan
worden (bij voertuigen met type A
instrumentengroep (pagina 4-50),
worden de berichten getoond in de
instrumentengroep). Laat uw auto zo
spoedig mogelijk door een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur,
inspecteren. In dit geval kan de
motor geforceerd gestart worden.
Houd de startdrukknop ingedrukt
totdat de motor start. Voor het
starten van de motor zijn overige
procedures zoals het aanwezig zijn
van de sleutel in de cabine en het
intrappen van het koppelingspedaal
(handgeschakelde versnellingsbak)
of het rempedaal (automatische
transmissie) vereist.
•Wanneer de motor geforceerd gestart
wordt, blijft het KEY
waarschuwingslampje (rood) (indien
voorzien) branden en blijft het
startdrukknopindicatielampje
(oranje) knipperen.
•(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de
neutraalstand (N) staat, branden het
KEY indicatielampje (groen) (indien
voorzien) en het
startdrukknopindicatielampje
(groen) niet.
 'UXNRSGHVWDUWGUXNNQRSQDGDW]RZHO
KHW.(<LQGLFDWLHODPSMH JURHQ
LQGLHQYRRU]LHQ LQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSDOVKHW
VWDUWGUXNNQRSLQGLFDWLHODPSMH JURHQ
]LMQJDDQEUDQGHQ
OPMERKING
•Na het starten van de motor, gaat het
startdrukknopindicatielampje
(oranje) uit en schakelt het contact
over naar de stand ON.
•(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5)
Na het indrukken van de
startdrukknop en voordat de motor
start is het werkingsgeluid van de
brandstofpompmotor van nabij de
brandstoftank hoorbaar, echter dit
duidt niet op een defect.
•(SKYACTIV-D 2.2)
•De startmotor draait niet rond
totdat het
voorgloei-indicatielampje is
uitgegaan.
•Als u nadat de gloeibougies zijn
opgewarmd het contact gedurende
langere tijd in de stand ON laat
staan zonder dat de motor draait,
worden de gloeibougies mogelijk
opnieuw opgewarmd en gaat het
voorgloei-indicatielampje
branden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 198 of 875

¾De auto zou echter nadat de hellingstopfunctie is vrijgezet onder de volgende
omstandigheden plotseling in beweging kunnen komen:
¾De keuzehendel staat in de stand N.
¾Als de keuzehendel naar de N stand wordt verplaatst en het rempedaal wordt losgelaten
terwijl de i-stop functie in werking is, wordt de remkracht geleidelijk vrijgegeven. Laat om
met de auto weg te rijden nadat de motor opnieuw gestart is het rempedaal los en zet de
keuzehendel in een andere stand dan de N stand.
OPMERKING
•Wanneer de auto op een steile helling tot stilstand wordt gebracht, functioneert de
hellingstopfunctie niet omdat de motor niet gestopt is.
•Het is mogelijk dat als gevolg van de werking van de hellingstopfunctie de reactie van het
rempedaal anders is, dat de remmen geluid maken of dat het rempedaal trilt. Dit duidt
echter niet op een defect.
▼LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH 2UDQMH LVWRSLQGLFDWLHODPSMH *URHQ
9RRUHHQYHLOLJHQFRPIRUWDEHOJHEUXLNYDQGHDXWRFRQWUROHHUWKHWLVWRSV\VWHHPFRQVWDQW
GHKDQGHOLQJHQYDQGHEHVWXXUGHUGHRPJHYLQJELQQHQHQEXLWHQGHDXWRDOVPHGHGH
EHGULMIVWRHVWDQGYDQGHDXWRHQLQIRUPHHUWPHWEHKXOSYDQKHWLVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH
RUDQMH HQKHWLVWRSLQGLFDWLHODPSMH JURHQ GHEHVWXXUGHURYHUGLYHUVH
YRRU]RUJVPDDWUHJHOHQHQZDDUVFKXZLQJHQ
OPMERKING
Bij voertuigen uitgerust met de middendisplay, wordt de bedrijfstoestand van het i-stop
systeem getoond in de brandstofverbruikscontroledisplay.
Zie Bedrijfstoestanddisplay op pagina 4-112.
LVWRSZDDUVFKXZLQJVODPSMH RUDQMH
:DQQHHUKHWODPSMHEUDQGW
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUKHWFRQWDFWRS21ZRUGWJH]HWHQJDDWXLWZDQQHHUGH
PRWRUJHVWDUWZRUGW
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUGHLVWRS2))VFKDNHODDUZRUGWLQJHGUXNWHQKHW
V\VWHHPZRUGWXLWJHVFKDNHOG
• (XURSHHVPRGHO
+HWODPSMHJDDWEUDQGHQDOVGHPRWRUJHVWRSWLVHQGHYROJHQGHKDQGHOLQJHQZRUGHQ
XLWJHYRHUG,QGHUJHOLMNHJHYDOOHQKHUVWDUWGHPRWRURPYHLOLJKHLGVUHGHQHQQLHW
DXWRPDWLVFK6WDUWGHPRWRUPHWEHKXOSYDQGHQRUPDOHPHWKRGH
•'HPRWRUNDSJHRSHQGZRUGW
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 204 of 875

OPMERKING
•(Voertuigen met type B audio)
Als de brandstofverbruikgegevens
worden teruggesteld met behulp van de
brandstofverbruikmonitor, of dagteller A
wordt teruggesteld met behulp van de
dagteller wanneer de functie die de
brandstofverbruikmonitor aan de
dagteller koppelt is ingeschakeld,
worden de brandstofverbruikgegevens
en dagteller A gelijktijdig teruggesteld.
Zie Brandstofverbruikmonitor op pagina
4-110.
•Enkel door de dagtellers worden tienden
van kilometers geregistreerd.
•De registratie van de dagteller wordt
gewist, wanneer:
•De stroomtoevoer wordt onderbroken
(zekering is doorgeslagen of accu is
losgekoppeld).
•De gereden afstand 9999,9 km
overschrijdt.
▼7RHUHQWHOOHU
'HWRHUHQWHOOHUJHHIWKHWPRWRUWRHUHQWDOLQ
GXL]HQGHQRPZHQWHOLQJHQSHUPLQXXW
RPZPLQ DDQ
23*(/(7
Laat de motor niet met de naald van de
toerentalmeter in de RODE ZONE draaien.
Dit kan ernstige motorschade tot gevolg
hebben.

GESTREEP-
TE ZONE
RODE ZONE
*1Het bereik varieert afhankelijk van het
type meter.*
1
*1
OPMERKING
Wanneer de naald van de toerenteller in de
GESTREEPTE ZONE komt, toont dit de
bestuurder dat de versnelling
overgeschakeld moeten worden alvorens
de naald in de RODE ZONE komt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page:   1-10 11-20 21-30 next >